Dollywood

How y’all doin’, guys?

Wen er maar aan als je ooit naar Tennessee wil gaan. Op elke straathoek, in elk winkeltje en in elk restaurant stelt men diezelfde goed bedoelde vraag. En geloof me: er zijn veel straathoeken, winkels en restaurantjes in deze Amerikaanse staat. We horen het typerende zinnetje wanneer we Amerikaanse pancakes als ontbijt naar binnen werken, wanneer we bij Margaritaville een imposante cocktail bestellen en wanneer we ’t toeristencentrum van het Great Smoky Mountains National Park binnenwandelen. Overal treffen we dezelfde glimlach en hetzelfde vriendelijke praatje over onze Amerika-reis. Laat ik dus maar meteen met de deur in huis vallen: Tennessee steelt m’n hart. Dat is niet louter te danken aan de toffe locals of aan de wel erg ruime portie van het gemiddelde avondmaal, maar ook (en vooral) aan het belangrijkste pretpark van de regio. In april is het immers zover en mag ik ein-de-lijk dat legendarische Dollywood met eigen ogen ontdekken. Dat doe ik overigens niet zonder verwachtingen.

DSC00574

De trip van North-Carolina naar Tennessee is er eentje om in te lijsten. Na ons bezoek aan Carowinds vertrekken we in westelijke richting, om vervolgens snel in een heuvelachtige omgeving vol natuurschoon te belanden. Het zijn de uitlopers van de Smoky Mountains, een natuurpark van duizelingwekkende omvang. We hebben tijdens dit deel van de reis geen strak tijdschema en we opteren dus voor de scenic route die via kronkelende baantjes dwars door het park loopt. En geloof me: m’n ogen zijn dankbaar voor die bescheiden omweg. De bewoonde wereld lijkt slechts een vage herinnering wanneer je kilometers lang door dichte bossen en over glooiende bergwegen tuft. Het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt is onze pitstop bij Clingmans Dome, de hoogste bergtop van de Great Smoky Mountains. Opvallend is het feit dat er hier ondanks de lenteachtige omstandigheden nog een flinke hoop sneeuw ligt. Locals vertellen ons dat dit een van de eerste mooie dagen van het jaar is en dat er nauwelijks twee weken eerder nog een zware winterstorm over de regio trok. We mogen dus van geluk spreken met onze timing.

Wanneer we de hoogste pieken van de Smokies achter ons laten, liggen daar plots twee aanzienlijke stadjes. Gatlinburg en Pigeon Forge zijn quasi letterlijk tegen de heuvels van het nationale park aangebouwd. Deze beide plaatsjes zijn in de Verenigde Staten trouwens behoorlijk bekend en het zijn voor Amerikanen populaire reisbestemmingen. Als je de woestijn, het gokgebeuren en de zondes weglaat, zou je dit zelfs zomaar als een soort Las Vegas kunnen bestempelen. Pigeon Forge heeft bijvoorbeeld eveneens een hoofdboulevard – alias ‘The Strip’ – waar tientallen hotelresorts, souvenirshops en stevig geprijsde tourist traps aan grenzen. Het grote aantal kartbanen en de twee Alpine Coasters zijn opmerkelijk, maar verder ben ik ook geïntrigeerd door een Titanic-replica, de King Kong-pop die aan een wolkenkrabber hangt en de ‘Jurassic Jungle Boat Ride’. Allemaal best charmant, maar tegelijkertijd hangt er een gevoel van vergane glorie en marginaliteit aan deze straat vast. Zou jij verwachten dat er drie kilometer verder een themapark van wereldniveau ligt? Neen, ik ook niet.

Maar toch is daar Dollywood, het pretpark van Dolly Parton. Countryzangers die hun eigen pretpark openen, ’t is een business waar wij als Vlamingen ietwat wantrouwig tegenover staan. Dat park in Lichtaart heeft immers een vergelijkbare geschiedenis en kijk eens wat een trieste boel dat nu is… Weet je echter nog hoe Bobbejaanland er pakweg vijftien jaar geleden bij lag? Toen was het park toonaangevend en opende er haast constant wel iets nieuws. Wel, Dollywood zit nog steeds in die fase en bouwt in sneltempo aan haar toekomst. Sterker nog: vijf van de acht operationele rollercoasters openden tijdens het afgelopen decennium. Dollywood is dus een park in volle ontwikkeling en de laatste toevoeging – een enorme achtbaan van meesterbouwer RMC – maakte dit park zelfs tot een must voor coasterfans.

DSC00586

How y’all doin’, guys? Een schattig omaatje wisselt m’n voucher in voor een glimmend jaarabonnement. We zijn (helaas) niet van plan om in 2017 meermaals naar Tennessee af te reizen, maar voor de komende drie dagen is deze seizoenspas sowieso de voordeligste optie. Enkele meters verder wordt het gloednieuwe kaartje gescand door een andere dame die de zeventig al ver voorbij is. We staan op dat moment officieel met de beide voeten in Dollywood en dat geeft kippenvel. Het park overtuigt me meteen met een hoofdstraat die qua detailniveau niet hoeft onder te doen voor Disney’s alom bekende ‘Main Street USA’. Een blikvanger in deze inkomzone is het ‘Showstreet Palace Theater’. We maken de verplichte selfie met het Dollywood-logo dat vlak voor dit theater geplaatst werd, waarna we die jaloersmakende foto natuurlijk meteen op Facebook gooien. Vind ik leuk.

Tip voor de pro’s: loop ’s ochtends naar links. De inkomlaan zuigt je haast automatisch naar rechts omdat deze hoofdstraat aan de linkerzijde lijkt dood te lopen. Niets is echter minder waar: een bescheiden doorgang leid je rechtstreeks naar een zone waarin enkele must-do attracties bij elkaar staan. Omdat quasi niemand dit pad ontdekt, is het ’s morgens overigens vaak bijzonder kalm bij die attracties. Het eerste exemplaar dat we tegenkomen, is de houten achtbaan Thunderhead. Deze baan werd in 2004 geopend en is gebouwd door GCI, een constructeur die ook in Europa enkele pareltjes heeft neergezet. ‘Wodan’, ‘Troy’ en ‘Joris en de Draak’… al deze banen worden bepaald door een constant hoge snelheid en onverwacht bochtenwerk. ‘Thunderhead’ heeft dezelfde kenmerken en gebruikt bovendien z’n bergachtige locatie. Het resultaat is een baan die oogstrelend mooi en waanzinnig krachtig is. De first drop is sterk en daarna sleurt de typische Millennium Flyer-trein ons door krappe bochten en over subtiele airtime-heuvels. Je zou terecht kunnen opmerken dat ie wat ruiger is dan een gemiddelde GCI, maar die ruwheid stoort me bij ‘Thunderhead’ geen enkele tel. Dit is zonder twijfel het betere achtbaanwerk en dankzij de magere opkomst kunnen we zowel front- als backseat rustig blijven zitten.

Op het moment dat ik dit schrijf, heb ik geen coasterbingo meer in Dollywood. Dat is te wijten aan ‘Whistle Punk Chaser’, een miniatuurachtbaan die enkele weken na ons bezoek zou openen. Deze Zamperla kiddiecoaster werd netjes naast ‘Thunderhead’ geplaatst en hij staat daar in de schaduw van de andere nieuwigheid voor het seizoen 2017: ‘Drop Line’. Ook deze zestig meter hoge freefall opent pas in mei, maar we zien nu reeds dat ie perfect in het plaatje van themazone ‘Timber Canyon’ past. De mooiste attractie van dit gebied ligt echter nog een beetje verder en maakt het gemis van ‘Drop Line’ meteen goed. Bij die bewuste ride kunnen we namelijk terecht voor niet één, maar twee verticale vrijeval-ervaringen.

Geen how y’all doin’? bij Mystery Mine, maar wel een dreigende y’all gone bij elke mijnkar die uit het duistere station vertrekt. Ik wil het eerst nog eens benadrukken: ‘Mystery Mine’ is een oogstrelend mooie attractie. Het lijkt erop dat deze mijntoren al vele decennia tussen de beboste heuvels van Tennessee staat en je gelooft meteen dat er hier iets grondig fout is. En ik zal je meteen vertellen wat er exact mis is: de constructeur die Dollywood inhuurde om deze achtbaan te bouwen. Gerstlauer was de gelukkige en de Duitsers pootten hier een Eurofighter neer. We weten dus al wat we mogen verwachten: vreemde bochten, ongemakkelijke verticale lifthills en om de zoveel meter een rare knik. Vooral het eerste coaster-gedeelte is zo krap ontworpen dat er helemaal niks plezierigs aan is. Gelukkig is alles wat daaraan vooraf gaat en alles dat erop volgt stiekem wel tof. ‘Mystery Mine’ start namelijk met een verrassend stukje darkride en eindigt met een portie sensatie van hoog niveau. De tweede verticale lifthill lijkt dankzij z’n ijzersterke theming minder oncomfortabel en de afsluitende inversies zijn cool dankzij de unieke hangtime. Kortom: knip dat middenstuk uit ‘Mystery Mine’ en je hebt een regelrechte topper. Het thema en de opbouw zijn immers zo geloofwaardig dat deze ride niet zou misstaan in een gemiddeld Universal- of Disney-themapark.

Als we ‘Lightning Rod’ even buiten beschouwing laten, liggen alle rollercoasters van Dollywood in dezelfde helft van het park. We moeten nu bijvoorbeeld enkel een schattige, doch ietwat te plastiekerig gestylede splash battle passeren om alweer bij twee achtbanen uit te komen. De eerste van dat duo gaat door het leven als Firechaser Express en ook dit exemplaar werd door Gerstlauer geleverd. Daarnet beschouwde ik dat als een negatief punt, maar in het ontwerpen van familiale achtbanen is het bedrijf duidelijk sterker. Deze baan is namelijk comfortabel, snel en bijzonder soepel. Het verhaal achter ‘Firechaser Express’ gaat over een brandweerkorps dat moet uitrukken voor een brandje bij een vuurwerkliefhebber. Wanneer de vlammen – deze scène is tamelijk heet – de enorme vuurpijl ‘Big Bertha’ bereiken, wordt de achtbaantrein met een luide knal uit de opslagruimte gekatapulteerd. Achterwaarts! Net zoals ‘Mystery Mine’ is ook deze coaster er dus eentje die op doeltreffende wijze een verhaal vertelt. Dat is bewonderenswaardig, maar er hangt helaas een minpunt aan vast: de ‘Big Bertha’-passage en de achterwaartse lancering zijn zichtbaar van op de begane grond en vanuit de wachtruimte. Het zou zoveel leuker zijn als dit unieke gimmick beter verstopt werd, maar ik wil nogmaals benadrukken dat ‘Firechaser Express’ alsnog een uitmuntende familycoaster is. De prachtige locatie tegen een bergflank en het indrukwekkend gethematiseerde stationsgebouw dragen overigens hun steentje bij.

De wachttijd van ‘Firechaser Express’ zie ik nooit boven de twintig minuten stijgen en bij overbuur Wild Eagle kunnen we zelfs drie dagen lang op elk moment van de dag instappen. We hebben reuzeveel geluk met de drukte, maar alsnog blijft deze B&M wingrider met twee (soms halflege) treinen rijden. Dollywood is qua capaciteit dus het pretpark uit eenieders dromen, maar is ‘Wild Eagle’ ook de achtbaan waar ik al m’n hele leven op wacht? Eerst en vooral wil ik deze ride overladen met complimenten voor het stijlvolle stationsgebouw en voor de ligging: de sierlijke blauwe tracks staan namelijk hoog op de heuvel waarrond het gehele park gebouwd werd. Het maakt van ‘Wild Eagle’ een imponerende coaster die veel hoger en statiger lijkt dan ie in werkelijkheid is. Toch had ik op zo’n toplocatie een iets specialere achtbaan verwacht; deze is immers nogal standaard. De opeenvolging van inversies is klassiek, de afsluitende bochtencombinatie voegt niks toe en ‘Wild Eagle’ bevat bovendien het kenmerkende getril van een wingrider. Near-misses zoals bij Gardaland’s Raptor zijn er niet en ook de bijzondere lay-out van Flug der Dämonen ontbreekt. ‘Wild Eagle’ is niet slecht, maar het is wel de eerste Dollywood-achtbaan die ver onder m’n verwachtingspatroon presteert. Jammer.

Alle voorgaande coasters werden sinds 2004 gebouwd en dat merk je: de banen en hun directe omgeving zien er stuk voor stuk hedendaags uit. Het volgende exemplaar lijkt echter al sinds mensenheugenis in het park te staan. Deze zogenaamde Tennessee Tornado is immers roestbruin en werd geleverd door Arrow, een bouwer die ik automatisch link aan de jaren ’80. Vergis je echter niet, want ‘Tennessee Tornado’ dateert uit 1999 en is naar achtbaannormen bijgevolg niet eens overdreven oud. Deze jeugdigheid maakt zich trouwens voelbaar in de flow van de baan. We zetten ons tijdens een eerste ritje schrap voor fout gebankte bochten en pijnlijke knikken, maar m’n verbazing is groot wanneer de trein gracieus en soepel over z’n track raast. Na een erg goeie first drop volgen er drie pijlsnelle inversies die kortstondig zwarte plekken voor m’n ogen toveren. ‘Tennessee Tornado’ is dus niet alleen soepeler, maar ook veel krachtiger dan ik aanvankelijk verwachtte. Noem dit dankzij die goeie ritervaring en het schitterende gebruik van de natuurlijke omgeving dus gerust een verborgen topper.

De oudste achtbaan van Dollywood is ook de meest eigenaardige. Nu ja… het woord achtbaan is misschien iets te groots voor Blazing Fury. Dit is namelijk eerder een darkride waar je toevallig in een coastertrein doorheen rijdt. Met een vertrouwde how y’all doin’? worden we verwelkomd op het uitgestorven perron. Het uiterlijk daarvan doet ons vermoeden dat ‘Blazing Fury’ een antieke ride is en inderdaad: het ding staat er al bijna veertig jaar. Wanneer een personeelslid fire in the hole roept, zet het voertuig zich in beweging en ontdekken we een darkride die qua niveau aan het Phantasialand van twintig jaar geleden herinnert. Toch is ‘Blazing Fury’ best plezierig en de finale (Aha, toch een stukje achtbaan!) verrast me tijdens het eerste ritje volkomen. Noem het cult, noem het antiek, noem het rommel of noem het gewoon een darkride met een duidelijke ziel. Het is zo’n attractie die je in vele parken zou vervloeken, maar in Dollywood ervaar ik het als uitermate charmant.

‘Blazing Fury’ is trouwens al de tweede attractie die benadrukt dat brandweermannen regelrechte helden zijn. Dat is sowieso terecht, maar ik kan me voorstellen dat hun status in deze regio nog heroïscher is. Het is namelijk nog maar vier maanden geleden dat een enorme bosbrand grote delen van de nabije omgeving verwoestte en zelfs voor Dollywood zag het er even niet best uit. Gelukkig bleef het park uiteindelijk gespaard en kwamen zowel die stokoude darkride als de hypermoderne achtbanen er met de schrik van af.

Dankzij ‘Blazing Fury’ zijn we in ‘Craftsmen’s Valley’ beland. We wandelen hier door een oergezellig straatje dat omzoomd wordt door lokale fastfoodstandjes en ambachtelijke winkeltjes. We kuieren rustig langs een kabbelend beekje, we spotten American Eagles in een reusachtige volière en we horen het inmiddels legendarische zinnetje letterlijk overal. Het is allemaal Amerikaanser dan Amerikaans (er staat zelfs een kerkje waar de über-katholieke locals op zondagochtend terecht kunnen), maar net daarom is dit zo fijn. Het topadres van deze zone is overigens de ‘Dollywood Grist Mill’, waar men het legendarische cinnamon bread verkoopt. Zelfs op deze rustige dagen staat er haast altijd een lange rij wachtenden bij deze molen. Laat je echter niet afschrikken en sluit aan, want dit moet je geprobeerd hebben. Deze delicatesse ziet eruit als een rommelig, plakkerig hoopje deeg, maar is in realiteit een hemelse lekkernij. Het is zelfs zo delicieus dat onze – beslist niet kleine – portie al op was voor ik er een fatsoenlijke foto van kon maken…

Ik vertelde je daarstraks dat het enkele weken voor ons bezoek nog sneeuwde in de Smoky Mountains. Ook in Pigeon Forge heersten er recent nog vriestemperaturen, maar daar is tijdens ons bezoek niks van te merken. Het is hier begin april zelfs zomers zwoel met temperaturen van dertig graden en de zon brandt fel op m’n huid. Afkoeling is in zulke gevallen gewenst en daar heeft Dollywood gelukkig een gepaste oplossing voor: een trio van waterattracties. Jammer genoeg blijft de meest unieke van het drietal nog gesloten in deze periode. De bochtige waterglijbaan ‘Mountain Slidewinder’ ziet er op filmpjes bijzonder plezant uit, maar over de ervaring in real-life kan ik helaas niks vertellen. Het wel geopende alternatief is Daredevil Falls, een nogal bescheiden logflume met nauwelijks één drop. We volgen voor die afdaling weliswaar een kronkelend riviertje langs het nodige groen, maar uitbundig is deze attractie zeker niet.

De verfrissende spetters die we bij de boomstammenbaan opvingen, zijn enkele minuten later al opgedroogd dankzij ons ritje op The Barnstormer. Deze Giant Swing is letterlijk de enige schommelattractie waar m’n maag niet van omdraait en ik ervaar dit type S&S-apparaten altijd als pure fun. Bovendien werd deze versie stevig met een thematisch sausje overgoten, waardoor het totaalplaatje optimaal is. Aan hoge snelheid door de stal van een boer zweven? Geloof het of niet… dat is reuzetof. Good job, Dollywood!

DSC00626

Themagebied ‘The Village’ doet in geen geval denken aan de gelijknamige, nogal griezelige film. Wel integendeel: in Dollywood is dit een lieflijk dorpje met een imposante stoomcarrousel en sierlijke façades. ’s Namiddags stappen we hier binnen bij Heartsong, een filmvoorstelling waarin Dolly herself de hoofdrol speelt. Locals zijn er weg van, ik stap er als nuchtere Europaan behoorlijk verveeld buiten. De beelden van het Smoky Mountain National Park zijn knap, maar de muziek van Dolly Parton en de nogal religieuze ondertoon doen me helemaal niks. Ook de voorstelling Enra die we aansluitend in het centrale ‘Showstreet Palace Theater’ gaan bekijken, overtuigt niet. In deze show worden moderne dans en een enorme videowand gecombineerd. Dat geeft verbluffende resultaten, al heb je het na een kwartier eigenlijk wel gehad. Wanneer de lichten na vijfenveertig minuten aan gaan, is de zaal dus opvallend minder gevuld dan in het begin. Jammer voor het Japanse gezelschap dat de act brengt, maar dit is simpelweg niet de show die je in een familiepark hoopt te zien.

Oh, effe terug naar ‘The Village’. Een van de must-see attracties van dit park is immers de Dollywood Express en die treinreis begint hier. Je gebruikt deze trein niet om jezelf door het park te verplaatsen en eigenlijk evenmin om een blik op het park te werpen. Neen, ‘Dollywood Express’ neemt je mee op een twintig minuten durende trip naar de natuur. Dat klinkt misschien niet bijzonder, maar het Tennessee-accent van de meerijdende gids en de authentieke stoomfluit bezorgen me toch enkele momentjes van kippenvel. Probeer deze rondrit dus zeker mee te pikken tijdens je dagje Dollywood. De roetdeeltjes op je T-shirt krijg je ‘r overigens gratis bij.

DSC00682

‘The Country Fair’ doet wat de naam reeds verklapt: een heleboel kermisattracties verzamelen op een pleintje. Die rides variëren van stokoud tot gloednieuw en ze werden charmant geïntegreerd. Ik heb tijdens de hete middaguren echter geen nood aan zwier- en zwaaiplezier en opteer liever voor een portie verfrissing. Ik vertelde je daarstraks dat Dollywood in totaal drie waterattracties telt en we wandelen nu rechtstreeks naar de meest indrukwekkende: Smoky Mountain River Rampage. Deze rapid river meandert prachtig door het groene landschap en we merken van op de oever reeds dat deze variant de Amerikaanse standaarden volgt. Met andere woorden: de kans op een doorweekte outfit is reëel. We kunnen meteen inschepen en de medepassagiers waarschuwen dat onze jeans wellicht niet de ideale kledij is voor deze ride. Ik begrijp al vlug waarom: vele golven slagen immers met een brute kracht over de rand van onze sloep en toeschouwers kunnen het met een venijnig waterpistool nog een stuk erger maken. Het grootste soak-moment ligt echter op het einde. Een mastodontale waterval klatert daar immers quasi rechtsreeks in de boten die wachten om het station binnen te varen. Y’all enjoyed that ride, didn’t ya? roept het opaatje op het perron ons toe. Ik glimlach en wijs naar het doorweekte T-shirt dat tegen m’n buik plakt. Ja hoor, dit was ge-wel-dig.

Wacht je inmiddels al twintig minuten op m’n mening over Lightning Rod? Dan heb ik goed nieuws voor je, want eindelijk arriveren we in ‘Jukebox Junction’, het hippe themadeel waarin deze splinternieuwe rollercoaster z’n thuishaven vond. Het is zowat de enige zone van Dollywood waarin men niet overmatig gebruik maakt van houten huisjes en western-achtige naambordjes. In ruil daarvoor staat hier een erg tof straatje in fifties-stijl. Het geheel straalt pure rock ‘n’ roll uit (dat wordt onsubtiel benadrukt door de achtergrondmuziek) en je stapt de ingang van topattractie numero uno dus vol rockende vrolijkheid tegemoet. Of je binnen geraakt? Dat hangt af van de stemming waarin ‘Lightning Rod’ op dat moment verkeert, want dit is verdorie een wispelturig zorgenkindje. Ook na z’n moeizame openingsjaar blijft deze achtbaan in 2017 voor constante problemen zorgen. Tijdens ons verblijf gaat ie dagelijks bijvoorbeeld meermaals buiten dienst. De technische problemen zijn vaak snel opgelost, maar soms duurt het ook meerdere uren vooraleer de poorten opnieuw openzwaaien. De ‘Lightning Rod’-marathon waar ik me stiekem op verheugd had, blijkt dus helaas een onmogelijke zaak. Maar wees gerust: ik heb de baan mogen beleven. Lucky me.

Wat ik wil zeggen met de vorige alinea: vraag niet onnodig naar frontseat-plekken als je daar aanzienlijk langer voor moet aanschuiven, want ‘Lightning Rod’ kan letterlijk elk moment in storing gaan. Probeer gewoon zo snel mogelijk plaats te nemen en geloof me als ik zeg dat deze baan op elke zitplaats een immense kick genereert. Het begint al op de lifthill alias lanceerstrook: die launch ziet er op de begane grond best tam uit, al is dat slechts schijn. We worden namelijk met aanzienlijke power naar de vijftig meter hoge top gelanceerd, waarna we voor een eerste keer blindelings op onze veiligheidsbeugel moeten vertrouwen. De airtime die ‘Lightning Rod’ produceert, grenst gewoonweg aan het absurde. M’n bovenbenen worden constant met zo’n brute kracht in de veiligheidsbeugel geduwd dat het zelfs pijn begint te doen. Ik mocht al heel wat airtime-machines op m’n teller zetten, maar nergens nam het zo’n onvoorstelbare proporties aan als bij ‘Lightning Rod’. Tussen die heftige airtime door, sjeest de trein aan waanzinnige snelheden door ronduit geschift bochtenwerk. Vooral de bocht die zomaar even negentig graden in de verkeerde richting gebankt wordt, is legendarisch.

Laat er vooral geen twijfel over bestaan: ‘Lightning Rod’ is buitencategorie. Dit is zo’n achtbaan die zelfs de meest doorgewinterde coasterfan zal verbazen. Dollywood en Rocky Mountain Construction zochten de limieten op en ik ervoer het als de meest intense rollercoaster op m’n huidige teller. Maar is ‘Lightning Rod’ daardoor ook automatisch de beste coaster van de planeet? In mijn ogen niet. De baan is op sommige punten namelijk een beetje te bruut en te heftig. Airtime is ronduit zalig, maar is het dat nog steeds wanneer die airtime pijnlijk wordt? Bovendien blijkt ‘Lightning Rod’ minder soepel dan verwacht. Ik begrijp best dat deze topsnelheden en de quasi onmogelijke capriolen het uiterste van zo’n treinstel vragen, maar na het gestroomlijnde ritje ‘Twisted Colossus’ van vorige week, had ik hier niet op gerammel geanticipeerd. Als ik ‘Lightning Rod’ twee keer vlak na elkaar zou doen, zou ik wellicht hoofdpijn hebben. Of wacht… de enige zitplaats waarop je nauwelijks iets merkt van de ruwheid, is frontseat. Ik wil dus graag corrigeren wat ik daarnet zei: probeer tijdens een eerste rondje gewoon zo vlug mogelijk in de trein te geraken, maar vraag voor een bisnummertje toch even naar de frontseat-rij. Die ervaring is immers meer dan geniaal.

Ondanks z’n onbetrouwbare karakter, zouden we ‘Lightning Rod’ uiteindelijk een keer of vijf bezoeken. Dat kan makkelijk, want de wachttijd wordt tijdens ons bezoek nooit langer dan een kwartier. Tussen die intense ritjes door, kunnen we overigens heerlijk uitblazen in een van de vele rustige hoekjes die Dollywood rijk is. Dit is namelijk niet louter een attractiepark, maar eveneens een plek waar locals heen komen voor een middagje plezier. Dat is merkbaar aan de countrybandjes die op een willekeurige straathoek de sfeer garanderen, maar net zozeer aan de kwalitatief sterke horeca. Naast het eerder vernoemde cinnamon bread, geniet ik in Dollywood van nog meer southern comfort food. Broodje pulled pork? Check. Een fried steak met een sappig maïskolfje? Laat maar komen. Een all-you-can-eat buffet naar Amerikaanse standaarden? Yes please. Bij dat buffet mogen we trouwens aan den lijve ondervinden dat Dollywood verder gaat dan de meeste andere pretparken: we stappen hier een kwartier voor sluitingstijd binnen en we worden hartelijk ontvangen. In vele andere parken zou je op dat tijdstip quasi letterlijk buitengegooid worden. Hier begrijpen ze echter dat ik beduidend meer dollars spendeer wanneer ik mezelf welkom voel. Dollywood, u bent goed bezig.

DSC00595

Hope y’all had a good day! roept het omaatje van de souvenirwinkel ons toe wanneer we richting uitgang slenteren. Ze moest eens weten wat voor een fantastische tijd we hier beleefden… Het is namelijk lang geleden dat ik nog zo instant verliefd werd op een themapark als hier. Mijn initiële verwachtingen lagen sowieso hoog en Dollywood slaagde erin om die verwachtingen zelfs te overtreffen. Dit park biedt immers alles wat ik in een themapark hoop te vinden: een sterk en gevarieerd attractieaanbod, kwalitatieve food, knap uitgevoerde thema’s en een überschattig (nogal hoogbejaard) personeelsbestand. Wanneer je al die elementen samenvoegt, creëer je een plek die massa’s sfeer uitstraalt. Het is eigenlijk al van Tokyo DisneySea geleden dat ik nog eens zo’n wow-gevoel kreeg bij een themapark. Natuurlijk is Dollywood van een totaal ander kaliber, maar je voelt dat beide parken met een vergelijkbare ingesteldheid gerund worden.

DSC00713

How y’all doin’, guys? Nou, eigenlijk niet zo geweldig. We gaan dadelijk immers de stevige afstand naar Richmond overbruggen. We moeten een dikke acht uur in de huurwagen doorbrengen om ruim vierhonderd – met file gevulde – mijlen af te leggen. Niet meteen het onderdeel van de reis waar ik het meest naar uitkeek. Het daaraan verbonden afscheid van Dollywood maakt het gevoel trouwens niet minder wrang. Het is jammer om Tennessee, de Smokies en dit unieke themapark achter ons te laten, maar ik ben er zeker van dat we hier ooit opnieuw komen. Bovendien gaan we ook tijdens de komende dagen nog enkele legendarische Oostkust-pretparken aanvinken. Morgen halen we bijvoorbeeld ons abonnement van Cedar Fair boven om de dertien credits van Kings Dominion te bedwingen en vervolgens plannen we een bezoek aan de plek die zichzelf als ’s werelds mooiste themapark definieert. Dus bye bye Tennessee en hello Virginia… We komen eraan.

DSC00714

Wordt vervolgd

5 gedachtes over “Dollywood

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s