Tivoli Gardens

Kerst! Oudjaar! Nieuwjaar! Eind december is een bijzonder aangename periode voor iedereen die houdt van gezelligheid bij het haardvuur, cadeautjes en een uitputtende opeenvolging van net iets te copieuze maaltijden. Heel erg knus allemaal en bovendien mag vijfennegentig procent van de wereldbevolking deze twee weken als vakantie inplannen. Ik begrijp dus best waarom iedereen steeds reikhalzend naar die eindejaarsperiode uitkijkt. Maar helaas… Als je bij de vijf procent hoort die aan het werk is, verliezen die Kerstavond, Kerstdag en Nieuwjaar al vlug hun glamour. Wat mij persoonlijk betreft, mag die hele kerstvakantie dus zo snel mogelijk voorbij vliegen. Begrijp me niet verkeerd: ik vind al die dennenbomen en fonkelende lichtjes ook best cosy, maar in België associeer ik het hele gedoe gewoonweg te fel met de drukste werkperiode van het jaar. En zo blijft er slechts één oplossing over om zelf van Kerst te kunnen genieten: op een vliegtuig stappen om enkele honderden kilometers verder Jingle Bells te neuriën.

Juist: eigenlijk hoor ik niet te klagen. Tussen Tweede Kerstdag en Oudjaar krijg ik immers vier dagen de tijd om m’n eigen feestje te bouwen. Collega (en travel buddy) Phaedra gaat akkoord en zo kunnen we aan het plannen gaan. Eerst en vooral: waar willen we heen? Het zit in m’n natuur om de gekste ideeën eerst te testen op praktische haalbaarheid, maar dat levert al gauw een negatief antwoord op. Dus neen Glenn, op vier dagen heen en terug naar Tokyo of Los Angeles… dat is niet zo’n strak plan. New York en Londen horen bij de beter bereikbare alternatieven, al kost het tijdens de kerstvakantie een fortuin om naar deze wereldsteden te reizen. Ons eigen Europese vasteland biedt gelukkig de oplossing waar we naar zoeken: Scandinavië. Het is in mijn ogen de mooiste streek van Europa en het speelt bovendien in ons voordeel dat deze regio in december doorgaans niet platgelopen wordt door toeristen van over de hele wereld. We kunnen bijgevolg voor een spotprijsje onze vliegtickets boeken en zo is het doel bereikt: effe weg uit België. Bye bye zwaarbewapende agenten op elke Antwerpse straathoek en ciao militairen op de luchthaven! We ruilen dit alles met plezier in voor de gemoedelijkheid van Noord-Europa en de winterse versie van Kopenhagen. ’t Feit dat deze stad ook een iconisch pretpark huisvest, hoef je trouwens niet als een toevalligheid te beschouwen.

De Deense hoofdstad ligt op nauwelijks zeventig minuten vliegtijd van Brussel. Na onze ochtendvlucht op maandag 28 december hebben we dus nog ruimschoots de tijd om de toerist uit te hangen. We scoren een snelle lunch, we drinken een lokaal biertje en we jagen ons stappentellertje omhoog met een wandeling naar de beroemdste inwoonster van Kopenhagen. De tocht brengt ons langs gezellige autovrije pleinen en Strøget, de bekende winkelboulevard die dwars door de stad loopt. We passeren verder ook het (haal nu je fototoestellen alsjeblieft snel boven) schilderachtige Nyhavn. Aangemeerde schepen en felkleurige geveltjes staan hier garant voor het clichébeeld dat iedere toerist zich voorstelt bij Scandinavië. Tien jaar geleden – het was een zomerse middag begin juli – moesten we hier tussen een enorme mensenmassa en bomvolle terrassen (inclusief peperdure zalmbroodjes) schuifelen. Vandaag is het bijna dertig graden frisser en is de hemel grauw, al heeft dat als voordeel dat we Nyhavn wat eenvoudiger kunnen ontdekken.

Rådhuspladsen: check. Støget: check. Nyhavn: check. Ik had het daarnet echter over een beroemdheid in Kopenhagen en dat is uiteraard de Kleine Zeemeermin. Het wereldberoemde beeld werd gebaseerd op het gelijknamige personage van Hans Christian Andersen, die op zijn beurt een van de bekendste Denen aller tijden is. Een kleine tip die ik wil meegeven aan beginners in de toeristenscene van Kopenhagen: hou die verwachtingen alsjeblieft laag! Hoewel zowat iedere stadsgids en elk boekje dit als een must-do in de stad definieert, mag je niet vergeten dat het om de Kleine Zeemeermin gaat. Anticipeer niet op een soort ‘Statue of Liberty’ en verwacht niet dat het beeld statig boven de stad prijkt zoals in Rio, maar verwacht gewoon ehm… tja, een kleine zeemeermin. Het creatuurtje staat sinds 1913 op een miniem rotspartijtje ten noorden van de binnenstad, omgeven door een visueel niet al te aantrekkelijk havengebied. Ik ben als Belg misschien niet in de juiste positie om de omvang van ‘Den lille Havfrue’ als lachwekkend te bestempelen; we worden zelf immers gesymboliseerd door een nòg kleiner, plassend mannetje. En ja, in termen van bekendheid is dit kleine ding wel degelijk groots. Maar of de zeemeermin de fikse wandeling geheel verantwoordt? Voor mij persoonlijk eigenlijk niet. De tientallen extatische Aziaten en Italianen die als een bijenzwerm rond het beeldje hangen, denken er klaarblijkelijk anders over.


Toerisme is big business. De meermin en het picture-perfect geheel van Nyhavn kunnen we gratis bewonderen, maar er zijn natuurlijk ook must-see attracties waarvoor we onze waardevolle Deense kronen moeten neertellen. Kopenhagen biedt, net zoals quasi elke grote stad dat doet, een formule aan waarbij de meeste blikvangers in één toegangsticket verwerkt werden. De zogenaamde ‘Copenhagen Card’ kost ons een kleine tachtig euro voor drie dagen. Dat klinkt misschien als een aanzienlijk bedrag, maar het betaalt zich snel terug als je weet dat het openbare vervoersnetwerk van Kopenhagen onbeperkt inbegrepen is. Dat zijn ondermeer de treinen die we nemen van en naar de luchthaven en de metro die ons afzet aan het reusachtige aquarium ‘Den Blå Planet’. We gebruiken de kaart verder ook voor het boottochtje langs beroemde landmarks, ons koninklijke bezoek aan paleis ‘Amalienborg’ en de leerrijke tour (inclusief twee zeer welgekomen consumpties) in de brouwerij van Carlsberg. Pure Deense trots is het, die groene biergigant. En hoewel ik het allemaal best kan appreciëren, is er toch één pareltje in het toeristische segment van Kopenhagen dat me al dat voorgaande in een mum van tijd doet vergeten. Er is in deze stad namelijk een plek die bewijst dat mijn geliefde pretparkhobby een cultureel en historisch verantwoorde achtergrond kan meedragen. Nadat we Carlsbergs gratis aangeboden Sommersby-godendrankje leeg geslurpt hebben, zetten we dus met veel plezier koers naar het pal in ’t centrum gelegen Tivoli Gardens.

Nog een reden om dat toeristenpasje aan te schaffen: de ‘Copenhagen Card’ geeft je eens per vierentwintig uur toegang tot elke attractie uit het assortiment. Wij mogen Tivoli dus drie maal betreden via het indrukwekkende toegangsportaal en dat is ook exact wat we van plan zijn. Klinkt freaky? Misschien wel. Het attractieaanbod van dit park is immers vrij beperkt en op één enkele middag kan je vlot alles gedaan krijgen. We zijn hier twee van de drie dagen echter niet om te kicken op een miniatuur-B&M of op een veel te intens tollend vliegtuigje. Neen hoor, in Tivoli ben je ook meer dan welkom om gewoon de sfeer op te snuiven. In december baadt het park trouwens in een wondermooi winters kleedje: tientallen stalletjes, honderden kerstbomen, duizenden vrolijke mensen en tienduizenden schitterende lampjes toveren Tivoli om tot de kerstmarkt uit eenieders dromen. De gevoelstemperaturen liggen onder het vriespunt, maar het quasi perfect geschapen wintertafereeltje warmt ons danig op. We vleien ons neer op een verwarmd terras met donsdekentjes en nippen aan een typisch Scandinavische Glögg, een variant op glühwein die hier afgewerkt wordt met nootjes, rozijnen en een flinke scheut rum. Ik weet op slag terug waarom ik Tivoli in 2006 reeds zo’n fantastische plek vond.

Is Glögg de enige topattractie die Tivoli te bieden heeft? Zeker niet. Om het overige geweld te (her)beleven, schaffen we op dinsdag een multi-ride pass aan voor een kleine dertig euro per persoon. Ook hier in Kopenhagen hanteren ze immers het bekende Scandinavische pretparksysteem. Je geraakt voor een zeer democratisch bedrag naar binnen, maar je betaalt vervolgens per attractie of je koopt een armbandje waarmee je de rides onbeperkt kan bezoeken. We opteren voor dat laatste en m’n gezelschap beslist dat het meteen tijd is voor actie. Ja, doe die rode baan met die loopings maar. Het blijft een beetje bizar: Phaedra had anderhalf jaar geleden nog nooit een rollercoaster gedaan en ze beschouwde iedere achtbaanpassagier als een halve gek. Een snelcursus coasterkriebels (met hoofdspelers als ‘Rock ‘n’ Rollercoaster’, ‘Silver Star’, ‘Baron 1898’ en ‘Dragon Khan’) toverde deze jongedame echter op enkele maanden om tot een eersteklas thrillseeker.

De transformatie van Phaedra is zelfs zo geslaagd dat ze Tivoli’s paradepaardje Dæmonen misschien als een tamelijk mak ding ervaart. Deze beauty is een van de meest compacte en kleinschalige projecten die B&M ooit aanging. Meestal gaat de meesterconstructeur immers voor veelvouden van deze statistieken: ‘Dæmonen’ is zowat een halve kilometer lang, reikt net geen dertig meter in de hoogte en telt drie inversies. Indrukwekkend klinkt dat niet, maar deze coaster staat alsnog garant voor een aardig shotje adrenaline. De krappe lay-out genereert mooie g-krachten en de inversies volgen elkaar in sneltempo op. In tegenstelling tot vaak gehoorde kritieken, rijdt ons voertuig bovendien opvallend soepel over de track. Het zou weliswaar straffe kost zijn om ‘Dæmonen’ tot een wereldbaan te bombarderen, maar ik moet toegeven dat ik ‘m echt fijn vind. Net zoals die zeemeermin van daarstraks is dit kleine ding dus gròòts. Nog meer pluspunten na het invallen van de duisternis: het effect waarbij een rood looplicht de trein tijdens haar nachtelijke rondjes achtervolgt, vind ik echt verbluffend cool.

In de onmiddellijke nabijheid van ‘Dæmonen’ kan je (wellicht uit creditoriale overwegingen) een goed verstopt Zierertje aandoen of je zoekt de spanning bij een flatride. Dat laatstgenoemde attractietype is verrassend talrijk vertegenwoordigd in Tivoli Gardens en de verklaring daarvoor lijkt simpel. Het park beschikt niet over een al te grote oppervlakte en kan deze aanzienlijke thrills op een beperkte voetafdruk dus best gebruiken. Het vliegende tapijt en een gouden vrijevaltoren werden beiden summier aangekleed in een oosters jasje, maar de absolute blikvanger van deze hoek is Vertigo. De naam herinnert ons aan de recente (flop)geschiedenis van Walibi, maar gelukkig hadden de Denen niet het geniale – kuch – idee om een veredelde skilift in hun park te ploffen. Integendeel: hier is ‘Vertigo’ een sierlijke hogesnelheidsmolen waarin twee vliegtuigjes de meest onmogelijke capriolen uitvoeren. Bekijk een filmpje over deze attractie en je gaat al snel vermoeden dat het beeldmateriaal versneld werd, maar niets is minder waar. ‘Vertigo’ draait gewoonweg keihard in het rond en alsof dat nog niet genoeg was, tollen de voertuigjes daarbij tientallen keren om hun eigen as. De op volle toeren draaiende motoren maken ongeveer hetzelfde geluid als een Duitse Breakdance-molen op topsnelheid, dus er zit wel degelijk power in deze machine. Na amper tien seconden zou m’n hoofd wellicht al op ontploffen staan. Voor een mening over de ritervaring moet je dus even zoeken naar een ander report, want geen haar op m’n hoofd denkt eraan om dit ding zelf te beleven. Wat ik wèl kan zeggen, is dat er nog maar zelden een pretparkattractie was die me visueel zo wist te intrigeren als deze. Maf apparaat.

Tivoli is in eerste instantie een familiepark en een darkride rond de sprookjes van (je raadt het al) meneer H.C. Andersen lijkt dan helemaal op z’n plaats. Maar zijn Scandinavische parken steengoed in het bouwen en thematiseren van darkrides? Doorgaans helaas niet. Het maakt Den Flyvende Kuffert zo mogelijk nog wat typischer voor dit park. Bekijk het allegaartje van sprookjesscènes en kneuterige poppetjes objectief en je beseft dat het vooral heel fout oogt. Wanneer je het binnen de context van Tivoli plaatst, ervaar je het echter eerder als sympathiek. Bovendien is er nog een voordeel verbonden aan deze Vliegende Koffer… Altijd al willen weten hoe een doombuggy-attractie technisch in elkaar steekt? De Denen deden weinig moeite om het systeem weg te werken, dus kijk en geniet!

Oplettende kijkers hebben reeds gemerkt dat ik Tivoli niet op de gevoelige plaat heb kunnen zetten bij daglicht. Dat klopt! Ik wijs met een beschuldigende vinger naar de winter, want die koele meneer zorgt ervoor dat het al rond drie uur ’s middags begint te schemeren boven Kopenhagen. Een uurtje later is het vervolgens donker en zo ervaren we Tivoli Gardens anno 2015 helemaal in de duisternis. Enerzijds is dat jammer: probeer ’s avonds maar eens geslaagde foto’s te maken zonder daarvoor te moeten knoeien met een statief. Anderzijds maakt het de kerstsfeer voelbaar sterker, worden attractie-ervaringen leuker en in sommige gevallen zelfs correcter. Dat laatste gebeurt onder andere bij Himmelskibet, de ride die men in het Engels aanprijst als The Star Flyer. En een vlucht naar de sterren, dat is inderdaad exact wat we voorgeschoteld krijgen in deze tachtig meter hoge zweefmolen. We vinden die sterren in een winderige, ijskoude avondhemel. M’n winterjas en de dikke sjaal zijn niet opgewassen tegen de koude waar de Deense hemel me mee overvalt, maar oh wat heb ik van deze attractie genoten. De uitzichten op het meer dan imposant uitgelichte Tivoli zijn immers onbetaalbaar.

Ook tof verlicht is de plaatselijke autoscooter ‘Radiobilerne’, al lijkt de bijhorende interactieve game technische mankementen te vertonen. Punten scoren is helaas onmogelijk, maar hersenloos op Scandinavische schoonheden knallen is het mooie alternatief. Nemen die blonde boys en girls achteraf plaats in de misselijkmakende molen ‘Aquila’? Dan pas ik. Ook hier draaien kleine vliegtuigjes met 4G in het rond, iets waar m’n zwakke maag al bij voorbaat tegen protesteert. Familievriendelijker gaat het eraan toe bij Odin Expressen, de vlakbij gelegen Mack powered coaster. Ken je dat typische gevoel nog uit je RCT-periode? Je wil achtbanen toevoegen, maar je hebt simpelweg geen plaats meer. Ach, dan bouw je toch gewoon verder op het dak van bestaande attracties en gebouwen? Dat is min of meer het idee achter ‘Odin Expressen’, een achtbaan die verrassend veel fun op verrassend weinig oppervlakte te bieden heeft. Vooral in een nauwe tunnel maakt de ellenlange trein veel vaart, om vervolgens twee maal aan hoge snelheid door het station te denderen. ’t Is erg jammer dat elke vorm van thema ontbreekt, maar al bij al scoort deze aangedreven coaster beter dan haar gemiddelde soortgenoot. De Nederlandse tienermeisjes achter ons delen die mening overduidelijk niet… Nou Willemineke, dit was echt tering saai zeg.

Terwijl Willemineke en co wellicht opnieuw koers zetten naar ‘Dæmonen’, ontdekken wij de zoveelste flatride. Deze keer overigens eentje die mijn gevoelige maag wèl kan verdragen: de Breakdance. De Denen zouden zichzelf niet zijn als ze geen veel coolere naam voor het klassieke attractieconcept zouden hebben. En zo staat daar Snurretoppen, een heel authentiek aandoende molen die ingeklemd ligt tussen de rails van ‘Odin Expressen’ en onder het instapplatform van de Star Flyer. Plaats benutten op z’n Tivoli’s en daarenboven ook knallen op z’n Tivoli’s. Deze versie draait namelijk een heel stuk steviger dan je van een Breakdance op pretparkterrein verwacht. Ik ben fan en Phaedra – je weet wel, die beginnende pretparkfan – bekroont het topmateriaal van Huss meteen met een tweede rondje. Freak!

Honger gekregen van al dat draaiende, razende en vliegende geweld? Dan is dit beslist niet de beroerdste plek van Kopenhagen om te vertoeven. Klik de website van Tivoli desnoods even open om te zien hoe veel restaurants er binnen de parkgrenzen te vinden zijn en je zal versteld staan. Er zijn hier wellicht meer eetgelegenheden dan attracties. Je zou Tivoli immers oneer aandoen door het te definiëren als een pretpark. Noem het liever een vrijetijdspark of een ontmoetingsplek voor locals én toeristen. Een groot deel van de bezoekers komt geeneens voor de rides, maar wil gewoon een show meepikken of een avondje uit eten gaan met de vrienden. Omdat we op voorhand vermoedden dat Tivoli tijdens de kerstvakantie best wel eens overvol zou kunnen worden (een vrees die ongegrond is, want echt druk blijkt het uiteindelijk niet) hadden we alvast enkele adresjes gereserveerd. Op maandagavond dineren we bij het stijlvolle Italiaanse Mazzoli’s en klinken we met een verfrissende Aperol-Spritz op ons midweekje Kopenhagen. Een dag later zitten we in de verwarmde veranda van het fancy Promenaden waar men de Crêpe Suzette nog netjes aan tafel flambeert. Het aanbod is eindeloos en ik zou beslist aanraden om in Tivoli minstens één maal lekker uitgebreid te dineren. ’t Zou immers jammer zijn om op deze unieke plek te moeten grijpen naar hamburgers en friet.

Waar ter wereld zie je een loterijkraam, een restaurant, een darkride, een Biergarten en een historisch verantwoorde rollercoaster op een oppervlakte van nauwelijks enkele vierkante meters? Tivoli Gardens is het correcte antwoord. Je kan de nabije omgeving van klassieker Rutschebanen als chaotisch definiëren, maar je kan Tivoli onmogelijk verwijten dat ze de ruimte niet optimaal benutten. Bovendien komt het geheel eerder gezellig dan rommelig over; ik kan die nauwe doorgangen vol details immers wel smaken. Het is allemaal onderdeel van een bergmassief waarin de plaatselijke houten achtbaan geïntegreerd werd. En wie het vandaag de dag over een houten achtbaan heeft, denkt misschien meteen aan de recente bouwsels van Intamin of GCI. Vergeet echter niet dat je voor de oorsprong van sommige achtbanen heel wat verder in de geschiedenis moet terugkeren. Bij deze ‘Rutschebanen’ is dat bijvoorbeeld zelfs tot in 1914!

Iedereen die een hart voor rollercoasters heeft, beseft dat het een ware eer is om deze baan in een dergelijk goed onderhouden staat te mogen bewonderen. Van het knusse stationnetje en de glimmende voertuigen tot aan de besneeuwde bergtoppen die de skyline van Tivoli mede bepalen… ‘Rutschebanen’ is een schoonheid in de meest letterlijke zin van het woord. Als we vervolgens mogen plaatsnemen in een voertuig dat nog manueel afgeremd moet worden door een meerijdende brakeman, is het al helemaal achtbaantechnisch klaarkomen. Het plaatje wordt ten slotte compleet gemaakt door een rit die vanop het achterste zitje meer airtime genereert dan menig modern pretparkvermaak. ‘Rutschebanen’ is wat mij betreft dan ook de onbetwiste topattractie van Tivoli Gardens, want hier kan zelfs die blitse B&M niet tegen concurreren.

Darkrides onder achtbanen verstoppen, het is een kunst waar niet enkel Europa-Park en Phantasialand goed in zijn. Ook Tivoli bouwde haar kleinschalige waterbaan Minen namelijk tussen de ondersteuningen van ‘Rutschebanen’. De ervaring is nogal bedenkelijk: ten midden van schattige beertjes en een (nogal schrikwekkend) watervaleffect moet je met een ingebouwd pistool op willekeurig geplaatste lampjes schieten. Het themaniveau is al even twijfelachtig als die sprookjesrondrit van daarstraks en een muziekje zou de doodse sfeer beslist verbeteren. Maar ach… we kunnen toch even ontsnappen aan de lage buitentemperaturen.

Juist ja, die kou maakt het een heuse uitdaging om tot het sluitingsuur te blijven. We organiseren een geïmproviseerde ERT op ‘Rutschebanen’ en we verwarmen de innerlijke mens met nog een kopje Glögg, maar we begrijpen stilaan waarom Tivoli later op de avond quasi helemaal leeg lijkt te lopen. Ik moet overigens toegeven dat ook wij het op een gegeven moment wel gezien hebben. Toch ben ik ontzettend enthousiast over dit winterse bezoek aan Tivoli Gardens. De kerstdecoratie maakt het park zo mogelijk nog gezelliger en de vroeg invallende duisternis laat ons ten volle van dat oogstrelende stukje Deense trots genieten. Bezoek dit legendarische themapark echter met de juiste ingesteldheid. Hier staan weliswaar enkele goeie attracties, maar je komt misschien bedrogen uit als je puur op zoek bent naar thrills. Tivoli is namelijk een totaalpakket waar de rides een leuk onderdeel van zijn, maar het gaat zoveel verder dan dat. Leuke restaurantjes en dito entertainment zijn in dit park een onmisbare schakel om je belevenis compleet te maken. Staar je dus alsjeblieft niet blind op ’t feit dat hier toevallig een B&M en die unieke ‘Vertigo’ te vinden zijn. Beschouw die elementen echter als een geldig excuus om Kopenhagen en Tivoli Gardens nog enkele plaatsjes hoger te noteren op die to-do list.

Tivoli Gardens… Noem het gerust een piepkleine, doch wondermooie parel der pretparkperfectie in een stad die qua omvang al evenmin astronomische proporties aanneemt. Maar hoeft het altijd groter, beter en straffer te zijn? Niet toch? Herinner je jezelf die zeemeermin nog? En die rode achtbaan? En dat waanzinnig coole themapark? Juist ja: wat klein is, kan ook groots zijn.

Een gedachte over “Tivoli Gardens

  1. Vertigo is een veel te intens tollend vliegtuigje… wat een understatement :-p.

    Tivoli Gardens deed mij in veel opzichten aan Knoebels denken, in Pennsylvania, maar dan enkele vierkante meters kleiner. Het park is inderdaad meer dat pretpark alleen. De sfeer en gezelligheid primeert!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s