Gardaland

Hij was geel. Geel zoals de zon op een kindertekening, geel zoals een zonnebloem en geel zoals een rijpe citroen. Kort gezegd: knalgeel. Is dit nu echt wat we verdiend hebben? Een huurwagen die rechtstreeks uit een tekenfilm lijkt te komen? De parkeergarages van Hertz, Avis en Europcar staan vol met supercoole bolides, maar het is exact die kanariegele Fiat 500 die tuut-tuut zegt wanneer we op het knopje van de afstandsbediening duwen. Als je om twee uur ’s nachts opstaat, het vreselijke eind naar Charleroi rijdt, daar ’s werelds minst glamoureuze luchthaven ontdekt, anderhalf uur met Europa’s minst glamoureuze luchtvaartmaatschappij vliegt en dan eindelijk op je bestemming aankomt, hoop je nu eenmaal op iets anders. Maar willen of niet: het is die Cinquecento waar we de komende twee dagen vriendjes mee moeten zijn. We beseffen tegelijkertijd gelukkig dat die Fiat 500 wel typisch Italiaans is. Net zoals pizza en pasta. Net zoals het nippen aan een cappuccino terwijl er zachte mandolinemuziek weerklinkt. En weet je wat er nog typisch Italiaans is? De plek waar we met die uitvergrote speelgoedwagen heen rijden: het Gardameer!

We vlogen vanochtend van Charleroi naar Bergamo, maar ik zal je vertellen dat we van Brussel naar Milaan vlogen. Dat klinkt chiquer en dan merk je niet dat we stiekem voor de lachwekkend lage tarieven van Ryanair kozen. Toch heeft de Ierse lagekostenmaatschappij z’n voordelen. Door op Bergamo te landen, staan we immers al een stuk dichter bij de oever van de ultima destinazione turistica die zichzelf het Gardameer noemt. Rond de helderblauwe kustlijn van deze waterplas liggen meer schilderachtige dorpjes dan je kan tellen en er lopen meer Duitsers dan op een gemiddeld Beiers bierfestijn. Hier en daar spotten we vanuit onze knalgele tuftuf ook een Nederlander die met z’n caravan van de ene naar de andere camping reist. En geloof me: campings zijn er hier in overvloed, net als hotels en gastenkamers. Het is overduidelijk dat het Gardameer leeft van z’n bezoekers en dat diezelfde bezoekers met duizenden tegelijk smullen van de schoonheid en het jaloersmakende klimaat. Half september ligt de piek van het toeristenseizoen gelukkig achter ons. Zo kunnen we niet alleen rustiger genieten van de terrasjes en de fonkelend oranje Aperol-Spritz’en, maar tevens van een niet-overrompeld Gardaland. De skyline van ’s lands populairste pretpark weerspiegelt zich immers aantrekkelijk in het water, iets waar ik onmogelijk aan kan weerstaan.

Gardaland is typisch Italiaans en dat wordt al meteen op de parking duidelijk. Neen, de kassière in het loket kaffert me niet met overdreven handgebaren uit en er wordt (gelukkig) evenmin ingebroken in onze Fiat. Maar diezelfde kassierster spreekt geen woord Engels en bovendien is het een vrolijke chaos van parkerende wagens. Parkeerwachters? Ach nee, leve de anarchie. We kiezen dus op goed geluk een plekje uit en wurmen ons met enkele honderden lawaaierige locals door een tunnel vol fonkelende lampjes. Even later ontdekken we overigens nog iets typisch Italiaans: stiptheid is optioneel. Ik vind het eigenlijk een behoorlijk onprofessionele move, maar volgens mijn gsm betreden de eerste gasten het park pas om zeven minuten over tien. Wanneer we vervolgens meteen koers zetten naar ‘Raptor’, blijkt dat die topper voorlopig nog stevig op slot blijft. Piano piano!

Voorlopig nog geen rondje ‘Raptor’ voor de Belgen, maar er is gelukkig een andere optie om wakker te worden met B&M-staal. En ik mag opgelucht ademhalen; bij dat tweede exemplaar komen we niet voor een gesloten poort te staan. Wanneer we er na een stevige klim arriveren, zie ik immers achttien Italianen in een mysterieuze put vallen. Divemachines zijn duidelijk hot in Europa. Zusterparken in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland bezitten al een tijdje zo’n ride en Merlin (de groep achter Gardaland) vond vorig jaar dat ook Italië er klaar voor was. Het resultaat is Oblivion – The Black Hole, een spierwitte coaster die het klassieke divemachine-verhaal vertelt. Een lifthill, een bochtje, een moment van rust, een vrije val, een inversie (of twee) en een eindrem die vreselijk snel in het vizier verschijnt. We kennen het, het is allesbehalve nieuw. Maar ‘Oblivion – The Black Hole’ is dankzij z’n respectabele hoogte en de voldoende lange lay-out toch best een pittige coaster. Ook het thematische plaatje is verrassend: de indoor wachtruimte overtuigt en de optische illusie rondom het ‘zwarte gat’ is te cool voor woorden. Daarenboven staat de ride strategisch gepositioneerd tussen twee andere attracties in een vergelijkbaar thema. Willen we van het uitzicht genieten zonder dat daar een duizelingwekkende val aan gekoppeld wordt? Dan is rechtse buurman Flying Island onze beste vriend. Wil ik daarentegen meer adrenaline? Dan helpt linkerbuur Space Vertigo me verder met z’n korte, doch intense vrije val.

dsc00928dsc00972

Diep vallen en vervolgens overkop gaan, het doet denken aan de plaatselijke banksector. Daarom is ‘Oblivion’ dus typisch Italiaans, net zoals onze tweede ride. Ik vergelijk Fuga da Atlantide graag met het Colosseum: wondermooi vanaf een afstand, een bescheiden bouwval van naderbij. Die mening moet ik wellicht ietwat verduidelijken, want we kennen die splash toch als een van Europa’s mooiste waterattracties? Klopt, maar helaas lijkt het onderhoudsteam ‘Fuga da Atlantide’ enkele keren overgeslagen te hebben tijdens de jaarlijkse controle. Er groeit onkruid tussen de dolfijnen, de benen van het reusachtige Triton-beeld schilferen af en de vaartuigen hebben stilaan hun beste tijd gehad. Ook het gesloten snackpoint onder de tweede afdaling geeft de indruk dat ‘Fuga’ vergane glorie is. Jammer: tijdens afgelopen bezoeken was dit zonder discussie de highlight van m’n dagje Gardaland, maar vandaag merk ik dat het slechts een simpele ride met een tamelijk versleten themasausje is. Ondanks de minimale wachttijd laten we een tweede ritje dus zonder spijt voor wat het is.

dsc00945

dsc00865

Vlak voor onze expeditie naar dat Atlantis van den Aldi heb ik m’n rugzak in een lockertje gestopt. Dat kost me voor eenmalig gebruik weliswaar een euro, maar het gratis alternatief zie ik echt niet zitten. Het is hier in Italië heel gewoon om je bagage simpelweg aan de ingang van een attractie achter te laten. Daar worden meestal enkele haakjes voorzien om rugzakken aan op te hangen, maar een gemiddelde local gooit z’n tas gewoon op een enorme hoop ernaast. Ik gruwel van de gedachte. M’n camera en gsm achterlaten op een plek waar iedereen erbij kan? Neen, dat doe ik niet. Ik moet de Italianen echter complimenteren voor hun geloof in de mensheid, want dit tafereel is in onze contreien gewoonweg ondenkbaar.

Het kluisje blijft twee uur lang van ons en er is dus een goeie reden om meteen enkele andere topattracties in de nabije omgeving mee te pikken, zonder bagage-stress. We sluiten eerst aan in de wachtrij van Mammut, die zelfs op deze kalme nazomerdag een halfuur bedraagt. Italianen houden blijkbaar van Vekoma familycoasters uit 2008. Deze baan heeft de standaard lay-out van de mijntrein als basis en plakt daar nog een derde lifthill plus een amusante bochtencombinatie aan vast. Het resultaat is ruim een kilometer plezier tussen besneeuwde rotsen. ’t Moet gezegd worden dat we frontseat aanzienlijk door elkaar gerammeld worden, maar ‘Mammut’ blijft sowieso een goeie familieattractie. Toch zou ik ‘m liefst vergelijken met een pizza margherita: er is een goeie basis, al blijft de afwerking matig. De rotsen lijken ontworpen door een kleuter van drie, de wachtruimte zigzagt inspiratieloos langs de stationsbarak en de uiteindelijke confrontatie met de mammoet is een ferme anticlimax.

dsc00858dsc00971

Het aarzelende thematische plaatje van ‘Mammut’ wordt vervolledigd door de uitgang, waar je middenin een militair aandoende fastfoodbunker beland. Dat restaurant is onderdeel van Blue Tornado, de Suspended Looping Coaster die daar vlak naast ligt. Een ritje? Neen bedankt. Ik laat die (weliswaar wachttijdloze) eer aan me voorbij gaan. Steven moet ‘Blue Tornado’ echter nog aan z’n coastercounter toevoegen en hij ontsnapt er dus niet aan. Z’n gelaatsuitdrukking nadien verraadt dat hij er al evenmin van genoten heeft. In het rijtje van typisch Italiaanse dingen is ‘Blue Tornado’ het best te vergelijken met de maffia. Verdacht, duister en ze willen je liefst morsdood. Laat je dus niet verleiden om hier een plezierige rit te maken. Capiche?

Ai, wordt het allemaal ietwat te negatief? Ik vergeleek het Gardaland-aanbod voorlopig met de Italiaanse banksector, een vervallen Colosseum, een karige pizza margherita en met de gure figuren van de maffia. Is er dan helemaal niks vrolijks te melden? Natuurlijk wel! Onze volgende halte is voor mij immers zoals Venetië: wondermooi en je wordt er behoorlijk bedreigd door kolkend water. Maak kennis met Jungle Rapids, een van de meest feilloos uitgevoerde rapid rivers die de wereldwijde pretparkbusiness rijk is. ‘Jungle Rapids’ staat rug aan rug met ‘Fuga da Atlantide’, maar lijkt de tand des tijds veel beter te doorstaan. We varen door een exotische setting vol indrukwekkende tempels en mysterieuze hindoeïstische standbeelden. De ride op zich is dan weer voldoende lang en telt enkele goeie stroomversnellingen. De meest gehoorde kritiek op ‘Jungle Rapids’ is de beperkte natheid, maar die mening deel ik niet. Tijdens onze twee rondjes krijg ik namelijk een aanzienlijke plens water in m’n schoot geworpen. Gelukkig is dat helemaal geen ramp wanneer het zelfs ’s voormiddags al zowat 25 graden is. Voor sfeer en gezelligheid scoort deze ‘Jungle Rapids’ dus een welverdiende negen!

We eten een hapje (typisch Italiaanse ehm… dürüm) en we trekken iets verder het park in. Daar wordt het heerlijk verscheiden thema-allegaartje van Gardaland nadrukkelijk in de verf gezet. Je loopt vanuit een westerndorp zo een oosters straatje met een Egyptische tempel in, terwijl er even verder een achtbaan alias houtzagerij staat. Medio september wordt het allemaal nog ietwat chaotischer dankzij het Oktoberfest-evenement op een centraal plein. Oktoberfest in Italië? Serieus? Vraag me niet waarom, maar midden september zijn grote delen van het park gehuld in een Beiers kleedje. Vergelijk het met een typisch Italiaanse vitello tonato. Op het eerste zicht is het namelijk vreemd om kalfsvlees en tonijnsaus te combineren. Het grote verschil is echter dat die vitello tonato uiteindelijk verrassend goed smaakt, terwijl de combinatie van jodelende Italianen, bierpullen en Egyptisch erfgoed behoorlijk bizar uitpakt. We laten de meterslange rijen houten banken, de lederhosen en de braadworsten heute alleszins voor wat ze zijn.

dsc00911dsc00924

Die Egyptische tempel waar ik zonet over sprak… dat is de toegangspoort tot Ramses: Il Risveglio. Vergelijk deze darkride gerust met de Vesuvius: heel indrukwekkend langs de buitenkant, maar je wil het interieur echt niet zien. Ondanks de oogstrelende façade is er binnenin immers weinig interessants te beleven. Ik weet nochtans dat ik ‘Ramses’ vroeger best een solide darkride vond, al blijkt een interactieve upgrade (in 2009 werd de klassieke darkride uitgerust met laserpistolen) hier weinig toegevoegde waarde te leveren. Het geheel is sfeerloos en de muzikale begeleiding bestaat in sommige scènes uit – ik verzin het niet – dreunende hardrock. Serieus! Wie een kwalitatieve darkride met Egyptisch thema zoekt, die vindt in Waver beslist een beter alternatief.

Op naar het volgende typisch Italiaanse dingetje: Campari! Een heerlijk aperitief, maar het smaakt toch telkens weer bitterder dan je jezelf herinnert. Ik krijg een gelijkaardig gevoel bij mega-darkride I Corsari, die goed verstopt in een uithoek van Gardaland én onder de grond ligt. Geef toe: piratendarkrides zijn niet bijster origineel en ook hier in Gardaland komen er rumvaten, dronken scheepslui en kanonsschoten aan te pas. Toch haalt ‘I Corsari’ z’n grootste sterkte uit een aantal vrij unieke passages, waarvan vooral de afsluitende onderwaterscène het vernoemen waard is. Waarom ik mijn ervaring met ‘I Corsari’ dan toch als ietwat bitter definieer? Omdat m’n verwachtingen misschien iets te hoog lagen. Iedereen – mezelf incluis – is steeds laaiend enthousiast over deze ride, maar Disney- of Eftelingniveau is het gewoonweg niet. Er zitten wel wat doodse momenten in en ook het kale plafond is een doorn in het oog. Bovendien blijft de kille uitgang na al die jaren nog steeds sfeerverpester numero uno. Verwacht dus bij voorkeur geen wonderen van ‘I Campari/Corsari’, maar anticipeer op een vermakelijke ride die vijfentwintig jaar na opening hoe dan ook een bezoek waard is.

dsc00885

Van het glas Campari naar Rome. De Italiaanse hoofdstad is stokoud en half ingestort, maar trekt nog steeds enorme massa’s toeristen. Hetzelfde principe is van toepassing op Colorado Boat en Magic Mountain, twee tamelijk oude rakkers in het plaatselijke attractieaanbod. We spreken respectievelijk over een klassieke logflume en een Vekoma uit 1984. Wie denkt dat de wachtrijen van deze rides na ruim dertig jaar leeg blijven, heeft het mis. Boomstammekes zijn in elk pretpark überpopulair en dat is onder de hete Italiaanse zon niet anders. De baan (qua lay-out is die overigens identiek aan de versie van Europa-Park) gaat nagenoeg themaloos door het leven, maar dat lijkt geen issue voor de populariteit. Ook ‘Magic Mountain’ heeft een vast cliënteel opgebouwd en rijdt vandaag snoeihard met twee treinen. Het woord snoeihard is trouwens van toepassing op de operations én op de snelheid van het treintje. Je lijkt hier namelijk een pak heftiger door de baan te knallen dan bij ‘Python’, de Nederlandse tweelingbroer. Daar in de Efteling ziet het er gelukkig allemaal beter uit, want de vreselijke frisdrankreclames maken ‘Magic Mountain’ allesbehalve moeders mooiste.

Creditjagers zoeken en vinden in Gardaland niet minder dan acht waardevolle punten. Het coasteaanbod is erg verscheiden en evolueert van uitstekende B&M-souplesse tot gammel kermisvermaak. Het minst overtuigende exemplaar is vreemd genoeg de meest recente toevoeging; Kung Fu Panda Master opende nauwelijks vier maanden geleden. Vergelijk de baan gerust met een Vespa: het maakt een oorverdovend geluid, maar uiteindelijk stelt het weinig voor. Het mini-themagebiedje dat er rond deze knalrode spinning coaster opgetrokken werd, is al evenmin bijzonder. Eigenlijk onbegrijpelijk dat we hier een halfuur voor aangeschoven hebben, maar hey… alles voor een creditboost. Buurman Ortobruco Tour wordt om gelijkaardige reden bezocht. Toch is ie uiteindelijk vrij bijzonder: ooit een kinderachtbaan met zeven (!) lifthills gezien? Neen? Dan brengt deze lachwekkende/eindeloze ervaring daar verandering in.

De laatste coaster die ik eigenlijk eerder voor m’n teller dan voor m’n plezier doe, is Sequoia Adventure. Vergelijk dit ding gerust met de Toren van Pisa. Ook ‘Sequoia Adventure’ werd namelijk voornamelijk bekend/berucht omdat er duidelijk iets mis mee is. Dat begint al bij de locatie, want de baan ligt ongemakkelijk ingeklemd tussen de rails van ‘Magic Mountain’. Verder is het houtzagerij-thema niet al te overtuigend, drukken de beugels oncomfortabel op m’n schouders en de uiteindelijke rit is geeneens legendarisch. Een enkel keertje is dat we-rijden-over-het-randje-effect nog spectaculair, maar daarna is het letterlijk aftellen tot we mogen uitstappen. Ik ben allesbehalve overtuigd en ik begrijp meteen waarom ik ‘Sequoia Adventure’ tijdens vorige bezoeken steevast oversloeg. Dat zal de volgende keer immers opnieuw gebeuren.

dsc00892dsc00878

Raar maar waar: de minst interessante attracties scoren vandaag de langste wachttijden. Voor een rammelende mijntrein, een naar kungfu gethematiseerde kermisbaan en die vreselijke ‘Sequoia Auw!-venture’ staan we bijna een halfuur in de rij, terwijl Raptor ons tijdens de namiddag hooguit tien minuten kost. ‘Raptor’ was in 2011 de allereerste B&M-wingrider van de planeet en het type is sindsdien behoorlijk vaak over de toonbank gegaan. Met reden! Toen ik vorig jaar in Heide-Park voor ’t eerst een dergelijke coaster deed, was ik meteen enthousiast over het unieke gevoel dat zo’n brede trein oplevert. En net zoals ‘Flug der Dämonen’, genereert ook deze ‘Raptor’ heel veel fun op een baan die qua statistieken niet eens zo imposant is. Bekijk het als de Luciano Pavarotti van Gardaland, want ‘Raptor’ is steengoed en pronkt met aanzienlijke rondingen. Deze coaster bevat een fijne first-drop, drie goeie inversies en dito bochtenwerk. Een groot onderdeel van de totaalbelevenis wordt bovendien gecreëerd dankzij de quarantaine-setting die men rondom de tracks opbouwde. Gardaland leverde met dat thema knap werk: de coaster ligt effectief afgescheiden van alle andere parkgedeelten, het station is erg indrukwekkend en de near-misses zijn kwalitatief sterk. Is er dan echt niks negatiefs te melden over ‘Raptor’? Helaas wel: hoewel men aangeeft dat rugzakken niet toegestaan zijn voorbij de ingang (en ik dus alweer voor een betalende locker opteer) blijkt het perron gewoon uitgerust om bagage op te bergen. Het kost me een overbodige euro, maar tijdens het tweede en derde rondje weet ik gelukkig beter. En ach… wat is een muntstuk waard als je er een keigoeie ervaring als ‘Raptor’ voor in de plaats krijgt? Deze wingrider bezorgt me dus niet alleen de Garda-coasterbingo, maar is tevens m’n nieuwe favoriet binnen de parkgrenzen. Na de rit wil ik spontaan opera-gewijs om Meeeee-heeee-heeeer schreeuwen.

Oh! Juist! Nog iets negatiefs over ‘Raptor’… wanneer we om kwart voor zes opnieuw aan de ingang van deze coaster arriveren, is die reeds afgesloten. We zien die gehoopte vierde rit dus jammerlijk in het water vallen. Hetzelfde verhaaltje bij ‘Oblivion’ en ‘Mammut’, want ook daar wordt de toegang ons ruim voor sluitingstijd ontzegd. Het personeel van ‘Jungle Rapids’ laat ons gelukkig wel nog binnen, waardoor we uiteindelijk met een natte jeans richting parkeerplaats kuieren. Wanneer we daar naar de wagen zoeken – dat is helemaal niet moeilijk wanneer die knalgeel is – komt het besef dat deze ellenlange dag langzaam maar zeker ten einde loopt. Jammer is dat zeker, al lijkt een comfortabel hotelbed beslist geen slechte deal. Gardaland heeft ons een heerlijke ervaring bezorgd, maar tevens behoorlijk uitgeput. Men zegt die beide dingen trouwens ook over Italiaanse minnaars, het zoveelste bewijs dat dit park honderd procent Italiano is.

dsc00973dsc00931

Typisch Italiaans, dat is Gardaland sowieso. We gingen op een dag van Rome naar Venetië, we zagen het Colosseum, de Vesuvius en die beroemde scheve toren, we aten vitello tonato en pizza margherita, we slurpten aan Campari, we werden haast verwond door de maffia, we bereden een Vespa en we hoorden/voelden het goddelijke gezang van Pavarotti. Gardaland is dus Italiaanser dan Laura Pausini die een Aperol-Spritz drinkt terwijl ze met een Fiat door Toscane sjeest. Maar is Gardaland ook ehm… tja, leuk? Natuurlijk is het dat! Het park beschikt over een verscheiden attractieaanbod, paden liggen er netjes bij en het personeel komt (zelfs ondanks hun gebrekkige Engels) aangenaam over. Toch wil ik daaraan toevoegen dat Gardaland me minder omver blies dan vroeger. Na bezoeken in 2005 en 2008 rekende ik dit park bij de Europese top, tegenwoordig zou ik het eerder een sterke middenklasser durven noemen. Ligt dat aan de betalende voorkruippassen? De kans is klein, want we hebben er vandaag relatief weinig last van. Zijn de attracties minder goed dan vroeger? Helemaal niet. Hoewel ‘Fuga da Atlantide’ er wat afgeleefd bij ligt en de nieuwe coaster nul komma nul toegevoegde waarde levert, kreeg Gardaland er eveneens twee knallers van achtbanen bij. Moet ik met een beschuldigende vinger naar het Oktoberfest-evenement wijzen? Ook dat is het niet, want ik vind die dijenkletsende Italianen best hilarisch. De enige geldige reden die ik mezelf kan bedenken, is dat m’n pretparkervaring ondertussen aanzienlijk uitgebreid werd. Op een gegeven moment geraak je immers zo gewend aan themaparken dat alleen het topsegment je nog daadwerkelijk imponeert. Begrijp me echter niet verkeerd: ik heb waanzinnig genoten van dit bezoek aan Gardaland en ik zou de dag meteen over willen doen. Ja, ik zou zelfs opnieuw m’n wekker op een onmenselijk uur laten aflopen, ik zou weer met Ryanair in dat vreselijke Charleroi opstijgen en ik zou opnieuw met zo’n karikaturaal speelgoedautootje rijden om er te geraken. Maar als je echt naar de ultieme wereldklasse van de pretparkwereld zoekt, dan zijn er betere bestemmingen.

dsc00979dsc00997

Gardaland is de plek waar besneeuwde bergtoppen zij aan zij staan met exotische tempelsites. Het is de plaats waar je niet vreemd opkijkt als er een UFO boven de verzonken stad zweeft. Je zegt er wauw wanneer Raptor voorbij zweeft en je zegt auw als je per ongeluk in de houtzagerij belandt. Is er een allesverslindend zwart gat gesignaleerd? Dan duik je er met gespreide armen in. Drie keer na elkaar! Is dat allemaal niet bizar? Is dat niet gek? Ja, dat is het zeker. Maar het is ook typisch Gardaland. En typisch Gardaland, da’s ook typisch Italiaans. Ciao!

dsc00982

2 gedachtes over “Gardaland

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s