Asian Easter – Japans creditjagen

Van harte gefeliciteerd. Als je elke letter las die hieraan vooraf ging, heb je ruim negentig procent van de totale lectuur doorgenomen. Onze grote Aziatische reis van 2015 loopt immers op z’n einde en we maken ons met enige tegenzin klaar om vele uren op een vliegtuigstoel richting Europa te zitten. Maar vooraleer we opnieuw koers zetten naar het grijze België, wil ik graag een misverstand uit de wereld helpen. De afgelopen zes hoofdstukken deden je misschien geloven dat het Verre Oosten louter uit gigantische themaparken met navenante bezoekersaantallen bestaat. Pretparken die jaarlijks meer bezoekers aantrekken dan Vlaanderen inwoners heeft; het lijkt opeens de normaalste zaak van de wereld wanneer je van ‘Lotte World’, ‘Everland’ en ‘Universal Studios Japan’ naar ‘Nagashima Spa Land’ en het machtige ‘Tokyo Disney Resort’ reist. Niets is echter minder waar, want de Aziaten houden evenzeer van kleine familieparken en gedateerd amusement dat rechtstreeks van een Oostblok-kermis geplukt lijkt. En hoewel de themaliefhebber in mij uiteraard liever naar een uitbarstende ‘Mount Prometheus’ of een imposant ‘Hogwarts’-kasteel tuurt, amuseer ik me beslist ook in zo’n lokaal amusementsbedrijf. Een kijkje in de wereld van de minder voor de hand liggende pretparkadresjes in Japan.

Zondag 12 april – Hirakata Park

Waar?
We bezoeken ‘Hirakata Park’ tijdens ons weekend in Osaka. We zijn hier uiteraard voornamelijk voor het park dat ‘Universal’ zowat vijftien jaar geleden uit de grond stampte, maar we ontdekken dat de regio nog meer te bieden heeft. Buitenwijk Hirakata heeft bijvoorbeeld haar eigen amusementspark en dat blijkt geeneens de veredelde speeltuin waarop we anticiperen. Het park belooft ons vijf achtbanen en pronkt met een knappe locatie op een bergflank. Om er te geraken, spoor je vanuit het centraal gelegen ‘Kyobashi Station’ op minder dan een halfuur naar ‘Hirakata-koen Station’. Check op dat perron vervolgens of je bizarre reclameposters voor een pretpark ziet. Zijn die er? Proficiat, dan zit je goed. Wandel vervolgens dwars door een slaperige woonwijk, probeer te wennen aan het feit dat je hier als westerling vreemd bekeken wordt en arriveer vijf minuten later bij de ingang van ‘Hirakata Park’. Wanneer je ten slotte met enige gebarentaal duidelijk kan maken dat je een all-in wristband wil, ben je klaar voor een heerlijk middagje coasteren in een totaal onbekende wereld.

Wat?
‘Hirakata Park’ is in Osaka min of meer wat ‘Parc Astérix’ in Parijs is. Het park staat in de schaduw van een internationaal georiënteerde topketen, maar biedt voor locals een welgekomen toevluchtsoord in een lagere prijscategorie. Net zoals in ‘Parc Astérix’ mag je de term lagere prijscategorie echter niet gelijkstellen aan goedkoop, want we tellen alsnog een aanzienlijke som neer aan de kassa. Maar ach… We zijn op vakantie en het aanbod van dit park ziet er allesbehalve slecht uit. Als coasterfan kunnen we credits scoren bij een standaard spinning ‘Wild Mouse’ waar geen enkele draaiing aan te pas komt (originaliteit!) of bij de zogenaamde ‘Red Falcon – Big Roller Coaster’. De subnaam is weliswaar een beetje lachwekkend, maar de baan mag er zijn. ‘Red Falcon’ is 1.300 meter lang, haalt een snelheid van zeventig kilometer per uur en hij torent bovendien hoog boven de andere rides uit. ’t Zijn echter niet de statistieken, maar eerder de onmiskenbaar Japanse identiteit die deze ‘Big Roller Coaster’ tot een bescheiden toppertje transformeren. Geconstrueerd door een onbekende plaatselijke achtbaanfabriek? Catwalks langsheen de gehele track? Lompe schouderbeugels op een relatief brave achtbaan zonder inversies? Trage operations omwille van vreemde veiligheidsmaatregelen? ‘Red Falcon’ heeft het allemaal. En misschien vind ik het exact daardoor best een vermakelijk ding.

Topper?
Als er één attractie in ‘Hirakata Park’ het verdient om een topper genoemd te worden, is het in mijn ogen de wooden coaster ‘Elf’. Nochtans is het cijfermateriaal van deze Intamin allesbehalve indrukwekkend. Met nog geen 700 meter aan track, een hoogte van nauwelijks achttien meter en een snelheid van minder dan zestig kilometer per uur doet ‘Elf’ immers terugdenken aan de Eftelingse ‘Pegasus’. Dat lijkt aanvankelijk niet zo boeiend, al word ik alsnog aangenaam verrast door deze Japanse variant. ‘Elf’ bevat immers een paar goeie drops en biedt het typische woodie-gevoel zonder overdreven ruw te worden. ’t Feit dat men de baan schilderachtig tegen een heuvel aan bouwde, zorgt bovendien voor visuele pluspunten. Verwacht alsjeblieft geen duizelingwekkende thrillride, maar in het familiale genre mag je ‘Elf’ gerust als een topattractie aanvinken.

Legendarisch?
Is ‘Fantastic Coaster Rowdy’ legendarisch? Ja, want wie droomt er niet van om in een roze krokodillentreintje over ronduit doelloze coastertrack te stuiteren? Is het spookhuis legendarisch? Ja, want ’t is best uniek om een koptelefoon te moeten opzetten en naar een creepy Japans gehijg te luisteren. Is de plaatselijke raftingbaan legendarisch? Ja, want ik kreeg in een rapid river nog nooit zo’n énorme tsunami over me heen gekieperd. Maar ehm… is ‘Hirakata Park’ legendarisch? Tja, dat ligt moeilijker. Want hoewel dit park in realiteit beduidend grootschaliger bleek dan ik verwachtte, is het uiteindelijk slechts een grote verzameling standaard-attracties op een nogal simpele betonplaat. We zien een selectie kale flatrides, herkennen een molen met vliegende olifanten uit andere Japanse pretparken en merken dat de achtbanen geen grammetje overbodige decoratie meekregen. De vrij stevige toegangsprijs wordt dus niet helemaal verantwoord, maar ik ben alsnog tevreden dat we ‘Hirakata Park’ last-minute aan onze reisplanning toevoegden. Met ‘Red Falcon’ en ‘Elf’ scoorde ik immers twee fijne credits en bovendien is het een exotische ervaring om dit Japanse familiepark te bezoeken.

Zaterdag 18 april – Toshimaen

Waar?
We zijn inmiddels bijna een week verder en we reisden van het gigantische Osaka naar het nog imposantere Tokyo. In en rond deze metropool wonen ruim dertig miljoen mensen en die zijn op hun vrije dagen allemaal op zoek naar amusement. Dat vermaak kunnen ze vinden in de levendige straten van de binnenstad of in het fameuze red lights district, maar evenzeer in één van de pretparken die de stad rijk is. Als we puur in cijfers denken, zou Tokyo zelfs de strijd kunnen aangaan met Orlando om de titel van ‘Theme Park Capital of the World’ binnen te slepen. Naast het beroemde ‘Tokyo Disneyland’ en ‘DisneySea’ zijn er immers nog heel wat andere plekken waar credits te rapen vallen. Twee jaar geleden sprongen we reeds binnen bij het stokoude ‘Asakusa Hanayashiki’, het verlaten ‘Yomiuriland’ en ontdekten we een iconische roze achtbaan in ‘Yokohama Cosmo World’. Anno 2015 vervolledigen we ons lijstje met drie andere adresjes. Nummer één is ‘Toshimaen’, dat zich – net zoals ‘Hirakata Park’ – in een rustgevende woonzone bevindt. Je geraakt er eenvoudig door vanuit het bruisende/chaotische Shinjuku de ‘Oedo Subway Line’ te nemen, die je op een steenworp van de toegangspoorten dropt.

Wat?
Als Tchernobyl een pretpark was, zou het de opgepoetste versie van ‘Toshimaen’ zijn. I know… dat klinkt cru, maar toch kan ik me maar weinig plekken inbeelden die er zo troosteloos bij liggen als dit amusementspark. Afbladderende verf, betonnen bunkers en heel wat aftandse kermisattracties bepalen het uitzicht. De klok lijkt hier ergens in de jaren zeventig stilgevallen en nooit vond men het budget of de tijd om opnieuw up-to-date te geraken. Enkel een liefhebber van flatrides zou hier mogelijkerwijs extatisch rondhollen. Dankzij een ‘Magic’, een klassieke ‘Condor’, een ‘Break Dance’, een ‘Troika’, een ‘Flying Carpet’ en een buitenproportioneel dubbel schommelschip scoort ‘Toshimaen’ in dat segment immers opvallend sterk. Het vreemde eendje in deze retro-kermis is ‘Corkscrew’, een standaard Arrow-coaster die dankzij haar strakke kleurschema en een modern treinstel verrassend hip oogt. Laat je echter niet misleiden door de looks, want de baan schokt zoals je het van de Amerikaanse constructeur gewend bent. A(uw)rrow Dynamics.

Topper?
In het land der blinden is éénoog koning. Eénoog, dat is in dit geval ‘Cyclone’, een Togo uit 1965. Ja, dat lees je wel degelijk goed: een vijftig jaar oude achtbaan uit de stal van een afschuwelijk slechte constructeur wint mijn aandacht in ‘Toshimaen’. Dit hoogbejaarde apparaat staat gelukkig ver van de marteltuigen waar Togo beroemd en berucht mee werd. ‘Cyclone’ maakt haar gemoedelijke rondjes bovenop een oubollige blauwe staalconstructie en doorkruist zo bijna het volledige park. Diepe afdalingen en ongekende airtime zijn er niet, maar het voelt allemaal best vlot aan. De pikdonkere afsluitende tunnel en de als sofa beklede zitjes bevestigen terecht dat ‘Cyclone’ het leukste is dat men hier te bieden heeft.

Legendarisch?
Op vlak van achtbanen valt er maar weinig interessants te beleven in ‘Toshimaen’. Na de hoofdpijn van ‘Corkscrew’ en de antieke ‘Cyclone’ moeten we het doen met een doodsimpele kiddiecoaster en een standaard gemotoriseerde achtbaan van Mack. Nick en ikzelf scoren de bingo zonder enige moeite en we maken ons vervolgens snel uit de voeten. ‘Toshimaen’ is namelijk een van de meest deprimerende attractieparken die ik ooit bezocht en ik zou niemand aanraden om erheen te reizen. Ons enige lichtpuntje is het kleinschalige cosplay-evenement dat men vandaag organiseert. De als superhelden, goden en vreemde creaturen verklede tieners geven dit grijze fabrieksterrein namelijk alsnog een minimum aan kleur.

Zondag 19 april – Tobu Zoo

Waar?
Op zondag trekken we de wijde wereld in. Nuja… de wijde wereld rond Tokyo dan toch. ‘Tobu Zoo’ ligt een eindje ten noorden van de stad, al blijft het kinderspel om er met de metro te geraken. We vertrekken vanuit ‘Hatchobori’ (een station dat tussen Tokyo-centraal en ‘Tokyo Disney Resort’ ligt) en nemen daar de ‘Hibiya Metro Line’ naar ‘Tobu-Dobotsu-Koen’. Dat kan (indien je heel veel geduld hebt) rechtstreeks, want er is een stoptrein die beide stations met elkaar verbindt. Om de tientallen haltes te omzeilen, kan je op de grotere stations gelukkig ook overstappen op express-treinen. Wij nemen bijvoorbeeld de ‘Hibiya Line’ tot ‘Kitasenju’ en reizen vanaf daar verder met de snellere ‘Tobu SkyTree Line’. En zo arriveren we een uurtje later in een verrassend modern stationsgebouw dat ergens in the middle of nowhere lijkt te liggen. De twee reuzenraden en de Intamin-lifthill die in de verte boven de bomen uitsteken, bewijzen gelukkig dat we wel degelijk goed zitten.

Wat?
Gecombineerde attractie- en dierenparken zijn tegenwoordig vrij alledaags en dankzij ‘Bellewaerde’ hebben we een prachtig voorbeeld in onze eigen streek. Maar zoals dat Ieperse exemplaar een uitgedunde versie van ‘Busch Gardens Tampa’ is, zo is ‘Tobu Zoo’ een minder interessante versie van ‘Bellewaerde’. Begrijp me niet verkeerd: kwantitatief doet ‘Tobu Zoo’ het allesbehalve slecht en qua oppervlakte is het zelfs een indrukwekkend park. Het is echter voornamelijk de kwaliteit die achter blijft en daar is het zoo-gedeelte een pijnlijk voorbeeld van. De hier neergeplofte reservaten maken namelijk geen mens of dier vrolijk. Het attractiepark scoort betere punten omdat sommige zones duidelijk een recente opknapbeurt kregen, maar verwacht ook hiervan geen wonderen. Sommige rides lijken rechtstreeks van eBay geplukt, gebouwen smeken om een likje verf en een doorsnee tuinman krijgt een hartaanval wanneer ie de verwilderde plantsoenen opmerkt. Neen, dit is niet The World’s Most Beautiful Theme Park.

Topper?
De uiterlijke verschijningsvorm van ‘Tobu Zoo’ is allesbehalve legendarisch, maar toch slaagde het park erin om op de to-do list van menig pretparkreiziger te verschijnen. De geldige reden daarvoor is ‘Kawasemi’, een geel-groene Mega-Lite. Ik geraakte nog nooit in ‘Djurs Sommerland’ en had dus nog niet het genoegen om het Europese broertje van ‘Kawasemi’ uit te testen. Gevolg: ik beleef hier in ‘Tobu Zoo’ mijn allereerste ervaring met dit bewierookte achtbaantype van Intamin. De baan ziet er aanvankelijk nogal mak uit en doet met haar beperkte statistieken vermoeden dat het een Megacoaster voor kleuters is. Tja ehm… niet dus. Van zodra de trein zich na een heerlijke eerste afdaling in een pittige bocht wringt, weet ik immers meteen dat dit het betere werk is. ‘Kawasemi’ overtuigt dankzij haar soepelheid, de constant hoge snelheid en airtime-momentjes waar menig coaster van droomt. Zelfs als Intamin criticaster moet ik dus toegeven dat ‘Kawasemi’ één van de beste rollercoasters op Japans grondgebied is. Het tweede en derde ritje bevestigen dat statement met glans.

‘Kawasemi’ is in mijn ogen het allerbeste dat ‘Tobu Zoo’ te bieden heeft, maar er is nog een andere (tevens door Intamin geconstrueerde) achtbaan die indruk maakt: ‘Regina’. Deze woodie staat aan de oever van een vijvertje en torent imposant boven het park uit. Een kleintje is het niet: met een baanlengte van 1,3 kilometer en een hoogte van ruim vijfendertig meter ziet ‘Regina’ er ronduit groots uit. De rit bevestigt het visuele plaatje zoals een goeie houten achtbaan dat hoort te doen: we knallen heftig over de track en scoren gaandeweg enkele flarden zwevende airtime. Geheel turbulentieloos verloopt het allemaal niet, al grenst de ruwheid nergens aan het onaangename. Ja, als het op Coasterspaß aankomt, scoort ‘Tobu Zoo’ niet bepaald slecht.

Legendarisch?
Met ‘Kawasemi’ en ‘Regina’ heeft ‘Tobu Zoo’ een meer dan degelijk coasteraanbod, al blijft het in eerste instantie een verouderd dierenpark. Zou ik dan aanraden om het park op je reisplanning voor Tokyo te noteren? Tja, dat hangt er van af. Ben je een echte coasterfreak of wil je sowieso een Mega-Lite op je lijstje? Dan is ‘Tobu Zoo’ een must-do. Wanneer je echter niet noodzakelijk de credits wil binnenhalen, zou je dit park zonder al te veel spijt kunnen weglaten. De reis vanuit Tokyo neemt best wel wat tijd in beslag en bovendien zijn er daar in ’t centrum eveneens leuke dingen te doen. Wat dacht je bijvoorbeeld van een enorme achtbaan die door het middelpunt van een reuzenrad raast?

Zondag 19 april – LaQua

Waar?
We staan inmiddels naast ‘Tokyo Dome’, een gigantische sport- en evenementenhal in het centrum van de wereldstad. Het complex is zo centraal gelegen dat je ‘r via meerdere stations heen kan sporen, maar wij arriveren in de JR-halte ‘Suidobashi’. Laat je van daaruit leiden door een reuzenrad dat zich tijdens de avonduren wel erg duidelijk manifesteert dankzij haar kleurrijke belichting.

Wat?
‘LaQua’ is een onderdeel van ‘Tokyo Dome City Attractions’, een entertainmentcomplex dat zich naast de evenementenhal vestigde. Hoewel de aanwezige rides de visuele aandacht opeisen, is dit voornamelijk een shop- en eetparadijs. Gigantische gebouwen huisvesten winkelcentra en je wandelt letterlijk van de ene foodcourt naar de volgende. Omdat we niet overal binnengaan, missen we helaas een attractie die ik graag had willen aandoen. Pas wanneer we opnieuw in België zijn, ontdek ik namelijk dat ‘Tokyo Panic Cruise’ een darkride is die haar inspiratie bij ‘The Amazing Adventures of Spider-Man’ haalt. Jammer dat we hier geen research over gedaan hadden, maar we bewaren het dus met plezier voor een volgende keer. De absolute topattractie van ‘LaQua’ kunnen we gelukkig wel bezoeken. Nipt.

Topper?
Het is bijna halfacht wanneer we voor de ingang van ‘Thunder Dolphin’ staan. De geslòten ingang. Auwtsj… Dat doet pijn en al helemaal omdat het onze laatste vrije avond in Tokyo is. We zien het voertuig van deze Intamin Megacoaster weliswaar nog over de track racen, maar men informeert ons dat ‘Thunder Dolphin’ op dit moment de bestaande wachtrij wegwerkt. Net wanneer we beteuterd besluiten af te druipen, stormt er een personeelslid vanuit het station naar de inkomzone. Hij is op zoek naar passagiers om de laatste trein van vandaag op te vullen en die twee westerlingen komen in aanmerking. We happen enthousiast toe, tellen een kleine tien euro neer en nemen even later backseat plaats voor een ritje door de Japanse duisternis. Gelukt!

‘Thunder Dolphin’ intrigeert me al sinds de constructiefase in 2003. Een tachtig meter hoge Megacoaster neerploffen in het centrum van een wereldstad en de treintjes vervolgens tegen 130 kilometer per uur door een gebouw en een hypermodern reuzenrad laten sjezen… dat is niet niks. Jammer genoeg heeft de baan er geen vlekkeloos verleden opzitten en bleef ie na een ernstig ongeluk lange tijd gesloten. Tijdens onze Japanse reis in 2013 bleek het dus een no-go, maar ‘Thunder Dolphin’ was het wachten meer dan waard. Ja serieus, ons avondritje is puur genieten. Ik hou van de snelle kabellift, de waanzinnige first drop en de nogal vreemde passages op het dak van een shopping mall. Jammer genoeg eindigt al dat plezier een beetje in mineur, want ‘Thunder Dolphin’ schiet met een enorme snelheid in de remmen. Er wordt heel veel potentieel verspild en ook de finale op zich had ongetwijfeld indrukwekkender gekund. Maar ach: in een Intamin-trein door het nachtelijke, met neon verlichte Tokyo vliegen… dat is speciaal genoeg om dit schoonheidsfoutje te vergeven.

Legendarisch?
‘Thunder Dolphin’ is dankzij haar niet-alledaagse verschijning zeker uniek te noemen, maar het meest legendarische moment van deze zondag beleven we enkele wijken verder. We vinden het (puur uit beroepsmisvorming) immers een must om halt te houden bij ‘Kappabashi Street’, het district waar Japanse horecahouders hun inkopen doen. Je vindt er alles dat een gemiddelde restauranteigenaar nodig kan hebben, gaande van bestek en borden tot de afgrijslijke plastieken bloempotjes die op je eettafel staan. Eén ding onderscheidt de Japanse restaurantcultuur echter uitdrukkelijk van de westerse: de kunst om voeding na te maken in plastic.

Je weet het of je weet het niet: vele eetgelegenheden in Azië hebben voor de ingang een heuse etalage waarin men de gerechten uitstalt. In deze displays staan echter geen foto’s of echte voedingswaren, maar wel kopieën in kunststof. Dat klinkt misschien een beetje goedkoop, maar vergis je niet. Elk blaadje sla en elk toefje saus werd immers zo minutieus geïmiteerd dat het er levensecht uit ziet. En weet je wat? Er zijn ateliers die zich in deze kunstvorm specialiseren en je kan ze als toerist gewoon bezoeken. Zo belanden wij in de boetiek van een schattig Japans omaatje die al haar waren aanprijst met hand-made. Dat gaat van handgemaakte braadworsten en handgemaakte borden noedels tot handgemaakte pilsjes en handgemaakte bollen vanille-, chocolade- of aardbeienijs. Beeld jezelf een willekeurig ingrediënt in en de kans is groot dat je hier de plastieken variant kan aankopen. Als horecaboy loop ik hier bijgevolg met een brede smile rond; wat een geniaal moment.

Dit was het dan: het bewijs dat we niet elke minuut van onze reis spendeerden aan wereldberoemde themaparken en hoogtechnologische rides. Wanneer je naar de andere kant van onze planeet vliegt, zou het namelijk jammer zijn om je puur op het grootvermaak te focussen. Proeven van cultuur, proeven van lokale specialiteiten en proeven van de net iets minder geroemde plekjes… het hoort er evenzeer bij. En hoewel ik uiteraard met meer weemoed terugdenk aan een rondje ‘Journey to the Center of the Earth’ dan aan de rit op ‘Fantastic Coaster Rowdy’, zou een dergelijke trip nooit compleet zijn zonder die kleine dingen. Dus ja, ik kijk terug op een meer dan fantastische reis. Daarom zeg ik dankjewel aan de roze krokodillentreinen, de half ingestorte Troika-molens en de pastelkleurige cosplay-meisjes die er ieder op hun eigen manier aan bijdroegen. Arigato Gozaimasu!

2 gedachtes over “Asian Easter – Japans creditjagen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s