When Can We Do This Again? – Hong Kong Disneyland

Of het nu dichtbij huis, tienduizend kilometer hiervandaan of ergens daar tussenin is; reizen is een essentieel onderdeel van m’n leven. Op elk willekeurig moment van het jaar probeer ik uit te kijken naar iets. Dat iets, dat heeft bij voorkeur te maken met boardingkaarten, hotelreserveringen en bestemmingen die net dat beetje exotischer aandoen dan Noord-Antwerpen. In tegenstelling tot wat sommige vrienden beweren, is die gewoonte – het woord obsessie klink zo negatief – er nog maar kort. Hoe ik die passie voor reizen ontwikkelde? De schuldige van het hele verhaal is een zekere Mickey Mouse. Toen ik zijn Amerikaanse themaparkresorts voor het eerst bezocht in 2008 en 2010 groeide bij mij immers het besef dat er meer in de wereld te zien is dan ons minuscule Belgenlandje in dat tevens vrij kleinschalige Europa. De jaren die daarop volgden, zouden me van de Amerikaanse westkust naar de meest oostelijke uithoeken van het Aziatische continent brengen. En dan gebeurt het: je wordt verliefd. Niet op een goed uitziende local of op een ronddwalende toerist, maar wel op een plek. Die plek is Hong Kong.

Al tijdens m’n eerste ontdekking in 2013 merkte ik dat deze Aziatische miljoenenstad een heel bijzonder effect op me had. Ligt het aan de duizelingwekkende skyline waarin wolkenkrabbers zich tegen steile bergflanken vleien? Zeer zeker. Aan de ferryboten die in alle rust tussen twee van chaotiek overlopende oevers pendelen? Absoluut. Aan de smalle steegjes waarin kruiden, gedroogde vis en uitlaatgassen een wel zeer apart aroma samenstellen? Yes! Maar ook hier mag ik Mickey aanduiden als een geldige reden om Hong Kong in m’n hart te sluiten. Want ergens tussen de groene heuvels van het eiland Lantau opende de muis tien jaar geleden een erg bijzondere plek. En die plek is exact de eindbestemming die we voor ogen hebben wanneer Jan en ik op een stevige Boeing 777 van Emirates stappen.

 

Switch on the sky and the stars glow for you

We zweven zowat tien kilometer boven Turkse bodem en dat is reuzegezellig. Sterretjes twinkelen tegen het plafond wanneer de nacht valt, stijlvolle stewardessen brengen heerlijk koele (complimentary) cocktails en ik zie op een verrassend groot scherm hoe de Indominus Rex het themapark uit eenieders dromen verwoest. Emirates rekent zichzelf bij de absolute topklasse der luchtvaartmaatschappijen en dat voel je. De maaltijden zijn van een beduidend hoger niveau dan de plastieken potjes vol smurrie die je op menig vliegtuig voorgeschoteld krijgt en de beenruimte lijkt net dat beetje minder krap uitgerekend. Die luxe en sereniteit staan echter in schril contrast met de plek waar we midden in de nacht onze tussenstop maken: ‘Dubai International Airport’.

Wie ooit naar het NGC-programma ‘Ultimate Airport Dubai’ keek, weet dat de achtergrondstem maar al te graag ‘Busiest hub in the world’ scandeerde. Wel, een overstatement is dat niet. Om twee uur ’s nachts schuifelen hier namelijk duizenden transitpassagiers tussen bomvolle boetieks, door slapers ingepalmde zithoeken en vreselijk drukke fastfoodzaken. Een kijkje op een willekeurig scherm leert me dat hier vannacht tientallen vluchten naar elke mogelijke uithoek van de planeet gepland zijn. De ene A380 na de andere koppelt los van de glazen terminal om te vertrekken richting Los Angeles, Moskou of Adelaide. En wanneer er zo’n stalen gigant opstijgt en koers zet naar de Chinese Parelrivierdelta, is dat met minstens twee Vlamingen aan boord. Emirates’ kenmerkende verwennerij gaat vervolgens nog zowat acht uur door, tot we dinsdagnamiddag veilig landen op ‘Chek Lap Kok’, de internationale luchthaven van Hong Kong.

Plots gaat het allemaal snel. De douane bezorgt me binnen no-time het benodigde documentje in m’n paspoort en de bagage rolt quasi meteen van de band. Voor we het goed en wel beseffen, dropt een gehaaste taxichauffeur ons dus aan de inkomdeur van Disney’s Hollywood Hotel. Een verblijf in zo’n officieel Disney-hotel is iets dat ik doorgaans zelfs niet overweeg. Prijzen liggen vaak astronomisch hoog en niemand zit er op te wachten om tussen honderden krijsende kinderen in te checken, te slapen en te ontbijten. Omdat we Hong Kong op weekdagen buiten de schoolvakantie bezoeken, zijn er echter voordelige actietarieven van kracht. Onze keuze voor het laagseizoen werpt z’n vruchten af: in de lobby staan bijvoorbeeld een geschatte twintig Cast Members te dringen om onze kamersleutels aan te reiken en de koffers naar boven te dragen. Bovendien ervaren we tijdens ons verblijf geen enkele geluidshinder van andere kamers en lijkt de ontbijtruimte niet op de kakofonische kleutertuin die je van een dergelijk hotel verwacht. Kortom: ‘Disney’s Hollywood Hotel’ kan m’n verwachtingen moeiteloos inlossen. Zowel de stijlvolle kamers, het vriendelijke personeel als de vlot draaiende horeca staan immers op het hoge niveau dat je van Disney verwacht.

 

Een mooi hotel is tof, maar we zijn hier voornamelijk omwille van het aanpalende themapark. Dat park kan je te voet bereiken, al raadt het personeel dat duidelijk af. De receptioniste waarschuwt ons voor een wandeltocht van drie kwartier. Gekkenwerk dus, want vlak voor de lobby van ‘Disney’s Hollywood Hotel’ vertrekt er elke vijf minuten een comfortabele shuttlebus naar de transporthub. Daar – alwaar de parkeerplaats, de busstop en de prachtige Mickey-metrolijn samenkomen – volgt het eerste kippenvelmoment: het opdoemen van de boog waarop in grote letters ‘Hong Kong Disneyland Resort’ prijkt. Instrumentale versies van de allerbekendste Disney-songs worden hier rond onze oren gekatapulteerd terwijl zacht wiegende palmbomen voor het tropische tintje zorgen. Een juweel van een fontein trekt arriverende bezoekers naar het middelpunt van het resort en smeekt om een uitgebreide fotosessie, net zoals het uit Anaheim gekopieerde treinstation dat enkele tientallen meters verder verschijnt. Als Disney-liefhebber moet ik hier in ‘Hong Kong Disneyland Resort’ toegeven dat volmaaktheid bestaat. Dit resort profiteert van de expertise die Imagineers bij oudere resorts opdeden en leunt qua structuur dicht aan bij de perfectie. De hoofdboulevard oogt erg verzorgd en intiem (in your face, groot en ietwat onpersoonlijk resort in Orlando), de metrohalte werd thematisch sterk ingewerkt (in your face, lelijke RER-A in Parijs), de ruimte voor een second gate lijkt logischerwijs al voorzien tegenover het bestaande themapark (in your face, vreemde indeling in Tokyo) en er is meer dan voldoende plaats voor groen, waterpartijen en rustige bankjes (in your face, Anaheim). Een eerste indruk om in te kaderen.

 

 

 

Go see the world ‘cause it’s all so brand new

We swipen onze toegangskaarten, laten onze vingerafdruk scannen en belanden in het herkenbare decor dat zichzelf ‘Main Street U.S.A.’ noemt. Eigenlijk trakteert het park me hier op een langgerekte flashback naar Californië: zowel de keurige geveltjes, het statige ‘City Hall’ als het piepkleine sprookjeskasteel aan de horizon voelen vertrouwd aan. Het leeftijdsverschil van een respectabele vijftig jaar vertaalt zich natuurlijk in een iets fijner uiterlijk. De klinkervloer oogt geslaagder dan het Amerikaanse asfalt en de huisjes stralen nog in al hun jeugdigheid. Het geheel wordt begin november reeds afgewerkt met slingers, lampjes en een kerstboom die de dubbele hoogte van het plaatselijke kasteel lijkt te benaderen. Best een bijzondere ervaring, zo’n eindejaarsgevoel bij een een graad of achtentwintig.

 

 

 

Don’t close your eyes ‘cause your future is ready to shine

We moeten er eerlijk in zijn: niet elk onderdeel van elk Disney-park ziet er even gelikt uit. Neem nu ‘Tomorrowland’, het lelijke eendje in zowel Anaheim, Orlando als in Tokyo. Onlogisch is dat niet: iets dat er ergens in de vorige eeuw futuristisch uit zag, kan in 2015 hopeloos verouderd aandoen. Dat bekende probleem werd handig omzeild met het stijlvolle alternatief dat Parijs in 1992 kreeg. Het is bijgevolg verrassend dat men in het recentere ‘Hong Kong Disneyland’ opnieuw voor het oude vertrouwde ‘Tomorrowland’-concept ging. Toch moet ik toegeven dat het resultaat er fris uit ziet. ‘Tomorrowland’ bestaat grotendeels uit flitsende kleuren, cartooneske decors en golvende lijnen. Visueel kan ik het dus wel smaken, al voelt het attractieaanbod ietwat voorspelbaar aan. Een opvallende molen met ruimtescheepjes? Aanwezig. Een met fluorescerende kartonnen borden gevulde darkride rond Buzz Lightyear? Aanwezig. Een interactieve voorstelling rond het hatelijke wezentje dat zichzelf Stitch noemt? Aanwezig. Een flashy autorit waarvoor je doorgaans veel te lang in de rij staat? Tevens aanwezig. En wanneer je ook de opvallende witte koepel en de daaronder verscholen achtbaan in rekening brengt, heb je zowat elke klassieke ‘Tomorrowland’-ride gehad.

Gelukkig is een standaardattractie niet noodzakelijk een matige attractie. Het bewijs daarvoor wordt geleverd door een kilometertje Vekoma-track, een funky driedelige lifthill en duizend desoriënterend draaiende sterretjes. ‘Hong Kong Disneyland’ is immers de trotse eigenaar van Space Mountain in de Anaheim-versie, weliswaar zonder de lelijke ingang en de vreemde wachtruimte waar je aan de Amerikaanse westkust mee geconfronteerd wordt. Wat overblijft, is een familieattractie met een briljante opbouw. Het bochtenwerk lijkt constant krachtiger te worden terwijl een meesterlijke soundtrack voor de gepaste begeleiding zorgt. Ja, ik hou van deze coaster. ’t Feit dat de Cast Members hier vandaag letterlijk op passagiers staan te wachten, vind ik dus alles behalve een ramp.

It’s just a matter of time, before we learn how to fly

Er is een plek in ‘Disneyland’ waar een twintiger met eigenwaarde bij voorkeur niet al te veel tijd doorbrengt: ‘Fantasyland’. Geassocieerd worden met vliegende olifanten en draaiende theekopjes in zoete pasteltinten? No way! Toch gaf ik twee jaar geleden letterlijk een staande ovatie in deze sprookjeswereld vol prinsessen. Het Broadway-achtige ‘The Golden Mickeys’ was voor mij immers één langgerekt wow-moment. Herkenbare Disney-scènes werden vol schwung en krachtige acteer- en zangprestaties aan elkaar geschakeld. Het gebeuren tijdens dit bezoek opnieuw beleven, dat is helaas onmogelijk. Het ‘Storybook Theater’ ondergaat begin november immers de laatste wijzigingen om een gloednieuwe jubileumshow te huisvesten. ‘Mickey and the Wondrous Book’ – dé nieuwigheid voor het tienjarige bestaan van het resort – zou nog geen twee weken na ons bezoek in première gaan. Jammer jammer jammer!

 

Gelukkig biedt ‘Fantasyland’ voldoende alternatieven voor wie op zoek gaat naar catchy muziek en vrolijkheid. Het allerbeste voorbeeld is de in 2008 geopende klassieker It’s a Small World. Noem het gerust de moeder aller Disney-attracties. Of vergelijk het met de film ‘Titanic’: iedereen kent het en iedereen bekijkt ‘m met plezier opnieuw, maar tegelijkertijd durft niemand toe te geven dat ze ’t stiekem best leuk vinden. Hetzelfde gebeurt bij deze darkride: in de algemene opinie wordt hij vaak tot op het bot afgekraakt, maar eigenlijk is het een tijdloos concept. De decors toveren een instant glimlach op m’n gezicht en het liedje blijkt na vijftig jaar actueler dan ooit. Deze piepjonge variant ziet er bovendien bijzonder levendig uit en de geïntegreerde Disney-figuurtjes maken de ride zelfs nog interessanter. Ik mag dus (goed wetend dat het schade aan m’n imago kan berokkenen) zeggen dat ik ‘It’s a Small World’ echt wel oké vind.

 

Een doorsnee ‘Fantasyland’ staat bomvol kleine tot middelgrote darkrides die het verhaal van een Disney-klassieker vertellen. In Hong Kong werden deze (meestal vrij griezelige) attracties geschrapt ten voordele van The Many Adventures of Winnie The Pooh en Mickey’s PhilharMagic. Het moet gezegd worden: bijzonder origineel zijn deze beide belevenissen niet. Enkel het Europese resort kreeg geen darkride rond de aan honing verslingerde beer en ook de bewuste 4D-film kan je zowel in de Verenigde Staten als in Japan terugvinden. Bovendien is ’t spijtig dat ‘The Many Adventures of Winnie The Pooh’ nog niet aan de knieën van de tegenhanger in Tokyo geraakt: het plaatje wordt gedomineerd door simpele decors en beschilderde panelen. ‘PhilharMagic’ is dan weer een vermakelijke voorstelling, al is de herhalingswaarde nagenoeg onbestaand. En da’s dan weer jammer in een themapark dat kwantitatief nog niet helemaal volwassen aanvoelt.

 

Kick your heels up when you join the fun

Serieus? Ben ik nu echt aan het vitten op het attractieaanbod van een themapark dat in de afgelopen vier jaar maar liefst drie nieuwe themazones opende? Tja, eigenlijk mogen we inderdaad niet klagen. ‘Hong Kong Disneyland’ timmert immers in sneltempo aan haar toekomst. Voor de meest recente expansies ging het park beyond the berm en bouwde men een aantal minigebiedjes aan de rand van ‘Adventureland’. Of deze werkwijze (waarbij de thematische samenhang ver zoek is) op de lange termijn aantrekkelijk blijft, valt te betwijfelen. Maar eerlijk is eerlijk: het bracht wel de broodnodige bedrijvigheid naar de zuidwestelijke hoek van het domein. De eerste telg van het trio opende in 2011 en is voor ons geen onbekende: Toy Story Land. Het geheel werd net iets uitgebreider aangepakt dan in Europa: er is meer randdecoratie, het bijhorende boetiekje ziet er permanenter uit en er is eveneens een snackkraampje aanwezig. Dat zijn leuke extraatjes en bovendien is het fijn dat ‘RC Racer’ vandaag met geopende beugels op passagiers staat te wachten, terwijl we voor ons nachtelijk ritje ‘Toy Soldiers Parachute Drop’ nauwelijks tien minuten aanschuiven. Toch kan ik moeilijk ontkennen dat ‘Toy Story Land’ een goedkoop uitziend allegaartje blijft en dat de rides ver onder het gebruikelijke Disney-niveau presteren. Voor onvergetelijke topmomenten zijn we in ‘Toy Story Land’ dus niet aan het goeie adres.

 

And as the magic sends us all aglow

All right, dus Glenn is op zoek naar legendarische momenten om voor eeuwig te koesteren? Nog maar zelden kreeg ik zo snel m’n zin. Het contrast tussen de plastieken kitsch van ‘Toy Story Land’ en de volgende zone is namelijk immens. Dames en Heren, maakt U kennis met ‘Mystic Point’. Toen ik in 2013 in ‘Hong Kong Disneyland’ vertoefde, bleven de massief houten poorten van deze exotische tuin nog stevig op slot. Werklieden legden op dat moment de laatste hand aan een E-ticket die haar sterrenstatus al verworven had alvorens er één steen gelegd was. Dus ja, dan doet het vreselijk pijn om te merken dat je die Aziatische reis drie weken te vroeg ingepland hebt. Zielig in een hoekje zitten treuren, helpt echter niet. De enige manier om die vloek der nog-net-niet-geopende-attracties te omzeilen, is later gewoon een keertje terugkomen. Dus voilà, hier zijn we dan. En wanneer de meest intense vorm van kippenvel me overvalt door gewoon naar een sierlijk ontworpen villaatje te staren, dan weet ik dat het de twee jaar durende wachttijd heus wel waard is.

Mystic Manor dus, een naam die je bij voorkeur met een gesofisticeerd Brits accent uitspreekt. Wereldtopper of niet; ook hier duidt een informatiebordje de absolute minimumwachttijd aan. We schuifelen in alle rust door de lege inkomhal en we laten de daar opgehangen kadertjes al een klein tipje van de sluier oplichten. Even later staan we tezamen met een tiental Chinezen in de projectiekamer voor een vermakelijke preshow. We maken kennis met Lord Henry Mystic en zijn (extreem schattig uitgewerkt) aapje Albert. Meneer Mystic is eigenlijk de brave-huisvader-versie van Harrison Hightower II, de hoofdrolspeler uit DisneySea’s ‘Tower of Terror’. Beiden maken ze de ene verre reis na de andere en ze delen tevens hun passie voor uitheemse kunstobjecten. Henry Mystic komt echter heel wat sympathieker over dan z’n Japanse collega en stelt al z’n verzamelde artefacten met plezier tentoon voor nieuwsgierige bezoekers. Dat klinkt misschien een beetje saai, maar uiteraard verloopt niet alles volgens plan. Net zoals Shiriki Utundu de hotelliften in Tokyo kaapt, zo wordt de kracht van ‘Mystic Manor’ bepaald door een magisch muziekdoosje.

Eigenlijk is het nauwelijks te geloven. Daarnet schommelden we nog heen en weer in een feloranje kermisattractie, nu staan we op het perron van een alom bejubelde topdarkride. Sjiek uitgedoste Cast Members wijzen onze plaats aan en vervolgens glijden vier lege ‘Mystic Magneto-Electric Carriages’ geruisloos naar hun startpositie. De rijke detaillering van het station – alias opslagloods – verraadt dat er zich een attractie van het topsegment achter die openzwaaiende deuren verschuilt. Uiteraard wil ik de daarbij horende verrassing niet helemaal verklappen. Maar wat ik wel wil zeggen: van zodra Albert z’n nieuwsgierige hand op die mysterieuze muziekdoos legt, begint een wondermooi schouwspel dat z’n gelijke niet kent. ‘Mystic Manor’ blijft me minutenlang overdonderen met doordachte decors, magisch zwevende lichtjes en een duizelingwekkende soundtrack. Geen seconde van de ritduur is overbodig, geen enkele scène voelt aan alsof het opvulmateriaal is. Disney creëerde een heerlijk luchtige darkride die een origineel thema aan geslaagde effecten linkt. Uiteraard bestaat perfectie niet en wil ik even meegeven dat het eerste en derde voertuig een beduidend sterkere rit ervaren dan nummer twee en vier. Vooral in de op één na laatste scène vormt je toegewezen voertuig een erg wezenlijk verschil. Even vriendelijk lachen naar de poeslieve personeelsleden moet echter voldoende zijn om je zin te krijgen.

Ach… ‘Mystic Manor’. Ik zou er nog vele alinea’s over kunnen neerpennen, maar dat komt m’n leescijfers wellicht niet ten goede. Laat één ding echter duidelijk zijn: deze attractie is het levende bewijs dat Disney-Imagineers de besten in hun vak zijn en blijven. ‘Universal’ lijkt voor elke moderne ride naar duistere krachten, schermen en 3D-brillen te grijpen. Slecht is dat niet noodzakelijk, maar mijn respect gaat toch eerder naar dit soort Disney-juweeltjes. Dat wil trouwens zeggen dat ‘The Amazing Adventures of Spider-Man’ met een stevige trap uit mijn all-time top drie vliegt. Lord Henry Mystic en Albert vertoeven daar nu in het gezelschap van ‘Journey to the Center of the Earth’ en ‘Indiana Jones and the Temple of the Crystal Skull’ (beiden ‘Tokyo DisneySea’), maar vraag me alsjeblieft niet om een absolute winnaar aan te duiden. In hun eigen categorie benaderen ze immers allen de volmaaktheid.

‘Hong Kong Disneyland’ kreeg in haar beginfase veel kritiek op het wel zeer beperkte aanbod. Bezoekers moesten het doen met enkele Disney-figuren en een handvol familieattracties. Mocht er net iets meer actie zijn? Dan was ‘Space Mountain’ zowat de enige optie. Gelukkig is er inmiddels extra vermaak op achtbaanrails te vinden en daarvoor moeten we naar ‘Grizzly Gulch’. Dit cartooneske alternatief voor de klassieke ‘Frontierland’-gebieden haalt z’n dynamiek uit stomende geisers, ondeugende grizzlyberen en de vele coastertracks die het dorpje omsingelen. Net zoals ‘Mystic Point’ bestaat ‘Grizzly Gulch’ uit één enkele attractie, al werd die weerom zo sterk uitgewerkt dat ik daar niet het minste probleem mee heb.

Die ene ride is Big Grizzly Mountain Runaway Mine Cars. Een hele mond vol, maar is deze op hol geslagen mijntrein dat ook waard? Het antwoord is positief. Heel soms is een rollercoaster immers meer dan een willekeurige combinatie van bochten en afdalingen. Dat is het geval bij dit exemplaar: ‘Grizzly Mountain’ benut elk element in de track namelijk als een wending in de achterliggende verhaallijn. Een beer die z’n jeuk verhelpt met behulp van een wissel, zorgt er bijvoorbeeld voor dat een rustige treinrit verandert in een achtbaan. Een knappende kabel laat ons vervolgens achterwaarts van een bergmassief donderen en een portie dynamiet katapulteert het treintje ten slotte uit een exploderende mijntunnel. Stel je verwachtingen uiteraard juist in en anticipeer alsjeblieft niet op een thrillride van de hoogste klasse. Voor imposante statistieken hoef je hier niet te zijn en pas tijdens het laatste gedeelte van de rit voel je eindelijk een beetje pit. Het tamelijk makke verloop weerhoudt Disney er gelukkig niet van om een belangrijke vondst te bekrachtigen: een achtbaan is een perfect medium om aan storytelling te doen. Dus zelfs ondanks de afwezigheid van verticale afdalingen, tientallen inversies en onmetelijke snelheden mag ik jullie meedelen dat ‘Big Grizzly Mountain Runaway Mine Cars’ een topper vanjewelste is.

Samson en Gert reden ooit met een jeep door het oerwoud en zongen toen dat je daar nooit alleen bent. In Hong Kong geldt er echter een uitzondering op die regel, want hier is ‘Adventureland’ wel degelijk verlaten. De enige grote ride van deze zone blijft begin november immers gesloten. ‘Hong Kong Disneyland’ voorzag haar ‘Jungle River Cruise’ van een speciale Halloween-overlay en die moet achteraf ook weer weggehaald worden. Enerzijds is dat zeker jammer. Dit park kreeg namelijk een gemoderniseerde en beduidend interessantere versie van het klassieke ‘Jungle Cruise’-concept. Anderzijds zie ik liever de sloepen van deze ride voor anker liggen dan dat ik voor een gesloten ‘Mystic Manor’ of ‘Grizzly Mountain’ zou staan.

Wat er overblijft in ‘Adventureland’? Eén: heel veel visuele pracht. Net als in Parijs werkte men de jungle met veel oog voor detail uit. Bovendien wordt de geloofwaardigheid aangewakkerd door de zwoele temperatuur. Twee: heerlijke fastfood Asian-style. Net zoals in Tokyo voelt het assortiment gevarieerder aan dan in de Europese en Amerikaanse resorts. Wil je een klassieke hamburger met friet? Dan kan dat. Maar daarnaast is er een uitgebreid aanbod aan gerechten op basis van rijst, noedels, kip en zeevruchten. De kwaliteit is overigens top en de prijzen blijven aanvaardbaar. Drie: met een volle maag richting Tarzan z’n boomhut varen en daar enkele tientallen treden omhoog klimmen. Vier: Spektakel met een grote S!

Welcome to the rhythm of the night

Festival of the Lion King. Wie ooit naar ‘Disney’s Animal Kingdom’ ging, zag daar misschien de gelijknamige show in een identiek rond theater. Ik moet eerlijk toegeven dat de voorstelling me in Orlando niet kon boeien. Ik hield niet van het competitieve aspect tussen de vier publiekszones en vond de vele acrobatie weinig toevoegen. Cut the crap dacht men in Hong Kong blijkbaar. En voilà: daar staat opeens een Broadway-musical om bij weg te dromen. Feeërieke belichting, geslaagde effecten en steengoede zangprestaties maken ‘Festival of the Lion King’ honderd procent de moeite waard. De prijs voor beste pretparkshow aller tijden blijft weggelegd voor ‘Aladdin – A Musical Spectacular’, maar deze topper ontvangt de al even glimmende zilveren medaille.

Put your hands up ‘cause the night is young

Hoewel het kippenvel van ‘Can You Feel The Love Tonight’ nog niet eens weggeëbd is, maken we ons bij het vallen van de nacht reeds klaar voor nog meer entertainment van de allerhoogste plank. Langs ‘Central Plaza’ en ‘Main Street U.S.A.’ vullen de stoepranden zich immers met kijklustigen voor de tweede parade van de dag. Juist, de twééde. Vanmiddag reed ‘Flights of Fantasy’ al voorbij. Erg legendarisch is die optocht niet, al klinkt de bijhorende themesong wel bijzonder aangenaam in onze oren. Het is echter nog maar een voorsmaakje voor de volmaaktheid die we om kwart voor zeven ’s avonds te zien krijgen: Disney Paint The Night is simpelweg pure awesomeness. Van zodra de klanken van ‘Baroque Hoedown’ (het nummer dat onsterfelijk werd dankzij de ‘Main Street Electrical Parade’) gemixt worden met een catchy up-tempo nummer uit ‘Wreck-it Ralph’, is het feest compleet. Tijdens al dat auditieve plezier zien we ook nog ‘ns enkele knallers van paradewagens voorbij schuiven. ‘Paint The Night’ opent met (een wel erg extatische) Tinkerbell, waarna we zowel de jonge Pixar-generatie, de geliefde prinsessen als de Fab Five kunnen spotten. ’t Is leuk om te merken dat het ietwat achterhaalde uiterlijk van Disney’s vroegere nachtparades eindelijk in een modern jasje gestoken is, inclusief een aantal coole effectjes. ‘Paint The Night’ kleurde mijn avond alleszins als nooit tevoren en ik wil met de woorden van de bijhorende soundtrack concluderen: When can we do this again? (Morgen is het juiste antwoord, hoera)

There’s something in the air you can’t deny

Een topmusical, een leuke dagparade en een waanzinnige avondparade; is dat dan voldoende entertainment voor vandaag? ‘Hong Kong Disneyland’ vindt van niet en trakteert het handvol aanwezige bezoekers op klokslag acht uur op haar vuurwerkdisplay Disney in the Stars. Het blijft altijd magisch om in een ‘Magic Kingdom’ je ogen op een sprookjesachtig verlicht kasteel te focussen, wachtend op die eerste knaller. Dat is in Hong Kong niet anders, al houdt men de eindshow hier relatief braaf. De uitgebreide videomapping van Parijs, Anaheim en Tokyo blijft achterwege en ook op de grootsheid van ‘Wishes’ in Orlando is het tevergeefs wachten. In ruil daarvoor krijgen we een iets bescheidener spektakel dat zich grotendeels opbouwt rond ‘A Whole New World’, dat legendarische liedje uit ‘Aladdin’. Een über-imposante eindshow is ‘Disney in the Stars’ niet, maar de intiemere setting past eigenlijk perfect in het relaxte plaatje van ‘Hong Kong Disneyland’.

I never want this to end

Nadat de laatste vuurpijlen uitdoofden en we de boetieks van ‘Main Street U.S.A.’ van boven tot beneden geïnspecteerd hebben, loopt onze eerste dag ten einde. We zakken af naar het hotel, we merken dat het te voet slechts twintig minuten duurt (foei aan die liegende receptioniste van deze middag!) en ik realiseer me dat deze dag zowat veertig uur geleden begon toen m’n wekker in België afliep. Er lijkt dus een joekel van een jetlag voor de deur kunnen staan, maar ik wimpel ‘m vriendelijk af. Het beste medicijn om zo’n lange reistijd en het tijdsverschil te overwinnen, is immers die dosis Disney-magie die ik vandaag ervoer.

‘Hong Kong Disneyland Resort’ creëert het ultieme Disney-gevoel, zoals je dat van een dergelijke plek verwacht. Een ultrazacht klimaat, een dromerige locatie ergens tussen groene heuvels, een knusse parkopbouw, breed glimlachende Cast Members en een attractieve line-up aan rides en vermaak; het lijkt wel alsof alles hier mee zit. Nochtans spreekt het cijfermateriaal niet echt in ’t voordeel van dit resort. Er is slechts één themapark dat geeneens bijzonder groot is en minder attracties telt dan je in andere ‘Magic Kingdom’-parken gewend bent. Maar weet je wat? Dat stoort me geen seconde. Ja, ‘Hong Kong Disneyland’ is kleinschaliger dan vele andere pretparken. En ja, één dag is eigenlijk ruim voldoende om het allemaal te ontdekken. Maar vergeet niet dat dit park er nog maar tien jaar staat en andere parken ook meerdere decennia nodig hadden om te groeien. Als we bovendien even terugblikken op de recente geschiedenis van ‘Hong Kong Disneyland’, zien we dat men volop aan de toekomst werkt. Meerdere familieattracties, een pareltje van een achtbaan, een darkride op wereldniveau en een al even geniale parade versterkten het aanbod. Daarenboven werkt men momenteel volop aan ‘Iron Man Experience’, de nieuwigheid die in 2016 moet openen. Al die elementen maken dit park tot een plek die het bezoeken meer dan waard is. Combineer het bij voorkeur met een bezoek aan de wereldstad vol neon die enkele kilometers verder ligt en je zal een citytrip creëren om duimen en vingers bij af te likken. Wanneer ik me klaar maak om deze absurd lange dag stilaan af te ronden, kan ik m’n gevoel dus alleen maar uitdrukken met de woorden die ‘Paint The Night’ me daarstraks toefluisterde.

I gotta know, my friends… When can we do this again? Oh-oh-oh-oh

6 gedachtes over “When Can We Do This Again? – Hong Kong Disneyland

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s