Scandinavian Summer – Liseberg

Ben jij die ene pretparkliefhebber die gedurende het afgelopen jaar op Pluto geleefd heeft? Zo, dan ben jij ook de enige fan die niet weet dat ‘Helix’ de achtbaanhype van het jaar 2014 is. In Soltau, Rust en Chessy deed men verwoede pogingen om de aandacht te trekken, maar het zijn de Göteborgers die met de prijzen gaat lopen. Sinds ‘Liseberg’ de nieuwigheid in april aan het grote publiek presenteerde, prijkt het grootste park van Zweden immers op het verlanglijstje van elke reiziger met een hart voor pretparken. De Rollercoaster Friends benutten hun zesdaagse rondreis door Scandinavië om zich in de gekte te mengen. Het is bovendien maar zeer de vraag of de trip er überhaupt gekomen was als Waldkirch geen kilometertje staal in het hoge noorden gedropt had. Van zodra de bus Göteborg nadert, staren honderd ogen vol gezonde spanning richting het walhalla dat zich aan de andere kant van het vensterglas bevindt. De zomerachtige schemering verlicht een door hout en staal gedomineerde skyline en de regenachtige bossen van Skara zijn plots niets meer dan een vage herinnering.

‘Liseberg’ is een autoriteit in pretparkland. Daar heeft ‘Helix’ niets mee te maken, want dat is al ruim negentig jaar zo. We hebben deze plek te danken aan een internationale expo die Göteborg in 1923 organiseerde. Het was toen een tijdelijk project dat na de tentoonstelling haar deuren opnieuw zou sluiten, maar dankzij de immense populariteit besloot men het park open te houden. Gelukkig voor Göteborg en voor de Europese pretparkfans, denk ik dan. Aangezien dit park vandaag de dag een van de meest prestigieuze awards in het amusementswereldje uitreikt en zelf regelmatig internationaal geroemd wordt, is het immers voor de hand liggend dat ‘Liseberg’ kwaliteit, beleving en gastvrijheid hoog in het vaandel draagt. En omdat het al acht jaar geleden is dat ik van die typerende gastvrijheid mocht proeven, heb ik des te meer zin in ons eerste avondje park.

Scandinavië heeft een rijke traditie als het gaat over stadsparken. Dat zijn niet louter attractieparken waar het draait rond rides, maar deze parken vervullen ook een sociale functie. Locals komen er lunchen, genieten er van het concertprogramma en ze gokken er op één van de tientallen kans- of behendigheidsspelen. Onder het motto ‘When in Rome…’ is dat ongeveer het verloop van onze eerste parkuurtjes. We eten lekker iets en spelen laat op de avond met de volledige groep enkele van de beroemde games. Gezelligheid.

Welkom, Wilkommen, Welcome, Bienvenue en nog ‘ns Välkommen till ‘Liseberg’. Een verantwoordelijke van het park zorgt voor de hartelijke ontvangst en begeleidt ons naar het welgekomen diner. Treintjes van Mack en Schwarzkopf razen rond onze oren terwijl we tussen kleurige lampions en een uitgelaten menigte van blonde Zweden kuieren. Proberen te beseffen dat ik opnieuw door een van m’n meest geliefde parken wandel, geeft me kippenvel. Net zoals het opdoemen van ‘Mt Prometheus’ of de eerste blik op ‘Cinderella Castle’ kippenvel geven. Mooi, zegt ‘Liseberg’, dan krijg je van ons ook kip als toepasselijke hoofdgerecht. Het is lekker, het is fijn en het is gezellig. Maar het romantische dinertje geeft wellicht ook een dubbel gevoel voor de voor vele first-timers. Zeker wanneer de personeelsleden bergen parkplattegrondjes en reclamebrochures over hun nieuwste paradepaardje op tafel gooien, wil een doorsnee RF’er zo vlug mogelijk al het moois op en rond de groene heuvelrug gaan ontdekken. Maar doe maar rustig: het is laagseizoen, wachttijden zijn er bijna nergens en we mogen na parksluiting sowieso ‘Balder’ een halfuurtje exclusief overnemen. Strak plan, count me in!

We gaan een spelletje spelen en het heet ‘Maak de Intamin-fanclub helemaal gek’. Benodigheden: één prefab wooden coaster inclusief onbestaande wachttijd, één daar tegenaan geplakte Accelerator (tevens walk-on) en één pleintje met houten bankjes. Neem rustig plaats op een van die banken, zie hoe de ene coastertrein na de andere passeert en geniet. Intamin-fanboys worden er namelijk gek van dat deze beide coasters voor het grijpen liggen en dat niemand daar gebruik van maakt. De situatieschets komt aardig overeen met het tafereeltje dat we ’s avonds laat beleven. In afwachting van onze ERT breken de fans van Zwitsers staal echter los en voel ik me haast genoodzaakt om de bende te vervoegen. Om vervolgens te beseffen dat… Kanonen me nog steeds even weinig doet als vroeger. De lancering is niet bijzonder, de ritervaring kort en het beugelsysteem blijft een domper op elk beetje Intamin-vreugde. Een verrassend airtime-heuveltje probeert het bedenkelijke eindoordeel nog te nuanceren, maar tevergeefs. ‘Kanonen’ is dus niet bar slecht, maar verder dan de grote leegte der middenmoot komt ie helaas niet.

Ik Balder, jij Baldert, wij Balderen, de Rollercoaster Friends Balderen. Hoewel de geafficheerde wachttijd een hele avond lang nauwelijks boven de vijf minuten uitstijgt, wachten we netjes tot elf uur om de rij te betreden. ‘Liseberg’ verwent ons na parksluiting met een team van de meest gemotiveerde personeelsleden aller tijden, twee operationele treintjes en een wooden coaster die volgens Mitch Hawker’s Poll tot de besten van de planeet behoort. In 2003 – het jaar waarin ‘Balder’ opende – en 2005 kon de baan zelfs de absolute koppositie halen. ‘Balder’ kent echter niet alleen voorstanders, want de fabrieksmatig gebogen track voelt nu eenmaal minder authentiek aan dan een klassieke, door mensenhanden gebouwde woodie. Toen ik ‘m in 2006 voor ’t eerst mocht beleven, kon dat me geen barst schelen. ‘Balder’ was smooth, scoorde airtime met hopen en ik vond het ronduit subliem. De ‘Balder’ die we vandaag uittesten, maakt me jammer genoeg minder enthousiast. De portie airtime is nog steeds indrukwekkend, maar verder heeft de godenbaan fel moeten inboeten. Extreme soepelheid maakte plaats voor een enerverend ritmisch gehobbel over track-overgangen en in de bochten valt het treintje zo goed als stil. Verder wordt ook duidelijk dat ‘Balder’ niet de meest inspirerende lay-out in coasterland heeft. Neem een rechtse bocht, twee kleine airtime-heuvels en een linkse bocht. Plak dit principe een keer of vijf aan elkaar en je hebt een realistisch beeld van ‘Balder’. Begrijp me niet verkeerd: het is een goeie coaster en onze ERT was uitermate fijn. Maar in het tijdperk van de onvoorspelbare, met veel passie ontworpen GCI’s verdwijnt hij helaas een beetje naar de achtergrond.

Een hartelijke ‘Tack’ aan de medewerkers die hun ‘Balder’ gisterenavond een halfuur later afsloten, maar ‘Liseberg’ heeft nog meer leuks in petto. Ze noemen het ‘Helix Prio’ en het is een extraatje dat gewoonlijk enkel voor de gasten van het parkhotel weggelegd is. ’t Principe is simpel: slaap je in ons hotel, dan mag je voor parkopening een uur exclusief genieten van ‘Helix’. Die vijftig Belgen zijn echter minstens even welkom om wakker te worden op de nieuwe coaster. Rond tien uur staan er bijgevolg enkele tientallen gegadigden voor de poorten van een leveranciersdoorgang die quasi rechtstreeks op het terrein van ‘Helix’ uitgeeft. Maar ehm… de poorten blijven gesloten. Wat begint bij een uitgestelde opening, evolueert al vlug naar een afgeschafte ‘Helix Prio’ wegens technische problemen. Jammer, maar ‘Liseberg’ maakt het goed met legale voorkruippasjes voor later vandaag en bovendien lijkt het alweer een kalme dag te worden. No worries!

Credithunters van heinde en ver: laat ‘Helix’ voor wat ’t is en haal je coasterkriebels in het kindergebied van ‘Liseberg’. In dit segment biedt het park met ‘Stampbanan’ en ‘Rabalder’ meteen twee familiaal georiënteerde alternatieven. Die werden netjes ingewerkt in het grootse, knap aangepakte ‘Kanin Landet’ waar de allerkleinsten wellicht enkele uren zoet blijven. Of wat dacht je van een darkride die de soundtrack van ‘Droomvlucht’ gebruikt, maar toch vooral aan de voormalige, extreem foute ‘Gondelbahn’ van ‘Phantasialand’ doet terugdenken? Kortom: ‘Liseberg’ is meer dan een collectie coasters aan een heuvel, het is tevens een familiepark dat aan elke doelgroep denkt.

Scandinavische parken pakken maar al te graag uit met spookachtige walk-troughs waar je tegen een kleine meerprijs de schrik je van leven kan opdoen. Ik pak daarentegen maar al te graag uit met het feit dat ik in een grote boog rond dergelijke spookhuizen probeer heen te lopen. Halloween is niet m’n ding en waarom zou ik in godsnaam bijbetalen voor iets dat me niet eens aanspreekt? ‘Liseberg’ zet me echter schaakmat door de Friends gratis toegang te geven tot Spökhotellet Gasten en ’t is me niet ontgaan dat het ding doorgaans overladen wordt met complimenten. Ik verplicht mezelf dus subtiel maar zeker om voor één keer een uitzondering te maken en beklaag me die keuze niet. Ik positioneer me in het achterste gedeelte van een tienkoppige polonaise en zie hoe mijn directe voorgangers steevast het doelwit van de aanwezige acteurs zijn. Mijn angst ebt bovendien al snel weg wanneer ik de fantastische sfeer en het ontzettend hoogstaande thema van dit spooky hotel probeer te vatten. Verwacht hoegenaamd niet dat dergelijke doorloophuizen op slag m’n favoriete attractietype worden. Maar als andere walktroughs nog maar de helft van deze genialiteit proberen te bereiken, ben ik heel misschien bereid die mening te herzien.

Het cliché wil dat je jezelf in Scandinavië met muts en wanten moet wapenen tegen de bijtende koude. Sommige mensen zouden zelfs kunnen denken dat er ook in de zomermaanden een dikke laag sneeuw in Göteborg ligt, maar niets is minder waar. Zweedse zomerdagen zijn vaak heerlijk en een verfrissende waterattractie kan dan helemaal geen kwaad. ‘Liseberg’ heeft met Kållerado en Flume Ride meteen twee steengoede exemplaren in huis. Verwacht geen afdalingen van driehonderd meter of wereldwijd unieke elementen, maar allebei zijn ze ijzersterk in hun eenvoud en opbouw. De rapid river bijvoorbeeld begint als een heerlijk rustig kabbelend beekje, maar de golven en het bochtige parcours laten ‘Kållerado’ uiteindelijk evolueren naar een wild kolkende rivier. De boomstammenbaan begint eveneens als een kalme vaartocht van lifthill naar lifthill, om alle actie vervolgens de concentreren op de laatste dertig seconden van de rit. Eén rechte lijn, drie drops. Meer is er niet nodig om een beestige finale te creëren. Het onvoorspelbare karakter van de beide rides zorgt ervoor dat je zowel kurkdroog als doorweekt opnieuw aan land kan gaan. Ten slotte wil ik ook de prachtige inwerking niet onvermeld laten. ‘Kållerado’ nestelde zich in een bosrijk stukje van de vallei en grote delen van de rivier zijn voor toeschouwers dus nauwelijks zichtbaar. ‘Flume Ride’ is dan weer een soort terrain logflume – bestaat die uitdrukking eigenlijk? – die zich langs een flank van de beroemde heuvel een weg naar boven en beneden baant. In de categorie waterplezier toont ‘Liseberg’ zich duidelijk van z’n beste kant.

We zijn in ‘Liseberg’ en ik sprak nog maar nauwelijks over de heuvel waaraan het park haar naam dankt. Shame on me, maar ik beloof je dat ik het goed maak dankzij een coaster waarmee Anton Schwarzkopf, Werner Stengel en Zierer hun liefde voor perfectie tonen. Lisebergbanan is een klassieker waarvan de witte rails al sinds 1987 over de heuvel glooien alsof het nooit anders bedoeld was. Twee dagen eerder hadden we in ‘Gröna Lund’ nog een rendez-vous met ‘Jetline’, het statistisch gezien kleinere broertje van de banaan. Het contrast tussen beide coasters kan vreemd genoeg nauwelijks groter zijn. Zo krap en compact Stockholm het aanpakt, zo uitgestrekt en groots is de Göteborgse versie. Ook qua intensiteit is het verschil opvallend: ‘Jetline’ is eerder een pittige thrillcoaster terwijl ‘Lisebergbanan’ op haar eigen gemoedelijke wijze tussen de bomen bolt. Hecht dus niet al te veel belang aan de maximale hoogte van vijfenveertig meter en de topsnelheid van tachtig kilometer per uur, want je merkt er relatief weinig van. Wie niet noodzakelijk naar een kick op zoek is, maar des te meer geniet van een vlot rijdende familiecoaster zal in ‘Lisebergbanan’ een wereldtopper ontdekken. We genieten van een onbestaande wachttijd, het heerlijke ‘Schwarzkopf’-gevoel en de rijkelijk geïntegreerde near-misses met overige rides. Ja, dit is zo’n achtbaan waar je als pretparkliefhebber gewoonweg vrolijk van wordt.

‘Lisebergbanan’ nam ons mee naar het dak van ‘Liseberg’, maar dropt ons nadien gewoon weer op de begane grond. Er is daarboven echter ook een heleboel mechanisch geweld te beleven, dus we worden genoodzaakt om te klimmen. Langs de noordelijke heuvelflank doe je dat door middel van een wondermooie, doch niet te onderschatten serie trappen. Voor de luie zielen – of diegenen die gewoon zo snel mogelijk naar ‘Helix’ willen – is er gelukkig ook een roltrap voorzien die je rechtstreeks richting The Place To Be transporteert. Wat is er daarboven eigenlijk allemaal te beleven? Het antwoord is heel simpel: meervoudig plezier. Is één reuzenrad voor jou niet genoeg? Geen probleem: ‘Liseberg’ trakteert je op twee exemplaren van waaruit het panorama ronduit indrukwekkend is. Vind je die reuzenschommels van S&S wel de moeite? Fijn, probeer dan gerust de twee in spiegelbeeld opererende versies die ‘Liseberg’ prominent tegen de rotsen bouwde. Uppswinget is trouwens mijn allereerste ervaring met dit attractietype en ik vind het een ontzettend fijne ontdekking. Klassieke schommelschepen zijn saai en misselijkmakend, maar dit moderne alternatief kan dankzij z’n vrije zithouding veel beter overtuigen. Toch niet helemaal je ding? Ga dan High in the Sky met een van de drie torenattracties of haal je een kick uit een dubbel lancerende achtbaan. ‘Liseberg’ heeft ergens écht wel een dubbele portie van wat je zoekt.

De ‘Freefall-Fanclub’ zoekt bijvoorbeeld naar een paar seconden plezier terwijl ze in sneltempo richting aardbodem vallen. AtmosFear is het plaatselijke antwoord op dit onbegrijpelijke verlangen en ’t is beslist geen kleuterversie. De ride is een indrukwekkende honderd meter hoog en staat bovendien op enkele tientallen meters boven grondniveau. Het resultaat: knikkende knieën voor Glenn, die in Stockholm nochtans ook zo’n absurd tuig overwon. Ik leg de schuld voor m’n angst echter bij het uitwerkingsniveau dat ‘Liseberg’ bovenhaalde voor deze kanjer. Een onheilspellende wachtruimte met industriële look, rookmachines en verduisterd vensterglas dat uitgeeft op een gigantische gondel; het is een geslaagde wijze om de spanningsopbouw tot het uiterste te jagen. Wanneer je op het hoogste punt vervolgens blindelings vertrouwt op de eerlijkheid van een aftellende stem, wordt het al helemaal crazy. ‘AtmosFear’ is sensatie van de allerhoogste plank en ik ervaar ‘m (gelukkig) als minder intens dan ‘Fritt Fall Tilt’ in ‘Gröna Lund’, maar oh wat ben ik blij dat het voorbij is. In 2006 – toen de constructie nog gebruikt werd als panoramatoren – zat ik er alleszins comfortabeler in.

De vallende gondel van ‘AtmosFear’ verdwijnt vlak voor hij tot stilstand komt in een enorm gebouw. Dat complex is sinds 2014 ook de uitvalsbasis voor duizenden coasterfans die hun langverwachte rondje Helix willen maken. Deze nagelnieuwe topper is begin juli zowat de enige ride van het park waar noemenswaardige wachttijden ontstaan, al overschrijden die dankzij de aanvaardbare capaciteit eerder zelden de kaap van dertig minuten. Goed nieuwsje nummer één: we hebben nog zo’n handige ‘Express Pass’ op zak om pijlsnel richting station door te steken. Goed nieuwsje nummer twee: voor ritje twee tot en met ritje zoveel komen we in een van de meest stijlvol uitgewerkte wachtruimtes van Europa terecht. Als we de oneindige meanderingen even wegdenken, is het een hypermodern doolhof van stalen wanden en daar doorheen zwevende paden. Het is ronduit simpel en sommigen ervaren het misschien als te clean, maar dankzij IMAscore’s opzwepende soundtrack en de doordachte belichting is de wachtrij van ‘Helix’ een waar feest voor m’n zintuigen. Goed nieuwsje nummer drie: ik heb er lang genoeg naar uitgekeken, het is eindelijk tijd voor ‘Helix’!

Als de verwachtingen hoog liggen, is de ontgoocheling nabij. Hou de verwachtingen dan laag, zou je denken. Maar probeer dat zelfs ‘ns wanneer iedere voorganger je probeert duidelijk te maken dat ‘Helix’ de beste achtbaan van Europa is. Het gevolg laat zich raden: na het allereerste ritje zijn buurman Thijs en ik eigenlijk helemaal niet onder de indruk. ‘Helix’ rammelt harder dan een baan na nauwelijks twee maanden hoort te rammelen en het absolute wow-element hadden we blijkbaar allebei gemist. Ik moet toegeven dat we voor dat eerste ritje ietwat ongelukkig op de tweede rij beland waren en dat die positie inderdaad allesbehalve ideaal is. Nadat we onze beugel voor een tweede maal naar beneden trekken – backseat deze keer – krijgen we eindelijk het coasterplezier waar je als fan op zit te wachten. ‘Helix’ trakteert ons op ronduit indrukwekkende airtime (zelfs in het station hangen we reeds tegen de lapbar), het snelheidsgevoel is compleet en backseat lijkt de trein eveneens een stuk vlotter te bollen. Wil je weten hoe ‘Helix’ aan haar naam komt? Zoek dan gewoon naar het meest intense gedeelte van de baan. De helix die vlak voor de tweede lancering zit, is immers top. Net zoals de met tonnen airtime gevulde heuvel die kort ná die tweede launch komt. Vanaf dan is het echter langzaam maar zeker gedaan met de pret. ‘Helix’ pronkt niet met een grootse finale en bolt bescheiden uit met flauw bochtenwerk en een inline twist die beduidend minder boeiend is dan die van ‘Blue Fire’ in ‘Europa-Park’.

De vraag die op ieders lippen brandt: is ‘Helix’ nu echt de beste achtbaan van Europa? Of zelfs van de wereld? Als je ’t mij vraagt, zijn er meer dan genoeg sterkere kanshebbers. Dit nieuwe juweeltje speelt in het Europese klassement weliswaar voor de hogere noteringen, maar er is ruimte voor verbetering. De focus ligt in mijn ogen gewoonweg te fel op inversies, terwijl het baanverloop net bewijst dat airtime-heuvels waardevoller zijn dan het zoveelste corkscrew-achtige element. En hoewel ik geen fan ben van Intamin’s kenmerkende smijt- en gooiwerk, hadden de lanceringen en de laatste bochtencombinatie toch echt een beetje krachtiger gemogen. De treintjes vind ik – net zoals in Rust – dan weer een zaligheid. Mack deed met ‘Helix’ hoe dan ook een mooie poging om eindelijk coasters op wereldniveau te gaan bouwen en mits enige finetuning zie ik nog geweldige mogelijkheden in dit concept. Ik hoop dus dat de Duitsers nog meer kansen krijgen om zich in dit segment te bewijzen. Ze kunnen het duidelijk wel.

Het zijn de Rode Duivels die op dinsdagavond bruusk een einde maken aan het verblijf in ‘Liseberg’. België voetbalt tegen de Verenigde Staten en dat is voor de Friends een geldige reden om voor de buis te kruipen in ons hotel. Ik blijf aanvankelijk nog in het park voor een fotorondje, maar meng me even later ook in de WK-gekte. België wint uiteindelijk pas tijdens de verlengingen, ‘Liseberg’ daarentegen scoorde tijdens de eerste minuut. Vanaf het moment waarop je dit park aanschouwt, weet je immers dat het plaatje klopt. ’t Is een van de meest sfeervolle plekken die ik ken, er staan een aantal regelrechte toppers en de capaciteit ligt steevast hoog. ‘Liseberg’ toont wereldwijde collega’s hoe je een pretpark succesvol moet runnen en hoe je het hedendaagse publiek verwent. Bedankt voor de hartelijke ontvangt, bedankt voor de smakelijke extra’s en bedankt om zowat elk ander Europees pretparkbezoek te degraderen naar een teleurstellende ervaring…

Ben jij die ene pretparkfan die al negentig jaar op Pluto woont? Zo, dan weet je wellicht niet dat Göteborg de thuishaven van een geniaal stadspark is. Andere parken doen hun uiterste best om de kenmerkende klasse en precisie te evenaren, maar de hoofdprijs voor tijdloos entertainment blijft in Göteborg liggen. Het park belandt met recht en reden op het verlanglijstje van ieder zichzelf respecterend pretparkliefhebber en haalde in 2014 ook de agenda van de Rollercoaster Friends, wellicht met dank aan ‘Helix’. Het is echter maar zeer de vraag of dit stuk Duitse staal de enige goeie reden was om een tweedaagse stop in Göteborg te verantwoorden, want ‘Liseberg’ is zoveel meer dan dat. Van de kleinste kindermolen en het gezelligste bankje tot de minutieus in elkaar gepuzzelde berg gebogen staal; het is een eer om in ‘Liseberg’ te mogen zijn en het park te mogen beleven. Van zodra de bus op woensdag 2 juli op de autosnelweg richting Oslo invoegt, staren honderd ogen vol heimwee naar het walhalla dat zich aan de andere kant van het vensterglas bevindt. De stralende ochtendzon verlicht een door hout en staal gedomineerde skyline en we beseffen dat de twee afgelopen dagen garant stonden voor heel wat mooie herinneringen. Tot snel, ‘Liseberg’. Je was geweldig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s