Dagboek Down Under – Sea World

Maandag 28 maart 2016

Dagboek Down Under, dag zeven. Het is al een week geleden dat we nog Belgische grond onder onze voeten hadden, maar we missen dat thuislandje allerminst. Integendeel zelfs. Terwijl we Australië dag na dag meer in ons hart sluiten, komt het orgelpunt van de reis – een vijfdaagse in Sydney – langzaamaan in zicht. Wanneer we ons voorbereiden op de kennismaking met deze metropool, hoort daar helaas ook een afscheid bij: we zeggen vandaag vaarwel (of tot ziens) tegen Queensland. Om het tropische karakter van deze deelstaat nog ‘ns extra in de verf te zetten, doen we dat overigens onder een stralende zon en met de meest zomerse outfit die er uit onze reiskoffer te plukken valt.

DSC08223DSC08598

Het is paasmaandag en de Aussies zijn nog steeds in opperste vakantiestemming. Ze trekken er massaal op uit naar de toeristische hotspots en wij volgen hen richting Gold Coast. Deze kustplaats is na Brisbane de grootste stad van Queensland en wordt door de Australiërs gezien als een ultiem weekendje weg. Het mooie weer is hier quasi gegarandeerd, de stranden zijn parelwit en de oceaan rolt in zulke perfecte golven over het zand dat surfers hun hartje volop kunnen ophalen. Dankzij de beroemde ‘Themeparks on the Gold Coast’ is er bovendien ook voldoende te beleven voor diegenen die niet 24/7 willen bruinbakken op een opengevouwen handdoek.

De wijk Surfers Paradise (hoe cool en toepasselijk kan een naam zijn?) vormt het kloppende hart van de City of Gold Coast. Ik waan mezelf hier letterlijk in het Miami van Australië. Er hangt een gelijkaardige partyvibe en de mensen stralen zomer, jeugdigheid en fun uit. Je komt in Surfers Paradise om gezien te worden en om zelf te kijken naar al het moois. Een bruisend nachtleven, relaxte cocktailbars langs de zeedijk en een gezellige winkelstraat waarin voornamelijk swimwear, surfboards en ijsjes over de toonbank vliegen… Je begint wellicht te begrijpen dat Gold Coast het absolute vakantiegevoel benadert.

Gold Coast doet niet enkel qua sfeer, maar ook qua uitzicht aan Miami denken. Wanneer we de stad vanuit Brisbane naderen, ontvouwt er zich immers een aantrekkelijke skyline vol moderne hoogbouw. Honderden hotelkamers en residenties proberen hoog in de lucht het ultieme uitzicht te genereren, maar daarvoor moet je je bankrekening al aardig plunderen. Weet echter dat er een gemakkelijkere en opvallend goedkopere manier is om Gold Coast vanuit de hoogte te bewonderen: SkyPoint.

Dit panoramaplatform bevindt zich op de bovenste verdiepingen van de Q1-toren, het hoogste gebouw op het zuidelijke halfrond. We razen hier eerst aan een absurd tempo omhoog in een supersonische lift, om vervolgens op 230 meter boven straat-, strand- en zeeniveau te arriveren. ‘SkyPoint’ is zo’n typisch toeristisch uitkijkpunt, inclusief een veel te prijzige bar en ramen vol vieze vetvlekken, zodat je die perfecte fotomogelijkheden in rook ziet opgaan. Maar net zoals we de ‘Menara KL’, het ‘Rockefeller Center’ en ‘Victoria Peak’ die gebreken vergaven, doen we dat ook hier. Het uitzicht is immers alweer eentje om van te smullen. We spotten op deze heldere dag de groene heuvels van het binnenland, we zien hoe piepkleine surfboys zich tussen de woeste golven wagen en we bewonderen die eindeloze Pacific. Bovendien kunnen we dankzij strategisch geplaatste informatieborden nagaan hoe ver we nog van onze volgende bestemmingen verwijderd zijn.

DSC08228

Weet je wat ons bezoek aan ‘SkyPoint’ extra leuk maakte? Het feit dat we hier voor nauwelijks vier dollar binnen geraakten, terwijl een volwassene normaal gezien 24,00 Australische dollars neertelt. Hoe dit mogelijk werd? Dankzij de weekpas van Dreamworld. Die kost slechts vier dollar extra ten opzichte van een dagkaart, en je krijgt er bovendien bezoekjes aan ‘SkyPoint’ en aan Dreamworld’s waterpark bij. Hetzelfde principe wordt trouwens gehanteerd bij ‘Village Roadshow Themeparks’, die andere speler op de pretparkmarkt van Gold Coast. Plan je zowel Warner Bros Movie World als Sea World te bezoeken? Betaal dan alsjeblieft niet twee keer het dagtarief van 79,00 dollar. Voor vijf dollar meer heb je immers al een ticket in handen waarmee je beide parken een week lang onbeperkt kunt bezoeken. Dat bijzondere koopje is trouwens exact de reden waarom Sea World last-minute alsnog op onze planning verschijnt.

Wie Sea World zegt, die zegt Florida. Je denkt spontaan aan dat pretpark vol exotische aquaria, hongerige haaien en spectaculaire achtbanen als ‘Manta’ en ‘Kraken’. Maar die gedachte is niet geheel correct. Dat beroemde maritieme themapark in Orlando gaat immers door het leven als SeaWorld en ik doel wel degelijk op het Sea World waar een spatie aan te pas komt. Deze Australische versie heeft dus niets te maken met de (quasi-)naamgenoten in Florida, Texas en Californië, maar het opzet is gelijkaardig. Je komt hier in eerste instantie om jezelf te vergapen aan grote, kleine, platte, ronde, bloeddorstige of simpelweg aartslelijke visjes. Maar tussen al die zwemmende en blubbende zeebewoners kan je ook enige pretparkkriebels stillen door middel van een bescheiden attractieaanbod. Om je verwachtingen al meteen stevig te temperen, moet ik daarbij vertellen dat hier geen B&M-creaties of Intamin megacoasters te vinden zijn.

Het verlengde paasweekend is nog bezig en we anticiperen bijgevolg op topdrukte in Sea World. Wanneer we arriveren op het schiereilandje waar het park gevestigd is, blijkt die verwachting correct. We mogen onze huurwagen ergens op de laatste rij van de parkeerplaats achterlaten en zien vervolgens een enorme mensenmassa aan de toegangspoorten. Menig pretparkfan ziet z’n dag met zulke drukte sito presto in het aquariumwater vallen, maar ons deert het niet. Sea World is immers sowieso een extraatje; zonder die voordelige ticketdeal hadden we hier nooit een stap binnen gezet. Maar nu we hier uiteindelijk toch zijn, hebben we wel een geldig excuus om onze coastercounter aan te vullen.

Kuddedieren zorgen ervoor dat een nadenkende bezoeker beduidend meer waar voor z’n geld krijgt. Dat is een regel die ik reeds heb mogen bevestigen in Europa, in Amerika en in Azië. Vanaf vandaag mag ik officieel Oceanië aan dat rijtje toevoegen, want ook Australische toeristen maken zich eraan schuldig. Terwijl zij en masse de aquaria en de dierenverblijven rond de inkomzone bestormen, schuifelen wij dus vlotjes naar de achterzijde van Sea World. De eerste attractie die we daar aan doen, is Jet Rescue, een Intamin motorbike-coaster met jetski’s in plaats van motoren. Je kent de Zwitsers voornamelijk als designers van recordbrekende mega-, giga- en stratacoasters, maar ze zijn ook actief in de familiale sector. ‘Jet Rescue’ bewijst overigens dat ze dat op succesvolle wijze doen, want deze baan is reuzefijn. Ik hou van de soepelheid, van de beide lanceringen, van de comfortabele zithouding en van het feit dat we nauwelijks vijf minuten moeten aanschuiven. Rondje nummer twee en de conclusie zijn dus al vlug gemaakt: ‘Jet Rescue’ is ondanks haar beperkte statistieken (een hoogte van zes meter, serieus) echt pure fun.

Als je naar Sea World komt, spendeer je meestal een aanzienlijke tijd aan het bestuderen van zwemmende creatuurtjes. Aan de Gold Coast wordt het beestige aanbod bovendien uitgebreid met dieren die je in eerste instantie niet zou verwachten. Tussen de scholen tropische aquariumvissen en een imposante collectie haaien, tref je hier immers ook pinguïns en ijsberen. Het mag gezegd worden dat de bassins en biotopen er uitzonderlijk verzorgd bij liggen. Ik weet best dat dit soort maritieme dierenparken tegenwoordig felle tegenwind krijgt in de media, maar is dit dan zoveel erger dan een conventioneel dierenpark? Ik heb persoonlijk alvast niet de indruk dat de bewonertjes in krappe betonnen hokken zitten. Met andere woorden: Sea World ziet er goed uit en ik loop hier niet met een wrang gevoel rond. Maar ieder z’n mening, uiteraard.

Zoals het thema van Sea World voorschrijft, worden we hier aardig verwend qua waterattracties. Je kan achtereenvolgens verkoeling zoeken in een splash battle en een logflume, al zijn het respectievelijk de overdreven natheid en de lange wachttijd die ons tegenhouden. Een derde en laatste kans op verkoeling grijpen we daarentegen wel bij Storm Coaster. Deze Mack watercoaster opende in december 2013 en verving toen ‘Bermuda Triangle’, een nagenoeg exact tweelingbroertje van de gelijknamige ride in Movie-Park Germany. De vulkaan van weleer maakte plaats voor een thema dat tegenwoordig wel vaker aangewend wordt in pretparkland: semi-apocalyps en destructie. Bijster origineel lijkt het tafereeltje dus niet, maar ik moet toegeven dat ‘Storm Coaster’ een visueel sterke ride is. De industriële look gaat perfect op in ’t plaatje van Sea World en de voorbijrazende reddingssloepen geven de gehele zone een fijne dynamiek. Qua rit is het een soort best-of-versie van Europa-Park z’n ‘Poseidon’. De lay-out is weliswaar vrij kort, doch uiterst amusant en opvallend soepel als je die Duitse tegenhanger gewend bent. ‘Storm Coaster’ blijkt dus een ijzersterke familieattractie, maar er opnieuw veertig minuten voor aanschuiven? Neen, dat hoeft nu ook weer niet.

Na hooguit een uurtje of drie geraken Michaël en ik stilaan uitgekeken op Sea World. Begrijp me alsjeblieft niet verkeerd: het is een gezellig, brandschoon park en de weersomstandigheden zijn heerlijk, maar we behoren nu eenmaal niet tot de belangrijkste doelgroep. Sea World is een dierenpark met een aantal relatief simpele familieattracties ter invulling. De Amerikaanse SeaWorld-parken lijken een meer evenredige verdeling tussen dieren- en attractieplezier te bieden, maar hier is ’t mechanische vermaak louter een plezierig extraatje. Voor de ultieme kick moeten we niet in Sea World blijven en bovendien hebben we vandaag nog een lange autorit voor de boeg. We missen dus die schaamtelijke credit op een SpongeBob-kiddiecoaster, we laten de parkshows zonder spijt vallen en we vertrekken meteen zuidwaarts. We zouden terecht kunnen opzien tegen de 850 kilometer die we vandaag en morgen voornamelijk op regionale wegen moeten afleggen. Gelukkig is Sea World nog maar de eerste van drie stops die we tijdens deze tocht inlassen. Ook die volgende twee haltes hebben trouwens – net als Sea World – alles met fauna en flora te maken. We gaan ons namelijk laten verbazen door de natuur in z’n meest pure vorm. Skip het volgende verslag met een gerust geweten wanneer watervallen en bomen je niets doen, want we gaan naar Springbrook National Park en de waanzinnige jungle van het Dorrigo Rainforest. Wordt vervolgd!

DSC08588

 

3 gedachtes over “Dagboek Down Under – Sea World

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s