Dagboek Down Under – Fraser Island

Zondag 27 maart 2016

Goedemorgen. Het is opnieuw die ene dag. Je weet wel… die dag dat de Paus ons op uiterst amusante wijze bedankt voor de bloemen. En die dag waarop ze ons vanuit de hemel bekogelen met chocolade. Als het weer eens die bewuste dag van het jaar is, worden de konijnoortjes massaal vanuit een stoffige doos gehaald en wensen we elkaar allemaal een vrolijk Pasen. Waar die dag exact voor staat? Slechts een fractie van de mensheid is daarvan op de hoogte, maar het blijft een feit dat we met z’n allen een lang weekend verlof krijgen. Voor mij is de periode rond Pasen zelfs jaarlijks het uitgelezen moment om de wereld te verkennen. Die feestdag in België vieren? No way! Het is inmiddels zelfs al het vijfde opeenvolgende jaar dat ik mezelf ver buiten de Europese grenzen waag wanneer de paasklokken beginnen te luiden. Want je weet het of je weet het niet, maar ik zit nog steeds aan het andere eind van de wereld met Michaël. ‘Happy Easter Mate’, zouden ze hier in Australië zeggen.

DSC08471DSC08464

We zijn inmiddels een dag of vijf Down Under en we voelen quasi niets meer van de jetlag die zo’n trip teweeg brengt. Dat kan ook moeilijk anders, want we hebben onze lichamen letterlijk verplicht om zich in sneltempo aan het nieuwe ritme aan te passen. Tja, tijdens de afgelopen dagen zijn we simpelweg heel actief bezig geweest. Na de lange vliegtuigreis gingen we achtereenvolgens voor een bezoek aan de twee grootste pretparken van het continent en ondernamen we die beruchte skydive boven de zonovergoten stranden van Redcliffe. Nadat we gisteren daar nog eens een pretpark bij telden, arriveerden we tegen de vooravond in het gezellige kustplaatsje Hervey Bay. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat er in dat slaperige dorp – ik citeer meneer Contador – zero zero zero zero zero te beleven valt, maar dat is eigenlijk geen ramp. We moesten op zaterdagavond  immers sowieso vroeg naar bed, want op Paaszondag rinkelt de wekker al om kwart over zes. Waarom we in godsnaam op een feestdag zo vroeg uit de veren moeten? Omdat Hervey Bay de gateway vormt tot de belangrijke toeristische trekpleister die zichzelf Fraser Island noemt. En om dit natuurpark ten volle te ontdekken, worden we al bij zonsopgang op de ferry verwacht.

DSC08474

Ik ben doorgaans niet zo’n voorstander van georganiseerde groepsreisjes, al bleek het voor onze dagtrip naar Fraser Island toch echt de meest interessante optie. Je betaalt weliswaar een aanzienlijke som en je wordt soms als een oliedomme toerist behandeld, maar ’t is best fijn dat alles tot in de puntjes geregeld is. We hoeven ons vandaag dus niks aan te trekken en vertrouwen volledig op de goede zorgen van Gary. Deze uiterst aimabele man zorgt ervoor dat we ’s ochtends aan ons hotel opgepikt worden, dat we netjes op tijd de overzetboot halen, dat we daarna in de juiste tourbus belanden en dat we ’s avonds opnieuw aan onze accomodatie gedropt worden. Ik wil me niet voorstellen dat m’n hele vakantie er zo hersenloos uit zou zien, maar voor die ene dag kan ik me wel met het idee verzoenen. Fraser Island is immers een enorm eiland dat niet al te eenvoudig te navigeren valt. Op jezelf zou het dus quasi onmogelijk zijn om alle highlights in een enkele dag af te vinken.

DSC08480

Alles dat je moet weten over dit eiland staat natuurlijk gedetailleerd op Wikipedia. Laat me daar echter even de absolute essentie uit filteren: Fraser Island is ’s wereld grootste zandeiland en het strekt zich uit voor de oostkust van Australië. Het is een goeie 120 kilometer lang en het grenst op het meest noordelijke puntje aan de uitlopers van het beroemde Great Barrier Reef. Wij blijven vandaag echter aan de zuidelijke kant van het eiland, waar de meeste toeristische sights te vinden zijn. De eerste halte is bijvoorbeeld meteen een van de bekendste: Lake McKenzie. Gary vertelt ons dat we deze stop noodgedwongen eerst moeten maken omdat de andere blikvangers (die aan de oostkust van Fraser Island gelegen zijn) momenteel onbereikbaar zijn door hoogwater. Dat zowat elke toeristenbus en elke individuele bezoeker daardoor hetzelfde idee krijgt, wordt meteen duidelijk aan de hand van overvolle parkeerplaatsen. Honderden mensen zijn hier vandaag op zoek naar hun eigen stukje paradijs. Want het paradijs, dat is Lake McKenzie wel. Het water is zo zuiver dat een zwemmende toerist zowat het enige beestje is dat erin overleeft en de stranden zijn zo wit dat het lijkt alsof ze met een familypack Dash gewassen zijn. Je ziet op elke professionele foto hoe het helderblauwe meer straalt onder een al even blauwe hemel, maar dat beeld kan ik vandaag helaas niet vastleggen op m’n Sony. Er hangt een nogal hardnekkig grijs wolkenpak boven Fraser Island en dat gaat de hele dag zo blijven. Het paradijs ziet er op mijn foto’s dus net iets minder paradijselijk uit, waarvoor mijn welgemeende excuses.

DSC08490DSC08486

Het weer gaat deze voormiddag helaas van triest naar ronduit slecht. Terwijl we halte nummer twee aandoen – het zogenaamde ‘Central Station’ – begint het immers te stortregenen zoals je het in West-Europa slechts zelden meemaakt. Het is een onweersbui van ongekende proporties voor toeristen zoals wij, Gary definieert het op zijn beurt als een simpel regenwolkje. ’t Is niet meteen het weertje waarop we zaten te wachten, al voelt die regen in zekere zin juist aan. ‘Central Station’ is op Fraser Island immers geen treinterminus, maar wel het hart van het tropische regenwoud. Hoewel ik op ’s werelds grootste zandeiland eerder een landschap vol eindeloze woestijnachtige duinen had verwacht, is dit exotische woud evenzeer onderdeel van het diverse ecosysteem. Omwille van het weer kunnen we helaas niet ten volle van de natuurpracht genieten en wordt ook een korte junglewandeling van de planning geschrapt. Gelukkig bezoeken we tijdens de komende week nog drie andere nationale parken met tropisch regenwoud. Het gemis is dus niet zo wrang.

DSC08493DSC08494

We volgen vandaag de ‘Fraser Explorer Premium Tour’, een soort luxeversie van de gebruikelijke dagexcursie naar het eiland. Je betaalt er weliswaar enkele tientallen Australische dollars extra voor, maar het blijkt elke cent waard te zijn. De ‘Premium Tour’ vindt plaats in een kleinere bus voor maximaal twintig personen en qua catering word je de ganse dag voorzien van drankjes, versnaperingen en een à la carte middagmaal. Het allerbeste aspect van deze tour is echter de opvallende afwezigheid van luidruchtige kinderen. Terwijl de grote toeristenbussen vol blijken te zitten met klein grut, kunnen wij in alle kalmte kennis maken met onze (overwegend Britse) medepassagiers.

Je hoeft Fraser Island niet noodzakelijk met een tour te ontdekken. Je kan ook op eigen houtje naar het eiland reizen en er zijn tevens enkele hotels gevestigd. Je mag zelfs je eigen auto meenemen op de ferryboot, al is dat op voorwaarde dat het een exemplaar met vierwielaandrijving is. Lach die raad trouwens niet weg, want de regel is er niet voor niks. Zelfs in de speciaal ontwikkelde tourbus worden we al aanzienlijk door elkaar geschud wanneer we over die hobbelige zandwegen manoeuvreren. En terwijl we ons stevig vastgrijpen om niet uit onze stoel gekatapulteerd te worden, zien we regelmatig hoe zelfs de meest robuuste terreinwagens zich vastrijden in de mulle zandwegen. Een belangrijke uitzondering daarop is het strand aan de oostzijde van Fraser Island. Want geloof het of niet, maar deze kustlijn geldt op het eiland als een autosnelweg. Verkeersborden geven aan hoe snel je mag en in elke richting zie je terreinwagens langs de golven racen. Een uniek zicht.

DSC08547DSC08516

De strand-o-snelweg is niet enkel de vlugste manier om je op Fraser Island te verplaatsen, maar het is tevens een verzameling van sightseeing-hoogtepunten. We doen met onze tour de drie belangrijkste highlights aan en starten bij ‘The Coloured Sands’. Gary beseft maar al te goed dat dit geen ontzettend boeiende stop is en houdt er dan ook maar tien minuutjes halte. ‘Go and make those cute selfies and the pictures you need for Facebook’, roept hij ons na terwijl we uit de bus stappen. Het decor bestaat uit een kleine klif met rode en gele tinten. Ik definieer het als een lelijk broertje van Bryce Canyon in een XXS-versie. Neen, we hebben al imposantere stukjes natuur gezien.

DSC08515DSC08505

De hemel boven Fraser Island is nog steeds donkergrijs en er waait een stevige bries. Toch is het op z’n minst gestopt met regenen wanneer we de twee absolute blikvangers van Fraser Island spotten. Numero uno is de fameuze dingo, een wilde hondensoort die al haast even onlosmakelijk met Australische fauna verbonden is als kangoeroes en koala’s. Men had ons deze ochtend al gewaarschuwd dat de dieren schuw en moeilijk te vinden zijn, al lijkt het geluk aan onze kant. Gary gooit de remmen dicht en geeft ons uitgebreid de kans om het beestje door de linkerruit te fotograferen. Dichterbij komen wordt daarentegen ten strengste afgeraden. Dingo’s zien er schattig uit, maar ze kunnen wel degelijk agressief zijn. We zouden het nochtans niet durven vermoeden wanneer we dit exemplaar lieflijk op een kokosnoot zien knauwen.

DSC08504

Sterattractie nummer twee is de ‘Maheno’. Dat is in tegenstelling tot de dingo geen Australische diersoort, maar wel een schip. De ‘SS Maheno’ vervoerde in het begin van de vorige eeuw honderden passagiers tussen Nieuw-Zeeland en Australië, maar belandde in 1935 middenin een fatale cycloon. Niemand zal het toen beseft hebben, maar het schip zou in z’n gestrande versie alleen maar populairder worden. En terecht, want wie droomt er niet van om eens zo’n scheepswrak van dichtbij te bewonderen? Wanneer we het roestige gevaarte in de verte zien opdoemen, lijkt het alvast een surreëel thema-object in een of ander piratenpretpark. De vele tientallen toeristen die op elk ogenblik rond het stalen geraamte zwermen, doen helaas een klein beetje afbreuk aan de desolate sfeer. Nu ja, geef ze maar eens ongelijk. Fraser Island bezoeken zonder een selfie te maken met dit waanzinnige landmark, dat is immers not-done. Ook geïnteresseerd geraakt om hier wat plaatjes te komen schieten? Wacht dan vooral niet te lang. Gary vertelt ons immers dat de stroming zoveel zand meesleurt dat de ‘Maheno’ elk jaar dieper komt te liggen. Cool toch?

DSC08520DSC08526DSC08537

Onze allerlaatste stop op Fraser Island is ‘Eli Creek’. Dit natuurfenomeen doet me persoonlijk heel hard denken aan wildwaterbanen in waterpretparken. Heldere stroompjes water zoeken zich door exotische vegetatie een weg naar de zee en vele toeristen vinden het plezierig om zich door die stroming te laten meevoeren. Vermakelijk om te zien, maar verder dan dat komt ‘Eli Creek’ niet. Gelukkig merken we dat onze gids ook hier weer koekjes en drankjes tevoorschijn tovert om onze verveling tegen te gaan. Topkerel, die Gary. En opeens vind ik dat concept van groepsreizen heus niet zo fout.

DSC08545DSC08544

Het is typisch… We ploeterden vandaag urenlang door de regen, maar wanneer we opnieuw naar het vasteland varen, schijnen er opeens een paar heerlijke zonnestralen op ons aangezicht. De prachtige zonsondergang maakt die ferrytocht natuurlijk meteen een stuk aangenamer, al hadden we dat lekkere weertje liever op Fraser Island zelf gezien. Het had de ontdekking van die vele toeristische highlights ongetwijfeld relaxter gemaakt. Het leek vandaag soms alsof we simpelweg van het ene naar het andere fotopunt reden, om vervolgens te merken dat de grijze hemel elk restje vakantiegevoel wegslurpt. Graag wil ik wel effe benadrukken dat Gary echt een fantastische gids was. Hoe hij zijn encyclopedie-achtige kennis in een gestroomlijnd en luchtig verhaaltje wist te gieten; dat verdient veel lof. Ik heb dus van ons dagtripje en de enorme diversiteit op Fraser Island genoten. Maar of ik hier in de toekomst nog eens heen kom? Ik heb er mijn twijfels bij.

DSC08548DSC08549

Exit Fraser Island, exit Hervey Bay en exit het noordelijkste punt van onze reis door Australië. Van nu af aan gaan Michaël en ik alleen nog maar in zuidelijke richting rijden. En nog geen klein beetje ook… Want hoewel we op zondagavond nog in de broeierige hitte van het tropische Queensland vertoeven, worden we op dinsdagavond reeds verwacht in de coole cityvibe van Sydney. De afstand tussen beide punten bedraagt een slordige 1.200 kilometer, dus ik hoef je niet te vertellen dat we tijdens de komende twee dagen heel wat uren in de huurwagen gaan doorbrengen. Gelukkig hebben we onze research gedaan en planden we enkele tussenstops die de sleur van het autorijden moeten doorbreken. Iets met achtbanen, iets met zomers gebruinde surfboys, iets met watervallen in grotten en iets met tropische regenwouden. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd.

Een gedachte over “Dagboek Down Under – Fraser Island

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s