Erlebnispark Tripsdrill

Even voor alle duidelijkheid… ik hou echt niet alleen van de grootste themaparken op deze planeet. Natuurlijk stellen monsterbudgetten deze parken in staat om fantastische dingen te verwezenlijken en een voorliefde voor Disney heb ik zeker. Maar of het altijd een sprookjesachtige wereld vol perfectie of een krachtige Universal-topper moet zijn? Helemaal niet. Geef me op tijd en stond een charmant ontworpen lokale speler en ik zal er met even veel plezier van genieten. En als ik het woord charmant neerschrijf, is er een welbepaald Europees pretpark dat helemaal bovenaan de lijst verschijnt. Ik denk daarbij aan een plek waar men kneuterigheid, gastvrijheid en hilariteit tot één uniek geheel weet te combineren. Een plek waar je als vijfentwintigjarige misschien niet geheel op je plaats bent, maar waar je plezier het ongetwijfeld wint van de schaamte. Een plek waar de definitie van sfeer wellicht bedacht én herschreven werd.

Er zijn weinig dingen idyllischer dan het Duitse platteland. Uitgestrekte bossen, zacht golvende heuvels en enorme velden domineren het uitzicht. Hier en daar doorbreekt een piepklein dorpje de leegte. Een bakker en een Biergarten, meer is er doorgaans niet te zien. Wie logisch redeneert, zou in de verste verte niet durven vermoeden dat hier een pretpark gevestigd is. Maar toch… ergens in het niemandsland tussen metropolen Stuttgart en Mannheim ligt één van de meest geliefde Duitse familieparken. De term niemandsland gebruik ik trouwens niet voor niks. Nadat we de snelweg verlaten hebben, is het nog veertig minuten over landelijke wegen kronkelen om op onze eindbestemming te arriveren. En daar – waar enkele duizenden wijnstokken in de nazomerzon stralen – vinden we Cleebronn, de thuishaven van Erlebnispark Tripsdrill.

Het is een uur of elf wanneer we arriveren. Het tweede rijtje van de parking is net gevuld en achter het ene geopende raampje wacht een nogal eenzame kassadame ons op. Na een bedrijvige zomer is duidelijk ook in Tripsdrill het laagseizoen aangebroken. We delen het park vandaag met een enkele schoolreis en een handvol gezinnetjes met jonge kinderen. De magere opkomst vertaalt zich alvast in een quasi uitgestorven inkomplein en ook de über-Duits gethematiseerde Dorfstraße (het alternatief voor de klassieke ‘Main Street’) ligt er nogal doods bij. Reden tot klagen hebben we echter niet: oogstrelende vakwerkhuizen en perfect getrimde bloemperkjes doen je immers meteen beseffen dat dit park met een hart gebouwd en gerund wordt. In tegenstelling tot vele andere pretparken hoeven we overigens niet lang te zoeken naar een eerste ride. Aan het uiteinde van deze steeg staat namelijk de originele ‘Maibaum’-molen. Deze familieattractie is niet alleen plezierig qua rit, maar past thematisch bovendien naadloos in het plaatje. De eerste indruk van Tripsdrill is alleszins een goeie.

Het doelpubliek van Erlebnispark Tripsdrill, daar horen we eigenlijk niet echt bij. Het park focust zich voornamelijk op jonge kinderen en pleziert die doelgroep met tientallen aangepaste attracties. Krijg je een kick van molentjes? Dan ben je hier aan het juiste adres. Draaien en zwaaien doe je aan quasi elke snelheid en in zowat elk mogelijk type voertuig. Het kan vrij klassiek in een koffiekopje en in de naar een enorme paddenstoel gethematiseerde zweefmolen, maar tevens in oude pantoffels, wasmanden, schattige eendjes of zelfs in de bakvorm van een cake. Dat nogal gekke allegaartje wordt doorgaans afgewerkt met sierlijke tierlantijntjes en passende namen à la ‘Schlappen-Tour’, ‘Wäschekorb-Rundflug’ en ‘Gugelhupf-Gaudi-Tour’. Duitsland op z’n best.

Aan de collectie molens – je noemt het hier bij voorkeur Rundfahrgeschäfte – merken we reeds dat Tripsdrill niet het meest alledaagse pretpark is. Extreem uniek zijn de attracties weliswaar niet, maar de decoratieve inkleding zorgt voor kostbare originaliteitspunten. Een ander mooi voorbeeld van deze werkwijze is Doppelter Donnerbalken. Freefalls en andere torenattracties kennen we intussen wel. En we moeten er eerlijk in zijn: slechts weinig parken slagen erin om deze rides fatsoenlijk te thematiseren. Tripsdrill mag zich echter met enige trots bij de uitzonderingen rekenen. Men doet het hier niet met vervloekte hotelgebouwen of duistere kasteeltorens, maar wel (zoals de aaibaarheidsfactor van Tripsdrill het voorschrijft) met twee joekels van boomstammen en een boomhut. Toch is het niet louter de uitstraling die overtuigt; ook de ritervaring kan tellen. Hoe een freefall met een hoogte van een luttele vijftien meter ons de stuipen op het lijf jaagt? Wel, dat is te danken aan een kanteleffect waardoor de gehele constructie flink heen en weer geschud wordt. Het ziet er onveilig uit en dat ervaar ik hier als een sterkte. ‘Donnerbalken’ is dus een bescheiden toppertje dat zowel qua looks als qua beleving erg knap uitpakt.

In de nabije omgeving van ‘Donnerbalken’ staat de Altweibermühle. Een minimum aan Duitse kennis is reeds voldoende om dit te vertalen naar oudewijvenmolen. Dat klinkt inderdaad tamelijk plat, maar toch is het een correcte interpretatie. Volgens de folklore zouden oudere dames in deze molen getransformeerd worden naar beeldschone jonge meisjes (op dit principe is trouwens nòg een attractie in Tripsdrill gebaseerd, maar daarover later meer). Je kan dat als pure quatsch bestempelen, maar feit blijft dat het huidige amusementspark er zonder de ‘Altweibermühle’ wellicht nooit geweest was. Vandaag de dag vind je binnenin de molen oude foto’s van Tripsdrill en een erg leuke glijbaan. De tegenoverliggende ‘Altmännermühle’ is een al minstens even sympathiek uitgevoerde funhouse. Het kan misschien een beetje vreemd klinken, maar ik apprecieer dit soort attracties enorm binnen het aanbod van een doorsnee pretpark.

Molens in alle mogelijke vormen en maten passeerden reeds de revue. Er is echter nog een attractietype dat in Tripsdrill opvallend talrijk aanwezig is. We kunnen het RCT-gewijs definiëren als rit in een karretje. Het gaat in dit park meestal over eindeloze circuits die nogal doelloos door een zee van frisse bloemetjes kronkelen. Grappig genoeg zijn die attracties hier vaak in tweevoud aanwezig. Hou je van monorails? Dan kan je kiezen voor een mechanische variant met antieke treintjes of je trapt zelf in een naar vlinders gethematiseerde doe-het-zelf-ride. Ga je liever voor de klassieke autorit? Dan heb je zowel een oldtimerbaan als de origineel aangepakte ‘Hochzeitsreise’ met barokke koetsjes. Ook de leuk vormgegeven zeepkistenrace is er uiteraard in een duellerende uitvoering. Mogen de voertuigen ten slotte nog stevig ronddraaien? Zoek dan je desoriëntatie in een ouderwetse soeppot of opteer voor een tollend houten wijnvat. Die laatstgenoemde wordt overigens nog veel boeiender als je voordien even binnen springt in het vlakbij gelegen wijnmuseum. Erlebnispark Tripsdrill ligt middenin een enorm wijngebied en biedt haar bezoekers de kans om voor democratische prijzen het (al dan niet plaatselijk gefabriceerde) lekkers te proeven. Concludeer dus niet te snel dat dit een kinderpark is, want zelden was alcohol zo’n prominent pretparkthema als hier. Wijnkelders in themaparken zijn hik! Ehm… hip.

Tipsy Tripsdrill… een beetje aangeschoten door dit park wandelen, dat heeft zo zijn voordelen. Het is bijvoorbeeld een goeie manier om zo’n standaard Zierer-familieachtbaan plezanter te maken. De zogenaamde ‘Rasender Tausendfüßler’ is een Tivoli-Large modelletje en werd prachtig in het landschap verwerkt, maar echt bijzonder is het ding natuurlijk niet. Wat tevens interessanter wordt naargelang het alcoholpercentage stijgt: de minitheatertjes die verspreid liggen over het domein. Zie je graag elektronische dieren Duitse schlagers playbacken? Of hou je van boerentafereeltjes met krakkemikkige poppen die nét niet uit elkaar vallen? Dan is Cleebronn jouw place to be. In sommige gevallen kan je dit oubollige familievermaak van op een openluchttribune bewonderen, soms moet je individueel op een laddertje kruipen om door een piepklein raampje te gluren. Kitscherig en o-zo fout, maar tegelijkertijd is het honderd procent Tripsdrill. Een zoveelste bevestiging dat Duitsers écht geen animatronic-kampioenen zijn.

Is het alcoholpercentage al gezakt? Mooi, dan gaan we een ander type duizeligheid opzoeken. Het type duizeligheid waar constructeur Gerstlauer voor zorgt met vier inversies en een pijlsnelle lancering naar honderd kilometer per uur, om precies te zijn. Karacho is de recentste rollercoaster in het aanbod van Tripsdrill en het is tevens de meest prominente. Ik doel daarmee niet op de thematiek, want de nabije omgeving is anno 2014 nog een grote bouwwerf. Het stationsgebouw lijkt een kille betonnen bunker en van het bijhorende restaurant is er nog geen sprake. Het contrast met de nagenoeg perfecte landscaping in het overige park is dus enorm, maar een miniatuurmodel toont ons dat de toekomst er rooskleuriger uit ziet. Ik kan Tripsdrill gelukkig moeiteloos vergeven dat het visuele plaatje voorlopig allesbehalve spectaculair is. De ritervaring kan me namelijk wel grotendeels overtuigen. De eerste inversie is verrassend, de acceleratie pakt intenser uit dan verwacht en ik ben blij dat er geen sprake is van lompe schouderbeugels. ‘Karacho’ is dus een prima ride, maar het is en blijft wel Gerstlauer-materiaal. De Duitsers leveren tegenwoordig weliswaar betere kwaliteit dan vroeger, maar toch blijven hun banen vaak ietwat geforceerd. Ook in dit geval voelt de flow niet geheel natuurlijk aan en dat lijkt me vooral te wijten aan overdreven banking en de bizarre g-krachten die zo’n klein voertuig genereert. Die krachten zorgen er op hun beurt dan weer voor dat de heupbeugels pijnlijk strak komen te zitten tijdens een ritje. Verwacht van ‘Karacho’ dus geen wereldklasse, maar beschouw ‘m eerder als de bescheiden thrillcoaster die Tripsdrill goed kon gebruiken.

Waarom ‘Karacho’ de ideale uitbreiding voor dit park was? Omdat het verdere achtbaanarsenaal simpelweg nogal braafjes is. Zo is er bijvoorbeeld buurman Mammut, de woodie die in 2008 gepresenteerd werd. Het ding is net geen 900 meter lang, gaat dertig meter omhoog en bereikt een topsnelheid van negentig kilometer per uur. Dat klinkt goed, maar helaas is het aangewende thema – een houtzagerij – de meest imposante eigenschap van deze ride. Want tja, als zelfs de plaatselijke oldtimerbaan meer snelheidsgevoel genereert dan deze houten achtbaan, dan is er toch iets grondig mis. Op quasi elke heuvel lijkt het treintje stil te vallen en we bereiken de eindremmen zelfs letterlijk aan een slakkentempo. Akkoord: er zit vandaag hooguit een man of tien in het voertuig en tijdens hete zomerdagen zullen de wieltjes vlotter over het parcours glijden, maar toch voelde deze ‘Mammut’ enkele jaren geleden opvallend vinniger aan.

Erlebnispark Tripsdrill en Gerstlauer zijn dikke vriendjes, dat is duidelijk. Men werkte samen voor de gloednieuwe ‘Karacho’ en ook voor de bouw van ‘Mammut’ werd het bedrijf opgetrommeld. Wist je bovendien dat Tripsdrill de allereerste Gerstlauer ooit kreeg? G’sengte Sau – een lokaal dialect voor snelle rit – was in 1998 het prototype van de zogenaamde bobsled coaster. Een nogal dubbelzinnige naamgeving, want het type heeft eigenlijk helemaal niks met bobsleeën te maken. Het is in realiteit eerder een uitgebreide, meer gevarieerde wild mouse. De monotone haarspeldbochtjes werden daarbij (gelukkig) tot een minimum beperkt. Ze maakten plaats voor vrij intense helixbochten en enkele fijne bunny hops. Het resultaat mag er zijn: ‘G’sengte Sau’ is een sterke familieachtbaan die overtuigt met haar soepelheid en dankzij de feilloze inwerking in de prachtige ‘Burg Rauhe Klinge’.

Dat imposante witte kasteel huisvest trouwens nog een topride: Badewannen-Fahrt zum Jungbrunnen. Deze waterattractie vormt het levende bewijs dat de klassieke boomstammekes niet noodzakelijk met hout en western-achtige thema’s overladen moeten worden. Vervang de uitgeholde boomstammen gewoon door badkuipen en je hebt een vernieuwende invalshoek te pakken. Tripsdrill leverde met deze ride bovendien geen half werk, want het decor speelt een grote rol in de totaalervaring. Het exterieur van ‘Burg Rauhe Klinge’ is sowieso een plaatje, maar ook binnenin is er heel wat te zien. Badende naakte poppen bijvoorbeeld. We varen in die badkuip immers naar de bron der eeuwige jeugd en we zien daar hoe de zwaartekracht bij sommige oudere dames z’n werk doet. Diezelfde zwaartekracht trekt ons even later twintig meter naar beneden, alwaar we een verkoelende splash tegemoet gaan. En zo kunnen we met een verfriste kop (en een verjongde ziel) concluderen dat ‘Badewannen-Fahrt zum Jungbrunnen’ een van de meest geslaagde en originele waterrides van Europa is. Ik vind het alleszins een waanzinnige prestatie dat het relatief kleinschalige Tripsdrill zo’n mastodont van een logflume neerzette. Top!

Het park biedt nog meer waterplezier en dat scoort visueel haast even hoog scoort als dat vorige exemplaar. Ja, die rapid river werd echt bijzonder mooi geïntegreerd in het zacht golvende landschap. Zoals het een attractie in Tripsdrill betaamt, bedacht men ook hier een eigenaardig thema: de was doen. De wachtruimte van Waschzuber-Rafting brengt ons langs een oud washuis vol fijne details, waarna we in een reusachtige wastobbe het kolkende water op gaan. Je moet jezelf daarbij niet voorbereiden op de wildste, meest extreme waterride ter wereld. Deze variant is immers vrij braaf en de gesloten Hafema-boten houden het meeste gespetter op een veilige afstand. De beperkte sensatie van dit kabbelende riviertje zorgt er gelukkig voor dat we de omgeving in al z’n pracht kunnen bewonderen. Want ik wil het nogmaals benadrukken: ‘Waschzuber-Rafting’ toont zowel voor inzittenden als voor toeschouwers een oogstrelend staaltje landscaping met een vleugje Duitse kitsch. De was doen, dat blijkt stiekem best wel cool.

Hoewel we regelmatig een kleine pauze inlassen om de culinaire geneugten van het Duitse koninkrijk te proeven, hoeven we voor Tripsdrill niet noodzakelijk veel tijd uit te rekken. Het park kan wellicht een volledige dag plezier betekenen voor een jong gezin, maar wij hebben (mede dankzij de lage bezoekersaantallen) aan een uurtje of vijf genoeg. Ik wil daarmee absoluut niet insinueren dat Tripsdrill een tegenvaller is. Wel integendeel: het ommetje dat we richting Rust maakten, wordt helemaal verantwoord dankzij dit charmante pretpark. Waar vele parken me het gevoel geven dat ik een doodgewone betalende bezoeker ben, voel ik me in Tripsdrill een welgekomen gast. Personeelsleden zijn hier bijzonder hartelijk, de horeca is fair geprijsd, het attractieaanbod is mooi uitgebalanceerd en het domein ligt er bovendien waanzinnig netjes bij. Wie helemaal warm wordt van Duitse hoempapa en de bijhorende nostalgie, zal hier een waar feest voor de zintuigen ontdekken. Dit antiek ogende allegaartje overschrijdt meer dan eens de grens van het foute, maar daar maak ik echt geen probleem van. Sterker nog: als ik ooit een eigen pretpark zou kunnen opstarten, zou dit bedrijf zonder twijfel één van m’n inspiratiebronnen zijn. Nuja, behalve op het vlak van animatronics dan.

Als ik m’n lade met pretparkfolders open trek, vind ik een brochure waarop Tripsdrill in speelse letters Mit Liebe Gemacht liet drukken. De nagel op de kop, zeg ik dan. Want liefde, dat is exact wat men hier creëert. Liefde die de ontwerpers in hun park stopten, maar tevens de liefde die we hier als bezoeker ervaren. Dus Tripsdrill, met heel veel overgave: Ich liebe dich. Bis bald!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s