PortAventura

De Costa Dorada. Volgens reisgidsen en touroperators een soort paradijs op Aarde. In realiteit is het helaas niks meer dan een toeristenreservaat waar vervallen hotelgebouwen en door tl-buizen verlichte souvenirhokjes het straatbeeld bepalen. Tussen eindeloze rijen palmbomen strompelen tientallen dronken jongeren richting hun verblijfplaats. Idyllisch is het plaatje allerminst, maar over één ding loog je reisorganisator alvast niet: dat pretpark om de hoek. Op nauwelijks een kwartiertje wandelen van het centrum van partystad Salou ligt immers een van Europa’s grootste en meest bejubelde themaparken: ‘PortAventura’. En dat is exact de plaats waar m’n twee weken durende zomervakantie van start gaat. Deze keer geen intercontinentale bestemmingen of extreem unieke hotels, maar wel een poging om mijn lijstje van Europese topcoasters op peil te houden. En zo zou ik op nauwelijks een weekje tijd van de Spaanse hitte en ‘Shambhala’ naar de oneindig schijnende zomerzon van Scandinavië en haar recent geopende ‘Helix’ reizen. Vraag me niet waarom ik voor bestemmingen kies die op een slordige 2.500 km uit elkaar liggen, maar ik weet wel dat ik er ontzettend veel zin in heb!

Het is een zonnige maandagmiddag in Reus, het plaatsje waar Ryanair me dropt na twee uurtjes spotgoedkoop vliegen. Ter vergelijking: de taxi die ons van de luchthaven naar het negen kilometer verder gelegen hotel brengt, kost met z’n pittige dertig euro haast even veel als de vlucht vanuit Eindhoven. Wanneer je reeds door het vliegtuigraampje een indrukwekkende berg B&M-staal en een honderd meter hoge toren (inclusief scheef Mexicaans hoedje) aan de horizon kan spotten, tel je dat bedrag echter met veel plezier neer. Want please please please… Breng me zo snel mogelijk naar die plaats waar ik al veel te lang niet meer geweest ben. Zeven jaar om precies te zijn. Toen, in november 2007, bracht ik met de Rollercoaster Friends een driedaags bezoek aan ‘PortAventura’ en verbleven we in het gelijknamige resorthotel. De daarbij horende ‘Express’-pas was op dat moment geen overbodige luxe, want Halloween bracht vele tienduizenden mensen op de been. Anno 2014 zijn de voorkruipkaartjes helaas niet meer standaard inbegrepen bij een hotelarrangement, maar ik verwacht ze ook niet nodig te hebben op twee doordeweekse dagen in juni. Later zou blijken dat ik tevergeefs op een rustig parkbezoek hoop. Schuldige van dienst is meneer San Juan. Hij levert ons niet alleen gratis vuurwerk op het strand van Salou, maar tevens een massa vrije Spanjaarden op. We maken ons dus opnieuw klaar voor veel volk.

Never change a winning team. Het verblijf in ‘Hotel PortAventura’ was zeven jaar geleden aangenaam, dus waarom zouden we naar een andere optie zoeken? Opnieuw checken we in voor een twee nachten durend verblijf, waar ontbijt en onbeperkte toegang tot het themapark standaard inbegrepen zijn. Dat themapark ligt trouwens op nauwelijks enkele stappen van je kamer. ‘Hotel PortAventura’ werd namelijk naadloos geïntegreerd in de mediterraanse inkomzone van het park. Beiden zijn bijgevolg letterlijk tegen elkaar geplakt, wat een bijzonder comfortabele uitgangspositie is voor en na een vermoeiend dagje coasteren. ’t Levert de echte freaks trouwens ook nog een auditief extraatje op: vanuit onze gezellige hoekkamer met overdekt terras horen we immers om de twee minuten één donderend Intamin-treintje en vierentwintig gillende passagiers voorbijrazen. Klinkt fijn, maar gillen ze eigenlijk wel van plezier?

Ik heb het moeilijk met getreuzel en traagheid, maar dat vormt voorlopig absoluut geen probleem. Zowat vijftig minuten nadat we landden op Reus Airport, staan we één taxirit en één check-in later immers al in het park. Efficiëntie, zeggen ze dan. We zijn dus gelukkig, genieten van een aangename zesentwintig graden op de huid en kuieren langs de schilderachtige geveltjes die aan de oever van een al even schilderachtig meer staan. Kortom: het leven is mooi. Maar je kent Spanjaarden en Spaanse parken, dus het valt te verwachten dat deze vlotte gang van zaken stilaan tot een einde komt. En zo geschiedt: de buitengewone rust in dit toegangsgebied is deels te wijten aan ons latere aankomstuur (het is inmiddels één uur ’s middags) maar ook – en vooral – aan de levenloze blauwe tracks van Furius Baco. Deze Intamin Accelerator was bij opening nogal omstreden omwille van z’n bedenkelijke ligging over het schitterende centrale meertje. En hoewel ik ‘m nog steeds niet wil overladen met schoonheidsprijzen en andere awards, zie ik de baan toch liever draaien dan stilstaan. Op datzelfde moment zien we het eerste van de vele wachttijdendisplays opdoemen en wordt de slecht-nieuws-show compleet. Voor een ritje op Zwitsers staal moet je (ruim) anderhalf uur aanschuiven en nieuwigheid ‘Angkor’ doet het met nog hogere cijfers. Op zulke momenten stel ik elk plezier van m’n hobby in vraag, maar het antwoord daarop volgt sneller dan verwacht. Er raast een leeg Intamin-treintje richting wateroppervlak en enkele seconden daarna opent ‘Furius Baco’ vlak voor m’n neus. We aarzelen niet en een frontseat plekje in de tweede vertrekkende trein is onze buit. Van een troostprijs gesproken.

‘Furius Baco’ haalde bij opening het Europese snelheidsrecord binnen met een respectabele 135 kilometer per uur. We zijn inmiddels zeven jaar verder en vandaag breekt ie niet alleen records, maar ook botten. Ik zag dit in 2007 reeds van mijlenver aankomen, want zelfs toen was het comfort al heel erg ver te zoeken. De voertuigen kunnen de immense snelheid gewoonweg niet aan en het toeval wil dat ‘Furius Baco’ haar snelheid constant hoog houdt. Door de zitjes naast de track te plaatsen, vergroot men bovendien de miniemste trilling uit tot een ruwe marteling die zelfs de ontwerpers van ‘Anaconda’ als onaanvaardbaar zouden bestempelen. Nog meer slecht nieuws: Intamin rustte haar lancerende wijnvaten uit met het meest afschuwelijke beugelsysteem dat het ooit ontwikkelde. Nog voor we het einde van de lanceerstrook bereikt hebben, hebben de g-krachten m’n harnas reeds vijf centimeter te diep op m’n bovenbenen gedrukt. De omgeving ziet er leuk uit en de lancering is naar Europese normen lekker intens, maar daarmee heb ik al m’n positieve woorden over ‘Furius Baco’ reeds verbruikt. Daar kunnen de pole position en de onbestaande wachttijd helaas weinig aan veranderen.

Nadat we vanuit ‘Port de la Drassana’ een rustgevend boottochtje door de wateren van het park maken, nemen we afscheid van ‘Mediterrànea’. We slaan linksaf, wandelen over een brug en schieten de foto die ieder bezoeker van op die brug maakt. Met dat verplichte plaatje op zak betreden we de ‘Far West’. Deze themazone is niet alleen ontzettend groot, maar ook ronduit knap uitgewerkt. Naast een imposant westerndorpje en een gigantische houtzagerij springt vooral een okerkleurige rotspartij meteen in het oog. Deze is al vanuit ‘Mediterrànea’ duidelijk zichtbaar en tussen de spelonken ervan varen de vlotten van Grand Canyon Rapids hun passagiers richting verkoeling. We wachten – mede omwille van een korte storing – een uur in veehok nummer één, nemen plaats en beleven vervolgens een vrij speciale rapid river. ‘Grand Canyon Rapids’ onderscheidt zich namelijk niet louter met haar geslaagde setting, maar tevens met het niet-alledaagse verloop. Golfslagbaden, rustpunten en inhaalmomenten werden genadeloos weggefilterd en maakten plaats voor een pijlsnelle vaartocht tussen hoge muren van gesteente. Slechts een tweetal golven slagen erin om over de rand van onze boot te klotsen, maar dit doen ze wel met de nodige glans. Tel daar een aantal (al dan niet betalende) waterkanonnen bij en je hebt een rapid river die voldoende verfrissing biedt. De rit is omwille van de hoge snelheid weliswaar vlugger voorbij dan je ‘Grand Canyon Rapids’ kan uitspreken, maar ik beschouw dat niet als een minpunt. In z’n attractietype is het in mijn ogen een mooie middenklasser.

Onder het motto ‘Als je dan toch al nat bent…’ gaan we verder met een bezoekje aan ‘The Silver River Company’. Dit fictieve houtverwerkingsbedrijfje zou een dankbaar ruggensteuntje kunnen zijn om een attractie in thema te zetten, maar ‘PortAventura’ sloeg de plank (flauwe woordspeling nummer één) jammer genoeg nogal flagrant mis. Het enige hout dat je hier aantreft, is immers een gigantische hal vol houten paaltjes waartussen honderden mensen schijnbaar oneindig zigzaggen. Veehok nummer twee dus. Hun doel is simpel: plaatsnemen in een plastieken uitgeholde boomstam, een 700 meter lang kanaal afvaren en soaked opnieuw aan het beginpunt arriveren. Leuk concept en Silver River Flume voert haar taak succesvol uit. ’t Is in mijn ogen dus geen probleem dat invertoren of spectaculaire effecten achterwege bleven, maar ‘PortAventura’ slaagde er ook in om elk laatste beetje thema te schrappen. Een summier afgewerkt station – inclusief deprimerende wachtruimte – kregen we nog net, maar verder is het een bedroevend tafereel. Doe ‘Silver River Flume’ dus gerust als verfrissing tussendoor, maar sta er alsjeblieft niet een uur voor aan te schuiven. Wij deden het wel, wat een nogal koude douche opleverde (flauwe woordspeling nummer twee).

De rest van deze themazone bestaat uit huisjes in alle mogelijke vormen en een gigantische berg hout waar rode, blauwe en gele voertuigen doorheen sjezen. Bedenk daarbij een groot bord waar Stampida op prijkt en je hebt een realistisch beeld van het thematische totaalplaatje. Net zoals bij ‘Silver River Flume’ is er qua decor dus bijzonder weinig spannend nieuws te melden, maar een goeie houten achtbaan heeft nu eenmaal weinig inkleding nodig. Maar je leest het goed: ik had het over gòeie woodies. En jammer maar helaas… ‘Stampida’ behoort voor mij niet tot die categorie. Tijdens m’n eerste bezoek was ik er – ondanks het onstuimige ritje – nochtans laaiend enthousiast over. ‘Stampida’ had pit, speed en het duel tussen rood en blauw gaf de baan heel wat suspense. Net zoals de meeste CCI’s begon ‘Stampida’ in de loop der jaren echter stilaan aan glans in te boeten. ‘PortAventura’ schakelde toen het bedenkelijke bedrijfje Kumbak in om redding te bieden, maar de Nederlanders deden helaas meer kwaad dan goed. De huidige treinen zijn immers allesbehalve comfortabel en ze stuiteren nog steeds op een te brute manier door de baan. Bovendien leek onze blauwe trein na het ‘frontale botsing effect’ quasi volledig stil te vallen. Dus nee, ‘Stampida’ is zelfs geen schim meer van de coasterautoriteit die hij ooit was. Voor een rit op de rode baan, die tijdens onze twee dagen trouwens keer op keer als winnaar uit de bus kwam, hebben we dan ook niet het minste beetje interesse.

Het wordt een beetje negatief allemaal, niet? Bij reports over Disney-parken zoek ik naar pietluttige details om een streepje kritiek te kunnen geven, maar voor ‘PortAventura’ kan er blijkbaar geen positief woord af. Gelukkig brengt themazone ‘México’ me bij een attractie die op zich de 1.200 kilometer lange reis zou kunnen verantwoorden. Jep, ik ben een fan van Templo del Fuego. Ik ontdekte dit staaltje topentertainment één jaar na z’n officiële première en raakte toen al verslaafd aan het beklijvende verhaal dat men vertelt. De show neemt je mee naar een gedoemde tempel waar een indrukwekkende schat wacht. De expeditieleider vertelt het achterliggende verhaaltje in een sfeervolle voorshow, waarna we in het hart van de tempel inderdaad een zee van goud aantreffen. Wanneer die avonturier de schat echter voor zichzelf claimt, zwelt de dreigende muziek aan en verandert ‘Templo del Nada’ stilaan in een verschroeiende ‘Templo del Fuego’. De effecten zijn ronduit imposant en vaak wenden grote delen van het publiek zelfs hun blik van de hitte af. Dit is entertainment van het allerhoogste niveau en dankzij de allesbehalve langdradige verhaallijn nodigt ‘Templo del Fuego’ uit tot een tweede en derde keer. Helaas moet je voor die bisnummers wel je uurwerk in de gaten houden, want de god van het vuur zet de gaskraan alleen tussen twaalf uur ’s middags en zes uur ’s avonds open.

Is een vuurzee echt wat je nodig hebt in het warme zuiden van Europa? Neen, dat niet. Maar in mijn ogen zijn honderd meter freefall-plezier en vele honderden meters lifthill-plezier al evenmin een must. Toch zijn dat de highlights die het attractieaanbod van ‘México’ vervolledigen. Over de absurd hoge vrije val kan ik kort zijn: ik ben nog steeds trots dat ik het geflipte floorless-tilting-whatever gedoe in 2007 met knikkende knieën overwon, maar laaiend enthousiast word ik nog steeds niet van dit attractietype. Ik bewonder de gigantische proporties van ‘Hurakan Condor’ dus wel van op de begane grond en ik ben stiekem blij dat m’n gezelschap ook in een wijde boog om het gele gevaarte heen wandelt.

El Lifthill – Tren de la Mina doet het met minder schrikwekkende statistieken. Integendeel zelfs. Voor een achtbaan die zichzelf als de duivel bestempelt, gaat het er wel heel braafjes aan toe. Wanneer men drie lifthills in een kilometer track perst, voelt het aan alsof je drievierde van de tijd met een rakketakketak omhoog gehesen wordt. De eerste twee liften worden bijvoorbeeld met nauwelijks enkele bochten en ondiepe dalingen aan elkaar geschakeld. Pas tussen lifthill nummer drie en het station lijkt het duivelse treintje eindelijk een minimum aan speed te halen, maar zelfs dan wordt het feestje nogal abrupt beëindigd door een stel Arrow-remmen. Arrow, zei u? Dat wil dan zeggen dat hersenschuddingen inbegrepen zijn? Wel, dat valt gelukkig verrassend goed mee. Helemaal vrij van vage knikken is het ding weliswaar niet, maar naar de normen van dit illustere Amerikaanse bouwertje bolt ’t eigenlijk verrassend vlotjes. Bovendien beschikt ‘El Diablo’ over een passend gethematiseerde omgeving, tof geïntegreerde kruisingen met ‘Silver River’ en een indrukwekkend stationsgebouw. De bedenkelijke reputatie die het ding algemeen geniet, is in mijn ogen dan ook ietwat overdreven.

Van Mexico naar China. Het kost je in ‘PortAventura’ geen urenlange vliegreis. In plaats daarvan stap je gewoonweg van een indrukwekkende themazone in een zo mogelijk nog imposanter exemplaar. China is immers niet alleen op vlak van rides een toppertje, maar scoort ook visueel bijzonder hoog. In het lage, bosrijke gedeelte heerst een zalige rust en bestaat het aanbod voornamelijk uit kinderattracties. Het tweede gedeelte – dat prominent op het hoogste punt van ‘PortAventura’ staat – wordt gedomineerd door de Chinese Muur en twee blikvangers met Zwitserse roots. Nummer één staat er al sinds de opening van het park en het werd toen de koning der Europese achtbanen. Dragon Khan torent hoog boven de oppervlakte op z’n persoonlijke heuvel en trakteert je op zowat elk inversie-element dat B&M anno 1995 in de catalogus had. Bijna twintig jaar later treffen we hier wachttijden tot ver boven het uur aan. ‘Dragon Khan’ is dus nog steeds brandend actueel en dat is honderd procent terecht. De draak rijdt intussen misschien een beetje ruwer dan ooit bedoeld, maar het stoort me eigenlijk nergens. Zelfs ondanks de trilling (die na negentien loodzware operationele jaren overigens volledig geoorloofd is) blijft de aaneenschakeling van acht krachtige inversies en desoriënterend bochtenwerk gewoonweg ontzettend indrukwekkend. Ik hou niet van de brute zero-G-roll en vind het gedeelte na de tussenrem misschien ietwat te maximaal qua g-krachten, maar voor de rest is het genieten van B&M in z’n meest zuivere vorm. Vergeet heel even begrippen als ‘Wing Rider’, ‘Floorless’ en ‘Stand-Up’, want ‘Dragon Khan’ is een conventionele sit-down coaster zonder overbodige poespas. Dus beugels dicht en genieten maar!

Jarenlang was ‘Dragon Khan’ niet louter qua rit, maar ook visueel de eyecatcher van ‘PortAventura’. Geen andere ride kon evenaren hoe imposant de rode staalgigant op haar ereplaats stond. Het typerende gebrul van een relatief oude B&M bevestigde alleen maar dat ‘Dragon Khan’ heer en meester was. Maar tijden veranderen en sinds 2012 is niets meer zoals voorheen. Een grondige schilderbeurt was toen de enige verandering die positief uitpakte voor ‘Dragon Khan’. Afscheid van die legendarische status, afscheid van de prominente plaats op foto’s, afscheid van een alleenheerschappij. Hallo absurd grote bovenbuur, hallo verdrukking… Hallo Shambhala.

Een expeditie naar de Himalaya, dat is wat de B&M Megacoaster je belooft. En hoewel de Spaanse hitte het thematische plaatje misschien niet op de meest geloofwaardige wijze vervolledigt, is het een schitterend zicht. Vanuit elke mogelijke hoek van ‘PortAventura’ (en bijna elke hoek van Salou) is de spierwitte staalconstructie duidelijk zichtbaar. ‘Shambhala’ is bijgevolg het eerste puntje dat op de agenda van quasi iedere bezoeker prijkt. Wij doen vrolijk mee met de gekte en vervoegen ons op dag twee in de lange sliert Spanjaarden die richting Aziatische zone kronkelt. Om daar vervolgens te constateren dat ‘Shambhala’ nog een uurtje gesloten blijft. Niet omwille van een storing, maar gewoon omdat ‘PortAventura’ niet de moeite wil doen om het park vanaf openingstijd in volle glorie te presenteren. In het topsegment openen om tien uur ‘Dragon Khan’, het gloednieuwe ‘Angkor’, ‘Furius Baco’ en ‘Grand Canyon Rapids’. Dat zijn vier attracties… Vier! Die worden natuurlijk aangevuld met een aantal kleinere rides, maar het blijft een bedroevend aanbod voor vroeg arriverende bezoekers. Op de andere rollercoasters, waterattracties, ‘Hurakan Condor’ en ‘Templo del Fuego’ is het wachten tot elf of zelfs twaalf uur. Een jammere managementkeuze die duidelijk wel meerdere bezoekers ergert. Het beperkt ’s ochtends je mogelijkheden niet alleen enorm, maar het creëert meteen ook fikse wachtrijen bij de weinige attracties die wel operationeel zijn. Zo wordt ‘Dragon Khan’ vrijwel meteen overspoeld door half teleurgestelde gasten die hun zinnen op ‘Shambhala’ gezet hadden, maar noodgedwongen voor dit alternatieve plezier op achtbaanrails moeten opteren.

Wanneer de Aziatische tempel haar poorten uiteindelijk opent, is het een drukte van jewelste. Grote mensenmassa’s persen zich in een ronduit deprimerende meandering. Veehok nummer zoveel. Vele uren wachtplezier tussen vier muren en stalen hekjes in een veel te summier gethematiseerde omgeving, dat is waar ‘Shambhala’ voor staat. Indien je zo nodig naast een vriendje of vriendinnetje wil zitten en weigert te betalen voor een peperdure ‘Express’ natuurlijk. Wij proberen het één keer op de conventionele manier, maar zetten voor de tweede en derde rit onze zinnen op de veel minder gegeerde single riders queue. Het levert wachttijden van respectievelijk drie en tien minuten op, een aangenaam alternatief voor het doodsaaie potje zigzaggen dat gemiddeld anderhalf uur duurt. Wanneer ik na zo’n lachwekkende wachttijd ook nog ‘ns steevast op de backseat gedropt wordt, is Glenneke al helemaal gelukkig. Laat ‘Shambhala’ maar komen!

‘Shambhala’ takelt ons naar een hoogte van zesenzeventig meter en is zo goed voor het Europese record. Na die imposante lifthill volgt een al minstens even indrukwekkende first drop die me secondenlang op het beugelsysteem doet vertrouwen. De airtime is gewoonweg subliem en beperkt zich bovendien niet tot de eerste afdaling. ‘Shambhala’ wisselt de positieve en negatieve g-krachten aan sneltempo af, maar nergens dreigt de baan extreem belastend te worden voor het lichaam. In dat opzicht is hij dus goed te vergelijken met concurrentie numero uno: ‘Silver Star’. Zelfs als Europa-Park fanboy durf ik echter gerust toegeven dat ‘Shambhala’ je verwent met een soepeler verloop, een gevarieerdere lay-out en een hoge bocht die zo de geschiedenisboeken in mag gaan. Neen echt, ondanks de ietwat geforceerde locatie rond/door ‘Dragon Khan’ en het plastic-achtige thema rond de stationszone, is ‘Shambhala’ een rollercoaster waar ik met volle teugen van genoten heb. In de denkbeeldige Europese ranking verschijnt hij dan ook op een hoge positie. Top!

Twee uur en twintig minuten. Zo lang staan bezoekers op een gegeven moment in de rij voor Angkor, de grote nieuwigheid die men in 2014 presenteert. Klinkt normaal voor een drukbezocht park dat een spectaculaire nieuwe darkride of een topcoaster opent, maar vrij lachwekkend als je weet over welk attractietype ik momenteel spreek: ‘PortAventura’ bouwde namelijk een – je leest het goed – heuse splash battle. Op zich begrijp ik de keuze best. Hoewel de hype rond splash battles al een tijdje gepasseerd is, blijft het voor warme klimaten een dankbare investering. Bovendien verdient ‘PortAventura’ het nodige lof voor haar aanpak. Waar andere parken het doorgaans als een goedkope uitbreiding beschouwen, is de thematische inkleding hier gewoonweg perfect. De Cambodjaanse tempelsite van ‘Angkor’ vormde de inspiratie voor een lange rondvaart tussen schitterende decors en zowel voor toeschouwers als inzittenden is de zone dus een waar juweeltje. Voor ons blijft het trouwens bij kijken. We hebben geen zin in twee uur aanschuiven en nog minder in vijftien minuten aan een stuk doorweekt worden. ‘Angkor’ is dus ontzettend mooi, maar voor de ritervaring verwijs ik je door naar andere kanalen.

Ze hebben daar in Salou niet stil gezeten sinds 2007. Sinds m’n laatste bezoek kwam er namelijk niet alleen ‘Shambhala’, maar ook SesamoAventura bij. Dit op ‘Sesamstraat’ gebaseerde kindergebied is voor z’n doelgroep wellicht een zalige droomwereld. De rides zien er leuk uit (de bekende jetski’s zijn trouwens niet alleen voor de allerkleinsten fijn) en de setting is fantastisch. Toch is de locatie van het geheel nogal ongelukkig gekozen. ‘SesamoAventura’ ligt pal tegen de Aziatische zone en slorpte zelfs een gedeelte van het wondermooie ‘Polynesia’ – inclusief kinderachtbaan ‘Tami Tami’ – op. In beide gevallen contrasteert de overgang enorm en dat is jammer. Het voormalige kindergebied was onderdeel van de Polynesische jungle en was bijgevolg visueel passender, al begrijp ik maar al te goed dat de huidige invalshoek commercieel gezien een stuk interessanter is. Een overtuigd fan ben ik dus niet, maar de populariteit van ‘SesamoAventura’ bewijst dat velen er anders over denken.

‘Polynesia’ heeft aan kracht moeten inboeten sinds ‘Sesamstraat’ haar terrein annexeerde, maar het blijft een bijzonder staaltje thematiek. We kunnen nog steeds heerlijk verdwalen op paadjes door exotisch groen en we genieten van een zwoele voorstelling waarin strategisch geplaatste kokosnoten het park tot een kindvriendelijke plek maken. De blauwe hemel (of de langdurige onweersbui van dag twee) vervolledigen het plaatje op realistische wijze. In onze zoektocht naar kwalitatieve rides biedt ‘Polynesia’ helaas minder vermaak. Dat blijkt vooral wanneer we onze zinnen zetten op Sea Odyssey, de nogal storingsgevoelige simulator die sinds 2000 het aanbod versterkt. De verwachtingen liggen hoog. Ik heb goeie herinneringen aan de film waarin dolfijn Sami een hoofdrol speelt en de wachtruimte brengt me langs indrukwekkende rotspartijen, klaterende watervallen en een verborgen maritieme basis richting eigenlijke rit. Daar krijg ik een 3D-bril in de handen geduwd en speelt er een afschuwelijke film met ronduit belachelijke effecten. Waar Sami en de verhaallijn van weleer heen zijn? Geen idee. Maar wat ik wel weet, is dat ‘Sea Odyssey’ pure tijdsverspilling geworden is. Laat je dus niet misleiden door het aantrekkelijke exterieur, want de ontgoocheling wordt daardoor wellicht nòg groter.

Hoe warmer het klimaat, hoe natter de waterattractie. ’t Is een principe dat volledig van toepassing is op Tutuki Splash, de blikvanger in ‘Polynesia’. Het is een ride zonder overbodige franjes. Rotsen en beplanting simuleren de vulkanische setting op doeltreffende wijze, maar het blijft eerst en vooral een splash die haar bezoekers zo soaked mogelijk wil zien uitstappen. Missie geslaagd, zou ik zeggen. Wachttijden van meer dan een uur zijn eerder regel dan uitzondering, waardoor ‘PortAventura’ bewijst dat ‘Tutuki Splash’ niet meer verhalende elementen behoeft. What you see is what you get en meer moet het in dit geval ook absoluut niet zijn.

Het natte pak van ‘Tutuki Splash’ slaan we met veel plezier over wanneer we er in de vooravond passeren, maar in ruil daarvoor krijgen enkele andere rides een second opinion. Ons (letterlijke) rondje park is immers afgerond en er blijft nog voldoende tijd over om opnieuw richting favorieten te wandelen. Zelfs ondanks de drukte staan ‘Templo del Fuego’, ‘Dragon Khan’ en de beestige ‘Shambhala’ dus meer dan eens op het programma. Ook zonder – al dat niet legaal – voordringen in een van de lange wachtrijen, is een weekendje ‘PortAventura’ dus ruimschoots voldoende.

Na twee dagen park vliegen we opnieuw huiswaarts. Zowel de Franse als de Belgische luchtverkeersleiding doen hun best om ons een dagje extra in Spanje te houden, maar één geannuleerde vlucht en een aantal porties stress later staan we veilig op de luchthaven van Zaventem. Ik kan terugblikken op een fijn blitsbezoek aan het populairste Spaanse themapark en heb met ‘Shambhala’ opnieuw een regelrecht pareltje aan mijn teller mogen toevoegen. ‘PortAventura’ hoort bij de Europese topparken en het doorgaans heerlijke weertje maken het tot een fantastische bestemming voor korte trips of langere vakanties. Jammer genoeg zijn de Spaanse genen meteen ook een bron van minder positieve eigenschappen. Dat ligt niet enkel aan de plaatselijke bezoekers – ze nemen het doorgaans niet al te nauw met wachtrijen en het eerlijke verloop ervan – maar tevens aan de nogal zuiderse mentaliteit van het management en personeel. ‘Shambhala’ is een opvallende uitzondering, maar aan de andere attracties gaat het vaak traag. De dispatch van een coastertrein duurt eeuwen en bovendien slokken betalende voorkruipers een aanzienlijk aantal zitjes op. Trage operations zijn echter nog niet het grootste minpunt. Die eer gaat namelijk naar het openingsbeleid van attracties. Dat een dure voorstelling à la ‘Templo del Fuego’ niet van opening tot sluiting draait, vind ik volkomen normaal. Dat een dergelijk toppark het voor twaalf uur ’s middags met een sterk gereduceerd attractieaanbod moet doen, vind ik echter ronduit absurd. Gewoonlijk worden vroege vogels beloond met korte wachttijden, maar ‘PortAventura’ dwingt ze naar de weinige rides die wel operationeel zijn. Besparingen of een slinkse manier om wachtrijen kunstmatig op te trekken en bijgevolg massa’s ‘Express’-passen te verkopen? Geen idee, maar qua klantvriendelijkheid verdient dit beleid een dikke onvoldoende.

Ergernis of niet; het was fijn om nog eens in ‘PortAventura’ rond te wandelen. En nog fijner is de gedachte dat dit nog maar het begin was. Woensdagavond reizen we vanuit Salou richting België, waarna ik op vrijdagochtend voor dag en dauw alweer richting Stockholm vertrek. Daar beginnen de Rollercoaster Friends immers aan hun grote Scandinavische trip. Van ‘Jetline’ en ‘Tranan’ naar ‘Helix’ en ‘Speed Monster’… Tja, ook in het hoge noorden hebben ze mooi achtbaangeweld. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd.

Glenneke

Een gedachte over “PortAventura

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s