Valleyfair

Switch to English version

Valleyfair!

Shakopee, Minnesota, USA

Rating: 3.5 out of 5.

“Aangenaam attractiepark, maar een headliner ontbreekt”

Als we de jaren 1975 en 1976 uit de geschiedenis zouden wissen, zou de pretparkwereld er plots helemaal anders uitzien. In Europa zouden we bijvoorbeeld Walibi Belgium, Europa-Park en Gardaland nooit gekend hebben, maar ook aan de overkant van de Atlantische Oceaan zat men toen niet stil. In Virginia zagen zowel Busch Gardens Williamsburg als Kings Dominion het levenslicht, terwijl hotelketen Marriott themaparken opende in Californië en Illinois. Een stuk noordelijker was het dan weer feest op 25 mei 1976, de dag waarop de poorten van Valleyfair voor het eerst open zwaaiden. Het park werd gebouwd aan de oevers van de Minnesota River, een dertigtal kilometer ten zuidwesten van grootstad Minneapolis. Valleyfair werd het eerste noemenswaardige themapark van de regio en het blijft tot op vandaag de belangrijkste achtbaanbestemming van de hele staat.

Inwoners van Minnesota moeten tegen een stootje kunnen. Ze worden hier namelijk geconfronteerd met strenge winters, terwijl de temperatuur ‘s zomers niet zelden tot tropische waarden klimt. Dat mogen we aan den lijve ondervinden, want volgens de weersvoorspellingen kan de temperatuur vandaag tot een zweterige 36 graden Celcius stijgen. Het verbaast me dus niet dat de meeste Valleyfair-bezoekers een strandtas meenamen en dat ze ‘s ochtends rechtstreeks richting waterpretpark Soak City wandelen. Soak City is volledig geïntegreerd in het pretpark en toegang is inbegrepen voor iedere bezoeker. Wij brengen er zelf geen tijd door, maar het valt ons wel op dat het waterpark niet bijster groot is én dat er weinig schaduwplekken te vinden zijn. Vergeet dus zeker die tube zonnebrandcrème niet wanneer je een middag in Soak City wil doorbrengen.

Het verbaast trouwe lezers ongetwijfeld niet meer, maar we beginnen onze dag aan de achterzijde van het park. En daar geven we voorrang aan Mad Mouse, een attractie waar volgens ervaren Valleyfair-bezoekers vaak de langste wachttijden ontstaan. Het is simpel om te zien hoe dat komt, want qua operations gebeuren hier gekke dingen. Hoewel er vijf voertuigen op de track staan, is er meestal slechts één karretje in beweging. De geschatte capaciteit van Mad Mouse komt hierdoor op ongeveer 150 personen per uur en de wachtrij beweegt bijgevolg amper. Op dit vroege tijdstip vormt dat geen probleem, maar op drukkere momenten kan ik me voorstellen dat er hier een frustrerend tafereel ontstaat. Da’s jammer, want de eigenlijke rit is best oké. Deze wild mouse van Arrow Dynamics is soepel en biedt dankzij een paar gebankte bochten een opvallend andere belevenis dan de modellen die we in Europa kennen.

De pretparkketen achter Valleyfair pompt jaarlijks veel geld in nieuwe rollercoasters. Toch wordt niet elke vestiging gelijkwaardig behandeld. Jammer genoeg valt Valleyfair onder de kneusjes, want de laatste nieuwe thrill-achtbaan opende hier in het jaar 2007. We hebben het over een woodie van Great Coasters International met de naam Renegade. De baan kreeg een mooie locatie in een groene uithoek van het park en wordt gekenmerkt door een originele, buitengewoon bochtige lay-out. Zelfs de eerste afdaling werd als een soort S-bocht gevormd en da’s toch vrij uniek te noemen. De rest van het baanverloop bevat GCI’s kenmerkende kracht en een flinke dosis airtime, waardoor Renegade een zeer authentiek woodie-gevoel oplevert. Dankzij z’n bruutheid en de hoge snelheden doet de baan me zelfs terugdenken aan Troy in Toverland, wat de mensen van Valleyfair beslist als een compliment mogen beschouwen. Topper!

Valleyfair is opgebouwd als een gigantische rotonde met twee doodlopende aanhangsels. Een van die doodlopende straatjes ligt in de westelijke helft van het park, waar Mad Mouse en Renegade staan. Het verste puntje van dit parkgedeelte bevindt zich zelfs aan de overzijde van een autoweg en kan enkel door middel van een tunneltje bereikt worden. Daar staan twee grote attracties, maar omwille van hun afgelegen locatie kunnen we er niet van een overrompeling spreken. Bij Excalibur mogen we bijvoorbeeld meteen instappen, om vervolgens te merken dat het een behoorlijk speciale achtbaan is. In feite kan ik het als een ouderwetse Arrow mijntreinachtbaan beschrijven, maar het cijfermateriaal is spectaculairder dan we van dat type gewend zijn. De lay-out start bijvoorbeeld met een 32 meter diepe first drop, waarna een topsnelheid van bijna 90 kilometer per uur bereikt wordt. Verder raast de trein aan een hoog tempo door een aantal bochtencombinaties, inclusief enkele foute knikken. Je wordt tijdens de rit dus meermaals heen en weer geschud, maar al bij al blijkt Excalibur een verbazend fijne familieachtbaan. Jammer dat z’n populariteitscijfers zo laag liggen, want hij verdient in mijn ogen meer aandacht.

Wanneer ze het in de Verenigde Staten over temperatures in the nineties hebben, zal je zeker geen kou lijden. Op zulke momenten zoeken haast alle pretparkbezoekers naar manieren om af te koelen. In Valleyfair kunnen ze dan terecht bij het eerder genoemde Soak City en een tweetal waterattracties. Dat zijn The Wave (een klassieke, helaas nauwelijks aangeklede shoot-the-chutes) en raftingbaan Thunder Canyon. Deze rapid river meandert door een boomrijke omgeving en die setting levert in mijn ogen een enorme meerwaarde. En of deze attractie verfrissing biedt? Ja, maar extreem spannend is hij niet. De boten varen namelijk over een zacht kabbelend beekje en de natheid is haast uitsluitend te danken aan een paar strategisch geplaatste watervallen. Hoewel Thunder Canyon vandaag bij de populairste attracties van het park hoort, is het absoluut niet de beste Amerikaanse rapid river.

Hoewel beide groepen tegenwoordig onder hetzelfde management vallen, blijven de verschillen tussen Cedar Fair-parken en Six Flags-parken groot. Spelen de Looney Tunes en DC Comics een grote rol? Dan ben je ongetwijfeld in een vestiging van Six Flags. Zie je daarentegen Snoopy op iedere straathoek? Dan behoorde het park vroeger tot Cedar Fair. Het schattige hondje krijgt meestal ook een eigen themagebied, dat hier in Valleyfair bijvoorbeeld bekendstaat als Planet Snoopy. We vinden er niet alleen een kleinschalige powered coaster van Zamperla, maar er staan ook een tiental familiale flatrides en je kan het gebied dankzij een kleurrijke monorail van bovenaf bewonderen. Wij brengen er amper tijd door, maar voor gezinnen met jonge kinderen is Planet Snoopy sowieso the place to be.

Planet Snoopy wordt ingesloten door de twee oudste rollercoasters van het park. Aan de ene kant is er High Roller, een houten achtbaan uit het jaar 1976. Met z’n out-and-back-opbouw en wit geverfde ondersteuningen straalt High Roller een heerlijk antieke vibe uit, maar eerlijk is eerlijk: de ervaring valt nogal tegen. De trein wordt meermaals hard afgeremd, waardoor er absoluut geen sprake is van airtime of intensiteit. Aan de andere kant is er Corkscrew, een 35 jaar oude inversieachtbaan van Arrow Dynamics. Helemaal soepel verloopt de rit niet en de lay-out biedt geen verrassingen, maar mag ik Corkscrew wel kronen tot de meest fotogenieke rollercoaster van Valleyfair? De rails kregen een zeer fleurig kleurenschema en een groot stuk van de baan werd boven een oogstrelende waterpartij gebouwd. Erg mooi om te zien.

Mijn aandacht gaat op deze website doorgaans vooral naar rollercoasters, waterattracties en darkrides, maar een pretpark is pas compleet wanneer er ook rides voor tussendoor aanwezig zijn. En ondanks het feit dat Valleyfair in dit segment minder te bieden heeft dan pakweg Cedar Point of Kings Island, blijkt het aanbod nog steeds voldoende. Blikvangers zijn een 100 jaar oude draaimolen, een Screamin’ Swing, de 85 meter hoge Power Tower en een Star Flyer met de naam North Star. Een drietal andere flatrides zou ik dan weer onder het titeltje ‘typisch Amerikaans’ willen plaatsen. Ik heb het over klassiekers als een Tilt-A-Whirl, een Scrambler en een zogenaamde Larson Loop. Zulke draaiende machines staan zelden op mijn prioriteitenlijstje, maar ik vind wel dat ze een pretpark levendiger en aantrekkelijker maken.

Volgens de Roller Coaster Database staan er in Valleyfair acht rollercoasters. Als we kijken naar de leveranciers van die banen, valt op dat enkele bekende namen ontbreken. Wie zoekt naar een coaster van B&M, Vekoma, RMC of Mack blijft hier immers op zijn/haar honger zitten. Zelfs het alom bejubelde Intamin mocht slechts één keer in actie komen, meerbepaald voor de bouw van Steel Venom. Dit is een inverted coaster waarbij de inzittenden meermaals voor- en achterwaarts gelanceerd worden, waarna ze op verticale baangedeelten tot stilstand komen. De acceleraties zijn krachtig en op de spikes ervaren we behoorlijk wat airtime, dus ik vind zulke Impulse Coasters erg indrukwekkend. De versie van Valleyfair heeft trouwens nog een extraatje te bieden ten opzichte van de kopieën die in Six Flags Great America en Leofoo Village staan. Dit blijkt namelijk de enige variant waarbij de zogenaamde holding brake nog actief is. Dankzij deze rem kan de trein een paar tellen tot stilstand gebracht worden in verticale positie. En geloof me… dat creëert een ongewone sensatie.

Steel Venom is de sensationeelste achtbaan van Valleyfair, maar zeker niet de grootste. De skyline van het park wordt immers gedomineerd door een 63 meter hoge hyper coaster met een topsnelheid van 120 kilometer per uur. De groene tracks en supports behoren tot Wild Thing, een ride die door fans soms spottend Mild Thing genoemd wordt. Met zo’n bijnaam spreekt het voor zich dat de baan geen buitensporige g-krachten of buitengewoon steile afdalingen te bieden heeft. Maar ondanks het feit dat Wild Thing geen concurrentie vormt voor de Millennium Forces en de Shambhala’s op deze aardbol, is het wel een attractie waar ik van geniet. Constructeur Morgan zorgde voor een nauwelijks te beschrijven soepelheid en de afsluitende bunny hops leveren een flinke dosis airtime. Daarnaast blijkt Wild Thing visueel een schot in de roos. De staalconstructie is een opvallende verschijning voor automobilisten die Valleyfair naderen en ook vanuit het park is de torenhoge lifthill haast constant zichtbaar.

Valleyfair is een pretpark en geen themapark. Het is belangrijk om dat in gedachten te houden wanneer je deze plek bezoekt. Als je op waanzinnige themagebieden of immersieve attracties hoopt, kom je in Valleyfair gegarandeerd voor teleurstellingen te staan. Heb je daarentegen nood aan een fijn en ongecompliceerd dagje uit? Dan kan dit charmante park de verwachtingen hoogstwaarschijnlijk inlossen. Valleyfair biedt een prima attractiecollectie waarbij vooral Renegade en Steel Venom me positief verrasten. Verder ligt het park er tijdens ons bezoek piekfijn bij: alle rollercoasters zijn voorzien van een fris laagje verf en op verschillende plaatsen zijn er fleurige bloemperken aangelegd. Valleyfair behaalt dus een ruime voldoende, maar ik ga niet ontkennen dat de tijd hier een beetje stil bleef staan. Het wordt echt de hoogste tijd om uit te pakken met een grote nieuwe rollercoaster of een darkride, al zie ik dat laatste niet snel gebeuren onder het huidige management.

PRO & CONTRA

  • Gezellige opbouw van het park
  • Uitgebreid aanbod voor kinderen in het Snoopy-gebied
  • Wachttijden zijn doorgaans beperkt
  • Park mist een uitgesproken topattractie
  • Gebrek aan indoor rides

Hoewel ik je niet wil aanraden om speciaal voor Valleyfair naar Minneapolis te reizen, is het absoluut niet verkeerd om hier een kleine omweg voor af te leggen. En als je toch in de buurt bent… Neem dan zeker ook een kijkje bij de nabijgelegen Mall of America, waar je naast ontelbare kledingwinkels en tientallen restaurants ook een heus indoorpretpark vindt. In het volgende report lees je er meer over.

Leave a comment