Asian Easter – Tokyo Disneyland

Laat me effe beginnen met het slechte nieuws. Sinds vorige week de lijst verscheen met de drukst bezochte pretparken van 2014, ben ik dieptriest. Ik verloor namelijk m’n bingo van de twintig hoogst genoteerden en werd teruggebracht naar een score van 18/20. Help Glenn dus door boosdoeners ‘Songcheng Park’ en ‘Chimelong Ocean Kingdom’ vanaf nu hardnekkig te boycotten òf door m’n report over de nummer twee uit deze ranking te lezen. Bedankt alvast voor jullie massale steun, het ontroert me enorm.

De Taj Mahal, Angkor Wat, Machu Picchu en Zhangjiajie National Forest. Er zijn zo van die plaatsen waar ik diep vanbinnen al jaren over droom, terwijl ik eigenlijk heel goed besef dat het best lastig wordt om er ooit zelf te geraken. Het zijn plekken die ver van onze leefwereld liggen en je beslist nu eenmaal niet even last-minute om erheen te reizen. De pessimist in mij zou dus denken: vergeet het maar, je komt er toch nooit. De optimist plant zich daarentegen te pletter en zodoende kon ik de afgelopen jaren al heel wat toffe bestemmingen van m’n bucket list schrappen. In april 2013 kwam dat tot een indrukwekkend hoogtepunt dankzij m’n bezoek aan het legendarische ‘Tokyo Disney Resort’. De vier dagen die we op het terrein van de Japanse Mickey doorbrachten, beleefde ik dan ook erg intens. Wanneer je dat beroemde kasteel en die iconische vulkaan ziet opdoemen, wil je jezelf liefst elke seconde in de arm knijpen. Dat doe je om te verifiëren of het geen droom is én om duidelijk te beseffen dat dit wellicht de enige keer in je leven is dat je hier rondloopt. Althans… dat dacht ik op dat moment. Maar aantrekkingskracht is een gek ding en toen ik me afvroeg waar de trip van 2015 heen zou leiden, leek de keuze verrassend snel gemaakt. Want tja, heel veel alternatieven zijn er nu eenmaal niet als Anaheim en Orlando vorig jaar nog op je planning stonden.

Net zoals twee jaar geleden, beschouwen we ‘Tokyo Disney Resort’ als de glanzend rode kers op een sowieso reeds erg mooie reistaart. Na tien drukke dagen met veel vluchten, treinen en verschillende hotels strijken we voor de afsluitende zes nachten neer in ‘Hilton Tokyo Bay’. Een week lang op dezelfde plek kunnen verblijven, het levert een zekere gemoedsrust en bewegingsvrijheid op. We elimineren het sleuren met bagage op trein- en metrostellen en we kunnen het gedoe met tijdstabellen even achterwege laten. ‘Hilton Tokyo Bay’ vervolledigt het perfecte plaatje dankzij een inbegrepen ontbijtbuffet om van te duizelen en een al even adembenemend uitzicht op de Disney-themaparken. ‘Cinderella Castle’ en ‘Mount Prometheus’ een goedenacht wensen vanuit je luie bed… dat went eigenlijk nooit.

Wanneer we onze ogen sluiten en in een onvast slaapritme sukkelen (hoe zou je zelf zijn als je de volgende dag in ‘Tokyo Disney Resort’ verwacht wordt?), bereiden we ons voor op een portie vermaak van de allerhoogste plank. Ik ben er helemaal klaar voor. Klaar voor één resort, twee fantastische themaparken, drie bejubelde avondspektakels, vier dagen onbeperkte fun, vijf rollercoasters, zes Fantasyland-darkrides, zeven uiteenlopende themazones, acht uur eersteklas entertainment, negen(tigduizend) uitgelaten Japanners en tien goeie redenen om ‘Tokyo Disneyland’ als awesome te bestempelen. Oh juist… dat laatste vergt misschien iets meer duiding. Hier gaan we.

Reden nummer één: de resort-area

Goedemorgen. Letterlijk! Wanneer we de rolluiken van onze hypermoderne ‘Celebrio Twin Room’ op woensdagochtend openen, blijkt dat een vrolijk schijnende lentezon eindelijk de regenwolken van afgelopen dagen verdreven heeft. ‘Tokyo Disney’ straalt onder een helderblauwe hemel en de monorail levert op dit vroege uur reeds honderden Japanners op hun bestemming af. Die zogenaamde ‘Disney Resort Liner’ is trouwens een belangrijke schakel in een vrijetijdscomplex dat weinig tot geen gelijkenissen vertoont met de andere Disney-resorts. Er loopt geen perfect cirkelvormige autobaan rond het domein zoals in Frankrijk, er is geen indrukwekkende entreelaan zoals in Hong Kong, de afmetingen zijn minder astronomisch dan in Florida en de toegangspoorten van beide themaparken liggen niet netjes tegenover elkaar zoals in Californië. Je zoekt het resort daarentegen op een schiereilandje in Urayasu, een nogal grijze buitenwijk van Tokyo. In de nabije omgeving spotten we een bijzondere mix van woonhuizen, havenactiviteiten, drukke verkeersaders en Maihama, het treinstation waar elke ochtend vele duizenden bezoekers arriveren met de rode Keiyo-Line.

Hatchobori, Etchujima, Shiomi, Shin-Kiba en Kasairinkaikoen. Klinkt dat als wartaal of als pure poëzie? Het hangt er grotendeels van af of je ooit met de trein van ‘Tokyo Station’ naar ‘Disneyland’ spoorde. Je telt deze haltes af en ziet op de ingebouwde schermen dat fameuze Maihama steeds dichterbij komen. Verschijnt er buiten een enorm reuzenrad in een oase van groen? Wees dan even heel alert, want de kans is groot dat er in de achtergrond eveneens de skyline van een buitengewoon pretparkresort te spotten valt. Wanneer je uiteindelijk in Maihama arriveert en de deuren van het treinstel openschuiven, verschijnt er een instant glimlach op mijn gezicht. Niet omdat deze locatie er op zichzelf zo magisch uit ziet; een kil treinstation is en blijft nu eenmaal een kil treinstation. Maar wel dankzij de eerste blikken op een sprookjeskasteel en het feit dat de standaard JR-jingles hier verdacht fel als ‘Zip-a-Dee-Doo-Dah’ klinken.

Maihama is voor de meeste locals het startpunt van hun dagje Disney. Wie het station verlaat en naar rechts afbuigt, wandelt rechtstreeks de magie van ‘Tokyo Disneyland’ tegemoet. Wie naar links draait, belandt dan weer in de wereld van ‘Ikspiari’. Dit grotendeels overdekte complex is de Japanse variant op ‘Downtown Disney’ en ‘Disney Village’, met vele shops en een gezellige restaurantpatio op de hoogste verdieping. De plaatselijke vestiging van ‘Rainforest Café’ en een boetiek met muis- en prinses-gerelateerde prullaria bevestigen dat je in een Disney-resort bent, maar verder oogt het stiekem niet anders dan een doorsnee mall. Of toch: in het geïntegreerde ‘Tokyo Disney Resort Welcome Center’ kunnen vooraf bestelde toegangskaarten afgehaald worden en op de eerste etage van ‘Ikspiari’ bevindt zich ‘Resort Gateway Station’, een van de drukste knooppunten van het ganse domein.

‘Resort Gateway’ is een van de vier monorailstations en vormt de verbindende schakel tussen het Maihama-treinstation enerzijds en de themaparken en hotels binnen het resort anderzijds. Gratis is de zogenaamde ‘Disney Resort Liner’ niet, maar de kost van zo’n monorailbiljet is te verwaarlozen wanneer je al helemaal tot in Tokyo gereisd bent. Bovendien zal je de monorail hard nodig hebben wanneer je het resort op een zo volledig en efficiënt mogelijke wijze wil bezoeken. De themaparken werden hier rug aan rug gebouwd en hun inkomzones liggen dus een aardig eindje uit elkaar. Te ver om de afstand even snel te voet te overbruggen en da’s een geldige reden om de ‘Disney Resort Liner’ te gebruiken. Deze monorail zweeft in een oneindige lus rond het resort en houdt halt bij vier stations. Als gasten van een partnerhotel is ‘Bayside Station’ onze uitvalsbasis. Van daaruit kunnen we respectievelijk doorreizen naar een halte die ons naar adem doet happen (Tokyo DisneySea), een halte van waaruit we binnen twintig minuten naar het stadscentrum van Tokyo reizen (Resort Gateway Station) en ten slotte naar de halte waar we vandaag moeten zijn. Op onze thuis uitgeprinte entreekaartjes prijkt immers in grote letters ‘Tokyo Disneyland’ achter de datum van vandaag.

Reden nummer twee: het ochtendritueel

Spring Break vierende Amerikanen reizen in april opvallend talrijk richting Tokyo. Ze brengen (uiteraard) hun typerende decibels en de meest wansmakelijke modieuze combinaties mee, maar ik hoop voor hen dat ze hun pretparkgewoonten aanpassen naar de Japanse standaard. ’s Ochtends kan het contrast tussen beide volkjes bijvoorbeeld nauwelijks groter zijn. Wie ooit voor parkopening aan de toegangspoorten in Anaheim of Orlando stond, weet dat er op zulke momenten een hemelse rust heerst en dat je de eerste uren relatief wachttijdloos kan doorbrengen. Lang uitslapende Amerikanen kunnen in ‘Tokyo Disney Resort’ echter voor onaangename verrassingen komen te staan, want de Japanners zijn vroege vogels én fanatieke Disney-freaks. Ze maken er geen punt van om voor dag en dauw op te staan en ruim voor openingstijd op post te zijn. Op het tijdstip dat de Cast Members de eerste toegangsbewijzen scannen, staan er bijgevolg wachtrijen van vele tientallen meters op het enorme plein voor de ingang. Hier word ik er overigens op overtuigende wijze aan herinnerd waarom Japan m’n hart stal in 2013. Enkele duizenden mensen staan de popelen om aan hun dagje ‘Disneyland’ te beginnen, maar er heerst uiterste discipline en niemand lijkt ook maar een seconde aan voorkruipen te denken. De hemel bestaat.

Het is enkele minuten over negen wanneer we door de ‘Resort Liner’ afgezet worden aan ‘Tokyo Disneyland’. De rijen zijn reeds netjes weggewerkt en opvallend enthousiaste personeelsleden wenken ons al van ver met heftige zwaaibewegingen. We swipen onze toegangskaart, krijgen een Engelstalig showplan in onze handen geduwd en belanden in de totale madness die de entreezone ’s ochtends is. Want zo geduldig en gereserveerd een Japanner buiten de grenzen van ‘Tokyo Disneyland’ is, zo’n dolle machine wordt ie binnenin het park. De met Mickey-truien en kitscherige Disney-hoedjes uitgedoste massa rent hysterisch tussen de selectie characters die rond de ingang verzamelden. Er ontstaan in no-time ellenlange rijen om een foto of een felbegeerde handtekening te scoren. We zijn geamuseerd door het tafereel, maar de gekte is ons net iets te absurd om hier lang te blijven plakken.

Een ander aanzienlijk percentage van de bezoekers duikt vanaf ’s ochtends vrijwel meteen de souvenirshops in. Ja hoor, een uur kamperen voor de toegangspoort om vervolgens direct te gaan winkelen; het is de normaalste zaak van de wereld in ‘Tokyo Disney Resort’. ‘The Oriental Land Company’ – de machtige eigenaar van het complex – speelt er handig op in door constant nieuwe prullaria te adverteren als limited edition en elk seizoen krijgt op maat gemaakte merchandising mét vermelding van het jaartal. Tijdens ons bezoek worden de boetieks platgelopen voor mokken, t-shirts, draagtassen en gigantische bergen koekjesdozen waarop Disney’s Easter 2015 prijkt. Als Europeaan doorzien we de geslepen geldmachine erg vlug, maar ik geef het management geen ongelijk. Zet één stap in een winkeltje en je beseft immers meteen hoe dit een van de meest winstgevende themaparken werd.

Een derde groep bezoekers is keihard. Ze negeren Mickey en z’n character-vriendjes op het inkomplein en ze weerstaan aan de enorme drang om geld uit te geven in de lonkende shops. In plaats daarvan stappen ze in één rechte lijn door ‘World Bazaar’, de niet zo alledaagse overdekte hoofdstraat van het park. Hun doel: de paraderoute. Japanners zijn helemaal bezeten van alles wat met Disney-figuren, shows en entertainment te maken heeft. Als ze ruim drie uur moeten wachten om een bepaald spektakel vanop de eerste rij mee te maken, dan is dat maar zo. Van zodra ze mogen, rollen locals dus hun meegebrachte plastic matjes uit om vervolgens heel erg lang op de grond te zitten. Het is een bijzonder gezicht: de volledige paraderoute is al vroeg in de ochtend omzoomd door felgekleurde placemats en brave Japanners die onder een parasol popcorn knabbelen. Maar hey, wie ben ik om Japanse tradities en gebruiken te veroordelen? En bovendien staan zowel de character-, shop- als paradeverslaafde bezoekers niet in de rij voor één of andere attractie. Mij hoor je niet klagen over deze gang van zaken.

Reden nummer drie: de achtbanen

Het is algemeen geweten dat ‘Tokyo Disney Resort’ geen garanties geeft op een rustig dagje privévermaak. Het in 1983 geopende Tokyo Dizunirando (zo schattig spreekt een doorsnee Japanner het uit) en het daarnaast gelegen zusterpark zijn de respectievelijke nummer twee en vier van drukste pretparken ter wereld. Zelfs op de relatief kalme dagen die wij uitkozen – de Belgische paasvakantie valt binnen het Japanse laagseizoen, hoera! – moeten we de parken dus met vele duizenden medebezoekers delen. Vormt dat een probleem? Geenszins: qua efficiëntie, capaciteit en snelheid evenaren immers maar weinig themaparken de prestaties van ‘Tokyo Disney Resort’, al blijft het beroemde Fastpass-systeem een handig middel om nog vlotter door de dag heen te walsen. We halen ’s ochtends ons felbegeerde kaartje op bij ‘Monsters Inc’ en fixen niet veel later ook een Fastpass voor ‘Pooh’s Hunny Hunt’. Dankzij deze gereserveerde tijden voor de twee belangrijkste publieksmagneten kunnen we met een gerust geweten het overige park ontdekken. Wat dacht je bijvoorbeeld van coasterkriebels om wakker te worden?

Als iets er Amerikaans uit ziet, vinden Japanners het automatisch tof. Het is bijgevolg niet zo verrassend dat ‘Tokyo Disneyland’ zich qua achtbanen volledig baseerde op het originele park in Anaheim. De besneeuwde Matterhorn is een opvallende afwezige, maar verder is de line-up identiek. Met een mijntrein door een grillige rotsformatie sjezen, het heelal verkennen onder een witte koepel of een zuurstokkleurige kiddiecoaster, ze hebben het hier allemaal. Die laatste gaat overigens door het leven als ‘Gadget’s Go Coaster’ en bevindt zich in het cartooneske ‘Mickey’s Toon Town’. Niks bijzonders op zich, want het geheel lijkt quasi letterlijk gekopieerd vanuit Californië. Schijn bedriegt echter en oplettende ogen zullen merken dat ‘Toon Town’ hier op z’n geheel gespiegeld werd. Zelfs de kinderachtbaan – normalerwijze een standaardmodel van Vekoma – staat in spiegelbeeld en het is in zekere zin dus een unieke credit. Helaas staat uniciteit niet automatisch synoniem voor superioriteit en blijft ‘Gadget’s Go Coaster’ naar Disney-normen een veel te simpel uitgevoerde attractie.

We hopen op meer succes bij de collega’s, maar moeten ook daar een lichte teleurstelling verduren. ‘Space Mountain’, de sterattractie van ‘Tomorrowland’, is ondanks haar gelijkaardige lay-out namelijk net dat beetje minder indrukwekkend dan de broertjes in Hong Kong en Anaheim. Het gedateerde uiterlijk van de wachtruimte deert me niet en ik ben zelfs danig onder de indruk dankzij de stationshal waarin sfeervolle verlichting en blitse effecten een toffe sfeer creëren. Ook de soepele baan vol pijlsnelle bochten en de in een te klein RCT-pretpark ontworpen lifthill uit drie delen maken indruk. Op zich beschikt deze ride dus over uitstekende hardware, maar ’t is bijzonder jammer dat de finishing touch ontbreekt. Er werd immers geen muzikale begeleiding voorzien. En onderschat de kracht van onboard-audio niet: waar de versies in Anaheim en Hong Kong voor vier ronduit adembenemende minuten zorgen, mist deze ‘Space Mountain’ een belangrijk stukje schwung en opbouw. Uiteraard begrijp ik dat de baan en de voertuigen een stuk ouder zijn dan in die andere twee parken, maar ’t is jammer dat ‘The Oriental Land Company’ niet effe speakers inbouwt en de reeds bestaande soundtrack in licentie neemt. Het zou een hele stap vooruit zijn voor deze ride, al levert de schattige Japanse uitspraak van de naam (iets dat klinkt als Space Mounté-Wa) sowieso welverdiende pluspunten op.

Voor het laatste vermaak op achtbaanrails haasten we ons naar ‘Westernland’, want zo heet ‘Frontierland’ à la Japonaise. De hoofdingrediënten zijn schilderachtige cowboy-huisjes, een okerkleurig bergmassief en een grootse waterpartij. Ergens middenin het water spotten we het avontuurlijke ‘Tom Sawyer Island’ en errond heerst er volop bedrijvigheid. Een statige raderboot vaart z’n rondjes, vlotten zorgen voor een veilige oversteek naar het eiland en tientallen bezoekers fitnessen erop los in gigantische kano’s. Wanneer we zelf deze ‘Beaver Brothers Explorer Canoes’ uittesten (en we intussen ook effe vergeten dat die technisch gezien in het naburige ‘Critter Country’ liggen, maar sssst…) word ik op nostalgische wijze herinnerd aan m’n werkperiode in ‘Disneyland Paris’ én aan m’n vakantie in Orlando. Dat eerste omdat het Franse resort jaarlijks een kano-wedstrijd organiseert waarbij Cast Members de unieke kans krijgen om rond ‘Big Thunder Mountain’ te peddelen. Dat tweede voornamelijk omdat de voor mij zittende Japanse kleuter z’n peddel zodanig onhandig hanteert dat deze ‘Explorer Canoes’ me doorweekter maken dan een gemiddelde waterattractie in Universal. Druip.

Oh juist, we hebben de achtbaan nog om me droog te blazen. ‘Big Thunder Mountain’ is een Disney-klassieker zoals er maar weinigen zijn. De iconische bergpiek, het woestijnachtige landschap, het houten stationsgebouw en de denderende mijntreintjes; alles oogt bekend. Het is geen geheim dat we als Europeanen nogal verwende wezens werden als het over dit attractieconcept gaat. Onze Franse ‘Big Thunder Mountain’ doet het met een fabelachtige setting, goeie opbouw en een finale om U tegen te zeggen. Helaas moeten we tevens rekenen op uitgeschakelde effecten en een rotsformatie die zichtbaar lijdt onder het natte klimaat van Frankrijk. Ironisch genoeg biedt de Japanse donderberg alles wat er in Parijs ontbreekt en mist ie alles wat de Europese versie zo geniaal maakt. De rotsen zien er keurig onderhouden uit, we spotten uitbarstende geisers en we schuiven wat dichter tegen elkaar om niet onder de waterval bovenaan lifthill nummer één te belanden. Een thematische ervaring van het hoogste niveau dus, maar jammer genoeg is de attractie in haar hoekje beduidend minder prominent dan onze versie en voelt de rit relatief mak aan. Tot echte verrassingen komt het nergens en de finale is tamelijk lachwekkend wanneer je ’t gewend bent om in een pikdonkere tunnel onderwater te vlammen. Oogstrelend enerzijds, licht teleurstellend anderzijds.

Een treinrit die – weliswaar in z’n eigen genre – niet tegenvalt, is ‘Western River Railroad’ in het aanpalende ‘Adventureland’. Vanuit een koloniaal stationsgebouw vertrekken grootse stoomlocomotieven voor een rondje door de linkerzijde van ‘Tokyo Disneyland’. Dit is het Japanse alternatief voor de klassieke ‘Disneyland Railroad’, die er omwille van lokale wetgeving niet mocht komen in z’n conventionele vorm. Het inrichten van meerdere haltes zou de Imagineers verplichten om tevens een tijdstabel én een kaartjesverkoop te installeren, wat uiteraard pure quatsch is in een pretpark. Daarom deze fijne rondrit die voor rust en visueel vermaak zorgt.

Buurman ‘Jungle Cruise’ doen we aanvankelijk puur voor de teller, want het is zo’n ride die haar ouderdom niet langer kan wegstoppen. Terwijl we ons een weg banen door de jungle van ‘Adventureland’, worden we bestookt met plastieken dieren en moppen die beslist flauw klinken wanneer je de taal begrijpt. M’n verbazing is echter groot wanneer onze skipper tegen het einde van de rit een mystieke grot binnenvaart en we een hypermodern staaltje video-mapping voorgeschoteld krijgen. We checken vervolgens vlug het parkplan en inderdaad: er prijkt een subtiele notering ‘New’ naast deze klassieker. Ik kan de bescheiden update alvast ten zeerste appreciëren, net zoals ik tegen het middaguur een innerlijke versterking zou kunnen appreciëren.

Reden nummer vier: het eten

Yo-Ho Yo-Ho, a fancy lunch for me. We zijn in Tokyo en we zijn op vakantie. Dan mag het best eens wat meer zijn. Kipnuggets, frieten en hamburgers kennen we inmiddels reeds, zelfs als ze in de vorm van een Mickey-hoofd gepresenteerd worden. Daarom ruilen we de typische pretparkfood graag tijdelijk in voor de zuiderse avondsferen van ‘Blue Bayou’, het à la carte restaurant dat zich naast de beginscène van ‘Pirates of the Caribbean’ nestelde. Dat is in zekere zin een gok, want we weten nog goed hoe het gelijknamige restaurant in Anaheim weinig indruk op ons maakte. Voor de relatief hoge prijzen kregen we daar een taai stuk vlees, rauwe groenten en een plakkerige smurrie die op puree hoorde te lijken. Maar we kennen de Japanners inmiddels en we weten dat kwaliteit hen net iets te nauw aan het hart ligt. Ons driegangenmenu smaakt bijzonder fijn en een aanzienlijk legertje Cast Members zorgt voor een vlotte service. Op minder dan een uur krijgen we voor-, hoofd- en nagerecht gepresenteerd. Is dat snel? Ja, al ervaar ik dat in pretparkrestaurants eigenlijk niet als een nadeel. Weet wel dat echte bourgondiërs misschien ietwat teleurgesteld kunnen buitenstappen, want Japanse porties zijn beduidend kleiner dan wat je in Europa en Amerika op je bord krijgt.

Voor dat kleine, nog bestaande hongertje biedt ‘Tokyo Disneyland’ gelukkig meer oplossingen dan je maag aan kan. Een Flintstones-achtige turkey leg of verfijnde patisserie in de vorm van elk mogelijk Disney-figuur? Je noemt het, ze hebben het. Eén type snacks groeide echter uit tot een hype binnen het hele ‘Tokyo Disney Resort’ en dan heb ik het over de befaamde popcorn-kraampjes. Die zijn naar Disney-normen niet buitengewoon uniek, want je vindt ze inderdaad in elk resort. In de Verenigde Staten, Parijs en Hong Kong biedt men echter geen tien verschillende smaken en een veelvoud aan kleurrijke popcorn-emmers aan. De stalletjes staan kriskras verspreid doorheen de parken en werden – indien mogelijk – aangepast aan de thematische invalshoeken. Nabij ‘Pooh’s Hunny Hunt’ proberen we bijvoorbeeld de mierzoete honingpopcorn en in ‘Tokyo DisneySea’ spotten we de zeezout-variant nabij ‘The Little Mermaid’. Van alle smaken die we proberen (weliswaar in een simpel kartonnen bekertje en niet in zo’n peperdure souvenirbucket) blijkt de ‘White Chocolate Popcorn’ in ‘DisneySea’ onze gezamenlijke favoriet en krijgt de variant met sojasaus en boter het labeltje ‘nauwelijks eetbaar’.

Reden nummer vijf: het entertainment

In ‘Tokyo Disney Resort’ zijn niet enkel de popcornkraampjes, maar ook het entertainment legendarisch. Van de allerkleinste meet & greet tot aan de buitenproportionele avondspektakels; men speelt met een zekerheid van quasi honderd procent voor volle zalen. Japanse bezoekers hanteren namelijk een heel andere manier om Disney te beleven. Ik heb de indruk dat ze de rides best een leuke extra vinden, maar dat ze hier eigenlijk heen komen om characters en shows te zien. Ik vertelde je bijvoorbeeld al dat vele bezoekers reeds sinds vanochtend kamperen langs de paraderoute. En nu het startschot van de optocht ‘Hippity Hoppity Springtime’ eindelijk nabij is, zitten ze er nog steeds op hun dooie gemak. Wij arriveren – tezamen met enkele tientallen andere westerlingen – een kwartier op voorhand en moeten zodoende genoegen nemen met een zicht vanuit de verte. Het weerhoudt er ons gelukkig niet van om te herbeleven hoe fel we in 2013 overdonderd werden door dit resort. De lenteparade straalt pure vrolijkheid uit en de bijpassende muziek doet ons instant vergeten dat de hemel intussen grijs geworden is. ’t Is jammer dat we de geniale parade ‘Happiness is Here’ moeten missen omwille van een langdurige onderhoudsperiode, maar ‘Hippity Hoppity Springtime’ maakt dat gemis lichter om dragen.

Disney-voorstellingen hanteren verrassend vaak hetzelfde idee. Iets met een flinterdunne verhaallijn die scènes uit diverse Disney-klassiekers en de bijpassende soundtracks aan elkaar linkt. Diepgang kent het bijna nooit, al is het dankzij de herkenbare melodieën vaak een genietbaar tafereeltje. ‘Tokyo Disneyland’ heeft twee van dergelijke spektakels achter de hand. Nummer één is ‘One Man’s Dream’, een klassieke theatershow waarin een resem aan characters de revue passeren en daar zijn de plaatselijke bezoekers nu eenmaal dol op. De overwegend Amerikaanse en Australische cast lijkt de Japanstalige themesong ietwat doelloos mee te playbacken, maar verder oogt het allemaal best tof. Grootser en drukker gaat het er ’s avonds aan toe op ‘Central Plaza’, waar ‘Once Upon a Time’ de nummer twee in dit segment is. Noem het gerust de Japanse ‘Disney Dreams’, want de show doet het met vuur(werk) en projecties op een torenhoog sprookjeskasteel. Ondanks de veel scherper geprojecteerde beelden maakt ‘Once Upon a Time’ echter niet de buitengewone indruk die haar Franse tegenhanger me wel bezorgt. De keuze van filmscènes is naar westerse smaak een beetje vreemd en ik mis de constante hoogtepunten waarmee ‘Disney Dreams’ en ‘World of Color’ hun toeschouwers bekogelen. Echt memorabel is dit nachtelijke entertainment dus niet, iets wat ik eveneens mag zeggen over de bijzonder suffe vuurwerkdisplay die men enkele minuten voor ‘Once Upon a Dream’ omhoog knalt.

Een uur eerder hadden we gelukkig reeds een avondshow van de bovenste plank gezien. De van ontzettend aanstekelijke muziek voorziene ‘Tokyo Disneyland Electrical Parade Dreamlights’ biedt immers alles wat je van een nachtparade kan verwachten. Ruim een kwartier lang schuiven tienduizenden fonkelende lampjes aan ons voorbij terwijl we zowel onsterfelijke Disney-classics als de jonge Pixar-generatie de revue zien passeren. Vooral de floats rond Monsters Inc en Genie – die zich in fracties van seconden transformeert in elk mogelijk Disney-figuur – zijn pure perfectie. Ik wil niet beweren dat ‘Dreamlights’ op zichzelf de kostprijs van je vliegticket naar Tokyo verantwoordt, maar ’t is wel één van de vele goeie redenen om dit park in vette drukletters op je bucket list te noteren.

Reden nummer zes: de legendarische darkrides

Van de nachtelijke duisternis naar de duisternis van een darkride. Disney ontwikkelde er nogal wat en enkelen ervan groeiden zelfs uit tot de meest iconische attracties ter wereld. Het concept voor ‘Pirates of the Caribbean’ is daar een treffend voorbeeld van. Je moet al een aanzienlijke zwartkijker zijn om deze rondvaart niet indrukwekkend te vinden. Met dat in het achterhoofd is het niet moeilijk om jezelf in te beelden wat een verpletterende indruk een dergelijke ride in de sixties moet gemaakt hebben. Het origineel in ‘Disneyland Resort’ werd immers geopend in 1967, is bijgevolg bijna een halve eeuw oud en ontvangt nog steeds lovende kritieken. ’t Is dus alles behalve verrassend dat men zich in ‘Tokyo Disneyland’ niet baseerde op de jongere (danig ingekorte) kopie uit Florida, maar dat men naar de Californische roots ging. Dat wil zeggen dat je de attractie betreedt vanuit een sfeervol stadsdeel van New Orleans en dat je in een summier verlicht moeraslandschap van start gaat. Wat volgt, is een bijzonder lange vaartocht langs dreigende grotten, heftig heen en weer vurende kanonnen en het havendorpje waarin piraten hun beroemde ‘Yo-Ho’ laten horen. De recente toevoeging van Jack Sparrow, Hector Barbossa en Davy Jones is in mijn ogen geen regelrechte must in een dergelijk sterke klassieker, maar het stoort me al evenmin. Bovendien gaf de tie-in een extra portie pit aan de scènes waarin men de herkenbare filmmuziek in al z’n glorie laat weerklinken.

Nog zo’n monument in de wondere wereld der darkrides is ‘Haunted Mansion’. Het is eveneens materiaal uit de jaren zestig, maar voor deze attractie baseerde ‘Tokyo Disneyland’ zich wel op de (iets) jongere versie van ‘Magic Kingdom’ in Florida. Zowel het exterieur als het interieur zijn in grote lijnen gelijkaardig, wat ik overigens positief ervaar. Deze variant is immers ronduit indrukwekkend, met de grootse scène in het spookdorp als een fantastische highlight. Ik ben tevens een fan van de zogenaamde ‘Ghost Host’, die in elke van de doombuggies voor een individuele narratie zorgt. Zelfs zonder er een woord van te begrijpen, klinkt het sfeervol en mysterieus tegelijk. Dat opgebouwde mysterie geraken we overigens al vlug kwijt nadat we onze rit beëindigd hebben, want de uitgang dropt ons rechtstreeks in een kleurige sprookjeswereld. Tja, waarom de Japanners hun ‘Haunted Mansion’ exact in ‘Fantasyland’ dropten, blijft een raadsel.

Een gemiddeld Disney-themapark teert op een nogal breed scala aan darkrides en dat is in het geval van ‘Tokyo Disneyland’ niet anders. Je hoeft echter niet elk exemplaar als een onvergetelijke must-do te bestempelen. Zo bezoeken we ‘Peter Pan’s Flight’ louter om de vergelijking met Parijs te maken, vinden we bij ‘Snow White’s Adventures’ en ‘Pinocchio’s Daring Journey’ meer horror dan in het plaatselijke spookhuis en blijkt ‘It’s a Small World’ vooral opmerkelijk omwille van de afschuwelijke stationshal. In dezelfde tabel ‘Leuk voor één keer’ doen we de hypermoderne 3D-versie van ‘Star Tours’, al is dat voornamelijk om de Cast Members te plezieren. De wachttijd van deze onlangs gepimpte simulator blijft tijdens ons bezoek namelijk dagenlang op vijf minuten steken en aan de ingang sleuren de personeelsleden ons haast naar binnen met hun ontwapenende glimlach. De variërende ritervaringen zijn een pluspunt, al kan het me niet overtuigen om de ride alsmaar opnieuw te doen. Ik heb de indruk dat de overige bezoekers er dezelfde mening op nahouden en vraag me af of de peperdure update écht nodig was.

Meer plezier in ‘ToonTown’ en bij ‘Roger Rabbit’s Car Toon Spin’. Al jarenlang tevergeefs op zoek naar een attractie die de link legt tussen draaiende taxi’s, in sensuele glitterjurken verpakte sekssymbolen en het vallen vanaf een wolkenkrabber? Goed nieuws: dit in Europa nauwelijks bekende konijn zorgt ervoor in z’n eigen (totaal geschifte) darkride. Wie z’n aandacht niet geheel focust op de scènes, belandt al vlug in een nietszeggende wereld vol chaotiek en desoriëntatie. Een slecht voorteken is dat gelukkig niet, want ‘Car Toon Spin’ is eigenlijk best een goeie attractie vol originele passages. De slotscène, waarin Roger Rabbit ons met een ongezien effect opnieuw naar de echte wereld transporteert, verdient in ’t bijzonder een staande ovatie. Wanneer ik tevens de knusse wachtruimte in rekening breng, klopt het totaalplaatje zoals dat eigenlijk alleen bij een Disney-attractie mogelijk is.

Reden nummer zeven: de looks

Over de uitstraling van Jessica Rabbit gaan we niet discussiëren, maar laat ons de looks van ‘Tokyo Disneyland’ eens onder de loep nemen. Heeft de fabelachtige status van dit park iets met de uiterlijke verschijning te maken? En hoe anders ziet deze plek eruit ten opzichte van andere Disney-parken? De grootste verschilpunten worden eigenlijk al vlug duidelijk wanneer we arriveren. De gebruikelijke ‘Main Street USA’ moest in Tokyo plaatsruimen voor ‘World Bazaar’, een ietwat vreemd ogend en akoestisch niet geheel correct aanvoelend alternatief. Ik kan me perfect voorstellen hoe welkom zo’n overdekte zone tijdens regenachtige dagen is, maar tijdens al die overige droge periodes belemmert het vooral de knappe views op ‘Cinderella Castle’.

Dat bewuste kasteel grenst trouwens aan een plein waar je gemakkelijk een middelgroot pretpark op kwijt kan. ’t Is sowieso opvallend hoe breed de wandelpaden in ‘Tokyo Disneyland’ aangelegd werden en voor ‘Central Plaza’ deed men daar nog een stevige schep bovenop. Het plein is op reusachtige mensenmassa’s voorzien en stroomt tijdens parades en ‘Once Upon a Time’ tot het allerlaatste vierkante centimetertje vol. Ondanks de immense omvang ligt ‘Central Plaza’ er alsnog verrassend gezellig bij. Dankzij de rijkelijk aangeplante bomen en het absurd groene gras oogt het als een oase van rust. En ik kan je verzekeren dat dat een heuse verademing is in het verder nogal drukke ‘Tokyo Disneyland’.

Buurman ‘Tokyo DisneySea’ wordt geroemd als ’s werelds mooiste pretpark en de Disney-groep staat sowieso bekend omwille van haar ver doorgevoerde thema’s. Je zou dus terecht gaan vermoeden dat ‘Tokyo Disneyland’ tevens oogstrelend mooi is, maar helaas moet ik je verwachtingen op dat vlak bijstellen. Doordat het park zo ruim uitgetekend werd, mist het bijvoorbeeld de intieme setting die ik wel in Anaheim en Hong Kong terugvindt. Bovendien is een doorsnee wandelroute in ‘Tokyo Disneyland’ weinig meer dan een in onnatuurlijke kleuren geschilderde betonvlakte. Dat vormt geen minpunt om eindeloos over door te drammen, al zou een sierlijk klinkerpad vele malen stijlvoller ogen.

Japanners zijn keien in onderhoud. Hun getrainde oog mist geen detail en er lijken constant honderden Cast Members in de weer te zijn om alle pracht in haar oorspronkelijke staat te behouden. We zien niet het minste vuiltje op de stoep en elke uithoek is van een fris laagje verf voorzien. Goeie punten dus, maar deze drang naar perfectie heeft helaas ook een negatief kantje. Aangezien ieder gebouw en elke attractie met zulke perfectie onderhouden wordt, is er van slijtage nauwelijks sprake. Gevolg: men heeft in ‘Tokyo Disneyland’ eigenlijk nergens de behoefte om oudere gedeelten grondig te reviseren, waardoor grote stukken van het park ergens in de jaren tachtig zijn blijven plakken. Het is een kwaaltje dat voornamelijk tot uiting komt in de ‘Tomorrowland’ en ‘Fantasyland’. Die laatste zone staat op de planning voor een broodnodige upgrade naar het model van Florida’s ‘New Fantasyland’, maar ligt er momenteel bijvoorbeeld nog grotendeels bij zoals in 1983. De grijze kasteelmuren en de schreeuwerige tentzeiltjes die de ingang van de attracties markeren, werden toen rechtstreeks uit de Amerikaanse parken overgenomen. Maar tijden veranderen en gedurende de afgelopen decennia werden ‘Fantasyland’ en ‘Tomorrowland’ zowel in Californië als in Florida danig verbouwd volgens een meer tijdloos design. Tokyo doet het vandaag daarentegen nog grotendeels met betonnen vloeren, plastic ornamenten en een opbouw zonder enige logica. Ik doel hiermee overigens vooral op de buitenzijde, want achter die weinig flatterende gevels schuilen gelukkig attracties met het niveau dat we van Disney gewend zijn. De Dumbo-molen, die zelfs op een kermis keihard uitgelachen zou worden omwille van de goedkope enscenering, is een nogal pijnlijke uitzondering.

Reden nummer acht: de Cast Members

Gedateerde façades middenin een zee van enorme betonvlaktes; dat is niet het beeld dat je voor de geest haalt bij ‘The Place Where Dreams Come True’. Gelukkig maakt een glimlach veel goed. En eerlijk is eerlijk: nergens ter wereld vind je een themapark waar je meer lachende gezichten ziet dan hier. Niet noodzakelijk bij de bezoekers – die zitten momenteel namelijk ietwat passief op de tweede parade te wachten – maar wel bij de duizenden mensen die dit megaresort in goede banen leiden. Ergens in de buurt van Urayasu moet er een fabriekje staan alwaar men dagelijks honderden perfecte mensen aflevert. Mensen die alles kennen van klantgerichtheid, vriendelijkheid en professionaliteit. En die spelden vervolgens allemaal een felbegeerde Disney-badge op. ’t Is algemeen geweten dat werkende Japanners extreem toegewijd zijn, al lijken de exemplaren in ‘Tokyo Disney Resort’ nog een gradatie strenger gekneed. Ondanks de grenzeloze gastvrijheid, behouden de Cast Members een duidelijke afstand en komen ze bijgevolg minder los (en fake) over dan het gemiddelde personeelslid in de Amerikaanse resorts. Wetende dat de parken hier regelmatig tot hun maximale capaciteit gedreven worden, wordt het echter vlug duidelijk waarom men relatief gestandaardiseerd zijn/haar taak uitvoert.

Maak alsjeblieft nooit de fout die ik een Amerikaans gezinnetje wel zie maken tijdens het contact met personeel van ‘Tokyo Disneyland’. Ja, dit is Disney-terrein en ja, Tokyo is een wereldstad. Maar neen, dat is geen geldige reden om simpelweg te verwachten dat men hier vloeiend Engels spreekt. Japanners leven op een eiland dat groot en attractief genoeg is om het nooit te moeten verlaten. Bovendien vormen westerse toeristen slechts een kleine minderheid van het totale bezoekersaantal. Ik vind het dus allemaal best dat we ons met enige moeite, een basisportie gebarentaal en enkele ingestudeerde Japanse steekwoorden moeten redden. De schattige locals doen alleszins hard hun best om het allemaal te begrijpen en ons zo correct mogelijk verder te helpen. Heb dus geen overbodige stress vooraleer je naar Japan vertrekt. Aanduidingen in attracties, shops en restaurants zijn allemaal tweetalig uitgevoerd en jezelf verstaanbaar maken is absoluut niet onmogelijk. We hebben bij ‘Monsters Inc’ bijvoorbeeld niet meer dan een ‘konnichiwa’, een ‘arigato’ en een met middelvinger en wijsvinger gevormd V-teken nodig om te tonen dat we met z’n tweeën onze Fastpass willen verzilveren. Simpel toch?

Reden nummer negen: de top 3!

Disney houdt ervan lange namen aan z’n attracties te geven en ‘Monsters, Inc. Ride & Go Seek’ is daar een mooi bewijs van. De lengte van die naam is echter een peulschil tegenover de gemiddelde lengte van de rij wachtenden die staan te popelen om Monstropolis te betreden. Toen de attractie in 2009 opende, liep de wachttijd meermaals op tot een uur of zes. Die al te gekke toestanden behoren inmiddels tot de verleden tijd, maar ‘Monsters Inc’ scoort tijdens dit laagseizoen alsnog een respectabele veertig minuten. De wachtruimte, die gedeeltelijk door de entreehal van de beroemde energiefabriek slalomt, is helaas oninteressant en ook het kleinschalige opstapperron genereert geen hoge verwachtingen.

Waar de locals hun liefde voor deze ride dan vandaan halen? Wellicht heeft het iets te maken met interactiviteit, want dat kan men in Japan doorgaans bijzonder goed smaken. In deze darkride schijnen passagiers met een ingebouwde zaklantaarn op tientallen doelen om zo verscholen monsters tevoorschijn te toveren. Er komt geen puntentelling aan te pas en de targets zijn relatief eenvoudig te spotten. Is ‘Monsters Inc’ daardoor een veredelde kinderattractie? Neen, in mijn ogen niet. Daarvoor werden de scènes namelijk te detailrijk uitgewerkt en ogen de special-effects te doordacht. Wanneer ik subtiel vergeet dat de attractie nogal ongepast in een sfeerloze uithoek van ‘Tomorrowland’ opgetrokken werd, kan ik dus alleen maar concluderen dat dit een regelrechte topper is. Uniciteit inbegrepen.

Er zijn in ‘Tokyo Disneyland’ niet alleen lange attractienamen en lange wachtrijen, maar ook lange ritten te vinden. Tien minuten aan een stuk bootje varen door een schilderachtig bos vol vrolijk zingende audio-animatronics, het is de realiteit van ‘Splash Mountain’. Toen Disney dit concept ontwikkelde, wilde het een alom tegenwoordig attractietype pimpen tot een Disney-waardige belevenis. Een doorsnee logflume volbrengt zijn taak doorgaans immers op een tamelijk inspiratieloze manier. De baan gaat een keer of twee à drie omhoog, daalt even vaak met een plons neer in het water en that’s it. Enkele rotsen en houten hutjes, meer decoratieve elementen worden er doorgaans niet verspild aan de ride in kwestie. Die rotsformatie en de hutjes zijn er in het geval van ‘Splash Mountain’ trouwens evenzeer, maar weliswaar in een geheel andere proportie. De groen begroeide Chickapin Hill domineert themazone ‘Critter Country’ en is ook prominent zichtbaar vanuit ‘Westerland’. Om de zoveel seconden zien we een met gillende Japanners gevulde boot naar beneden denderen en ‘Splash Mountain’ levert haar nabije omgeving zodoende heel wat levendigheid op. Maar het is niet louter een visueel feestje, want ook voor inzittenden is deze waterride een heus genot. De combinatie van een schijnbaar eindeloze rit, memorabele muziekstukken en perfecte spanningsopbouw maken van ‘Splash Mountain’ de allerbeste logflume die ooit gebouwd werd. De versie in Tokyo onderscheidt zich daarenboven met intiemer aangeklede darkride-scènes en een indrukwekkend onderaards grottenstelsel dat dienst doet als wachtruimte en station. Zelfs als criticaster moet ik dus toegeven dat deze geniale attractie me telkens weer helemaal ‘Zip-a-Dee-Doo-Dah’ maakt.

Er kan er slechts eentje de beste zijn. Voor het allermooiste attractievermaak moeten we niet naar Monstropolis of naar het diepe zuiden van de Verenigde Staten, maar reizen we naar het Honderd Bunderbos. ‘Tokyo Disneyland’ voegde voor het nieuwe millennium haar ‘Pooh’s Hunny Hunt’ toe en verbaasde vriend en vijand met het sublieme stukje techniek achter de ride. Deze variant gaat immers heel wat lengtes verder dan de attracties die men in Orlando, Anaheim en Hong Kong rond het populaire character opbouwde. Buitengewoon bombastisch ziet het ding er qua exterieur nochtans niet uit: een groot opengeslagen boek en een door het groen zigzaggende outdoor meandering zijn de enige elementen die het uitzicht van ‘Hunny Hunt’ bepalen. Wachtruimte en station blijven in hetzelfde anonieme sfeertje ronddolen en ik ga me afvragen waar men die astronomische som van 130 miljoen dollar in hemelsnaam aan spendeerde. Het antwoord komt vlugger dan verwacht en de verrassing is des te groter wanneer we uiteindelijk in zo’n reusachtige honingpot de eerste scène tegemoet glijden.

‘Pooh’s Hunny Hunt’ had in 2000 de wereldprimeur van de befaamde trackless technologie en men benutte het systeem meteen comme il faut. Reeds in de eerste passage komen de schijnbaar willekeurige bewegingen van de verschillende voertuigen prachtig uit de verf en in de Tigger-scène wordt een tweede gimmick blootgegeven. Het is echter vooral aftellen naar de passage waarin we meegesleurd worden in een kleurrijke droom van Winnie. Nog nooit beleefde ik een darkride-scène die zo overtuigend balanceert tussen dynamiek, hectiek en genialiteit. De enorme ruimte is gevuld met niet minder dan tien voertuigen, desoriënterende lichteffecten, opzwepende achtergrondmuziek en enkele effecten die een glimlach op eenieders gezicht doen verschijnen. De meest bejubelde darkrides ter wereld hanteren gewoonlijk een mysterieus of duister thema, maar ‘Pooh’s Hunny Hunt’ bewijst dat er ook in het kindvriendelijke segment heel wat awesomeness te rapen valt. Sla deze ride dus geenszins over in de veronderstelling dat het een klassieke en nogal simpele ‘Fantasyland’-rondrit is. Dat vooroordeel zou je immers een van de meest waardevolle credits in het land der darkrides kosten.

Tijdens het neerschrijven van de afgelopen bladzijden ervoer ik niet zelden dat bijzondere gevoel dat ‘Tokyo Disneyland’ me twee maanden geleden in real-life schonk. Kippenvel. Genot. Adoratie. Noem het zoals je zelf wil, maar weet vooral dat dit een plek is waar je als liefhebber van de betere themaparken gewoonweg gelukkig van wordt. Hoezo?! Ik hamerde daarstraks nog op de sfeerloze betonvlaktes en al die gedateerde rommel. En als afsluiter wil ik je plotsklaps wijsmaken dat dit een soort hemel op aarde is? Ja, dat klopt. De uiterlijke verschijningsvorm van het park is namelijk slechts één van de vele tientallen facetten die ‘Tokyo Disneyland’ definiëren. Dat lelijke gebouw van ‘PhilharMagic’ en de ronduit triest ogende ‘Tomorrowland Speedway’ zijn bijvoorbeeld snel vergeten wanneer een schattig Japans meisje me een doosje currypopcorn overhandigt of waneer er een zoveelste onverwachte parade aangekondigd wordt. Bovendien belooft de aanstaande renovatie van ‘Fantasyland’ veel goeds en lijkt het een kwestie van tijd vooraleer ook het aanpalende ‘Yesterdayland’ eindelijk terug een ‘Tomorrowland’ wordt.

Ligt het aan de bijzondere resort-area of aan een typisch ochtendritueel? Zijn het de achtbanen die me zo lyrisch maken of ben ik hier louter voor de culinaire geneugten? Ga ik volop voor het eersteklas entertainment? Zijn het die wereldwijd geroemde darkrides? Kom ik hier voor een gedateerde betonwereld, voor zo’n Cast Member die me breed glimlachend een Engelstalig parkplan overhandigt of voor drie topattracties waar een willekeurig Europees park slechts van kan dromen? Het is onmogelijk om één treffende oorzaak te vinden voor het ongelooflijke gevoel waarmee ik rond tien uur ’s avonds ‘Tokyo Disneyland’ verlaat. Gelukkig hoeven we niet te kiezen, want we ervoeren vandaag elk van die negen argumenten als een geldige reden om smoorverliefd te worden op deze plek. Negen redenen… negen? Oplettende lezers weten ongetwijfeld dat ik er een halfuur geleden geen negen, maar tien beloofd had. Er is namelijk nog één ding waar ik voorlopig veel te weinig aandacht aan geschonken heb…

Reden nummer tien: dat aangrenzende themapark

… want ‘Tokyo DisneySea’, daar gaan we morgen heen. Goedenacht en we zien elkaar opnieuw aan de poorten van ’s werelds meest legendarische themapark. Tot morgen!

3 gedachtes over “Asian Easter – Tokyo Disneyland

  1. Zwijmel… nog een maandje of 4… ik heb het niet gelezen. Alleen zo heel snel doorgescrolld… ik wil mijn laten verrassen. En ik ga al helemaal niet het blogje van Disney Sea lezen! Nog niet.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s