Stadspretparken op Finse wijze

Groeten uit Finland. Ja juist, Finland. Of Suomi, zo noemen de locals het. Wat ik opeens daar te zoeken heb? Eigenlijk heel weinig, maar je moet nu eenmaal iets doen wanneer je baas drie opeenvolgende vrije dagen goedkeurt. Bovendien is juni zo’n typische maand waarin je als Facebook-gebruiker de ene jaloersmakende reisfoto na de andere moet slikken. Om niet helemaal achter te blijven op al die vrienden met hun verre trips, benut ik m’n vrije dagen bijgevolg liefst zelf buiten België. Maar waarheen? Anaheim is voor die tijdspanne te ver, Londen bleek te prijzig en ik had simpelweg geen zin in Parijs. M’n algemene voorliefde voor Scandinavië wees vervolgens snel naar het hoge noorden. Tijdens de afgelopen jaren reisde ik er reeds van Kopenhagen en Stockholm tot aan Göteborg en Oslo. Stuk voor stuk toffe bestemmingen om nog eens over te doen, maar waarom zou ik niet van de gelegenheid gebruik maken om (nog maar eens) een lijstje aan te vullen? Hoofdsteden in het noorden om precies te zijn. En zo beland ik op zondagmiddag 14 juni in een land vol berkenbossen, onverstaanbaar getater en inwoners die als godenkinderen geboren werden. Finland dus.

De internationale luchthaven van Helsinki is m’n startpunt en de Finse hoofdstad wordt tevens mijn uitvalsbasis voor deze korte citytrip. Nuja, ’t is maar wat je een citytrip noemt… Bij die term denk ik haast automatisch aan urenlange museumbezoeken, de bezichtiging van plaatselijke kerken en shopsessies tot je erbij neer valt. Ik huiver echter van de gedachte om drie volle dagen op een dergelijke manier te moeten doorbrengen. Sightseeing is leuk en ik zou het doodzonde vinden om de toeristische kant van Helsinki niet van naderbij te bekijken, maar stiekem heeft een Glenn-vakantie meer kruiding nodig dan al dat clichématige gedoe. Die kruiding mag je letterlijk interpreteren: een extra druppeltje tabasco maakt een Bloody Mary namelijk nog smakelijker en al helemaal wanneer ie bereid wordt door blauwogige, blonde bartenders die niet zouden misstaan in de catalogus van A&F. Maar ook figuurlijk zoek ik naar meer pit en die honger wordt doorgaans efficiënt gestild met een achtbaanritje. Geen probleem, zeggen de Finnen. Ze houden hier immers zowel van hun glaasje als van hun plaatselijke pretparken. Twee bekende exemplaren blijken vanuit Helsinki trouwens relatief eenvoudig bereikbaar. En zo werd die klassieke citytrip in één luttele alinea getransformeerd naar een Glenn-reisje. Let’s go.

Het Senaatsplein en haar iconische Dom? Check. De groene wandelboulevard ‘Esplanadi’? Check. Ook het winkeldistrict en de in een rotsformatie uitgehouwen kerk bezoek ik, vergezeld door de honderden cruise-toeristen die op deze zonnige middag in Helsinki neergestreken zijn. Reisgidsen beweren vaak dat de stad eerder Russisch dan Europees aanvoelt, maar ik merk persoonlijk toch vooral de Scandinavische touch op. Ook qua mensen trouwens. Locals zijn hier relaxed, correct en ze behouden een gezonde afstandelijkheid ten opzichte van buitenlanders. Voel je jezelf comfortabel in Stockholm en Kopenhagen? Dan hou je waarschijnlijk ook van Helsinki. De Finse hoofdstad is compact, oogt verzorgd en pronkt met vele heerlijk rustige parkjes en schilderachtige waterpartijen. Achter één van die door groen omzoomde meren zie ik trouwens een achtbaantreintje omhoog klimmen en valt er een freefall-gondel de diepte tegemoet. Ook dat feitje herinnert me in Helsinki dus aan Kopenhagen, Göteborg en Stockholm: een stadspretpark!

De Finnen kennen het als Linnanmäki. In het Zweeds, wat hier tevens een officiële landstaal is, staat het bekend als ‘Borgbacken’. Indien Nederlands de derde gesproken taal in dit land zou zijn, had er boven de toegangspoorten ook iets als ‘Kasteelheuvel’ geprijkt. En inderdaad: reeds van ver zie ik hoe het park duidelijk wat hoger ligt dan het grootste deel van de stad. Die prominente ligging helpt overigens een aardig handje om ‘Linnanmäki’ vlot te vinden. Je kan daarvoor rekenen op openbaar vervoer, maar ik opteer ervoor om vanuit het stadscentrum te voet te gaan. Vanuit het hoofdstation geraak ik zo op een ruime twintig minuten aan de zuidelijke ingang van ‘Linnanmäki’. Volg gewoon het pad dat aan de oevers van het prachtige Töölönlahti-meer ligt, loop onder het treinspoor door en je vindt het park bovenaan de rotsige heuvel aan je linkerkant. Een ecologisch verantwoorde én visueel aantrekkelijke manier om aan je namiddagje pretpark te beginnen.

Wie zei er ook alweer dat Noord-Europa een peperdure regio is? Ik spaarde zonet een tram- of busticket uit en ik betreed nu ‘Linnanmäki’ zonder daar een eurocent voor neer te tellen. Net zoals dat bij de meeste pretparken in Noord-Europa het geval is, betaal je hier per attractie of neem je een all-in ticket om onbeperkt te blijven sjezen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld ‘Gröna Lund’ of ‘Liseberg’ hoef je daarbovenop geen (klein) bedrag te betalen om het domein te mogen betreden. Iedereen is welkom en je begint pas te betalen wanneer je rides wil doen. Acht euro voor een afzonderlijke attractie of achtendertig euro voor een all-in wristband tijdens het laagseizoen. Aangezien er volgens die goeie ouwe ‘Rollercoaster Database’ niet minder dan acht credits te rapen zijn, valt mijn keuze vrijwel meteen op die tweede optie.

Met een Ranneke – oh wat is Fins een leuke taal – rond de pols, begint mijn zoektocht naar de vierhonderdste credit. De teller staat voorlopig op 391 en ik verwacht het jubileumsexemplaar dus binnenkort aan te vinken. M’n eerste stop wordt niet die bewuste nummer vierhonderd, al krijgt ie wel de eervolle vermelding van m’n allereerste achtbaan op Finse bodem: ‘Linnunrata’. Deze indoor coaster werd geïntegreerd in het opvallende bakstenen gebouw waarrond het park opgebouwd werd. Ondanks de prominente locatie is het echter makkelijk om de baan per ongeluk over te slaan, want de ingang ervan ligt ietwat verscholen aan een rustig wandelpad. Zou het een wereldschokkende ramp zijn om deze ride te missen? Niet echt, maar in dit verder quasi themaloze pretpark is ‘Linnunrata’ – wat vertaald kan worden als ‘Melkweg’ – wel de enige achtbaan die noemenswaardige decoratie meekreeg. Enkele blitse wandelgangen beelden een ruimtebasis uit, waarna je in een metallic-kleurig voertuig door het heelal gaat knallen. Dat het heelal voornamelijk bestaat uit door blacklight verlichte meteoren en 2D-schilderingen, valt in zekere zin reeds te verwachten. De vrij korte lay-out is al evenmin legendarisch, maar ik beschouw ‘Linnunrata’ alsnog als een goeie familieachtbaan. Het hoeven nu eenmaal niet altijd Disney-waardige thema’s of snelheden tot 380 kilometer per uur te zijn.

‘Linnanmäki’ is anno 2015 het park met de meeste achtbanen van het Europese hoge noorden. Da’s beslist een mooie prestatie, maar jammer genoeg staat die kwantitatief sterke score tegenover een kwalitatief opvallend minder boeiend aanbod dan de concurrentie. Het stadspretpark van Helsinki heeft geen miniatuur B&M’etje zoals ‘Tivoli Gardens’, mist de geniale berg van hout en staal waar ‘Gröna Lund’ bekend mee werd en ook het ronduit adembenemende achtbaanvermaak van ‘Liseberg’ ontbreekt. In ruil daarvoor krijgen we hier vooral veel matigheid en nét-niet-gevoelens. Intamin ZacSpin ‘Kirnu’ is er een voorbeeld van. Ik vind dit sowieso een attractietype dat dichter aanleunt bij een flatride dan bij een coaster. Als je het echter aanpakt zoals de Zweden het in ‘Gröna Lund’ deden, creëer je alsnog een imposante thrill. ‘Linnanmäki’ moet het daarentegen doen met een aanzienlijk ingekorte versie. Van zodra het voertuig de top van de lifthill bereikt, duurt het bijgevolg slechts enkele seconden vooraleer we opnieuw op vaste grond staan. Het is niet de meest alledaagse gewaarwording en het is intens, maar verder doet ‘Kirnu’ me weinig. Het allesbehalve onaantrekkelijke personeelslid dat me tijdens de rit vergezeld om de balans van het voertuig te verzekeren, maakt gelukkig veel goed.

Het niet al te boeiende lijstje wordt aangevuld door Mack Rides. In tweevoud zelfs, want de Duitsers mochten zowel een klassieke aangedreven achtbaan als een E-motion coaster neerploffen. Die eerste overtuigt helaas op geen enkel vlak. De baan is sloom, de lay-out oninteressant en ’t is jammer dat de zogenaamde ‘Pikajuna’ niet door de grot raast waar ook de vlakbij gelegen rapid river doorheen stroomt. Je kan deze powered coaster echter niet verwijten dat ie pijnlijk is, een groot contrast met dat andere stuk staal uit Waldkirch. De aangrenzende ‘Tulireki’ doet er immers alles aan om je leuke pretparkdag te verknallen. Het verbaast me zelfs dat marteling niet de vertaling is die Google Translate voorziet voor de zoekterm ‘Tulireki’. De blauwe baan ziet er op het eerste gezicht nochtans leuk uit en lijkt zelfs dé ideale uitbreiding voor kleine en middelgrote parken. Maar schijn bedriegt: als passagier word je van nietszeggende bochten in pijnlijk ontworpen afdalingen gegooid. Deze misvormde elementen worden daarenboven nog een stuk onaantrekkelijker omwille van het ‘unieke’ gadget van deze coaster: meedeinende voertuigen. Dat klinkt best amusant, maar in realiteit resulteert de stroeve vering van de coaches in een nog brutere ervaring. Mack leverde in de afgelopen jaren reeds heel wat toffe achtbanen af, maar ik ben blij dat dit type geen succes werd. In Amsterdam begrepen ze gelukkig reeds dat je zulke ondingen beter met de grond gelijk kan maken.

Laat me meteen elk beetje spanning liquideren door te vermelden dat ik de coasterbingo niet binnensleep in ‘Linnanmäki’. Verre van zelfs. Zo mis ik de van kilometers afstand zichtbare Maurer SkyLoop ‘Ukko’ op nogal ongelukkige wijze. Tijdens m’n fotorondje door het park draait deze (visueel niet al te aantrekkelijke) achtbaan nog vlot z’n rondjes. Vanaf het moment waarop ik zelf m’n wristband wil laten renderen, gaan de poorten echter op slot omwille van de stevige bries die over Helsinki blaast. Een doorwinterde freak zou tijdens de daarop volgende dagen nog ‘ns terugkeren en acht euro neertellen voor de credit, maar deze bizarre baan kan me daar simpelweg niet toe verleiden. Bij ‘Pilotti’ – een veredelde kindermolen die de website Coaster-Count om vage redenen als achtbaan definieert – is m’n schaamtegevoel dan weer overheersend. Niet één seconde twijfel ik eraan om mezelf belachelijk te maken tussen Finse kleuters. De laatste rollercoaster die ik mis, is de in een uithoek verstopte ‘Vonkaputous’. Het is vooralsnog de enige waterachtbaan die de Amerikanen van Premier Rides ooit construeerden en het ziet er ondanks de ietwat korte track best een tof ding uit. Het zijn echter niet de beperkte omvang of de wind die me hier van een ritje weerhouden, maar wel de kille temperaturen. Hoewel het juni is en de zon volop schijnt, is het hooguit twaalf graden aan de zuidkust van Finland. Wanneer ik de weinige durvers na hun ritje ‘Vonkaputous’ totaal doorweekt richting droogcabine zie hollen, beslis ik dan ook zonder spijt om vriendelijk te passen.

Om gelijkaardige klimatologische redenen sla ik de plaatselijke rapid river (a.k.a. Zigzaggende Betongoot – The Ride) over, maar bovenbuur ‘Salama’ verdient wel een bezoekje. Het is algemeen geweten dat je voor de betere spinning coasters moet aankloppen bij Maurer en daar vormt dit zeven jaar oude exemplaar geen uitzondering op. De baan pronkt niet met astronomische statistieken en hoogtechnologische effectjes à la ‘Winja’s’ blijven hier achterwege. ‘Linnanmäki’ en Maurer tonen hier echter hoe je op een vrij kleine oppervlakte alsnog een erg fijne achtbaan kan neerpoten. ‘Salama’ is soepel, bevat vinnig bochtenwerk en duurt bovendien langer dan ik aanvankelijk verwachtte. Binnen de parkgrenzen van ‘Linnanmäki’ is dit alleszins de meest degelijke achtbaan die ik vandaag zou uitproberen. De ietwat geforceerde ligging boven de vaargeul van de wildwaterbaan is niet oogstrelend te noemen, maar ’t mag intussen duidelijk zijn dat je voor architectonische hoogstandjes sowieso niet in dit park moet zijn.

‘Salama’ wordt mijn favoriet van de dag en dat is in zekere zin onverwacht. Toen ik het attractieaanbod voor m’n vertrek naar Helsinki eens snel checkte, had ik immers verwacht dat ‘Vuoristorata’ die prijs zou wegkapen. Het is een stukje historiek op achtbaanwielen; deze houten achtbaan is immers al sinds 1951 operationeel. Niet enkel de leeftijd, maar ook de brakeman maken deze ride uniek. Hoewel het is niet de eerste keer dat ik een dergelijke rollercoaster aandoe, blijft het een bijzonder gegeven om een personeelslid aan boord van de voertuigen te hebben. De brakeman, de antieke vormgeving van het station, de stokoude treinstellen, de pijlsnelle kabellift en de lay-out geven me stuk voor stuk flashbacks naar ‘Bakken’ en haar befaamde ‘Rutschebanen’. Wanneer ik terugdenk aan die baan nabij Kopenhagen, is het niet toevallig dat ik me voor ‘Vuoristorata’ stevig schrap zet. De Deense versie beukt er immers op los en raast met hoge snelheid langs diepe afdalingen en over te gekke airtime-heuvels. De twee uur durende ERT die ‘Bakken’ in 2006 aan een bus Rollercoaster Friends schonk, bezorgde me dan ook nét geen rug- en nekklachten. Maar doet de brakeman in ‘Linnanmäki’ te goed zijn best of is de baan anders ontworpen? Ik weet het niet, al is het een feit dat ‘Vuoristorata’ best een makke belevenis lijkt naast het brutale geweld van ‘Rutschebanen’. Begrijp me niet verkeerd: het verloopt allemaal opvallend soepel en het is sowieso een eer om een dergelijk goed onderhouden klassieker te mogen beleven. Maar verder lijkt helaas ook elk beetje airtime en thrill uit de baan weggefilterd. In zekere zin was ‘Vuoristorata’ dus simpelweg te braaf om m’n verwachtingen in te lossen.

‘Linnanmäki’ zou z’n Noord-Europese zelve niet zijn zonder de hoogblonde personeelsleden, een kleurrijke funhouse en een enorm aantal betaalspelletjes. De doolhofachtige structuur van de wandelpaden en het ietwat chaotische allegaartje vol onsamenhangende decoratieve elementen maken het best tot een charmante plek, maar ergens mis ik de typerende sfeer van een Zweeds of Deens stadspretpark. Gelukkig telt Finland nog een amusementspark in een stad en hoef je vanuit Helsinki niet eens overdreven veel moeite te doen om daar te geraken. Op maandagochtend reis ik dus vanuit het centrale station van Helsinki (dat je voor de gemakkelijkheid ook kortweg Helsingin päärautatieasema mag noemen) naar het tweehonderd kilometer noordwestelijker gelegen Tampere. Met een sneltrein duurt dat een kleine twee uur en dankzij m’n online aangekochte zomerdeal kost een retourtje nauwelijks zestien euro. De trip brengt me letterlijk door the middle of nowhere. Aan de andere zijde van het vensterglas schuiven een lappendeken aan velden, uitgestrekte bossen en wondermooie meren voorbij. Het oogstrelende plaatje stopt gelukkig niet wanneer de eindbestemming nadert. Net zoals dat bij quasi elke belangrijke stad in deze regio het geval is, speelt water namelijk een belangrijke rol in Tampere. Je zit hier weliswaar in het binnenland, maar de stad wordt omlijnd door een aantal grootse meren. Aan de oever van zo’n watermassa tref ik trouwens de hoofdreden van mijn bezoek: Särkänniemi.

Ook in Tampere laat Groene Glenn het openbare vervoersnetwerk voor wat het is. Een pijl die vlak voor het stationsgebouw staat, leert me immers dat ‘Särkänniemi’ nog geen tweeënhalve kilometer verder ligt. Bovendien blijkt de wandeltocht een heerlijk ongedwongen ontdekking van Tampere, een plaatsje waar ik nauwelijks een week voordien nog nooit over gehoord had. Ik volg de hoofdboulevard vol winkels en horeca, steek een schilderachtige waterloop over en kom zo op het levendige centrale plein waar de inwoners vanmiddag hun streepje zon meepikken. Vervolgens leidt een schaduwrijke wandelroute me via rustige woonwijken naar de waterkant. Wanneer ik daar arriveer, zie ik plezierjachten dobberen in een klein haventje terwijl er op de achtergrond een knaloranje Intamin-trein door een looping raast. Olemme täällä!

Zo, ‘Särkänniemi’ dus. Veel schilderachtiger dan dit wordt het niet. Bouw een handvol rides op een groene heuvel langs een meer, laat wat water tegen de rotsachtige oever klotsen en plots is daar de ideale omgeving om een vrijetijdspark uit te baten. Je werkt het plaatje (alweer) af met gratis toegang voor iedereen om een succesformule te verzekeren die jaarlijks honderdduizenden Finnen aantrekt. Ik ben alvast benieuwd en haal bij de kassadame m’n 41 euro kostende wristband. Best prijzig dus, maar ik vind het allemaal best aangezien je hier voor een enkele achtbaanrit maar liefst tien euro moet neertellen. Bovendien laat de groene armband me toe om meer verschillende facetten van ‘Särkänniemi’ te ontdekken. Naast een attractiepark, vind je hier immers ook een dolfinarium, een klein dierenpark, een aquarium, een planetarium en de ‘Näsinneula’-toren. Deze bijna 170 meter hoge observatietoren is al van ver herkenbaar. Je kan als parkgast naar het 120 meter hoge panoramaplatform sjezen of – als het wat meer mag zijn – kan je lunchen in het één verdieping hoger gelegen ronddraaiende restaurant. Ik hou het bij de budgetoptie en geniet van het prachtige uitzicht op deze heldere middag. Het wordt daarboven niet enkel duidelijk dat Tampere zich middenin een eindeloze massa van natuurpracht nestelde, maar ook dat ‘Särkänniemi’ locatiegewijs niet moet onderdoen voor pakweg ‘Tivoli Gröna Lund’.

De setting klopt alvast voor de volle honderd procent. Scoort het eigenlijke attractiepark even hoog? Ik ga het vlug ontdekken en ‘Tornado’ lijkt me de uitgelezen manier om daaraan te beginnen. Deze inverted coaster van Intamin nestelde zich middenin het park en werd niet op de meest alledaagse wijze in het landschap verwerkt. Ik vind het aanvankelijk een tamelijk kale bedoening. De ingang van de attractie ligt immers op een groot betonnen plein dat op ’t eerste zicht helemaal niet nuttig lijkt. Pas wanneer ik via trappen op het perron van de achtbaan arriveer, besef ik dat die troosteloze vlakte het dak van het stationsgebouw is. Grijs is duidelijk de overheersende kleur en men deed geen moeite om de techniek van de ride en het station ook maar enigszins weg te werken. Gelukkig camoufleerde men ook de rotswanden waartussen ‘Tornado’ opgetrokken werd niet en zo ontstaat een minimalistisch industry meets nature sfeertje. Je houdt ervan of je haat het, maar je hart gaat sowieso sneller kloppen wanneer je tijdens het instappen wordt opgeschrikt door een voorbijrazende trein. Die wurmt zich op dat moment door een wel erg speciaal gepositioneerde inversie. M’n eerste indruk is een goeie.

Het grijs is niet louter in de wachtruimte en het stationscomplex opvallend, maar komt tevens in de tracks en de ondersteuningen terug. Wordt het op die manier niet erg kil? Valt best mee: ‘Särkänniemi’ voorzag deze coaster immers van de meest flashy voertuigen die coasterland ooit zag. Zelfs tijdens de meest donkere Finse winternachten geven deze fluorescerende gele en oranje treinstellen genoeg licht om Tampere vanuit de ruimte zichtbaar te maken. Het is once again een kwestie van smaak of je die kleurcombinatie weet te appreciëren, maar we vragen ons vooral af of de ritervaring kan overtuigen. En dat doet hij verbazend goed! Na een stevige first drop waagt deze coaster zich aan vijf inversies, waarvan vooral nummer vier eentje om in te lijsten is. De trein lijkt in een donkere tunnel te verdwijnen, waarna je met een rotvaart door de inline-twist boven het opstapperron gesleurd wordt. Na een tweede dergelijke twist kom je – duizelend door de intensiteit, dan wel door de hypnotiserende kleuren van de trein – opnieuw tot stilstand. Mijn verdict: ‘Tornado’ is een topper! Geheel turbulentieloos verloopt de rit misschien niet, maar verder blijft de baan van de eerste tot de laatste seconde boeiend.

Ligt het aan ’t feit dat ‘Särkänniemi’ heerlijk rustig is of voel ik me intussen gewoonweg op m’n gemak tussen de Finse bevolking? Vandaag slaag ik er alleszins wel in om m’n schaamte opzij te zetten en een piepkleine Zierer louter uit creditoriale overwegingen te doen. Deze ‘Vauhtimato’ brengt me trouwens in ‘Angry Birds Land’, een recente uitbreiding in het parkaanbod. Deze kinderzone ligt er ondanks haar goedkope thematische invalshoek gezellig bij en grenst prachtig aan het meer. Hetzelfde geldt voor het aanpalende plein waarop ‘Särkänniemi’ een autoscooter en een Zamperla Motocoaster in een racethema verwerkte. Het park bespaarde zichzelf gelukkig de moeite om ‘Schumacher!’ door de speakers te laten knallen, al klopt het plaatje verder zoals de torenhoge clichés dat voorschrijven. Blikvanger ‘MotoGee’ moet het echter zonder noemenswaardig thema stellen en doet z’n job bijgevolg op een ietwat te eenvoudige wijze. Na de (verrassend leuke) lancering is het dan ook puur uitrijden op een inspiratieloze coaster. De lay-out lijkt rechtstreeks van een kermis geplukt en het eindeloze bochtenwerk verliest al vlug m’n aandacht. Toch zal de baan me bijblijven, willen of niet. Wanneer ik die avond op het hotel m’n tellertje bijwerk, blijkt immers dat deze ‘MotoGee’ als nummer vierhonderd in m’n geschiedenisboeken genoteerd wordt. Dat zou je jammer kunnen noemen omdat dit in realiteit een tamme familieachtbaan is. Maar ik ben tegelijkertijd ontzettend gelukkig dat ik m’n looproute door ‘Särkänniemi’ niet gewijzigd heb. Dat had me namelijk een nog pijnlijkere vierhonderdste credit kunnen opleveren. En dat mag je zeer letterlijk opvatten.

Maak een ranking van je tien favoriete rollercoasters. Staat er een Zamperla in die lijst? Ik acht de kans klein. Toch blijven de Italianen het proberen op de markt der achtbanen en dat doen ze met beperkt succes. Een paar jaar geleden bereikte die drang om bij de groten te horen zelfs een absoluut dieptepunt met de ontwikkeling van het Volare-model. Want als Vekoma en B&M erin slagen om een flying coaster op de tekentafel te gooien, dan kunnen wij dat toch ook? Maar beste mensen van Zamperla, niets is minder waar en het onding dat jullie afleverden voelt aan alsof het een legaal alternatief voor foltering is. Bizar genoeg verkocht men het model ook daadwerkelijk en kregen de Finnen ‘Trombi’ aan de waterkant. De rit gaat van start met zo’n blitse spiraal-lifthill en daarmee heb ik meteen het aangenaamste element van de hele ervaring beschreven. Daarna smijt ‘Trombi’ haar passagiers in te krap ontworpen bochten, fout uitgelijnde overgangen en inversies die je pijngrens tarten. De voertuigen (in de volksmond ook wel wafelijzers of broodroosters genoemd) blokkeren de passagiers bovendien nauwelijks en mede door m’n niet al te robuuste lichaamsbouw word ik dus voortdurend wild van links naar rechts gesmeten. Neen echt, ik mocht in m’n leven al veel rollercoasters beleven en daar waren heel wat slechte exemplaren bij. Als ik er echter één moet bekronen tot de absolute miskleun, gaat ‘Trombi’ met de hoofdprijs naar huis. Schoenmaker, blijf bij je leest. En Zamperla, blijf bij het ontwikkelen van dertien-in-een-dozijn-kindermolentjes. De coasterliefhebbende mensheid dankt u.

De zon straalt heerlijk boven Tampere, maar net zoals gisteren haalt een ijzige wind de gevoelstemperatuur aardig naar beneden. De boomstammenbaan en de rapid river – die het betonthema uit ‘Linnanmäki’ duidelijk best indrukwekkend vonden – worden dus zonder morren geskipt. Ook de vele flatrides in hun goedkope kermisthema blijven opvallend afwezig op m’n curriculum, net zoals de semi-achtbaan ‘Half Pipe’. Het ding ziet er misselijkmakend uit en ik zou dus met serieuze twijfels aan m’n ritje beginnen. Maar twijfelen is niet nodig, want het veredelde schommelschip blijft vandaag hardnekkig aan de grond. Buitengewoon teleurstellend vind ik het hoegenaamd niet.

Ik hou van pretparken die net dat beetje anders zijn. Plaatsen waar je een betonnen stationsbunker als trendy beschouwt, waar een rondgang langs een planetarium alledaags lijkt en waar je er niet vreemd van opkijkt dat men aardbeien en kersen verkoopt in geïmproviseerde marktkraampjes. ‘Särkänniemi’ is zo’n plek en ik wandel met een uiterst positief gevoel opnieuw richting treinstation. Het attractieaanbod is hier mooi uitgebalanceerd en de fabelachtige locatie levert dit stadspark welverdiende pluspunten op. Voor duizelingwekkende thematische ervaringen hoef je niet naar Tampere te reizen en de sensationeelste ride van je leven vind je hier evenmin. Maar al bij al bezorgt ‘Särkänniemi’ me niets minder dan een gezellige middag in de Finse zomerzon.

De vraag brandt op ieders lippen: moeten we massaal Finnair overrompelen en een reisje naar Helsinki boeken? Is dit het Europese Orlando? Zal mijn pretparkhobby een ongekend hoogtepunt bereiken in Finland? Haha, you wish. Het is immers niet geheel onterecht dat je ‘Linnanmäki’ en ‘Särkänniemi’ eigenlijk eerder zelden ziet verschijnen op pretparkwebsites en -fora terwijl Noord-Europa op dit moment nochtans ultrahip is. Beide parken hebben weliswaar een coasteraanbod dat qua cijfers behoorlijk scoort, al blijft het tevergeefs wachten op een absolute topper of een achtbaan die (in positieve zin) legendarisch wordt. Bovendien mis ik de onbeschrijflijke sfeer en de opbouw waar beroemde stadspretparken hun sterkte uit putten. De prachtige landscaping van ‘Tivoli Gardens’, de grootsheid van ‘Liseberg’ en het geniale millimeterwerk van ‘Gröna Lund’ komen hier in Finland gewoonweg veel minder sterk uit de verf. Vind ik dat een ramp? Allesbehalve. ’t Is fijn om twee nieuwe Europese pretparken én het bijzonder gezellige Helsinki ontdekt te hebben. En wanneer ik die avond aan een cocktail nip en opmerk dat de Finse hemel in juni eigenlijk nooit echt duister wordt, ben ik zelfs al lang vergeten hoe slecht ‘Trombi’ was. Het leven is mooi, zeker in een zomers Finland.

2 gedachtes over “Stadspretparken op Finse wijze

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s