Asian Easter – Universal Studios Japan

Goeiemorgen, goedemiddag of goedenavond. Schakel je nu pas in of laat jouw kortetermijngeheugen je gewoon een beetje in de steek? Dan herhaal ik graag dat Nick en ikzelf nog steeds in Azië zijn om lijstjes te vervolledigen. En daar zijn we trouwens best goed in. We deden gedurende de afgelopen dagen reeds elke Aquatrax op deze planeet en we bezochten ook alle Aziatische pretparken met een Intamin prefab woodie. Applaus! Het belangrijkste ranglijstje is echter nog niet helemaal compleet. We hebben inmiddels achttien van ’s werelds drukst bezochte themaparken op ons curriculum en we komen dus verrassend dicht bij een niet zo alledaagse bingo. Voor de twee ontbrekende credits zijn we in Zuid-Korea echter aan het verkeerde adres. Na onze dagen in ‘Lotte World’, ‘Everland Resort’ en het cosmopolitische Seoul nemen we op zaterdag 11 april dus afscheid van dit bijzondere land. ‘Asiana Airlines’ brengt ons vervolgens op nauwelijks anderhalf uur van het zonovergoten Incheon naar het onder grijze regenwolken toegestopte ‘Kansai International Airport’. Ik vergeet de wisselvallige weersvoorspellingen gelukkig vlug wanneer een poeslieve douanebeambte me van de nodige stempels voorziet en ik officieel met beide voeten op Japans grondgebied sta. Welkom in Osaka.

We zijn nog maar net geland wanneer de eerste metershoge billboards ons aanmanen om zo snel mogelijk naar ‘Universal Studios’ en haar gloednieuwe ‘Hogsmeade’ te razen. Goed geprobeerd, maar geen haar op ons hoofd denkt eraan om op zaterdag of zondag een Japans mega-themapark te bezoeken. Ons alternatief voor urenlange wachttijden en de als tovenaars verklede tieners is dit weekend daarom het centrum van de op twee na grootste Japanse stad.

We ontdekken Osaka in het gezelschap van Carrie, een wereldreizigster die we in 2013 leerden kennen tijdens onze reis naar Hong Kong. Ze plande haar Japanse vakantie op hetzelfde tijdstip en zodoende kunnen we met z’n drieën concluderen dat het beroemde ‘Osaka Castle’ ondanks het prachtige exterieur een gigantische toeristenval is. En dat ‘Hirakata Park’ een bijzonder charmant pretpark in een slaperige buitenwijk is. We merken tevens dat een plaatselijke lychee-likeur het verrassend goed doet wanneer deze aangelengd wordt met tonic en dat nummer twee en drie zo mogelijk nog vlotter naar binnen gaan.

Hoogtepunt van ons weekendje Osaka zijn echter zonder twijfel de avondbezoeken aan Namba, het immer drukke commerciële centrum. We flaneren hier langs brede boulevards waarin westerse luxeboetieks elkaar verdringen, maar het zijn vooral de onder rode lampions oplichtende steegjes die indruk maken. Honderden Japanse chefs bereiden hier midden op straat hun specialiteiten terwijl afgehakte vissenkoppen en halve tentakels ons rond de oren vliegen. Eén van de plaatselijke topspecialiteiten – een schaaltje Takoyaki – smeekt ons om geprobeerd te worden. En terwijl we zo’n gloeiend heet deegballetje met octopus en pittige saus uittesten tussen een massa Japanners en nieuwsgierige toeristen, voelen we pas echt dat Europa heel ver achter ons ligt. Namba en Dotonbori, dat zijn de twee begrippen die je heel goed moet onthouden wanneer je Osaka op de reisplanning zet. Ja, ik hou duidelijk nog steeds van Japan zoals ik dat twee jaar geleden deed.

Het openbare vervoersnetwerk in Osaka werkt al haast net zo handig als in Tokyo en het vormt dus geen probleem dat onze verblijfplaats een eindje uit het stadscentrum ligt. Na een avondje sushi, sake en yakitori sporen we dus vlotjes naar het Universal Port Hotel, waar we een kamertje op de dertiende – brrrr… – verdieping toegewezen krijgen. Onze kamer is naar westerse normen relatief klein, maar we ontdekken hier wel dat zelfs zo’n hoogtechnologisch Japans toilet tot een next-gen versie kan evolueren. Van zodra we de badkamer betreden, opent de (uiteraard voorverwarmde) wc-bril automatisch en omgekeerd wanneer we opnieuw buitengaan. Uitnodigend, dat zeker. Een complex bedieningspaneel, verstuivers met luchtverfrisser, warmwaterfonteinen voor heren, wasfuncties voor dames en heteluchtblazers toveren dat kleinste kamertje bovendien om tot pure science-fiction. Maar ehm… betalen we de vrij stevige kamerprijs van ‘Universal Port’ louter om honderd procent van onze toiletbezoekjes te profiteren? Gelukkig niet, want dan is er het uitzicht nog…

Gewekt worden door John Williams’ meest epische soundtracks en even later het geraas van een testend B&M-voertuig opmerken; dat is de harde realiteit tijdens ons verblijf in Osaka. Vanuit de kamer ligt ‘Universal Studios Japan’ letterlijk aan onze voeten en ’t is visueel een mooie smaakmaker voor het aankomende bezoek. New York City, Amity, Hogwarts en een domein vol dinosauriërs, het zijn maar enkele van de vele blikvangers die we – niet zonder enige verwachtingen – aan de horizon spotten. Tevens opvallend: we zien het plein rond de toegangspoorten elke ochtend in sneltempo volstromen met hysterische, doch uiterst gedisciplineerde locals. We herkennen het tafereel vanuit het vierhonderd kilometer noordoostelijker gelegen ‘Tokyo Disney Resort’: duizenden bezoekers arriveren ruim voor openingstijd om vervolgens zo vlug mogelijk hun waardevolle toegangskaart door de scanners te jagen. In het JR-treinstation ‘Universal City’ (dat uiteraard volledig in het teken staat van een niet nader genoemde Britse tovenaar) en het ‘Citywalk’-district heerst bijgevolg al vroeg een drukte van jewelste. En zo gaat dat dag in, dag uit. ’t Zal dus niet verbazen dat ‘Universal Studios Japan’ bij die befaamde twintig drukst bezochte themaparken hoort. Sterker nog: dit is het enige park dat tot de top tien kon doorstoten zonder dat Mickey Mouse er de scepter zwaait. Ik reisde de afgelopen jaren langs het zonnige Hollywood, bezocht de parken in het hete Orlando en kwam ook in het tropische Singapore, maar het populairste Universal-park gaan we vandaag in een kil en stormachtig Osaka ontdekken. Onze wapens om de aanwezige obstakels te omzeilen: een stevige paraplu en een fors geprijsd, doch ontzettend handig ‘Universal Express’-voorkruippasje.

‘Universal Studios Japan’ is het laatste park van de entertainmentgigant dat nog op mijn agenda ontbrak. Hoera! Alweer een lijstje vervolledigd, denk ik dan. Dat is een toffe gedachte, maar het trekt de verrassingswaarde logischerwijs een stukje naar beneden. De statige, pastelkleurige toegangsportalen ogen niet noodzakelijk anders dan in de Verenigde Staten en we vinden zo’n draaiende Universal-globe al min of meer een evidentie. De overdekte hoofdstraat herkennen we dan weer uit het Aziatische zusterpark, al ziet het er allemaal een stukje spannender uit wanneer er sierlijk achtbaanstaal langs de contouren van het dak geplakt wordt. Je moet bovendien al een pessimist zijn om zo’n keurig gethematiseerde ‘Hollywood Boulevard’ en de daarbij horende filmmuziek niet te appreciëren. Herkenbaar staat niet noodzakelijk synoniem voor saai.

Bedenkers van Universal-attracties zitten vaak vast aan de verhaallijnen van films. Volledige vrijheid kennen ze niet. Toch wilde de ene al lang iets doen met glimlachende robotarmen en opperde een andere voor een attractie met brandende (!) elfjes. Engineer nummer drie wilde echter het heelal in de hoofdrol en nummer vier dacht dat een goeie spinning coaster de enige juiste uitbreiding was voor dit park. Goed, zei het management toen. We breken de verouderde darkride rond ‘E.T.’ af en in die lege hal doen jullie je zin. Aangezien er vervolgens geen consensus uit de bus kwam, gooide men alle losse ideeën maar op een hoopje en extraheerde men daar Space Fantasy – The Ride uit. Een afschuwelijke naam die de lading nochtans relatief consequent dekt, want de rit speelt zich inderdaad tussen de sterren en fantasy-achtige wezentjes af. Ons Japans beperkt zich helaas tot konnichiwa en kanpai, waardoor we uit de preshows nauwelijks extra achtergrondinformatie meekrijgen.

Dan maar verstand op nul en hersenloos genieten van Zuid-Duits staal op oosterse wijze. Op zich pootte Mack een vrij brave achtbaan met beperkte statistieken neer en het aangewende thema is tien keer kitscheriger dan je van een nauwelijks vijf lentes jonge Universal-attractie hoort te verwachten. Maar het wérkt, want ‘Space Fantasy’ is niets minder dan fantastisch. We vliegen heerlijk soepel door een met kleurrijke objecten opgesmukte hal en de afwisselend gecontroleerde en vrije draaibewegingen zorgen daarbij voor een mooi uitgebalanceerde ritervaring. De begeleidende muziek heeft iets magisch en past bijvoorbeeld perfect bij de dromerige passage waarin we langs het ringenstelsel van een Saturnus-achtige planeet razen. En net zoals de laatste scène ons met de nodige decibels opnieuw richting perron knalt, zo knalt ‘Space Fantasy – The Ride’ naar de hoogste regionen van m’n persoonlijke ranking. Het is namelijk zeldzaam dat een attractie zonder intense adrenalinekick of dreigende verhaallijnen me omver blaast zoals deze deed. Dit is genialiteit van begin tot einde. En het beste nieuws is dat we er dankzij de onbenutte ‘Express’-pas straks nogmaals van kunnen genieten.

We reizen rechtstreeks van de ruimte naar New York City en belanden in één langgerekte flashback richting ‘Universal Studios Florida’. Het zou fout zijn om te beweren dat er een letterlijke kopie naar Japan geëxporteerd werd, maar de opbouw is gewoon zo herkenbaar dat ik het niet onvermeld kon laten. Toch is er op vlak van attracties nauwelijks een gelijkenis aan te treffen. De enorme fabrieksloods van ‘Transformers’ is nergens te bekennen, ‘Twister’ werd weggelaserd door ‘Terminator 3D’ en de Japanners mogen van geluk spreken dat er geen felrood muzikaal marteltuig langs de gevels scheurt. Nog meer verwarrende toestanden rond ‘Paradise Theater’ en het ‘Museum of Antiquities’ dat we met z’n allen kennen als de thuisbasis van ‘Revenge of the Mummy’. De gebouwen staan op exact dezelfde locatie en ze lijken ondanks hun afwijkende kleurstelling toch wel erg fel op hun Amerikaanse tegenhangers. Maar niets is wat het lijkt, want ‘Universal Studios Japan’ smeet een logo tegen de façade dat je logischerwijs in het door superhelden gecontroleerde themagebied van een eventueel zusterpark verwacht. Maakt het allemaal wat uit? Allesbehalve. We bezoeken vandaag simpelweg geen musea met allesvernietigende mummies, maar we ontdekken wel de hoofdkantoren van ‘The Daily Bugle’ en een van de meest meeslepende darkrides in pretparkland. Goeie deal.

Ik moet de liefhebbers van ‘El Paso Special’ en de ‘Schlittenfahrt Fanclub’ teleurstellen: er zijn nòg betere darkrides in de wereld en The Amazing Adventures of Spider-Man is er eentje van. Je kent de attractie ongetwijfeld uit Orlando en je weet wellicht dat het ding daar al jaren de hemel ingeprezen wordt. Logisch eigenlijk. Er zijn immers maar heel weinig attracties op deze planeet die hun bezoekers op zo’n overtuigende wijze meesleuren in de verhaallijn. Wanneer ik plaatsneem in een van die fancy vormgegeven voertuigen, geloof ik dan ook vrijwel meteen dat ik middenin een clash tussen goed en kwaad beland ben. Het goede, dat is Spider-Man die ons in Osaka als een ware karatestrijder toespreekt. Het kwade, dat is een stelletje bad guys die met hun eigen superkrachten New York City omtoveren tot één gigantische puinhoop. ‘Spider-Man’ gooit ons van de ene ijzersterke actiescène in de andere en combineert 3D-beelden en reële decors naadloos tot een een staaltje pure darkride-perfectie. Geen overbodige passages, geen enkele weggegooide seconde. Alleen al de slotscène waarin we naar het dak van een wolkenkrabber klimmen, verdient het om overladen te worden met awards. Als je me dus ooit vraagt wat het allerbeste is dat Universal ooit neerpootte in haar themaparken, gaat mijn stem dan ook integraal naar ‘The Amazing Adventures of Spider-Man’.

Goed, laat ons tussendoor even samenvatten wat de kenmerken van een filmpark zijn. Eerst en vooral zijn films en studio’s niet de meest tijdloze invalshoek voor een themapark. Op een eenzame uitzondering na geraakt zelfs de sterkste kaskraker na verloop van tijd out-of-date. En die übercoole attractie de je erop baseerde, oogt vanaf dat moment al minstens even passé. ‘Universal Studios Japan’ bewijst het onder andere met Back to the Future: The Ride. Een enkeling ervaart het wellicht als pure nostalgie, maar laat ons eerlijk zijn: een dergelijk onding zou eigenlijk met de grond gelijk gemaakt moeten worden. Het feit dat de Minions – ja, ze blijken ook in Japan een hit te zijn – reeds het hele voorplein van ‘Back to the Future’ inpalmden, suggereert dat ‘Despicable Me: Minion Mayhem’ binnen afzienbare tijd misschien dé vervanger wordt voor dit dieptepunt uit het parkaanbod. We’ll see.

Kenmerk nummer twee: een filmpretpark houdt haar bezoekers graag uren zoet met eindeloos getater. Voorshow één tot en met achtenzeventig moeten verdoezelen dat de rides op zich best een korte duurtijd hebben. We merken dat vooral bij de voorstelling met Schwarzenegger z’n fameuze ‘I’ll be back’ en bij Backdraft. In het tweede geval worden we zelfs op een dubbele preshow getrakteerd. Het staren naar verknipte filmfragmenten en vertellende Universal-medewerkers lijkt eindeloos te duren. We begrijpen er uiteraard helemaal niks van, maar we merken dat zelfs de Japanners er nogal verveeld bij staan. Onze beloning: zowat drie minuten een fabriekshal in lichterlaaie zien staan. Imposant is dat zeker, maar het langdurige voorprogramma brengt de herhalingswaarde naar absolute minima. Bovendien schonk Universal ons in Europa een heel wat indrukwekkender alternatief met ‘Templo del Fuego’.

Een derde en laatste eigenschap die filmparken typeert: je kan quasi overal de achtergrondmuziek feilloos neuriën of zelfs met een heuse ‘Papaa Papaa… Padada Paa-Paa-Paa’ meebrullen. Ik vertaalde het hoofdthema van ‘Jurassic Park’ hier op subtiele wijze naar geschreven tekst en ik ben er zeker van dat je nu gaat nalezen of m’n beschrijving klopt. Et voilà: je zit voor de rest van dit report met een van de meest legendarische soundtracks ever in je hoofd. Wat Spielberg en John Williams in 1993 klaarspeelden met ‘Jurassic Park’, gaat voor altijd de filmgeschiedenis in. ’t Is bijgevolg niet onterecht dat het fictieve dierenpark in elk van de vier Universal-resorts een remake kreeg en dat de zones in kwestie steeds tot de knapste gedeelten van de respectievelijke parken behoren. We krijgen in Japan helaas bitter weinig mee van de tropische setting en de koloniale bouwsels, want ‘Jurassic Park’ zit middenin een grootschalige renovatie tijdens ons bezoek. We zien meer houten constructiepanelen dan dino’s en in combinatie met de aanhoudende regenbuien vormt dit beslist niet het zomerse plaatje dat we een jaar geleden in Florida zagen. Gelukkig zit niet alles tegen en splashen de boten van de plaatselijke topattractie gewoon verder àchter die groene schuttingen.

Het schrale weer is voor de Japanners een goeie reden om Jurassic Park River Adventure links te laten liggen, maar ik kan het gewoonweg niet over mijn hart krijgen om een dergelijke ride over te slaan. Dit concept is in mijn ogen namelijk een van de sterksten uit de branche. Tja, ik weet het wel… de bedenkers van deze ride kregen een heus cadeau in hun schoot geworpen. Een attractie ontwerpen rond een film die gaat over een rondrit langs dinosauriërs? Veel eenvoudiger kan het niet worden. Toch vind ik het keer op keer indrukwekkend om in zo’n geel expeditievlot door de langzaam openende poorten van ‘Jurassic Park’ te varen om even later per ongeluk in de gevarenzone te belanden. Zelden voelde een attractie zo natuurlijk aan en ook de spanningsopbouw werd ronduit subliem uitgevoerd. Wanneer we met een reusachtige, doch niet al te natmakende plons onze vaartocht vervolledigen en er een heerlijk ‘Pa Dadaa Pa-Pa’ (dat andere hoofdthema van de film) door de speakers knalt, kan ik bijgevolg slechts één ding concluderen: deze ervaring is van de eerste tot de laatste seconde correct. Punt.

Laat ik het even hebben over de ‘Express’-voorkruippas, Japanese style. Je kan er wachtrijen mee omzeilen en een gratis variant zoals Disney biedt Universal niet aan, tot daar hetgene dat je misschien reeds kon vermoeden. Verder vertoont ‘Universal Express’ echter bijzondere verschilpunten met het Amerikaanse variant. Eerst en vooral is de service niet inbegrepen wanneer je in een van de officiële partnerhotels overnacht zoals wij doen. Je moet ‘m dus rechtstreeks aankopen en je doet dat best op voorhand online, want zelfs op deze relatief rustige dag waren alle ‘Express’-pasjes al om halftien ’s ochtends uitverkocht. Er zijn drie types: de ‘Express 3’, ‘Express 5’ en ‘Express 7’. Het getalletje wijst op het aantal attracties dat je ermee mag doen en die laatste is dus logischerwijs een stuk duurder dan de eerste. Een ongelimiteerde pas, zoals men die in Florida nogal gretig uitdeelt, bestaat hier simpelweg niet. Wij kochten de duurste variant en hebben daarmee eenmalig toegang tot de grootste publieksfavorieten van ‘Universal Studios Japan’ via een tijdsframe. Voor minder gegeerde subtoppers kunnen we op eender welk tijdstip arriveren, maar ook daar zijn kleine lettertjes aan verbonden. We moeten op een bepaald moment bijvoorbeeld kiezen tussen ‘Backdraft’, ‘Terminator’ en ‘Jurassic Park’. We opteren voor die eerste en dat heeft als consequentie dat we voor de beide andere rides sowieso de standby-wachtrij in moeten. Je moet dus op voorhand trachten in te schatten waar de rij het langst zal zijn. Hogere studies zijn alvast geen overbodige luxe voor gebruikers van de ‘Universal Express’.

Het is één uur en we worden verwacht bij Hollywood Dream – The Ride en haar Backdrop om precies te zijn. We tuurden al twee dagen vanuit onze hotelkamer naar de iconische achtbaan en zijn alvast helemaal fan van de visuele uitstraling. ‘Hollywood Dream’ – sta me alsjeblieft toe om die degoutante subnaam te liquideren – kronkelt schilderachtig door het halve park en bouwt zowel rond de entreezone als aan het het centrale meer een heerlijke dynamiek op. Deze coaster is de Japanse voorganger van ‘Hollywood Rip Ride Rockit’, al komt ie op alle vlakken stijlvoller over dan dat Amerikaanse gedrocht. B&M staat uiteraard sowieso een stuk statiger dan zo’n iele supportkermis van Maurer, maar de baan lijkt ook veel natuurlijker geïntegreerd langs de gevels van ‘Hollywood Boulevard’ en de herkenbare lifthill werkt daar aan mee. Bovendien krijgen we niet het gevoel dat Universal vanaf een afstand goedkope led-strips naar de treinstellen gesmeten heeft, want in Japan voegen de fonkelende lampjes wel degelijk waardevolle bling-bling toe. Kortom: ‘Hollywood Dream’ ziet er stralend uit en we hebben reuzeveel zin om de beugel zelf dicht te trekken. De andere bezoekers duidelijk ook; het ding is namelijk ontzettend populair. De conventionele versie kost je vanmiddag 70 minuten en voor de achterwaartse ‘Backdrop’ wordt zelfs anderhalf uur geafficheerd. Langs het legale achterpoortje zijn we gelukkig slechts twintig minuten kwijt.

Coastertreinen omdraaien en de attractie vervolgens als gloednieuw presenteren; ik vind het persoonlijk nogal cheap. Aangezien andere megaketens zoals Disney en Six Flags het truukje reeds toepasten, kan ik Universal echter moeilijk verwijten dat ze mee op de (achtbaan)kar springen. ‘Backdrop’ was in 2013 bedoeld als een tijdelijk experiment, maar het lijkt inmiddels een vaste waarde in het attractieaanbod van ‘Universal Studios Japan’. Problemen hebben we daar niet mee, want we vinden het stiekem best spannend om zelf eens achterwaarts over B&M-spoor te razen.

Het voelt al bijzonder tijdens de lifthill, waarin we vanuit een lange koker naar beneden kijken en pas helemaal op het laatste moment beseffen we dat de 44 meter hoge top bereikt is. Vanaf dat moment begint een extreem soepele achtbaanrit waarvan tof bochtenwerk, bizar aanvoelende achterwaartse zweefmomenten en loeihard knallende onboard-muziek de hoofdingrediënten vormen. Je zou ‘Hollywood Dream’ qua omvang kunnen verwijten dat het een veredelde kiddiecoaster is, maar vanuit de rode trein ervaar ik dat beslist niet zo. De afsluitende helix is bijvoorbeeld zo intens dat ik plots heel wat extra sterren op de Walk of Fame zie verschijnen. Wanneer we de eindremmen inrijden, kan ik dus slechts één ding concluderen: dit is een steengoede ride. De thematische invalshoek blijft ietwat vaag en dat kolossale stationsgebouw had ongetwijfeld mooier gekund, maar verder wil ik elk pretpark aanmanen om zo vlug mogelijk een order bij het goddelijke Zwitserse achtbaanduo te plaatsen. Mini-Megacoasters zijn hip en ze horen in no-time de wereld te veroveren. Topmateriaal!

We stellen de coasterbingo veilig in het wel erg kleurrijke kindergedeelte en lunchen even later in een rustiek vissersdorpje. Om ons eraan te herinneren dat Universal een Amerikaanse keten is, krijgen we de keuze tussen een burger met kip, een burger met kabeljauw en een burger met krab. Die caloriebom wordt ons geserveerd in een kartonnen bakje waarop een stel gevaarlijke haaientanden prijkt; het duidelijke voorteken dat Jaws om de hoek ligt. En inderdaad: niet veel later staan we reeds in de rij voor deze klassieker. ‘Jaws’ zweeft ergens in de grijze zone tussen nostalgie en waardeloos antiek. Met een toeristenbootje langs rubberen haaienkoppen en ontploffende waterbommen varen… echt vernieuwend is dat immers niet. Toch hangt er een bepaalde feel-good vibe rond de attractie en zo’n vaartuig vol extatisch gillende Japanners draagt trouwens al evenzeer bij tot de sfeervolle belevenis. Wanneer we ten slotte de wondermooie setting in havenplaatsje Amity in rekening brengen, kan ik ‘Jaws’ eigenlijk alleen maar liefhebben. Cult in pretparkland, het bestaat en het is awesome.

Wie Universal zegt, zegt tegenwoordig eigenlijk Harry Potter. De Britse tovenaar, de besneeuwde puntdaken van ‘Hogsmeade’ en het gloednieuwe ‘Diagon Alley’ zijn niet meer weg te denken uit het bloedhete pretparklandschap van Florida. Het was dus louter een kwestie van tijd vooraleer het succesverhaal geëxporteerd zou worden naar andere Universal-resorts. Hollywood bouwt momenteel aan haar eigen versie, maar de eerste kopie opende bijna een jaar geleden in Osaka. Er is overigens een grappige tegenstrijdigheid verbonden aan de locatie van dat gebied. In Orlando werd Amity genadeloos weggetoverd om plaats te ruimen voor de meest recente uitbreiding van ‘The Wizarding World’. In Japan moest de klassieker niet wijken voor het moderne geweld en liggen de twee zelfs als goeie buren naast elkaar. Voorlopig dan toch. De nieuwe zone is zo populair dat een uitbreiding in de nabije toekomst alleen maar logisch lijkt. En ik betwijfel of dat vredige kustdorpje dan nog steeds stand zal houden tegen een miljardenbusiness vol duistere magie.

Harry Potter is hot in Japan. De overrompeling in The Wizarding World of Harry Potter zou bijgevolg zo’n absurde proporties aannemen dat Universal genoodzaakt was om maatregelen te treffen. Wie de zone zo vlug mogelijk wil betreden, moet ’s ochtends dus een gratis reservering maken. Uiteraard garandeert dat kaartje enkel toegang tot de themazone en moet je voor de plaatselijke attracties opnieuw (lang… heel erg lang) in de rij aansluiten. Best tijdrovend allemaal, maar hier bewijst de ‘Express 7’ zijn nut zoals nooit tevoren. Zowel de gereserveerde tijd voor het betreden van ‘The Wizarding World’ als een snelle toegang tot de beide rides zijn voor ons inbegrepen. En zo staan we rond drie uur klaar met een wel erg gespannen Carrie. Let’s go.

Wie ‘The Wizarding World of Harry Potter’ in Orlando nadert, staat in een Arabisch ogend straatje of tussen de tropische vegetatie van ‘Jurassic Park’. Goeie punten voor de Japanners, want dat pakte men hier een stuk subtieler aan. Vanop de hoofdlaan zien we enkel een door naaldbomen omzoomd plein met een Stonehenge-achtige rotsformatie. Daarachter slingert een kronkelend pad door het groen terwijl ‘Hogsmeade’ langzaam maar zeker in het vizier komt. Wanneer we de toegangspoort van het dorp vervolgens in al haar glorie zien opdoemen, klikken de Japanners zich suf op hun fototoestellen. Ik doe vrolijk mee, maar besef vooral dat het allemaal wel erg herkenbaar oogt. Een stomende locomotief aan de rechterzijde, een uit z’n voegen barstende snoepwinkel links, de ‘Butterbeer’-stand inclusief tientallen meters lange wachtrij centraal en een imposant kasteel aan het uiteinde van de steeg. Enkel de ontbrekende staalgiganten van ‘Dragon Challenge’ en het kille weertje verraden dat dit niet ‘Islands of Adventure’ is. Verder zijn de gevelrijen en de net iets te summier gestylede ‘Flight of the Hippogriff’ nagenoeg exact kopieer-en-plakwerk.

Zelfs de uit drie cijfers bestaande wachttijd voor Harry Potter and the Forbidden Journey meen ik te herkennen uit Orlando. We mogen het dankzij de voorkruippasjes echter reduceren naar hooguit tien minuten en we duiken dus veel sneller dan verwacht in de catacomben van ‘Hogwarts’. Ik ga de ride niet tot in de fijnste details uitschrijven, want we weten inmiddels wel hoe het gaat. Wild zwiepende robotarmen, misselijkmakende passages voor bolle schermen en een duistere setting maken ‘The Forbidden Journey’ veel heftiger dan je doorgaans van een darkride verwacht. Jammer genoeg spot ik tussen die brokken intensiteit ook enkele jammerlijke onnauwkeurigheden. Onsubtiele scène-overgangen, niet afgewerkte plafonds en een vluchtig uitzicht op een van de andere voertuigen… ’t zijn schoonheidsfoutje die ik bij een dergelijk bejubelde ride eigenlijk liever niet zou zien. Begrijp me niet verkeerd: ‘The Forbidden Journey’ is een ijzersterke attractie waar ik zonder morren een uur voor aanschuif. Maar de perfectie van ‘Spider-Man’ of die van een betere Disney-darkride evenaren, lukt in mijn ogen helaas niet.

Het zal ‘Universal Studios’ worst wezen dat ik de hele hype nogal overroepen vind. Terwijl ik me stoor aan pietluttige details in de topattractie, kopen de locals elk mogelijk item waar het logo van Harry Potter op geprint werd. Neen echt, soms lijkt het alsof Japanners de winkels boven de rides verkiezen in themaparken. First-timer én shop-a-holic Carrie smijt zich vol in de strijd om het ultieme souvenir op de kop te tikken. Ze staat eerst tien minuten in de rij om een boetiek te mogen betreden en ze moet vervolgens ook weer lang wachten vooraleer ze haar yen-biljetten in de kassa van Universal mag deponeren. Een immens leger personeelsleden moet op datzelfde moment keihard werken om te voorkomen dat de rekken leeg geraken. Absolute madness…

We proberen tegen de avond de conventionele versie van ‘Hollywood Dream’ uit te testen, maar de aanhoudend lange wachtrijen steken daar helaas een stokje voor. Ook openluchtshow ‘Water World’ laten we aan ons voorbij gaan. De voorstelling slaagde er in Hollywood niet in om z’n lovende recensies te verantwoorden, dus ik vermoed dat een onverstaanbare Japanse versie dat evenmin doet. Carrie, Nick en ikzelf opteren daarentegen wèl voor een re-ride van ‘Space Fantasy’, welke we overigens unaniem tot de grote revelatie van de dag bombarderen.

Elk themapark ter wereld bezoeken waarin een rode trein achterwaarts over een Mini-Megacoaster van B&M vliegt? Check. Op alle plekken geweest zijn alwaar Harry Potter vriendjes is met haaien? Double check. Elke Mack spinning coaster aanvinken die toont hoe een gedrogeerd persoon een ruimtereis ervaart? Check again! We hebben opnieuw heel wat lijstjes aangevuld en kunnen dus met een gerust hart afronden. Hoewel het weer niet echt in ons voordeel speelde, leverde ‘Universal Studios Japan’ ons een topdag op. Akkoord… gigantisch is het domein allerminst en er staat wel wat gedateerde rommel tussen de headliners, maar al bij al kan dit park op een zeer solide attractieaanbod rekenen. ‘Spider-Man’ dingt nog steeds mee naar het kroontje van ’s werelds beste darkride, ‘Hogsmeade’ vormt een thematisch hoogstandje en ‘Jurassic Park’ is zowel letterlijk als figuurlijk een grootse ervaring. Twee zeer sterk uitgevoerde achtbanen leveren de nodige uniciteit en ‘Jaws’ zorgt voor de nostalgische noot.

Ervaren pretparkreizigers voelen wellicht aan dat de gelijkenissen met ‘Universal Orlando Resort’ best aanzienlijk zijn. Niet enkel een handvol rides, maar ook grote delen van de infrastructuur lijken quasi letterlijk uit het Amerikaanse studiopark gekopieerd. Een probleem maak ik daar niet van; je zit tenslotte aan het andere uiteinde van de wereld. Ik wil alleen maar zeggen dat je dat vliegticket naar Orlando niet in allerijl moet omboeken naar een retourtje Osaka, want ‘Universal Studios Japan’ is gewoonweg geen overdonderende bestemming zoals het resort in Florida dat is. Een meerdaags bezoek? Nergens voor nodig. Breng hier gewoon een fijne dag door tijdens je vakantie in Japan, maar reis ’s avonds met een gerust geweten verder naar een volgende bestemming.

Dat is trouwens exact wat wij plannen. We nemen afscheid van Universal, zeggen tot ziens tegen Carrie en laten vervolgens voor een eerste keer onze zojuist geactiveerde ‘Japan Rail Pass’ renderen op de Shinkansen. Deze beroemde Japanse hogesnelheidstrein ziet er bijzonder futuristisch uit en we zitten comfortabeler dan in de economy class van een gemiddelde luchtvaartmaatschappij. Wat een heerlijke en pijlsnelle manier om richting zakenstad Nagoya te sjezen. En sjezen, dat zullen we nog vaker doen. Morgen al zelfs, want we hopen niet minder dan elf achtbanen aan de teller toe te voegen in de nummer achttien van ’s werelds best bezochte pretparken. Coaster-runnen tot we helemaal niet meer kunnen. ‘Nagashima Spa Land’, we komen eraan.

2 gedachtes over “Asian Easter – Universal Studios Japan

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s