Dagboek Down Under – Uluru & Kata Tjuta

Zondag 3 april 2016

Hi mate. Ik wil dit hoofdstuk van Dagboek Down Under graag openen met een blik op de term bucket list. Je weet wel… die samenvatting van coole activiteiten die je liever vroeg dan laat wil ondernemen. Het kan variëren van quasi onhaalbare (ik wil m’n eigen pretpark) tot relatief alledaagse zaken (ik wil wel ‘ns in een pretpark werken). Bijna iedereen heeft op die befaamde bucket list bovendien een aantal verre reizen staan en dat is in mijn geval niet anders. Gelukkig kan ik de paasvakantie elk jaar benutten om een item van die lijst te schrappen. En zoals je inmiddels weet, is 2016 het jaar waarin Australië eraan moet geloven. De themaparken in Gold Coast en het waanzinnige Sydney stonden al jaren in de hoogste regionen van m’n verlanglijst, maar deze werden tijdens de afgelopen dagen alvast allemaal voorzien van een glimmend been-there-vinkje. Onze volgende bestemming stond daarentegen nooit op m’n bucket list. ’t Was pas nadat ik reisverslagen van voorgangers gelezen had, dat ik ervan overtuigd raakte dat het Australische binnenland op onze planning moest verschijnen. En daarom staan we tijdens deze druilerige zondagochtend op de luchthaven van Sydney. Onze bestemming: het vuurrode centrum van het Australische continent en haar Uluru-Kata Tjuta National Park.

DSC09263

Yes, dat lees je goed. We reizen vanuit Sydney ruim tweeduizend kilometer, gewoon om een natuurpark te bezoeken. Echte die-hards beweren dat je die tocht bij voorkeur met de wagen overbrugt om het Australische Outback-gevoel ten volle te beleven. Maar om het met de woorden van ‘Media Markt’ te zeggen: ik ben toch niet gek! De reistijd die Google Maps voor de autorit berekent, is immers ronduit absurd. Nee nee, we vinden die drieënhalf uur durende vlucht echt wel een mooi alternatief. Terwijl we achterover leunen in een comfortabele JetStar-zetel, zien we trouwens veel verandering aan de andere kant van het raampje. De groene omgeving van Sydney wordt in sneltempo omgeruild voor een eindeloze woestijn en de regenwolken blijven hardnekkig rond de kustlijn hangen. Het zorgt ervoor dat we rond het middaguur onder een staalblauwe, heldere hemel landen op ‘Ayers Rock Connellan Airport’. Wanneer ik uit het vliegtuig stap, word ik haast meteen overvallen door een loodzware hitte en de heftig brandende zon. Op datzelfde moment moet ik twaalf gigantisch irritante vliegjes van m’n gezicht wegslaan. Sydney lijkt opeens heel ver weg.

DSC09266DSC09310

Het zou niet bij die eerste twaalf vliegjes blijven… Neen echt: je komt naar het midden van Australië om wereldberoemde en mysterieuze rotsformaties te bewonderen, maar je ergert jezelf tachtig procent van de tijd aan dat vreselijke ongedierte. Weet je nog hoe ik in het vorige report vertelde over die 1,3 miljard Chinezen die Blue Mountains National Park overspoelden? Wel, hier nemen de vliegen die rol over. Net zoals de Chinese toeristen zichzelf kenmerken door het constante geklik van hun fotocamera’s, zo zwermen er hier haast voortdurend tientallen beestjes met een oorverdovend gezoem rond m’n kop. Tijdens de check-in bij het hotel wijst de receptioniste ons gelukkig op een souvenirshop waar vliegennetjes verkrijgbaar zijn. Flatterend zijn die dingen allerminst en het maakt drinken tijdens je wandelingen een heel stuk moeilijker, maar please please please… koop zo’n vliegennetje wanneer je ooit naar Uluru komt. Het zal je een heleboel ergernis besparen.

Even terug naar ons hotel. Wanneer je naar Uluru-Kata Tjuta National Park komt, zijn er niet zoveel verblijfsmogelijkheden beschikbaar. Sterker nog: je bent eigenlijk volledig afhankelijk van het ‘Ayers Rock Resort’ in Yulara. Dit complex met kampeersites en hotels ligt op zowat tien minuten rijden van de parkingang en op een klein halfuurtje van de machtige Uluru. Onze keuze valt op ‘Desert Gardens’. Dit hotel is uiterst verzorgd en pronkt met alle service die je zou verwachten van een viersterrenhotel, maar dat mag ook wel. De prijs die we hier neertellen, zou ons in de meeste grootsteden immers een luxueus tophotel opleveren. Nu ja, geef ze hier maar ‘ns ongelijk. ‘Ayers Rock Resort’ heeft een monopoliepositie als het gaat over slaapgelegenheid nabij het National Park. En als je dan toch een waterdichte garantie hebt dat er dagelijks enkele honderden mensen komen inchecken, kan je de prijzen quasi ongelimiteerd omhoog laten schieten. Laat me die wansmakelijke tarieven dus meteen benoemen tot het grootste minpunt van dit toeristenreservaat. Nadat we ruim 500 euro neertelden voor twee nachten in een standaardkamer, moesten we namelijk ook nog de volle pot betalen voor maaltijden en het transport naar Uluru. Gratis shuttlebussen naar het park zijn er immers niet. Een retourtje met de ‘Uluru Express’ kost je bijvoorbeeld zestig Australische dollars. Wil je de sights van Uluru-Kata Tjuta National Park tijdens de waardevolle zonsopgang of -ondergang zien? Dan wordt er nog een aardige surplus in rekening gebracht. Beschouw dit dus als mijn waarschuwing wanneer je ooit in het ‘Ayers Rock Resort’ verblijft: je portefeuille wordt hier aardig leeggehaald.

Ik hoor het je denken: waarom zou je in godsnaam zoveel geld uitgeven aan een verblijf in het woestijnachtige niemandsland? Wat maakt Uluru-Kata Tjuta National Park zo bijzonder ten opzichte van andere natuurparken? Waarom probeert elke reisblog en elke travelgids je wijs te maken dat Uluru hoe dan ook een onderdeel van je trip Down Under moet zijn? Want als je geen zonsondergang bij Uluru meegemaakt hebt, dan ben je (volgens hen) niet in Australië geweest. Verkooppraatjes om nietsvermoedende toeristen in een dure val te lokken? Of zit er een grond van waarheid in die beweringen en ademen de rode rotsen inderdaad een onbeschrijflijk mysterie uit? We gaan op onderzoek.

DSC09281

Zo… goedemiddag! Het is een graad of 38 en we zweten ons te pletter, iets waar die vliegjes met veel interesse op af komen. Toch zetten we vlug dat lelijke vliegennet af om een waardevolle foto te maken. Want kijk eens daar in de verte… dat is Uluru! In de volksmond ken je deze enorme steen ook als ‘Ayers Rock’, maar locals en Aboriginals houden niet zo van die term…

DSC09292

Niet voor elk onderdeel van het ‘Ayers Rock Resort’ moet je tientallen dollars neertellen. Sommige dingen, zoals deze ‘Uluru Lookout’, kan je zelfs gratis bezoeken. Het enige nadeel als je hier overdag naartoe komt, is dat je jezelf dwars door de hitte naar een heuveltop moet slepen.

DSC09298

Is het uitzicht op Uluru die (bescheiden) klim waard? Absoluut! Aanschouw ’s werelds meest beroemde steen en besef dat we omringd waren door een volmaakte stilte toen ik deze foto maakte.

DSC09306

Op deze foto staan een beroemde Limburger, een beroemde steen en (hoewel je ze niet ziet) ook 18.864 vliegjes.

DSC09307

Kijk, ik kàn heus wel glimlachen. Maar de angst om één van die irritante vliegjes in te slikken, dwingt me om hier zo verkrampt m’n mond dicht te knijpen.

DSC09320

Ik wil jullie niet proberen weg te blazen met feitjes over Uluru – en ik ben bovendien te lui om ze op te zoeken – maar ik wil wel vertellen dat de omvang van het ding extreem imposant is. Vanuit het ‘Ayers Rock Resort’ ben je nog een kleine twintig kilometer van de rots verwijderd, maar zelfs van hieruit voel je jezelf ontzettend klein. Het feit dat de dichtst bijzijnde stad op een afstand van 440 kilometer ligt (dat is de afstand van Antwerpen naar Hannover) werkt daar trouwens ook aan mee.

DSC09322

Enkele uren later staan we op een andere lookout om naar de zonsondergang te kijken. Uluru lijkt bij een laagstaande zon veel warmer verlicht dan tijdens de middaguren, dus dit wordt als het meest waardevolle moment van de dag beschouwd.

DSC09339

Verrassend: dit gratis te bezoeken panoramaplatform bleek veel minder druk bezocht dan de uitzichtpunten in het park waarvoor je National Park Fees en je eventuele tourbus moet betalen.

DSC09342

Vanaf deze lookout hebben we trouwens ook een knap uitzicht op Kata Tjuta. Dit bergmassief is de minder gehypete, doch minstens even imposante tweede highlight binnen het Uluru-Kata Tjuta National Park. Morgenvroeg zullen we voor dag en dauw opstaan om het allemaal van naderbij te kijken.

DSC09343

Terwijl de zonsondergang nadert, zie je de kleuren inderdaad dieper worden.

DSC09344

Wat ik je als nuchtere Vlaming wel wil meegeven: verwacht alsjeblieft geen wonderen van die zonsondergang. De toeristen rond ons lijken massaal te wachten tot de zon effectief onder de horizon verdwijnt, maar ze vergeten daarbij dat de minuten voordien eigenlijk de mooiste zijn. ’t Lijkt wel alsof ze aan een Disney-kasteel staan te wachten op de vuurwerkshow, maar zo werkt het aan Uluru nu eenmaal niet. De show duurt hier een hele dag en wordt niet afgerond met een waanzinnige climax. Of althans, zo ervaar ik het.

DSC09348

Kata Tjuta en de allerlaatste zonnestralen die we op zondag 3 april zullen zien.

DSC09350

Hoewel ik de zonsondergang beslist niet zo imposant ervaar als de lyrische commentaren die je op sommige reisblogs leest, is Uluru in het laatste daglicht wel opvallend fotogeniek.

DSC09358

Een fotogenieke steen en een fotogenieke Limburger.

DSC09368

Zo’n zonsondergang is sneller voorbij dan je zou denken. Wist je trouwens dat de vliegjes het ook voor bekeken houden van zodra de zon weggezakt is? En hoewel we hier nog maar enkele uren zijn, voelt het reeds als een heuse bevrijding om eindelijk weer in de buitenlucht te kunnen lopen zonder dat zwarte netje over m’n hoofd.

En dan valt de nacht boven het Uluru-Kata Tjuta National Park. Vele groepjes (overwegend alternatieve) jongeren trekken zich terug naar hun kampeerplek en vullen de avond met barbecues, alcohol en het plezier dat achteraf ongetwijfeld volgt in het tentendorp. Wij volgen de andere stroom toeristen richting het hotelresort in Yulara en gaan daar op zoek naar ons avondmaal. Het restaurant van ons hotel blijkt nog een tafeltje beschikbaar te hebben. Het is – zoals verwacht – een prijzige aangelegenheid, maar we worden wel aardig verrast dankzij onze Australian Platter waarop ik achtereenvolgens een stukje kangoeroe-, wallaby-, emoe- én krokodillenvlees kan proeven. Boeiende materie.

Maandag 4 april 2016

Goedemorgen. Of moet ik nog goedenacht zeggen wanneer onze wekker om vijf uur afloopt? We hebben een extreem drukke dag voor de boeg en die start reeds in alle vroegte. Uitzonderlijk is dat hier in het ‘Ayers Rock Resort’ niet, want het lijkt wel of driekwart van de hotelgasten al wakker is op dit onmenselijke uur. Net zoals de zonsondergang is namelijk ook de zonsopkomst (om gelijkaardige redenen) een topmoment in het park. Ik speel dus met een versufte kop een simpel ontbijtje naar binnen, om vervolgens nog voor zes uur ’s ochtends op een ‘Uluru Express’ te stappen. Deze shuttlebus brengt ons overigens niet naar Uluru zelf, maar wel naar dat andere spektakel der natuur: Kata Tjuta, alias The Olgas.

DSC09379

Dit is ‘m dan: de tweede naamgever van dit National Park. Het is intussen enkele minuten voor zonsopgang en we zijn verzameld op een lookout om die vuurwerkshow van gisterenavond opnieuw te beleven. In omgekeerde richting, weliswaar.

DSC09392

Monday Morning Feeling! Mijn verbaasde gezicht duidt op het feit dat de Australische woestijn verrassend fris kan zijn. Het wordt hier overdag weliswaar bijna veertig graden, maar we kunnen die meegebrachte truien ’s ochtends goed gebruiken. Michaël z’n happy gezicht duidt daarentegen op het feit dat de Outback-vliegjes nog niet wakker zijn. Die afzichtelijke vliegennetjes kunnen dus nog even in de rugzak blijven.

DSC09381

Uiteraard kan je vanop het panoramische platform aan The Olgas ook naar de dertig kilometer verder gelegen Uluru staren. Ergens links van die steen gaat er over enkele ogenblikken trouwens een gigantische vuurbal uit de grond komen. Spannend hè!

DSC09383

Het is geen toeristisch hoogseizoen in Australië; dat loopt immers van november tot februari. Maar ook in de lokale herfstperiode (onze lente dus) zijn we beslist niet de enigen die Uluru en Kata Tjuta willen komen bekijken.

DSC09395

Ha! Had ik het niet voorspeld? Daar is die vuurbal die ik je beloofd had…

DSC09402

… en opeens ziet die enorme muur van sierlijk gevormde rotsen er zo uit. Hebben we zin om het allemaal van naderbij te bekijken?  Ja, dat hebben we zeker.

DSC09406

Om Kata Tjuta ten volle te beleven, plannen we vanochtend de ‘Valley of the Winds Walk’. Deze behoort tot de populairste hikes binnen het park en dat is helemaal terecht. Een avontuurlijke wandeling maken tussen dit soort dieprode kliffen, dat is immers behoorlijk cool.

DSC09409

‘Valley of the Winds’ is een hike die door vele toeristen ondernomen wordt, maar bevat toch enkele vrij intense passages. Mede daardoor wordt de wandeling ten stelligste afgeraden wanneer de temperaturen boven 36 graden reiken. Gelukkig voorspelt men vandaag slechts 34 graden en op dit vroege uur is er sowieso geen probleem. Of toch: de vliegjes zijn opnieuw wakker…

DSC09413

Onderneem je die tocht door de vallei op je eentje? Absoluut niet.

DSC09417

Veel vliegjes, veel wind en veel schoolkinderen… je voelt jezelf in Uluru-Kata Tjuta National Park inderdaad een eersteklas toerist. Alhoewel… in een echt toeristenoord zou er een roltrap over deze verrassend steile helling lopen.

DSC09418

We kunnen de horde schoolkinderen gelukkig vlug afschudden en genieten vervolgens op een rustigere manier van de prachtige wandeling die ‘Valley of the Winds’ is. We doen dat – in tegenstelling tot wat dit bordje suggereert – echter zonder wandelstok.

DSC09428

Met of zonder wandelstok… de uitzichten in Kata Tjuta zijn adembenemend mooi. Ik vind het zelfs onbegrijpelijk dat Uluru in de algemene opinie een meer legendarische status geniet dan dit prachtige tafereel.

DSC09443

Het eerste gedeelte van ‘Valley of the Winds’ bestaat voornamelijk uit klimmen en dalen tussen rotskliffen. Daarna wordt het panoramische aspect belangrijker en bekogelen The Olgas me met dit soort unieke uitzichten. Qua natuurpracht kan ik alleen maar concluderen dat dit me beduidend meer deed dan die rots even verderop…

DSC09464

… maar ja, je moet toch ook Uluru van dichtbij bekijken, right? In de namiddag laten we ons dus aan De Steen droppen door een andere ‘Uluru Express’. Zoals ik gisteren reeds vermoedde, voelt Glenn zich een Enorm Klein Glenneke wanneer we de rode gigant naderen.

DSC09498

Wat kan ik je vertellen over Uluru? Dat de omgeving verrassend groen is? Dat het er ietwat buitenaards uit ziet? Dat het ding van groot religieus belang is voor de Anangu? Nauurlijk kan ik dat allemaal aanhalen, maar het is evenzeer een heel grote steen in een heel grote, hete vlakte.

DSC09467

Tijdens de namiddag wordt hiken niet aangemoedigd, maar dat is een goede raad die we met plezier aan onze laars lappen. Onze tijd in Uluru-Kata Tjuta National Park is beperkt en we moeten er dus het maximale uit halen. We zijn echter niet knettergek en denken er geen moment aan om Uluru te beklimmen. Zie je die paaltjes die langs deze bizar steile bergflank omhoog leiden? Die zou je in de volle namiddagzon moeten volgen om bovenop de 350 meter hoge Uluru te geraken. Bovendien is het niet strikt verboden, maar vragen de lokale Anangu omwille van hun religieuze overtuiging om Uluru niet te beklimmen. Die keuze is dus vlug gemaakt…

DSC09469

Wat voor die locals dan weer geen enkel probleem vormt, is de wandeling die helemaal rondom Uluru loopt. Michaël en ik zijn op en top respectvol en opteren dus voor die zogenaamde ‘Base Walk’. Minder crazy dan de beklimming, maar nog steeds goed voor ruim tien kilometer stappen in de volle zon. Die pas aangekochte rangerhoed en het vliegennetje bewijzen hun nut hier meer dan ooit.

DSC09503

Zelfs wanneer we Uluru vanuit een 360°-perspectief bekijken, blijft het vrij lastig om de grootte van het geheel te vatten. Ik moet eerlijk bekennen dat Uluru me niet de buitengewone wow-ervaring geeft waar al die reisgidsen mee pronken. Ik ben trots dat we de ‘Base Walk’ op ons lijstje als done mogen aanduiden, maar heeft dit mijn leven veranderd? Neen. Ik blijf nuchter genoeg om te beseffen dat dit een steen is. Een grote steen weliswaar, maar… een steen.

DSC09479

Ik moet echter niet overdreven negatief doen en heb ook positief nieuws te melden. Zo was het bijvoorbeeld fantastisch om tijdens die hele ‘Base Walk’ (die een goeie drie uur van je tijd in beslag neemt) slechts vier mensen ontmoet te hebben. Letterlijk. Ja, dat lees je goed: we zijn op één van ’s werelds meest legendarische toeristische sites, maar we kunnen die plek in een zo goed als verlaten toestand ontdekken. Ook moet ik bekennen dat Uluru echt voor waanzinnige fotomomenten zorgt. Alleen jammer dat het plaatselijke kangoeroe-verkeersbord zo wansmakelijk ontsierd wordt door vreselijke stickers…

DSC09484

… gelukkig bestaat er nog zoiets als Photoshop. Pfiew!

DSC09496

Sommige foto’s hebben echter geen Photoshop nodig om het indrukwekkende uiterlijk van die enorme rots te benadrukken.

DSC09494

De ‘Base Walk’ is uitputtend en biedt nauwelijks schaduwplekken. Dit soort rustpuntjes en de drinkwaterkraan halverwege zijn dus welgekomen stopplaatsen tijdens de tocht.

DSC09497

Op sommige plekken vragen de locals je om geen beeldmateriaal te maken omwille van hun religieuze overtuiging. De vraag die ik me bij zulke bordjes stel: is het dan wèl toegestaan om dat bewuste bordje te fotograferen? Dus bij deze: als ik een klachtenmail uit Centraal-Australië krijg, beloof ik plechtig deze foto te verwijderen.

DSC09491

Hopla, laat ik het beeldfestijn beëindigen met één van m’n favoriete plaatjes. Ik hou het als amateurfotograaf natuurlijk bij nogal gestandaardiseerde foto’s en weinig gedurfde composities, maar ik kan me voorstellen dat je hier als professional het ene prijswinnende plaatje na het andere schiet. Mooie plek, dat sowieso.

Weet je… het is moeilijk om een sluitende conclusie te schrijven over m’n ervaringen in dit National Park. Ik dàcht dat ik hier zonder enige verwachting heen gekomen was, maar de realiteit bleek anders. Uluru staat in zowat elke reisgids, -blog en -website aangeduid als een absoluut hoogtepunt van het Australische continent. Bovendien is Uluru een vreselijk dure plek om te bezoeken. We boekten vluchten speciaal om hier te geraken, de hotels zijn peperduur en ook voor de tours leg je een aardige som neer. Tel alles bij elkaar en je hebt (wellicht onbewust) torenhoge verwachtingen bij hetgeen je te wachten staat. Vergeet echter nooit dat Uluru-Kata Tjuta gewoon een natuurpark blijft. Stenen en bomen, die combinatie zagen we ook al in Zion National Park, Bryce Canyon en de Blue Mountains. Het oneindige woestijnland rond Uluru levert in mijn ogen helaas niet voldoende meerwaarde om de extra moeite en dollars te verantwoorden. Dus mijn welgemeende excuses aan diegenen die Uluru als een niet-te-missen Australische highlight beschouwen, maar die drie andere National Parks wisten me sterker te overtuigen. Ik wil voor alle duidelijkheid nogmaals benadrukken dat ‘Valley of the Winds’ een adembenemende wandeling is en dat ook de ‘Base Walk’ een zekere charme had. Maar Uluru stond niet op m’n bucket list en komt niet op de bucket list voor een tweede bezoek.

DSC09573

Hee psssst… mag ik als een soort epiloog nog even m’n best doen om de algemene waardering van Uluru op te krikken? Ja? Maak dan kennis met een project waarvan mijn pretparkminnende hart sneller van gaat slaan. Artiest Bruce Monro presenteerde op 1 april 2016 zijn Disney-achtige ‘Field of Lights’ nabij Ayers Rock Resort. Deze installatie blijft minstens een jaar staan en wij zijn op maandag 3 april bij de allereersten om het schouwspel te bewonderen. We tellen er opnieuw een aardige inkomprijs voor neer, maar het wordt zo’n magische ervaring dat ik dat verantwoord vind. Dit kunstwerk omvat zowat 50.000 kleurig fonkelende lampjes, waar je door middel van kronkelende paadjes doorheen kan kuieren. Er zit geen verhaallijn in en het heeft geen diepzinnige religieuze betekenis, maar oh wat heb ik hiervan genoten. Ik weet het wel… stiekem ben ik best een cultuurbarbaar als ik dit soort entertainment als waardevoller beoordeel dan het duizenden jaren oude natuurschoon dat een paar kilometer verder ligt. Maar dan zeggen ze zoiets over les goûts et les couleurs, n’est-ce pas?

DSC09514DSC09567DSC09558

En zo mag ik dit report toch nog verrassend positief afsluiten. Gelukkig, zeg dat wel. Want je weet het of je weet het niet, maar het einde van ons avontuur Down Under komt inmiddels akelig dichtbij. Wanneer we hier afscheid nemen van de woestijn, van de reusachtige stenen, van de hitte en van de vliegjes (ik zal jullie niet missen, sukkels) is het immers omdat we vertrekken naar het laatste adres dat op onze Australische bucket list staat. Michaël wil op familiebezoek en ik kijk er naar uit om ’s werelds meest leefbare stad te bewonderen. Het geluk is aan onze kant en we kunnen die beide wensen in één Australische metropool vervullen. We maken ons dus met een stevige portie voorpret klaar voor de meest zuidelijke plek die we ooit op deze aardbol bezochten. Melbourne, we komen eraan. Wordt vervolgd!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s