Tropisch Azië – Singapore (deel 2)

Geheugentest voor trouwe lezers. Welke zangeres wekte me in Tokyo steeds uit m’n slaap? Kleine hint: de titel van haar bekendste nummer beschreef perfect mijn humeur terwijl ik me klaar maakte voor een dagje ‘DisneySea’. Indien je het antwoord niet weet, ga je terug naar m’n Aziatische verslagenreeks uit april. Je gaat hiervoor niet langs start en ontvangt geen honderd Singapore Dollar. Wie het antwoord wel weet, verdient die evenmin. Je mag daarentegen wel kennis maken met mijn reisgenoot. Want hoewel we intussen al aan het derde van de vijf Azië²-reports beland zijn, kwam ik voorlopig nog niet verder dan wij, we, ons en onze. Hoogste tijd om te onthullen dat ik deze tropentrip deelde met *tromgeroffel*… Jan! Vergis je trouwens niet: ondanks die ietwat anonieme naam is Jan allesbehalve gewoon. Alleen al z’n voorliefde voor cocktails maakt Jan tot m’n gedroomde reisgezelschap, en dan heb ik het nog geeneens over z’n voorkeur voor decadente hotels gehad. ’t Is dus fijn om met Jan te reizen. Slechts één minpunt kan ik onmogelijk omzeilen: hij verkiest Ke$ha boven de Zweedse godin die Loreen heet. Wakker worden op de tonen van ‘Euphoria’ is dus helaas niet aan de orde in Singapore. Wel positief is het feit dat Jan z’n iPhone me met ‘Timber’ exact 37 seconden geeft om op te staan. Vanaf dat moment begint Pitbull immers mee te mompelen; een geldige reden om het nummer vroegtijdig af te breken.

DSC07644

Nog een leuk weetje: Jan is een groene jongen. Begrijp me niet verkeerd… Hij lanceert met z’n Duitse bolide wellicht meer broeikasgassen in de lucht dan een gemiddelde industriestad doet, maar Jan hoùdt van de natuur. Dat wordt me alleszins duidelijk wanneer hij me vertelt wat we deze voormiddag gaan doen, namelijk plantjes kijken en soft-hiken. Het kijk-‘ns-naar-een-plant-festijn vindt plaats in de beroemde botanische tuinen, die net buiten het stadscentrum liggen. We arriveren er – ecologisch als we zijn – na twintig minuutjes milieuvriendelijk metrorijden. Kan Groene Jan de Groene Glenn in mij naar boven halen? Ik ben benieuwd.

DSC07465

Nauwelijks een uur hebben we nodig om te ontdekken dat het antwoord op die vraag negatief is en blijft. Ligt dat aan de ‘Singapore Botanic Gardens’? Neen! Deze plantentuin is immers in alle opzichten indrukwekkend. De oppervlakte is immens, de lay-out overzichtelijk en het onderhoud piekfijn. Ieder wezen met enige passie voor tuinen en groen beleeft hier dan ook een extase van jewelste. Mijn voorliefdes liggen echter op andere fronten en ik ervaar de hitte in dit park als de meest ondraaglijke van de hele vakantie. Dus ja, ik ben best een gelukkig mens wanneer ik opnieuw in de koelte van het MRT-station sta.

Ons tweede momentje met de natuur vindt plaats in heel andere omstandigheden. Meer dan een kwartier ondergronds sporen is er immers niet nodig om het verschil te maken tussen een felle, broeierige zon en het donkergrijze landschap rond ‘Harbourfront Station’. We zien de bui al hangen. Letterlijk. Ik haal m’n paraplu boven en we beginnen aan onze beklimming van de honderd meter hoge Mount Faber, de heuvel waarop het gelijknamige natuurpark gelegen is. Dit is het beginpunt van de ‘Southern Ridges’-trail, een negen kilometer lange, heuvelachtige wandeling langs de zuidkust van Singapore. Interpreteer de woorden ‘trail’ en ‘hiken’ overigens niet zoals in een gemiddeld Amerikaans nationaal park, want Singapore vult die begrippen helemaal anders in. In de ‘Southern Ridges’ loop je immers steeds over verharde, perfect onderhouden paden. Bovendien genieten we niet uitsluitend van het exotische natuurschoon, maar springt ook de door mensenhanden gebouwde architectuur in het oog. Het mooiste voorbeeld hiervan is ‘Henderson Waves’, een schitterende voetgangersbrug die over de vallei tussen twee afzonderlijke natuurparken zweeft. Minder hoog – maar beslist niet minder indrukwekkend – is de ‘Forest Trail’ die een eindje dieper in het park te vinden is. Dit stalen wandelpad loopt op een hoogte van zowat achttien meter en scheert zo rakelings langs de boomtoppen. Helaas bereiken we de ‘Forest Trail’ niet. Na regen komt immers opnieuw zonneschijn en zonneschijn betekent in Singapore absurde hitte. ’t Is alleszins veel te benauwd om negen kilometer aan een stuk te klimmen en dalen. We besluiten dus wijselijk om de tocht vroegtijdig af te breken en keren terug naar Mount Faber. Vanaf de top van deze heuvel is vooral het panoramische aspect imposant. Voor de wolkenkrabbers van downtown Singapore kijk je in noordoostelijke richting, terwijl er zich in het zuiden één grote oase van plezier en vrije tijd uitstrekt: Sentosa. En dat is exact de plaats waar we zo dadelijk heen willen.

DSC07455 DSC07479 DSC07480 DSC07477 DSC07472

Op Mount Faber wisselen sierlijk aangelegde tuinen en dito pleintjes zich af met schijnbaar ongerepte stukjes regenwoud. Ten midden van dit natuurschoon plofte men helaas een afzichtelijke blokkendoos uit beton neer. Deze zogenaamde ‘Jewel Box’ doet z’n best om elke mogelijke cent uit afgepeigerde toeristen te slaan. Die toeristen worden verleid door de koele binnentemperatuur, maar moeten daar wel weerstaan aan te dure restaurants, een schreeuwerige souvenirshop en ‘de toiletten met het mooiste uitzicht van Singapore’… Tja, mits goeie marketing kan je inderdaad àlles promoten. Groene Jan en ik ontkomen er niet aan en checken de (inderdaad wel erg knappe) toiletten, waarna we lunchen onder een ventilator op het panoramaterras. Aziatische noedels smaken trouwens verrassend lekker wanneer je uitzicht bepaald wordt door een grootse kabelbaan (1), cruiseschepen (2), een paradijselijk eiland (3) en – last but certainly not least – een internationaal geroemd themapark (4).

DSC07456

Je zit te wachten op nummer 4? Eerlijk gezegd: ik ook. ‘Universal Studios’ staat hoog op mijn verlanglijstje, maar we bewaren het (weliswaar met enige pijn in het hart) voor later. We nemen daarentegen wel reeds nummer 1 en zweven hoog boven nummer 2 richting nummer 3. Het eiland waar we onze namiddag doorbrengen, is het wereldberoemde Sentosa. Sentosa is voor Singapore wat Djurgården voor Stockholm is: een groene long en een leisure-icoon op een steenworp van het stadscentrum. Dat er zowel op de Zweedse als de Singaporese variant een legendarisch pretpark gevestigd is, vinden wij natuurlijk extra awesome. Maar toch is dit in beide gevallen slechts een van de vele facetten die het de moeite waard maken. Tot zo ver de vergelijking tussen Sentosa en Djurgården, want uiteindelijk hebben deze eiland een totaal verschillende identiteit. Op zoek naar het culturele aspect en de musea uit Stockholm? Tevergeefs: op Sentosa geniet je van de zon, het strand en nauwelijks van intellectueel entertainment. Sounds fun? It sure is!

DSC07502 DSC07490

De kabelbaan dropt ons na een visueel ijzersterke ervaring netjes in het centrum van Sentosa. Van daaruit leiden enkele grote wandelroutes langs exotische vegetatie naar de verschillende attracties die het eiland rijk is. Noem me gerust een freak, maar het voelt – net zoals de ‘Night Safari’ van gisteren – als een bescheiden pretpark aan. Twee kabelbanen en een naar pils (!) gethematiseerde panoramatoren versterken dat gevoel, net zoals de gigantische ‘Merlion’ die op een prominente plek als weenie fungeert. Ik voel me meteen helemaal thuis en zie de al minstens even pretparkachtige ‘Skyline Luge’ meteen zitten. Deze vrij unieke attractie zoekt de middenweg tussen een kartcircuit en een rodelbaan. Het principe is simpel: je raast, zittend op een eenpersoonskarretje, een bochtige afhellende racetrack af. Supersonische snelheden bereik je niet, maar ‘Skyline Luge’ is beslist een fijne variant op de alom bekende rodelbaan. Het grootste probleem van die klassieker wordt hier immers mooi omzeild: je voorganger. Je kent dat hatelijke gevoel ongetwijfeld. Net wanneer je snelheid acceptabel wordt, merk je dat de kleuter of oma voor jou z’n rem maar niet kan loslaten. Weg fun, weg ervaring. Op Sentosa is de oplossing eenvoudig: steek die slak gewoon de loef af en doe alsof er niks gebeurd is. Extra leuk is de splitsing in het parcours, van waaruit twee aparte tracks zich een weg naar beneden banen. Het motto van ‘Skyline Luge’ is dan ook toepasselijk: ‘Once is never enough’. En inderdaad… damn, het werkt verslavend.

DSC07521 DSC07518 DSC07516

Drie keer – en twintig Singapore Dollar later – houden we het (helaas) voor bekeken. ‘Skyline Luge’ was buitengewoon tof, maar één ding heeft een nog hogere entertainmentwaarde: de kunst van het jaloers maken. België ontwaakt op dit moment onder een grijze, regenachtige hemel. De temperatuur geraakt er met moeite aan een graad of tien, de kille wind bevestigt dat het herfst is. Op zulke momenten kan ik me gewoonweg niet bedwingen en voel ik me verplicht mijn Facebookstatus te updaten. Dat de hemel boven Singapore al minstens even dreigend oogt, vergeet ik daarbij subtiel te vermelden. In plaats daarvan benadruk ik de zwoele vijfendertig graden, de gezellige strandbar onder wuivende palmen en de cocktail waar ik momenteel aan nip. Ik kan wel wennen aan het leven op ‘Siloso Beach’. Als we de duistere onweerswolk en de niet zo idyllische olietankers voor de kustlijn wegdenken, wanen we ons namelijk op de voorpagina van een exotische reisgids.

DSC07536

Ook het meer familiaal gerichte ‘Palawan Beach’ scoort hoog op de paradijselijke teller en levert verplichte plaatjes op. Op die plaatjes hangt een palmboom vervaarlijk over de waterlijn, zie je een touwbrug over ondiep water zweven en wijst een trotse toerist naar het bordje ‘The Southern Most Point of Continental Asia’. Ik sta zuidelijker dan ik ooit geweest ben, de evenaar en Indonesië liggen binnen handbereik. Dat is best cool, maar omwille van de regen minder magisch dan je zou denken. Op enkele passanten na, blijven de beide stranden immers doods en leeg. Bovendien kan ik maar moeilijk wennen aan de enorme vloot vrachtschepen die onsubtiel aan de verder zo goed als perfecte horizon liggen. Vergelijk het met ‘Top Thrill Dragster’ die boven ‘Sleeping Beauty Castle’ gebouwd wordt; een overduidelijk foute boel.

Nu we het toch over een ‘foute boel’ hebben, neem ik je graag mee naar het nachtelijke entertainment op Sentosa. Je vindt op dit eiland niet alleen een dag-, maar tevens een avondvullend programma. Daarvoor zorgen de talrijke restaurantjes rond ‘Resorts World’, Universal’s ‘Horror Nights’ en een bescheiden showaanbod. Het eindeloze en oersaaie waterspektakel van ‘Lake of Dreams’ kan je alvast zonder enige pijn in het hart overslaan. De reacties van andere toeschouwers liegen er niet om. We beginnen met een aanzienlijke massa kijklustigen, maar evolueren al snel naar een chaotische massa waarin niemand nog geïnteresseerd is in het zielige fonteintje waar alles aanvankelijk om draaide. Meer toeschouwers zijn er bij ‘Songs of the Sea’. Dit spektakel draait twee maal per avond en lokt zowat zeven jaar na de première nog verrassend veel volk. De locatie is alvast schitterend: deze show speelt zich af op het strand en rond een paaldorp in het water. Het publiek kijkt vanop een grootse openluchttribune toe. Ik hou van het zomerse sfeertje dat er hangt, maar heb daarmee helaas zowat al het positieve aangehaald. ‘Songs of the Sea’ blijft verder hangen in haar flinterdunne verhaallijn, vage personages en een te simpele collectie special effects. Indien je geen Disneywaardige avondshows gewend bent, kan het misschien nog relatief vermakelijk ogen. Maar in alle andere gevallen raad ik je aan twintig dollar rijker te blijven.

DSC07529 DSC07533 DSC07550 DSC07562

Een nieuwe dag, een nieuwe quizvraag. Waar in Singapore bevind ik me wanneer ik omsingeld ben door bedenkelijk Engels sprekende mannen met een gitzwart eightieskapsel en een bijpassende enorme snor? En voor alle duidelijkheid: ze zijn talrijk. Heel erg talrijk. Ze zwermen gehaast door de straten of zitten met een krant op het voetpad. Ze zijn allen gekleed in veel te grote hemden en lijken constant ‘Thank you come again’ te scanderen. Het correcte antwoord is Little India, een plaats waarvan het sfeertje nauwelijks te beschrijven valt. Hoewel ik nog nooit een voet in India heb gezet, geeft deze Singaporese wijk me een realistisch beeld op de wanorde die in metropolen als Delhi en Mumbai moet heersen. Bovendien wordt Little India dit weekend drukker bezocht dan gewoonlijk en daar is Deepavali verantwoordelijk voor. Dit hindoeïstische feest van het licht duurt vijf opeenvolgende dagen en wij belanden er middenin. De straten worden versierd met tientallen buitengewoon kitscherige bogen en de eightieskapsels met snor begeven zich massaal naar de religieuze sites. Er staan op deze zaterdagmiddag dan ook honderden XXL-hemden te dringen om de centraal gelegen ‘Sri Veeramakaliamman Temple’ te betreden. Een met lederen sandalen bezaaide stoep en een bedenkelijke verkeerschaos zijn de logische gevolgen.

DSC07589 DSC07586

Nog meer Indische madness in het ‘Mustafa Centre’, een winkelcentrum dat in fel contrast staat met de kleurige, ietwat vervallen geveltjes van ‘Little India’. In het ‘Mustafa Centre’ kan je voor quasi elk item terecht en dat op elk tijdstip van de dag. Zin om midden in de nacht een kitscherig bommaservies te kopen? Zit je om vier uur ’s ochtends opeens zonder toiletpapier? Meteen een peperduur juweel meenemen voor vrouwlief? ‘Mustafa Centre’ is in al deze gevallen jouw place to be en de door tl-buizen bepaalde kilheid krijg je er gratis bij.

DSC07592

‘Little India’ is dus een aparte ervaring, maar het is meteen ook de enige Singaporese wijk waar ik me niet volledig comfortabel voel. Ligt dat aan de drukte van Deepavali of aan mijn onbestaande affiniteit met eightieskapsels, zwarte snorren en bizar grote hemden? Geen idee. Het is echter gewoonweg een feit dat ik andere stadsdelen fijner ervaar. Om dat meteen met een passend voorbeeld te staven, nemen we de metro naar ‘China Town’. Net zoals dat in tientallen andere grootsteden op deze planeet het geval is, huisvest ook Singapore een enorme hoeveelheid Chinese inwijkelingen. Hier moeten ze het gelukkig niet doen met een groezelige clichéversie waarin vuilnis door de smalle stegen slingert en honden en katten achterna gezeten worden door bloeddorstige samoerai (of heb ik beeld te danken aan Marc Terenzi?). Integendeel: ‘China Town’ is ruim opgezet, kraaknet en door middel van slimme overkappingen zelfs grotendeels beschut tegen de alweer heftige regenvlagen. Toch mis ik geen moment dat typische gevoel van een doorsnee Chinese wijk. Ook in Singapore hangen kleurige lampions schijnbaar willekeurig door een complex stratennetwerk en stellen voedselverkopers de meest bizarre (zee)creaturen tentoon achter hun uitstalraam. Middenin de massa van marktkraampjes en onleesbare tekens ontdekken we trouwens de ongelooflijk mooie ‘Buddha Tooth Relic Temple’. Dit gratis te bezoeken gebouw blijkt binnenin bovendien minstens even indrukwekkend als langs de buitenzijde, waardoor je hier beslist een korte tour hoort te maken. China op z’n best.

DSC07598 DSC07602 DSC07599 DSC07614

We zijn intussen al enkele dagen van ’s ochtends tot ’s avonds laat onderweg. In combinatie met de loden hitte eist dat op een gegeven moment z’n tol. Gelukkig doet het dat op een tijdstip dat we reeds uitgerekend hadden. Groene Jan en ik kunnen dus de hele zaterdagmiddag chillen in het hotel. Even helemaal weg van de megalomane shoppingcentra, de dure cocktails en de drukke metrolijnen. In plaats daarvan opteren we gewoon voor platte rust. ’t Is geen overbodige luxe dat Ke$ha zich in de vooravond opnieuw laat horen. Zij wekt ons bruusk uit het broodnodige middagdutje, maar daar is een uiterst goeie reden voor: ’t is zaterdagavond in Singapore!

Een toeristische stad met ruim vijf miljoen inwoners bruist op quasi elk moment van de energie, maar een weekendavond blijft de beste manier om van het uitgaansleven te proeven. Eerste punt op de agenda: een lekker hapje eten bemachtigen. We hopen onze gading te vinden in ‘Chijmes’, een prestigieus concept dat rond een historisch kerkje opgebouwd werd. De terrasjes liggen hier op verschillende niveaus en het geheel oogt best sfeervol. Het overgrote merendeel van de tafeltjes blijft echter leeg, wat wellicht deels aan de relatief hoge prijzen te wijten is. Te weinig volk en te duur… ‘Chijmes’ wordt het ondanks haar aantrekkelijke setting dus niet.

DSC07655

Situatieschets. Het is een heldere avond, de temperatuur schommelt rond een graad of dertig en er waait een uiterst zacht briesje. Aan de oevers van een rivier klinken honderden koppeltjes en vriendengroepen met een drankje op het weekend. De ene na de andere mysterieus verlichte toeristenboot schuift op datzelfde moment zachtjes over het wateroppervlak voorbij. Tientallen pastelkleurige gevels verhullen evenveel exotische restaurantjes met gezellige terrassen langs de waterkant. Deze terrassen zitten nokvol; geen stoel blijft onbenut. Het drukke geroezemoes van de uitgelaten menigte mengt zich met streepjes livemuziek. Reeds aan het wegdromen? Honderd procent terecht, want dit is sfeerschepping van het hoogste niveau. Ik verzin het dromerige tafereel echter niet. Het is immers niets meer dan een letterlijke momentopname in ‘Clarke Quay’. Deze moderne voetgangerszone werd aan weerszijden van de Singapore River opgetrokken en is dé hotspot als het draait om eten, drinken en plezier. Op zaterdagavond heerst hier een drukte van jewelste en we zijn bijgevolg aangenaam verrast wanneer we nog een cosy dinertje onder de sterrenhemel kunnen scoren. Voor een peperdure tafel langs de waterlijn en de daarbij horende kaviaar, kreeft en champagne passen we vriendelijk. Ons budgetvriendelijke alternatief scoort culinair misschien minder verfijnd, maar zorgt financieel voor de nodige reserves. Een reserve die ik later op de avond rijkelijk investeer in Hendrick’s, Fever Tree en komkommerschijfjes.

DSC07674 DSC07677

‘Clarke Quay’ en het aangrenzende ‘Boat Quay’ worden vaak in één adem genoemd omdat het opzet identiek is. Beide wijken barsten immers van de eetgelegenheden en profiteren van hun prominente locatie langs de schilderachtig kronkelende Singapore River. Zelfs de restaurantconcepten zijn in vele gevallen gelijk: de schattige zeewezens van de menukaart zwemmen er vrolijk rond in enorme aquaria aan de ingang van de zaak. Maak je keuze en een halfuur later ligt meneer krab of mevrouw langoustine reeds op je bord, vaak vergezeld van een glaasje veel te stevig geprijsde Chardonnay. Budgettair gezien lijkt ‘Boat Quay’ me trouwens de betere optie voor een maaltijd, maar de classy sfeer en het hedendaagse uiterlijk van ‘Clarke Quay’ ontbreken er helaas.

Wie de Singapore River stroomafwaarts volgt vanuit ‘Clarke Quay’, belandt via ‘Boat Quay’ aan Marina Bay. Het punt waar de rivier uitmondt in deze watermassa wordt bewaakt door de ‘Merlion’. We zijn dit legendarische Singaporese icoon al tegengekomen op ‘Mount Faber’ en Sentosa, maar aan Marina Bay ontmoeten we de beroemdste versie. Dit parelwitte standbeeld symboliseert de originele betekenis van de naam Singapore (Lion City) in de leeuwenkop en de oorsprong als vissersdorp in het meerminachtige lichaam. ’t Is best een mooi ding en dankzij een indrukwekkende achtergrond vol wolkenkrabbers hoor je hier als toerist gewoonweg een verplichte foto te maken. Vervolgens komt Groene Jan met een idee. Hij wil ditmaal (gelukkig) niet naar een plantentuin of een ander zweterig natuurpark, maar wel naar de top van die skyline. Groene Jan, dat zie ik zitten!

De skyline van Singapore is weliswaar minder hoog en uitgestrekt dan die van pakweg Tokyo of Hong Kong, maar sommige wolkenkrabbers blijven op z’n zachtst uitgedrukt imposant. Een van de daar bovenuit torenende exemplaren is ‘One Raffles Place’, dat op de bovenverdieping pronkt met de decadente cocktailbar ‘1Altitude’. Wereldwijd zijn er tientallen bars die zich op de hoogste etage van een gebouw vestigden. Ik denk bijvoorbeeld aan de ‘SkyBar’ waar we in Kuala Lumpur onze dorst stilden. Maar ‘1Altitude’ gaat nog verder dan dat. Deze zaak werd namelijk letterlijk op het dak gedropt en is dankzij haar duizelingwekkende 280 meter zo ’s werelds hoogste openluchtbar. ’t Kost dankzij de pijlsnelle lift gelukkig weinig moeite om richting 63ste verdieping te razen. Wanneer we daarboven arriveren, belanden we in een discotheekachtige setting. Dreunende housebeats en kleurig verlicht loungemeubilair bepalen de eerste indruk. Ik heb er mijn twijfels bij of het clubconcept echt aanslaat: ‘1Altitude’ wordt door vele bezoekers gewoonweg benut als een interessant uitkijkplatform. Het publiek is dus uitermate divers en veel dansmoves spotten we voorlopig niet. Het 360° panorama verantwoordt daarentegen meteen waarom je dertig dollar neertelde voor een toegangskaart. De miljoenenstad fonkelt op deze heldere avond als nooit tevoren. Iconische gebouwen baden in een mysterieus sfeertje, het ingewikkelde stratenplan wordt herleid naar een reeks flinterdunne, oranje verlichtte lijntjes en zelfs ’s werelds hoogste reuzenrad is niet meer dan een piepklein ringetje aan de horizon. ’t Feit dat we dit surrealistische schouwspel mogen waarnemen met een gin-tonic of ‘Singapore Sling’ (de nationale cocktail van Singapore is werkelijk goddelijk) in de hand, maakt het geheel pas echt awesome.

DSC07692 DSC07695 DSC07690

Genieten met een grote G en onverwachte voorpret met een grote V. De knapste views scoor je op ‘1Altitude’ immers in oostelijke richting, aan de overzijde van Marina Bay. Daar staat het hotel dat Singapore wereldwijde identiteit schonk: ‘Marina Bay Sands’. En het toeval wil dat we er één dag later inchecken voor een luxueus verblijf. Een veelbelovend vooruitzicht, al gaan we er morgen waarschijnlijk niet uitgerust arriveren. Het nachtleven lonkt namelijk net iets te verleidelijk en uitrusten doen we morgen wel aan het beroemde infinity pool… Tot morgen, tot in ‘Marina Bay Sands’!

DSC07703

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s