Asian Easter – Tokyo DisneySea

Tien goede redenen om van Tokyo DisneySea te houden. 

Lees die titel en vind het gewaagd, verklaar me gek of bliksem me simpelweg morsdood met een boze blik. Hoe kan je in hemelsnaam ‘Tokyo DisneySea’ samenvatten in tien puntjes terwijl er in werkelijkheid wel duizend goeie redenen zijn om ooit naar deze mythische plek af te zakken? Ik geef toe dat je gelijk hebt en ik zou je buitengewoon graag vertellen over de pracht van dat ene raamkozijntje op de derde verdieping van ‘Hotel Miracosta’ (gewoon omdat het ergens rond vijf over halfzeven magisch verlicht wordt door de ondergaande zon). Ik wil tevens hele hoofdstukken schrijven over de luchtbellen die opborrelen nabij de Nautilus, over dat ene minaretje waardoor ‘Arabian Coast’ helemaal perfect oogt en over die oogstrelende gestolde lavastroom aan de zuidoostelijke flank van ‘Mount Prometheus’. Maar sommige dingen kan je nu eenmaal nauwelijks naar een geschreven woord transformeren. Wanneer ik dat toch probeer, zul je al vlug merken dat ik daar een scala aan überpositieve adjectieven en een waterval aan superlatieven voor nodig heb. Ik twijfel er bijgevolg geen seconde aan dat tien redenen zullen volstaan om je te overtuigen. Overtuigen van wat? Van het feit dat dit het meest volmaakte themapark op de planeet is? Wel lieve lezers, dat is inderdaad de clou van m’n verhaal. Vergeet dus heel even dat je in een saai België of een hectisch Nederland naar een computerscherm tuurt, want vanaf dit ogenblik neem ik je een halfuurtje mee naar een heldere lentedag in het Japanse plaatsje Urayasu. Daar staan we namelijk samen voor de (nog gesloten) poorten van ‘Tokyo DisneySea’.

Reden nummer één: de ochtendrush 

Wat ik in ‘Tokyo Disneyland’ nog als een bescheiden ochtendritueel definieerde, ontaardt bij de buren in een heuse ochtendrush. De gekte is nog een beetje gekker, de chaos nog een beetje chaotischer. Vanaf halfnegen alleszins. Voordien is een gemiddelde bezoeker namelijk – net zoals gisteren – de sereniteit en de hoffelijkheid zelve. Japanners arriveren naar goede gewoonte in alle vroegte en als tijdverdrijf voeren ze een rustig praatje of haalt men de smartphone boven. Terwijl ze in steeds langer wordende rijen voor de toegangspoorten wachten, verraden eigenlijk enkel hun gekke Pluto-hoedjes en de Mickey-shirts dat deze meute enkele minuten later in een dolle Disney-machine verandert. Avontuurlijk weerklinkende muziek, de zijgevels van ‘Hotel Miracosta’ en een vlugge blik op het in de ochtendzon stralende ‘Hightower Hotel’ vormen een mooie voorbode op alles wat ons te wachten staat. Zelden had ik zoveel zin in een dagje pretpark.

Las je het hieraan voorafgaande report over ‘Tokyo Disneyland’? Indien het antwoord ja is, weet je misschien nog dat er in dat park ’s ochtends ruwweg drie aparte doelen door de mensenmassa bestormd worden. Vergeet even wat ik toen zei, want in ‘Tokyo DisneySea’ gelden andere spelregels. Wanneer we enkele minuten na de officiële opening zelf door de draaihekjes wandelen, valt immers vlug op dat de opgetrommelde characters opvallend veel ademruimte hebben. En dat de boetieks rond de ingang nagenoeg leeg blijven. Bovendien zien we slechts een handvol bezoekers meteen hun matje uitrollen aan de oevers van ‘Mediterranean Lagoon’ voor een spektakel dat tweeënhalf uur later van start gaat. Neen, de gemiddelde bezoeker van ‘Tokyo DisneySea’ laat het foto-, shop- en showgebeuren ’s ochtends volledig aan zich voorbij gaan.   Een geschatte tachtig procent van de aanwezigen rent daarentegen Usain Bolt-gewijs richting ‘American Waterfront’. Dat ze tijdens die spurt geen twee seconden tijd nemen om de grenzeloze pracht en praal van de inkomzone te bewonderen, lijkt een Japanner niet te deren. Ik sta wel effe stil en merk dat een onbeschrijflijk gevoel me overvalt. Want het moment waarop je onder de bogen van ‘Hotel Miracosta’ heen loopt en een statige ‘Mount Prometheus’ steeds duidelijker aan de horizon pronkt, dat is simpelweg kicken. ‘DisneySea’ vervolmaakt het perfecte plaatje door de iconische vulkaan exact op het juiste moment met een donderend gebrul te laten uitbarsten. Tel daar de pastelkleurige mediterraanse gevels en een zacht mandolinedeuntje bij om te beseffen dat ‘Mediterranean Harbor’ voor absolute schoonheid staat. Het bezorgt zelfs een nuchtere Vlaming als ik nét geen tranen in de ogen. Kijk, zo hoort het dus. Want die halve minuut tussen het betreden van het park en het zien opdoemen van ‘Mount Prometheus’ verantwoorden elk denkbeeldig bankbiljet dat ik spendeerde om hier te geraken. Die dertig seconden… daar doe ik het voor.

Stel ik het allemaal net iets te filmisch voor? Ben ik te enthousiast? Weet dan dat ‘Tokyo DisneySea’ haar bezoekers snel met beide voeten op de grond zet. Hoe prachtig het hier ook is, het blijft een themapark. En wat associeer je met een themapark? Juist… ellenlange wachtrijen. Wanneer men jaarlijks ruim veertien miljoen bezoekers ontvangt, ontkom je daar nu eenmaal niet aan. Sterker nog: het gaat in ‘DisneySea’ zelfs zo ver dat de hoofdstraat van themazone ‘American Waterfront’ elke ochtend herschapen wordt in één grote wachtrij. De duizenden Japanners die daarnet nog hersenloos door het park holden, worden nu door een legertje Cast Members tussen tijdelijk opgespannen touwtjes verzameld. Bizar feitje van de dag: ze staan daar niet aan te schuiven voor een attractie, maar wel voor de Fastpass-automaten ervan. ‘Toy Story Mania’ is de grote schuldige en Mania is inderdaad de meest geschikte term om het tafereel te beschrijven. Zelfs drie jaar na opening blijft deze ride immers extreem populair. In afwachting van Nemo, Dory, Anna en Elsa is ‘Toy Story Mania’ het nieuwste mechanische attractiegeweld van het park en dat is merkbaar. Alle beschikbare Fastpass-tickets vliegen pijlsnel de deur uit en ook de reguliere wachttijd schiet vlug omhoog. Nick en ikzelf bekijken de situatie net als in 2013 met veel plezier, maar we houden het voorlopig bij deze vorm van ramptoerisme. We herinneren ons namelijk dat de drukte laat op de avond aanzienlijk afneemt en bovendien moeten we voor de (stiekem nog veel interessantere) buurman geen minuut in de rij staan. Dus lieve Woody en beste Buzz, tot straks. Eerst even hallo zeggen tegen Mister Hightower.

Reden nummer twee: de wolkenkrabber 

Hotelmagnaten zijn er in alle vormen en maten. Er zijn blonde bimbo’s die liefst halfnaakt een fles wodka achterover slaan, maar er zijn ook grijze zakenlui die exotische artefacten meebrengen van hun verre reizen. ‘Tokyo DisneySea’ liet Paris Hilton (helaas) voor wat ze was en opteerde voor die tweede mogelijkheid om Tower of Terror een achtergrondverhaal te schenken. De norse en van grootheidswaanzin overlopende Harrison Hightower III merkt echter dat zijn hobby enkele nare gevolgen heeft. De afgod ‘Shiriki Utundu’ werd immers door een traditionele stam vervloekt toen Hightower hem ontvreemdde. Het kleine beeldje zorgt er inmiddels voor dat Hightower als geest door z’n hotel zwermt en dat wij een ijzersterke attractie-ervaring tegemoet gaan.

Wij, dat zijn Nick, ikzelf en een groep Japanse schoolmeisjes. We wandelen samen door de ontzettend gedetailleerde hotellobby en we zien daar hoe schilderingen doen terugdenken aan de meest legendarische reizen die Hightower ooit maakte. Vervolgens schuifelen we bij elkaar in een eerste preshow, waar een lid van de ‘New York City Preservation Society’ ons opwacht. Daar zit ‘m trouwens één van de grootste verschilpunten met de versies uit Orlando, Anaheim en Parijs. Je wordt hier niet ontvangen door griezelige bellhops, maar wel door gedistingeerde museumbewaarders. Na een jarenlange leegstand en geruchten over een mogelijke sloop, werd ‘Hotel Hightower’ namelijk gered door de ‘NYCPS’ die er tegenwoordig toeristische rondleidingen organiseert. Het lijkt aanvankelijk te resulteren in een braver geheel, maar voorshow nummer twee bevestigt dankzij haar grimmige sfeer direct dat dit nog steeds ‘Tower of Terror’ is. Een interactief glas-in-loodraam verduidelijkt de verhaallijn en dat geldt zelfs wanneer je de Japanse narratie niet of nauwelijks kan volgen. Interesseert de achterliggende legende je geen moer? Geen nood; je zal alsnog versteld staan door de meest foutloos uitgevoerde verdwijntruc die de pretparkwereld ooit zag. Alleen al het special-effect dat men hier rond ‘Shiriki Utundu’ opbouwde, zorgt ervoor dat ‘Tower of Terror’ me zelfs na een tiental bezoeken niet gaat vervelen. De volgende ruimte overtuigt evenzeer: een met antieke kunst volgestouwde hangar vervangt de industriële ‘Boiler Room’ van de Europese en Amerikaanse tegenhangers. De Japanse ‘Tower of Terror’ is dus al een indrukwekkende ervaring zonder dat ik één stap in een lift zette. Spannend!

Been there, done that. Het zou een eindconclusie over ‘Tower of Terror’ kunnen zijn wanneer ik louter naar de rit kijk. Begrijp me niet verkeerd: de effecten zijn cool en ik vind het verfrissend om ‘The Twilight Zone’ even achterwege te laten. Bovendien is het hilarisch om een liftkooi vol Japanners helemaal gek te zien worden en is het panoramische uitzicht op ‘Tokyo DisneySea’ ongeëvenaard. Maar toch: qua bewegingen voelt het allemaal vertrouwd. Neem de rit van de Franse ‘Tower of Terror’, elimineer de eerste twee valletjes en schrap een deel van de pret door jezelf stevig in te snoeren met een driepuntsgordel. Et voilà: daar staat een vrij makke versie van de alom bejubelde sterattractie. Vind ik het een ramp dat het hier allemaal wat bedeesder aanvoelt? Geenszins. De grootse entourage, het overtuigende verhaal en de ronduit sublieme soundtrack maken van ‘Tower of Terror’ immers een attractie om duimen en vingers bij af te likken. En zo’n beklijvende thematische ervaring vergeef ik met plezier dat de absolute thrill enigszins achterwege blijft.

’t Is geen geheim dat ‘Tokyo DisneySea’ haar gasten van het ene visuele hoogtepunt in het volgende gooit. ‘Tower of Terror’ levert daar niet enkel qua interieur, maar evenals qua exterieur een voorbeeld van. De rijkelijk met ornamenten beklede façade is immers een oogstrelende blikvanger binnen de parkgrenzen. Het groteske bouwwerk gaat bovendien perfect op in haar nabije omgeving, die het New York City van weleer uitbeeldt. Oldtimers tuffen gemoedelijk door de levendige straten, traditionele trams rijden over een verhoogde spoorweg en we genieten in een glamoureus Broadway-theater van de opzwepende muzikale voorstelling ‘Big Band Beat’. Wanneer je met een hotdog langs de piekfijn uitgewerkte gevelrijen flaneert, weet je hoe de beroemde Amerikaanse metropool enkele decennia geleden moet aangevoeld hebben. Dit stadsgedeelte van ‘American Waterfront’ is een van de meest dynamische en geloofwaardige themazones die ik ooit mocht ontdekken. En stiekem is het allemaal ook zwaar over-the-top. Want alsof al dat moois nog niet toereikend was, plofte men hier ook een levensgroot cruiseschip neer. Stomende schoorstenen doen vermoeden dat die gigant klaar is om de haven van het bruisende New York uit te varen.

Reden nummer drie: de scheepjes

Het is geen verrassing dat er heel wat vissersschuiten voor anker liggen in een themapark dat de zeevaart als centrale thema hanteert. Die vrij bescheiden vaartuigen worden echter moeiteloos overklast door de S.S. Columbia, een enorm stoomschip dat er akelig realistisch uit ziet. Bekijk het gevaarte vanaf een afstand en je twijfelt er geen seconde aan dat de ‘S.S. Columbia’ aan de kade van Tokyo Bay ligt. Maar niets is minder waar en in realiteit ontwierpen de Imagineers een reusachtig gebouw dat restaurants, attracties, shows en een portie visueel vertier huisvest. Zo verschanst zeeschildpad Crush zich ergens in de romp met z’n beroemde ‘Turtle Talk’, kunnen we op ’t bovendek het panorama op ‘American Waterfront’ bewonderen en wordt de maag gesterkt in een van beide horecagelegenheden. Ik heb er mooie herinneringen aan, want in de stijlvolle ‘S.S. Columbia Dining Room’ vierden we op dinsdag 9 april 2013 dat we voor de allereerste keer het legendarische ‘DisneySea’ bezochten. Het voelde een tikje decadent om aan fijne zeevruchten te knabbelen terwijl er daarbuiten een heel themapark vroeg om ontdekt te worden, maar ach… leuk was het wel.   We laten de fijne gastronomie van ‘S.S. Columbia Dining Room’ vandaag even aan ons voorbij gaan, maar we schuiven ’s middags wel aan in de één verdieping lager gelegen ‘Teddy Roosevelt Lounge’. Deze met zwaar meubilair en mahoniehout gevulde ruimte doet me haast spontaan My Heart Will Go On neuriën, want we lijken hier rechtstreeks de ‘Titanic’ uit de gelijknamige blockbuster binnen te wandelen. Het ziet er allemaal piekfijn uit en we worden aangenaam verrast door een wel erg uitgebreid cocktailmenu. Ik zei het in ‘Disney California Adventure’ al en ik zeg het hier opnieuw: pretparken met een eigen cocktailbar krijgen in mijn ranking enkele dikke plustekens achter hun naam. En hoewel de klassieke grandeur van deze ‘Teddy Roosevelt Lounge’ nauwelijks verder kan verschillen van het losse zomerse sfeertje van de Californische ‘Cove Bar’, zijn het allebei ideale adresjes om even uit de typerende pretparkdrukte te ontsnappen. Theodore Roosevelt leunt achterover in een zachte fauteuil en knikt instemmend. Een zekere Tom Collins ook.

We laten de drukte van ‘New York Harbor’ achter ons en gaan de charmante gemoedelijkheid van ‘Cape Cod’ tegemoet. Dit op New England gebaseerde havendorpje vervolledigt ‘American Waterfront’ op hoogst idyllische wijze. De houten gevels, zacht deinende vissersbootjes en een piepklein vuurtorentje ogen namelijk ronduit schattig, terwijl ‘Mount Prometheus’ alweer als imposante backdrop fungeert. ‘Cape Cod’ belichaamt in zekere zin de definitie van het woord oogstrelend, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat er eigenlijk niets te beleven is. We proeven hier toepasselijk een kabeljauwburger en nemen een kijkje in een souvenirwinkel die tot de nok gevuld werd met prullaria rond Mickey’s troetelbeer Duffy, maar that’s it. Voor de meet&greet met datzelfde beertje – waar steevast wachttijden van meer dan een uur geafficheerd worden – passen we namelijk zonder spijt.

Schilderachtige houten schuitjes zijn leuk, maar wat is er cooler dan glimmende metalen schepen die je in futuristische science-fictionfilms door de hemel ziet flitsen? Dat type gevaartes ligt in themazone ‘Port Discovery’ voor anker en het ziet er bijzonder strak uit. Het spacy sfeertje wordt vervolledigd door gebouwen die zo uit ‘Discoveryland’ in ‘Disneyland Paris’ geplukt lijken en ook de dromerige soundtrack klinkt herkenbaar. In tegenstelling tot ‘Cape Cod’ is dit gelukkig geen statische kijk-en-wandelzone, maar valt er ook effectief wat te doen. Let’s go. De grootste dynamiek in ‘Port Discovery’ danken we aan Aquatopia, de vernuftige familieattractie die op een centrale waterplas vaart. Of moet ik zeggen rijdt? Of draait? Of is het eerder zigzagt? Een sluitende term plakken op de exacte functie van deze ride is inderdaad lastig, want ‘Aquatopia’ doet nu eenmaal best veel. We racen over ondiep water, maken een rondje langs een artificiële draaikolk, verdwijnen nét niet onder een waterval en we beginnen op de meest onmogelijke momenten rond onze eigen as te tollen. ’t Is een zwaar understatement om deze ride doelloos te noemen, al bedoel ik dat op de meest positieve manier. Niet elke attractie heeft immers nood aan boeken vol achtergrondinformatie. Ik zou de complexe techniek achter het trackless ritsysteem trouwens oneer aandoen door de waarde van dit ding in vraag te stellen. Zet dus je verstand op nul, neem plaats in zo’n grappig vaartuig en trakteer jezelf op de drie meest hilarische minuten die ‘Tokyo DisneySea’ te bieden heeft. Aangezien we hier tijdens ons bezoek nooit een noemenswaardige wachtrij aantreffen, kunnen we bovendien ongestoord proberen om alle verschillende routes te ontdekken.

Helaas is de hersenloze genialiteit van ‘Aquatopia’ geen waterdichte garantie op meer dergelijke fun. Zelfs in de quasi perfecte wereld van ‘Tokyo DisneySea’ zijn er namelijk attracties die het opvallend minder goed doen dan je aanvankelijk zou verwachten. 

Reden nummer vier: de nét-niet-attracties 

StormRider is er een voorbeeld van. Bedenk even hoe een doorsnee Japanner die naam uitspreekt en je hebt meteen het leukste element van de hele attractie gehad. Dat ligt niet echt aan de Imagineers die de ride ontwierpen, maar eerder aan diegene die besliste dat dit per se een simulator moest worden. Want we moeten de realiteit onder ogen zien: simulatoren zijn passé en daar kan zelfs een blits gebouw niets aan veranderen. Dat gebouw is het ‘Center for Weather Control’. Dit futuristische laboratorium heeft een tuig ontwikkeld dat stormen kan neutraliseren en dat moet uiteraard getest worden. Je voelt ‘m al komen: dit stukje spitstechnologie moet getransporteerd worden met een ‘StormRider’ en men vindt het nodig om daar tientallen onwetende toeristen bij te betrekken. Moet ik nog vertellen dat ’t een turbulente tocht wordt? En dat alles wat mis kan gaan ook daadwerkelijk fout afloopt? De flinterdunne verhaallijn evolueert alleszins tot een weinig verrassend geheel en teert voornamelijk op haar luide, apocalyptische verloop. Dat wil niet automatisch zeggen dat ‘StormRider’ een flutattractie is, maar je verwacht in ‘Tokyo DisneySea’ nu eenmaal iets doordachter. Ik ben benieuwd of de toekomstige vervanger rond Nemo en Dory sterker uit de hoek komt, al vraag ik me vooral af hoe men een dergelijk Pixar-verhaal wil inpassen in ‘Port Discovery’. Dus Disney, verbaas me. Positief, welteverstaan.

Als er één ding is dat ik tijdens het plannen van een Disney-reis altijd met een bang hart afwacht, is het wel de lijst met jaarlijkse onderhoudsperiodes. In 2013 was die vrees gegrond, want er bleek inderdaad een attractie gesloten tijdens het bezoek in april. Gelukkig voor ons was dat geen klepper à la ‘Tower of Terror’ of ‘Journey to the Center of the Earth’. Neen, we stonden voor de gesloten poorten van het nauwelijks bekende Magic Lamp Theater. Hoewel ik er twee jaar geleden nooit een nacht slaap voor gelaten heb, is het vandaag wel een leuk gevoel om alsnog een nieuwe ride te kunnen aanvinken. We vinden de ingang ervan op een fabelachtig paleisplein in het gebied ‘Arabian Coast’ en we stappen zonder enige verwachting naar binnen. En pfiew, ben ik even blij dat ik niets verwachtte. De voorshow is nog best vermakelijk en vervoert je op simpele, doch doeltreffende wijze naar Agrabah. De eigenlijke voorstelling rond een tovenaar, Genie en een stuntelig hulpje verliest echter al snel m’n aandacht. Ondanks ’t feit dat we op een draagbaar schermpje een Engelse vertaling kunnen aflezen (een knap en klantvriendelijk systeem waarmee ‘Tokyo Disney Resort’ wel meerdere shows uitrustte), is ‘Magic Lamp Theater’ zo chaotisch dat we er maar moeilijk iets van kunnen maken. Het drukke, vaak ietwat kinderlijke tafereel blijkt bovendien niet louter tijdsverspilling voor ons. Ook de respons van de aanwezige Japanners is matig en een twijfelachtig applaus rondt het geheel op ongemakkelijke wijze af. Nooit gedacht dat ik het zou zeggen, maar sla deze attractie met een gerust geweten over wanneer je ooit ‘Tokyo DisneySea’ bezoekt.

Reden nummer vijf: het familievermaak 

Zo bedenkelijk ik ‘Magic Lamp Theater’ quoteer, zo fenomenaal is de zone die eromheen ligt. Koninklijk uitgedoste scheepjes dobberen tussen gouden zandstranden, exotische vegetatie ruist in de zeebries en sprookjesachtige minaretten sieren de skyline. De plaatselijk gepofte currypopcorn vult de omgeving bovendien met een passende specerijengeur. Kortom: ‘Arabian Coast’ is pure perfectie voor je zintuigen. Die zee van oosterse pracht en praal vormt trouwens het gedroomde decor voor familiaal vermaak van de bovenste plank. Een twee verdiepingen tellende carrousel draait z’n rondjes in een gigantische tempel terwijl de vliegende tapijtjes van Aladdin en Jasmine hier veel natuurlijker ogen dan die afschuwelijke studio-versie in Parijs. Ten slotte is ‘Arabian Coast’ er ook voor liefhebbers van het betere darkride-plezier. En daar reken ik mezelf bij.

Laat je niet misleiden door de nogal anonieme ingang, de doorgaans lege wachtrij of omdat je Sindbad’s Storybook Voyage gewoonweg een kinderachtige naam vindt. Want schijn bedriegt en hoewel deze darkride inderdaad voornamelijk familiaal georiënteerd is, verrast het ding in meerdere opzichten. Eerst en vooral ligt het themaniveau op een ontzettend hoog niveau. ‘Sindbad’s Storybook Voyage’ wordt regelmatig beschreven als de oosterse kopie van ‘It’s a Small World’, maar ik vind dat persoonlijk een beetje denigrerend. Waar die alom bekende Disney-klassieker het voornamelijk met gestileerde achtergronden en simpele poppetjes doet, pronkt deze darkride met veel meer detail en levendige animatronics. Het decor werd prachtig uitgebalanceerd en staat een aanzienlijk eind boven die bombastische overload waar ‘It’s a Small World’ je mee overvalt. Het tweede verrassende element is de ritduur. Telkens wanneer ik denk dat de opstaphal achter de hoek ligt, vaart het bootje alweer een wondermooie scène binnen. Ruim tien minuten lang is ‘Sindbad’s Storybook Voyage’ visuele verwennerij, maar ook auditief is het genieten. Je begint de aanstekelijke soundtrack van deze ride na amper enkele seconden immers al vrolijk mee te zingen in iets dat vaag op Japans moet lijken. Laat me dat muzikale elementje dus definiëren als de voornaamste gelijkenis met die beroemde kleine wereld, maar besef goed dat deze attractie daarnaast veel completer en ingenieuzer uit de hoek komt.

Van een traditionele darkride naar de hypermoderne variant. Zeg adieu tegen zingende poppetjes, uitvoerig gethematiseerde scènes en de orkestrale begeleiding. Zeg daarentegen hallo tegen flitsende beeldschermen, 3D-brilletjes, een scala aan oorverdovende jingles en Toy Story Mania. Het al te gekke gedoe van deze ochtend klaart verrassend snel op en zo kunnen we met een comfortabele wachttijd van dertig minuten inschepen. Voor het exterieur van ‘Toy Story Mania’ haalde men de mosterd gelukkig niet in Orlando (waar de ride in een kille winkeletalage lijkt te staan) maar eerder bij de Victoriaanse omgeving van Anaheim. Toch gaat men hier in Tokyo nog een hele stap verder en is het minigebiedje ‘Toyville Trolley Park’ – zeker na het invallen van de nacht – een ware lust voor het oog. Het met sierlijke krullen en honderden lampjes verfijnde gebouw staat enigszins in contrast met de meer robuuste uitvoering van het naastgelegen ‘New York City’, maar het stoort eigenlijk geen moment. Wat me wel tegenvalt, is de indoor wachtruimte. We belanden (net zoals in Florida) in een kleurrijke fabrieksloods vol enorme stukken speelgoed, om uiteindelijk in Andy’s slaapkamer de stationshal te vinden. En hoewel ik dat tafereel best kan plaatsen in de context van ‘Toy Story’, was het zoveel fijner geweest om dat retro-kermissfeertje van de buitenzijde ook binnenin terug te vinden. De rit zelf zou ons vervolgens van het ene kermiskraam naar het andere kunnen brengen, om daar telkens de (reeds gekende) interactieve games te beleven. Jammer genoeg opteerde men ook daar voor het beproefde concept en valt ‘Toy Story Mania’ ondanks haar amusante ritverloop dus een beetje uit de toon naast de andere themakanonnen van ‘Tokyo DisneySea’. De enorme populariteit bewijst gelukkig dat een gemiddelde bezoeker minder kritisch is dan ik.

Italië is een plek die tot de verbeelding spreekt, zelfs aan de andere kant van de aardbol. Het land wordt doorgaans echter niet uitgebeeld aan de hand van griezelige maffiatypes, vuile bermen of de afschuwelijke rijstijl. Neen, men romantiseert het geheel maar al te graag naar een zomers land vol olijfbomen en goddelijk ijs. ‘Tokyo DisneySea’ werkt gretig mee aan het opwekken van die illusie. Sterker nog: het Venetië dat je hier aantreft, is ongetwijfeld verzorgder en mooier dan het 9.000 kilometer verder gelegen origineel. ‘Hotel Miracosta’ genereert sowieso een verbazingwekkende omgeving, die bovendien stijlvol afgewerkt wordt met smalle kanaaltjes en typerende stenen bruggen. De enige echte attractie die deze Venetiaanse zone rijk is, bevestigt overigens elk cliché dat je verwacht. Glimmende zwarte gondels schuiven over het water voorbij, terwijl Aziatische gondeliers ons op een wel erg eigenzinnige interpretatie van ‘O Sole Mio’ trakteren. Tien procent lachwekkend, negentig procent genietbaar. We moeten de boottocht tijdens onze tweede dag weliswaar in een plotse regenbui ondernemen, maar dat blijkt meteen de enige manier om de doorgaans hoge wachttijden te omzeilen.

Zouden Japanners in 2001 eigenlijk beseft hebben dat ze enorme gelukzakken waren? In maart opende ‘Universal’ haar befaamde park in Osaka en nauwelijks zes maanden later was het alweer feest dankzij de opening van ‘Tokyo DisneySea’. Twee wereldparken verwelkomen binnen een periode van een halfjaar; dat is toch een buitengewone luxe. Maar het feestje stopt daar niet, want de opening van Mermaid Lagoon was een niet te versmaden kers op de taart. Je weet het of je weet het niet: ik hou van ‘The Little Mermaid’, ik hou van Ariel en in hou ervan om op de speelse tonen van ‘Under the Sea’ het themagebied binnen te wandelen dat volledig op de film gebaseerd werd. Hoewel ‘Tokyo DisneySea’ zich duidelijk op een volwassener publiek richt dan het aangrenzende ‘Tokyo Disneyland’, is ‘Mermaid Lagoon’ er voor de allerkleinsten. De zone bestaat vooral uit kinderattracties die gedeeltelijk in een kleurrijke hal geïntegreerd werden. Bekijk het als een soort ‘Plopsa Indoor’ dat het budget van ongeveer tien ‘Plopsa Indoor’-parken opslorpte. We genieten hier van het prachtige decor, maar voelen ons tevens wat ongemakkelijk tussen de talrijk aanwezige pers en Japanse celebrities. De gloednieuwe theatershow ‘King Triton’s Concert’ – die tevens in het indoorgedeelte plaatsvindt – beleeft tijdens ons bezoek immers zijn avant-première en dat brengt heel wat commotie met zich mee. Jammer genoeg zit er voor betalende bezoekers geen soft-opening in, waardoor we al snel afdruipen.

Reden nummer zes: het achtbaanstaal

In het buitendeel van ‘Mermaid Lagoon’ is het altijd een beetje zomer. De kleurcombinaties zijn vrolijk, watervalletjes klateren gemoedelijk tussen de koraalriffen en je kan Ariel ontmoeten in haar weinig verhullende outfit. De meest opvallende dynamiek wordt gecreëerd door Flounder’s Flying Fish Coaster, de eerste van twee achtbaancredits die je in ‘Tokyo DisneySea’ kan rapen. Laat je alvast niet misleiden door de lange naam, want de statistieken zijn minder imposant. Langer dan 250 meter is ie niet en je hoeft het evenmin voor de snelheid van een bescheiden 35 kilometer per uur te doen. Uiteraard is er niks mis met een attractie die qua thrill op haar doelpubliek afgestemd wordt; ik wil dus niet beweren dat dit een B&M Megacoaster had moeten zijn. Toch stelt ‘Flounder’s Flying Fish Coaster’ een beetje teleur en ik doel daarmee op de omgeving. Supports zijn niet verder afgewerkt en de blauwe brok staal oogt ronduit goedkoop. Neen, deze attractie staat ver van de kenmerkende ‘DisneySea’-kwaliteit waar ik opvallend snel aan gewend raak. Laat ons hopen dat achtbaan nummer twee beter scoort.

Voor die nummer twee hoeven we enkel een door weelderig groen omsloten waterloop over te steken. We ruilen Ariel’s onderwaterwereld vanaf dat punt in voor de avontuurlijke exotiek van ‘Lost River Delta’. Deze zone ligt goed verscholen in het meest westelijke puntje van ‘Tokyo DisneySea’ en transporteert ons naar de mystieke jungles van Centraal-Amerika. Eyecatcher van dienst is de enorme Aztekenpiramide die hoog boven het landschap uittorent en de weg markeert naar één van de meest volmaakte darkrides op onze planeet. Ik had jullie echter een achtbaan beloofd en zet dus (met enige tegenzin) eerst koers naar Raging Spirits. Qua aanblik kan ik hier alvast minder kritiek spuien dan daarnet. Deze Intamin werd knap geïntegreerd in een imposante tempelsite vol vuur-, water- en misteffecten. Aanschouw het ding dus met enige bewondering, maar kijk niet té goed. Want als je deze ride minutieus gaat bestuderen, merk je wellicht dat het een nagenoeg identiek tweelingsbroertje van onze Franse ‘Indiana Jones’-rollercoaster is. ’t Zal bijgevolg niet verbazen dat ik met enige argwaan de schouderbeugel naar beneden trek. Zal ik hier botten breken? Overleef ik dit geweld zonder hoofdpijn? ’t Zijn terechte vragen wanneer je dat onding in Parijs kent. Gelukkig loopt de versie van ‘Tokyo DisneySea’ beduidend soepeler over z’n track en zijn de overgangen net dat beetje minder lomp. Ik ga niet beweren dat ‘Raging Spirits’ een topbaan is (ik verkies mijn spirits nog steeds aangelengd met tonic en een schijfje komkommer), maar de sublieme entourage maakt het tot een waardige pijler in het attractieaanbod van ‘DisneySea’.

Reden nummer zeven: de tempel

Met de Coasterbingo op zak – nuja, die had ik eigenlijk al sinds 2013, maar sssst… – mag ik jullie eindelijk duidelijk maken aan welke rides ‘Tokyo DisneySea’ haar legendarische status dankt. Natuurlijk haalt het park veel van haar faam in de structuur, de duizelingwekkende thema’s en de fantastische sfeer die op elke straathoek tot uiting komt. Toch tilt één welbepaald attractietrio dit geheel nog ‘ns naar hogere niveaus. Naar het allerhoogste niveau zelfs. Nummer één deed dat zowel figuurlijk als letterlijk, want dat is de vervloekte ‘Tower of Terror’ die we vanochtend aandeden. De tweede schakel in mijn imaginaire ‘Big 3’ haalt een al even dreigende sfeer naar boven, maar doet dat achter eeuwenoude tempelmuren in het midden van een nauwelijks doordringbaar woud. Welkom bij Indiana Jones Adventure – Temple of the Crystal Skull.

In zit in een terreinwagen en de motoren ronken gevaarlijk hard wanneer de snelheid opgevoerd wordt. Het is donker, maar in de verte schittert een kristallen schedel in een wonderlijke schatkamer. Niet te vroeg juichen, Glenn. Een paar seconden later heeft dat heldere beeldje het duidelijk al op ons gemunt en sjezen we met gierende banden weg. En daar ga je dan, kriskras door een grimmige tempel waarin insectenkolonies, enorme slangen en rakelings langs ons heen vliegende gifpijltjes vrijspel krijgen. Net wanneer je de rust lijkt terug te keren, worden we belaagd door een vernietigende vuurbal. Damn, haat die tempel ons misschien? Dankzij een gigantisch rollend rotsblok hoeven we niet lang op bevestiging te wachten.   Heb ik in de voorbije acht zinnen meer spoilers verklapt dan het aantal weetjes die tijdens de constructie van ‘Baron 1898’ uitlekten? Jazeker! Maar beschreven diezelfde zinnen tevens de in mijn ogen allerbeste pretparkattractie ooit? Absoluut! ‘Indiana Jones Adventure’ komt velen waarschijnlijk bekend voor vanuit Anaheim, waar de voorloper van deze Japanse variant staat. Een steengoede ervaring daar in Californië, maar tevens het bewijs dat het origineel niet àltijd wint. In de zes jaren die er tussen de Amerikaanse en de Aziatische première van deze ride zaten, transformeerde men een topdarkride immers naar een darkride van astronomische niveaus. Dat zie je zowel aan het exterieur (ik vind de torenhoge piramide in ‘Lost River Delta’ veel passender dan zo’n minitempeltje in ‘Adventureland’) als aan het interieur. Begrijp me niet verkeerd: de nauwe gangetjes en de boobytraps maken de wachtrij in Anaheim tot een sfeervolle ervaring, maar de majestueuze tempelhal van Tokyo gaat gewoon nog een stap verder. Tijdens de eigenlijke rit moet je de verschillen voornamelijk in details en de belichting spotten, maar één opvallende wijziging brengt m’n voorkeursstem opnieuw naar Japan. Wat in ‘Disneyland’ een nogal kale en donkere passage is, wordt hier dankzij het vuurbal-effect een van de meest verbluffende scènes van de hele rit. Awesome.

Ik kan er honderden woorden in investeren, maar nooit zal een geschreven tekst kunnen omvatten wat ‘Indiana Jones – Temple of the Crystal Skull’ met me doet. Je wordt als ervaren pretparkreiziger steeds veeleisender en je stoort jezelf soms aan de kleinste details. Maar af en toe komt er nog ‘ns zo een moment waarop je vol verbazing geniet. Probeer immers maar ‘ns kritisch te zijn wanneer je zowel na de eerste als na de tiende rit met kippenvel opnieuw het station binnenrijdt. Ik kan dus alleen maar concluderen dat de Imagineers achter deze ride een standbeeld verdienen en dat ik zo snel mogelijk opnieuw door deze dreigende tempelsite wil racen. 

Reden nummer acht: de vulkaan

‘Indiana Jones Adventure’ is m’n absolute favoriet, maar ook de nummer twee van m’n all-time lievelingsattracties staat in ‘Tokyo DisneySea’. Voor die zilveren medaille moeten we trouwens naar één van de meest fantastische themazones ter wereld. We passeerden er vandaag al ettelijke keren, maar ik liet jullie voorlopig nog in het ongewisse over ‘Mysterious Island’. Onterecht eigenlijk. Wat men in deze themazone klaarspeelde, is namelijk puur gekkenwerk. ‘Mount Prometheus’ – het icoon van deze themazone én van ‘DisneySea’ – torent een indrukwekkende vijftig meter boven grondniveau en gigantische vlammenwerpers simuleren enkele keren per dag een krachtige eruptie. Leuk om te zien, maar ook zonder uitbarsting ligt het entertainmentgehalte van ‘Mount Prometheus’ hoog. Vanuit ‘Mysterious Island’ hoor je een constant gebrom en zie je hoe de gespleten bergflank vervaarlijk stoom uitspuwt. Gestolde lava en schijnbaar eeuwenoude gesteenten maken het geheel nog wat sensationeler. ’t Is dus moeilijk te vatten dat dit vijftien jaar geleden allemaal door mensenhanden opgebouwd werd. De enorme krater die ‘Mysterious Island’ is, wordt ten slotte geperfectioneerd met een raadselachtig borrelende lagune tussen grillige kliffen. Het is zo levensecht, geloofwaardig en spectaculair dat ik hier gerust een hele dag op een bankje wil plaatsnemen om gewoon rond te kijken. Dat meen ik serieus.

Met zoveel moois om je heen, zou je haast vergeten dat ‘Mysterious Island’ ook attracties telt. Skip de beide aanwezige darkrides echter niet, want ze zijn in hun categorieën best uniek. Wat dacht je bijvoorbeeld van een rondrit in duikboten? Je gedachten zouden hierbij onmiddellijk naar ‘Finding Nemo Submarine Voyage’ in ‘Disneyland Anaheim’ kunnen gaan, al zijn zowel de voertuigen als het thema van 20.000 Leagues Under the Sea amper vergelijkbaar. We nemen hier niet met enkele tientallen personen plaats in een felgele gigant, maar proppen ons met z’n zessen in een piepklein tuigje dat door Jules Verne zelf ontworpen lijkt. Wanneer het ding in beweging komt, simuleert men de daling naar de zeebodem met een geloofwaardig effect. Volgt er vanaf dat punt een regelrechte topper? Tja, niet echt. De scènes blijken relatief kleinschalig en tot een ultiem hoogtepunt komt ‘20.000 Leagues Under the Sea’ helaas niet. Bovendien wordt het in de onderzeeërs toch echt een tikkeltje te heet en moeten we ongemakkelijk door een laag ontworpen raam turen. Claustrofobisch ingesteld? Loop dan in een wijde boog om deze attractie heen. Niet claustrofobisch ingesteld? Maak dan één ritje en geniet van de wonderlijke ligging in een rotsgalerij, maar besef eveneens dat dit niet het absolute summum der wereldwijde darkrides is.

Wanneer we langs een aangemeerde ‘Nautilus’ opnieuw in de buitenlucht verschijnen (en even uitgebreid de frisse lucht binnenhappen die we in dat duikbootje moesten missen) is dat met een niet gestilde honger naar darkride-goodness. Het wagentje dat op datzelfde moment met een rotvaart langs de flank van ‘Mount Prometheus’ naar beneden sjeest, schreeuwt gelukkig dat de oplossing nabij is. Tijd voor de laatste schakel in die fameuze ‘Big 3’ die ik je eerder presenteerde. In één van de enorme grottenstelsels die ‘Mysterious Island’ rijk is, markeren vurige letters immers de ingang van Journey to the Center of the Earth. Qua naamgeving kan dat tellen en je gaat vanzelf hoge verwachtingen koesteren wanneer men een reis naar het midden van de Aarde belooft. De vulkanische setting en de mysterieuze ondergrondse wachtruimte met stomende spelonken kunnen die verwachtingen overigens niet temperen.

Disney zou zichzelf niet zijn als het niet aan de kleinste details denkt. Waar andere parken ons onmiddellijk in een voertuig zouden droppen om vervolgens een verhaaltje af te ratelen, wil ‘DisneySea’ ons écht onderdompelen in het duistere sfeertje van de ride. En als zo’n attractie zich diep onder de grond bevindt, hoor je nu eenmaal eerst aanzienlijk te dalen. Dat logistieke probleem wordt passend opgelost door de ‘Terravator’. Wanneer we uit die futuristische lift stappen, geloof ik effectief dat we diep onder de oppervlakte beland zijn. Ik zou de daar gelegen grot vol industriële boormachines, mistige doorkijkjes en dreigend gedreun normalerwijze definiëren als een stationshal, maar dat is een grove belediging voor deze brok thematische perfectie. Pure klasse.

‘Journey to the Center of the Earth’ is het levende bewijs dat een pretparkattractie haast filmische proporties kan aannemen. Qua opbouw scoort deze ride immers de volle honderd procent, compleet met een sfeervolle introductie, een dramatische ontwikkeling, een climax en een volwaardig slot. De eigenlijke rit begint vrij gemoedelijk met de ontdekking van een kristalgrot en een kleurrijke onderaardse oase vol bizarre wezens. Maar net wanneer je vermoedt dat dit een vriendelijke ‘Droomvlucht’-kopie is, gaat het mis. De weg wordt geblokkeerd door neergevallen rotsen en daardoor verdwijnt ons voertuig in een gevaarlijk nauwe tunnel. Lichtflitsen en dreigende muziek doen de sfeer in een mum van tijd omslaan. De uiteindelijke confrontatie met een tussen vulkanisch gesteente verscholen creatuur, brengt ons oog in oog met een ultra-geavanceerde animatronic. Wanneer deze ons opmerkt, schiet het voertuig in een paniekreactie vooruit. We winnen vervolgens snelheid tot het iconische moment waarop ‘Mount Prometheus’ ons tezamen met een dichte rookpluim uitspuwt. De ronduit magistrale soundtrack die men voor de attractie componeerde, brengt ons even later opnieuw naar de mensenwereld. Net zoals bij ‘Indiana Jones Adventure’ gaat het zelfs na een zoveelste rit niet vervelen en arriveer ik telkens met kippenvel aan de uitgang. Niet alleen de setting in het centerpiece van ‘Tokyo DisneySea’ grenst aan het ongelooflijke, maar ook de originele thematische invalshoek maakt indruk. Je zou ‘Journey to the Center of the Earth’ misschien kunnen verwijten dat de rit niet al te lang duurt, al heeft dat geen invloed op de ervaring. Integendeel zelfs: omdat men alle actie tijdens een relatief korte tijdspanne op je los laat, beleef je het allemaal nog wat intenser. Ge-wel-dig cool ding!

Reden nummer negen: het spektakel 

Het oogt als één grote tegenstrijdigheid voor een pretparkfan: terwijl de darkrides in ‘Mysterious Island’ een quasi letterlijke walk-on vormen, staat er enkele meters verder een lange rij wachtenden voor een onooglijk eerkraampje. Het is een zoveelste bewijs van ’t feit dat Japanners Disney op een heel eigen manier beleven. Locals houden van hypes en daar speelde ‘The Oriental Land Company’ handig op in door een welbepaalde snack als super-exclusief te promoten. De zogenaamde ‘Gyoza Sausage Bun’ is immers enkel hier verkrijgbaar en ’t lijkt een must om dit Aziatische worstenbroodje tijdens je parkbezoek op te smikkelen. Tja… When in Rome… We sluiten dus aan in de rij, merken dat die verbazend vlot opschuift en proeven tien minuten later dat deze veredelde hotdog stiekem best een culinair verwenmomentje oplevert. We voelen ons bovendien pas helemaal één met de locals wanneer we twee Japanse gewoonten aan elkaar linken. Knabbelen op zo’n broodje is namelijk het ideale tijdverdrijf als je lang op voorhand een plaatsje reserveert voor een parkshow op ‘Mediterranean Lagoon’. Wanneer we aan de oevers van dat prachtige meer post vatten, merken we trouwens direct waar al die gekke Japanners na hun ochtendritje op ‘Toy Story Mania’ heen raceten.

Ik vertelde je in het voorgaande report reeds dat entertainment in ‘Tokyo Disneyland’ doorgaans op hetzelfde neer komt. Gooi zoveel mogelijk characters op een podium en schrijf een catchy themasong. Ingewikkelde verhalen of diepgaande detaillering zijn niet nodig, want Japanners komen er sowieso massaal op af. De grootse show die we ’s middags bijwonen, past perfect in dat plaatje. Veel vrolijke muziek, heel veel dansers en absurd veel toeschouwers, maar op zich is het weinig bijzonders.

Het niveau ligt enkele uren later gelukkig een stuk hoger. Na het invallen van de nacht zijn we opnieuw paraat aan de waterkant en pikken we een mooi plekje voor Fantasmic uit. Twee jaar geleden vond ik het vooral jammer dat we het met deze uit de Verenigde Staten geïmporteerde voorstelling moesten doen, terwijl het afgevoerde ‘BraviSeamo’ er op beeldmateriaal ronduit adembenemend uit zag. Bovendien boeit de langdradige Florida-variant me helemaal niet en herinner ik me uit Californië vooral de nogal krappe locatie.   Sinds ik de Aziatische ‘Fantasmic’ in 2013 mocht aanschouwen, kon ik echter alleen maar reikhalzend uitkijken naar de eerstvolgende performance. Het is in zekere zin typisch Japans: er passeren veel Disney-figuren de revue en de verhaallijn is duidelijk ondergeschikt aan het visuele spektakel. Een probleem is dat niet. De show – grotendeels opgebouwd rond een oplichtende tovenaarshoed – blijft namelijk bijna een halfuur beklijven met herkenbare liedjes, geslaagde lichteffecten en de nodige vuurwerksalvo’s. Vooral de laatste tien minuten zijn een feest voor je ogen. Disney’s beroemdste slechteriken kapen op dat moment Mickey’s droom en ze zetten de boel in lichterlaaie. Nadat ook ‘Mount Prometheus’ zich met een bloedstollende uitbarsting in het geheel mengde, sluiten de herkenbare tonen van het ‘Fantasmic’-thema de voorstelling af. En kijk: je woonde zonet een van de meest briljante shows in pretparkland bij. Als ik even vergeet dat ‘World of Color’ me nog nét dat beetje meer deed, zou ik zelfs zeggen dat dit de meest perfecte afsluiter voor de meest perfecte dag is.

Wanneer de laatste vuurpijlen uitdoven en de vaartuigen vol dansende Disney-figuren opnieuw naar hun veilige backstage-ruimten varen, sluit een geschatte tachtig procent van de bezoekers z’n dagje Disney af. Als entertainment de hoofdreden van je bezoek is, begrijp ik dat volkomen. Als westers liefhebber van kwalitatieve themapark-ervaringen verklaar je die afdruipende massa daarentegen gek. Op het mooiste tijdstip van de dag vertrekken… Why?! Hoewel ik al een hele dag vol verbazing de omgeving bewonder, valt m’n mond ’s avonds nog wijder open. De duisternis overgiet het nachtelijke ‘Tokyo DisneySea’ met een mysterieus sausje en de ontwerpers lichtten elke uithoek met een gevoelig oog voor detail uit. Van de fonkelende diamantjes die ‘Mermaid Lagoon’ sieren tot de dreigende bliksemschichten die ik ergens op de hoogste etages van ‘Hotel Hightower’ opmerk; dit is Genialiteit met een grote G. ’t Feit dat de korte wachtrijen van daarstraks inmiddels helemaal verdwenen zijn en Cast Members bijna smeken om hun onderaardse expeditie of hun tempelexcursie nogmaals te ondernemen, draagt bij aan de fijne avondsfeer.

Reden nummer tien: de klasse

Is Disney zichzelf wanneer niet elk gebouw voorzien werd van twee grote zwarte oren? Kan je een typisch Disney-themapark creëren zonder een knalroze sprookjeskasteel in het midden ervan te ploffen? Is het mogelijk om Disney uit te stralen zonder op elke gevel en elk naambord een lachend tekenfilmfiguurtje te schilderen? Het antwoord luidt overduidelijk ja. De baksteen die je ziet verschijnen tussen het gescheurde stucwerk, de rotspunt die grillig door het groen verschijnt en de waterdruppel die door een sierlijk Venetiaans kanaaltje stroomt; elk minuscuul detail ademt de pure perfectie uit waar Disney voor staat. Geen element is er zonder geldige reden en al die afzonderlijke facetten passen bovendien naadloos in elkaar.   Het resultaat is een themapark waar simpelweg niets op aan te merken valt. Stel je verwachtingen echter correct in: dit is niet het Oosterse alternatief voor ‘Cedar Point’ of een betere ‘Six Flags’. Qua plezier op achtbaanrails heeft Japanse Mickey nu eenmaal weinig moois in de aanbieding. Ik kan me dus perfect voorstellen dat niet iedereen m’n lyrische conclusie deelt. Voor mij is een steengoede darkride echter tien keer waardevoller dan een pas geopende recordbreker van Intamin. Komt die mening je bekend voor? Dan zal je in ‘Tokyo DisneySea’ een heus paradijs ontdekken. Het park biedt een mooi uitgebalanceerde collectie rides, het entertainment speelt op hetzelfde hoge niveau als in ‘Tokyo Disneyland’ en de setting is ronduit adembenemend. ‘DisneySea’ is in mijn ogen dan ook het allermooiste dat de wereldwijde pretparksector ooit overkwam en er moeten al verdomd gekke dingen gebeuren om dit niveau ooit te evenaren of zelfs te overtreffen.

Laat me het eindoordeel na al die positiviteit losjes copy-pasten uit het verslag dat ik twee jaar geleden over ‘DisneySea’ schreef. Dat doe ik overigens niet uit luiheid, maar wel omdat ik alles met minstens even veel bewondering beleefde als in 2013. Ook nu ervoer ik het dus als een absoluut voorrecht om hier te mogen zijn. Om hier te mogen ronddwalen, te genieten, mezelf in de arm te knijpen, te glimlachen en te beseffen: dit is het enige echte ‘Tokyo DisneySea’. En ligt het aan de ochtendrush, de wolkenkrabber, de scheepjes of aan dat beperkt aantal nét-niet-attracties? Moet ik de oorzaak zoeken bij het familievermaak, het achtbaanstaal, de tempel, de vulkaan, het spektakel of simpelweg bij de onbeschrijflijke klasse? Geen idee, maar ik weet wel dat dit mijn favoriete plekje op deze planeet is. Nog steeds.

3 gedachtes over “Asian Easter – Tokyo DisneySea

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s