Tropisch Azië – Singapore (deel 1)

Stel je voor: je hebt acht uur lang op een verouderde trein over Maleisische sporen gehobbeld, snakkend naar een luttel minuutje slaap. Wanneer die minuut wegens extreme vermoeidheid eindelijk aanbreekt, word je ruw gewekt door het boordpersoneel. Je bedankt voor het ronduit zielige ontbijt en telt de seconden af tot de geplande aankomst om zeven uur ’s ochtends. Wanneer de deuren zich uiteindelijk met enige moeite openen, sta je op een kil en grijs perron dat minutieus van de buitenwereld wordt afgeschermd door stevige tralies en niet mis te verstane laagjes prikkeldraad. Maar achter dat betonnen decor vol dreigende verbodsborden ligt een andere wereld. Wie het hekwerk wegdenkt, ziet namelijk palmbomen oplichten in de eerste zonnestralen van de dag. Vergeet dus dat grauwe station, de ongemakkelijke treinrit en bijt nog even op de tanden voor de verplichte douanecontrole. Want van zodra de beambte je paspoort afstempelt, sta je in die andere wereld. De haast perfecte wereld die zich Singapore mag noemen.

DSC07369

‘So this is your first time in Singapore?’ vraagt de meest aimabele taxichauffeur die ik ooit ontmoette. We antwoorden bevestigend. ‘Oh I’m sure you’ll love it, even during this raining season.’ Tja, dan van dat regenseizoen wisten we natuurlijk op voorhand. Toch zijn de tropische onweersstormen moeilijk te visualiseren wanneer we vanuit de taxi naar buiten staren. Het is immers een perfecte ochtend. De zon brandt vrolijk door de raampjes en enkele onschuldige wolkjes draperen zich in de verder strakblauwe lucht. Het voelt een beetje als ‘Disney World’: langs de brede lanen is het gras groener dan je in elke niet-ideale stad voor mogelijk houdt. Exotische vegetatie omzoomt de straten en lijkt soms net iets te perfect getrimd om natuurlijk te zijn. Het plaatje wordt vervolledigd wanneer we door de voorruit het silhouet van een grootstad zien opdoemen tussen het groen. Net zoals ‘Tower of Terror’ verschijnt van zodra je onder de toegangsboog van ‘Walt Disney World’ rijdt dus. Naarmate de stad van staal en beton nadert, ruilen we de jungleachtige natuur in voor chique buitenwijken. Zuiderse witgekalkte residenties staan er zij aan zij, enkel gescheiden door (alweer) veel te groene tuinen. Irrigatie-installaties draaien vroeg in de ochtend op volle toeren om het perfecte plaatje te beschermen tegen de nu reeds verschroeiend hete zon. Hitte die ons extra duidelijk wordt wanneer we de taxichauffeur en z’n hemelse airconditioning vaarwel zeggen. ‘Enjoy your stay in Singapore!’ roept ie ons nog na. De eerste zweetdruppels parelen reeds op m’n voorhoofd.

DSC07622

Singapore. Heel veel weet een gemiddeld westerling er doorgaans niet over. Dit minilandje – het meet amper zevenhonderd vierkante kilometer – ligt dan ook niet bij de deur. De afstand tussen dé metropool van Europa (Antwerpen) en deze metropool in Azië: een slordige tienduizend kilometer. Verwacht overigens niet dat Singapore een luguber havenstadje met krakkemikkige hutjes en houten bruggetjes is, zoals de derde ‘Pirates of the Caribbean’-film je wil laten geloven. Integendeel zelfs: het decor waar Keira Knightley doorheen roeit, kan nauwelijks verder verschillen van de huidige realiteit. Het Singapore van de eenentwintigste eeuw is namelijk een hypermoderne wereld waar constructies van staal, beton en glas de hemel in reiken. Wat die hemel teruggeeft? Hitte, heel veel hitte. De zekerheid van warm weer in Singapore is immers even groot als de garantie dat je in Bobbejaanland om twaalf uur ’s middags verveeld rondloopt. Vergeet trouwens de traditionele jaargetijden, want die bestaan hier gewoonweg niet. Februari, juni of november… overdag neigt de thermometer steeds naar een klamme vijfendertig graden. ’s Nachts afkoelen dan maar? Nah, tenzij je zesentwintig graden eerder frisjes vindt, lukt dat niet. Zo voelt het leven dus wanneer je op minder dan 140 kilometer van de evenaar woont. I could get used to this.

DSC07638

Acht uur ’s ochtends. Tweeëndertig graden en stralende zon. We bevestigen onze aankomst in Singapore met een jaloersmakende check-in op Facebook en trekken de stad in. Eerste punt op onze agenda: Orchard Road. Deze gigantische boulevard leidt rechtstreeks naar het stadscentrum en is de ideale uitvalsbasis voor wie dreigt weg te smelten in de helse temperaturen. Het dikke bladerdak filtert immers de felste zonnestralen voor ze het wandelpad bereiken, maar ook de talrijke hier gevestigde shoptempels dragen hun steentje bij. Wie aan de schuifdeuren van een dergelijke mall voorbij loopt, bevindt zich tijdelijk in een Antarctische windvlaag. Airco-installaties draaien er namelijk op maximaal vermogen in hun poging om de hitte te weren. Orchard Road combineert shopplezier dus naadloos met een welgekomen verkoeling. Bovendien heeft men hier werkelijk over álles nagedacht. Want hoewel heteromannen elders in de wereld een hekel hebben aan winkelen, is in Singapore het tegendeel waar. Nabij de ingang van eender welke mall kunnen ze immers subtiel van een visueel feestje smullen. Zomers geklede vrouwen en een plotse temperatuurdaling… je begrijpt me.

Terwijl de heren zonder schaamte het loslopend wild keuren, shoppen de dames al minstens even schaamteloos de credit card van meneer leeg. Tientallen shoppingcentra vestigden zich langs Orchard Road, het ene nog decadenter en gigantischer dan het andere. Twee dingen hebben ze echter allen met elkaar gemeen: de lage temperaturen en de exuberante prijscategorie. Op zoek naar een simpele jeans van pakweg Zara of H&M? Dan is Orchard Road niet meteen the place to be. Dat commerciële segment wordt hier namelijk vertrappeld door meneer Vuitton, mister Gucci en andere welbekende namen. Ze zitten werkelijk in elke mall en worden daar vaak zelfs door meer dan één winkel vertegenwoordigd. Overal treffen we hetzelfde tafereel aan: achter de gesloten deuren staan een brede security guard en meerdere piekfijn uitgedoste verkoopsters geduldig te wachten op die ene mogelijke klant. Maar het blijft doorgaans akelig stil in de luxeboetieks en zelfs de meest toegewijde verkoper geraakt verveeld nadat de toonbank voor een vijfde keer opgeblonken werd. Ik twijfel er echter geen moment aan dat één peperdure handtas of één paar designerlaarsjes hier al een bevredigende dagomzet met voldoende nullen voor de komma realiseert. En dat brengt ons naadloos bij het bedrag dat ik aan shopping gespendeerd heb op Orchard Road: nul komma nul Singapore Dollar. Oh wat ben ik trots op mezelf.

DSC07410

DSC07414

Je hoeft gelukkig niets te kopen om van deze beroemde boulevard te genieten. Ook puur visueel is Orchard Road een bezoekje meer dan waard. Kijk gerust naar de interessante passanten in de krioelende mensenmassa of laat je verbazen door de indrukwekkende architectuur. Eyecatchers zijn de bizar grootse shopping mall ‘Ngee Ann City’ – al valt die binnenin stiekem een beetje tegen – en het surrealistische exterieur van ‘Ion Orchard’. Met zo’n vierhonderd retailers is dit sowieso een van de grootste malls in de stad, maar de aandacht wordt voornamelijk getrokken door een gigantische led-muur en het op de zesenvijftigste verdieping gelegen panoramadek ‘Ion Sky’. ‘Ion’ is dus niet zomaar een winkelcentrum, maar wel een heuse ervaring.

DSC07425

DSC07421

We zijn hier nog maar enkele uren, maar zien Singapore reeds elk besef van tijd opslorpen. Ligt het aan de vermoeiende treinrit van afgelopen nacht, aan de bizarre verhouding tussen binnen- en buitentemperaturen of aan de vroege kerstdecoratie? Tja, dennenbomen en slingers werken inderdaad een beetje desoriënterend op 31 oktober, en al helemaal wanneer je ze in deze tropische omstandigheden aantreft. Orchard Road negeert subtiel dat het vandaag Halloween is en stimuleert reeds het eindejaarsgevoel. Vooral ‘Paragon’ – alweer een gigantische mall met schandalig dure boetieks – is er vroeg bij met haar engeltjes en grootse kerstboom. We zullen die decoratie tijdens de komende dagen trouwens nog vaak genoeg kunnen bewonderen, want recht tegenover ‘Paragon’ ligt ons hotel voor de eerste drie nachten: ‘Grand Park Orchard’.

DSC07431

Ik heb in het verleden best al een aantal mooie hotels mogen uitproberen; vaak hotels die zich op een of andere manier onderscheiden van de rest. Ik denk maar aan het fonteinenmeer bij ‘Bellagio’ of aan de themahotels in verscheidene pretparken. ‘Grand Park Orchard’ geeft echter een geheel nieuwe invulling aan het begrip ‘opvallen’: je kan de weg naar dit hotel namelijk gewoonweg ruiken. Ik wil daarmee niet insinueren dat het beddengoed reeds jaren niet verschoond werd of dat de keuken bedenkelijke maaltijden aflevert. Integendeel zelfs. We volgen gewoon onze neus naar een van ’s werelds meest herkenbare geuren en arriveren automatisch bij ‘Grand Park Orchard’. Schuldige van dienst is de ‘Abercrombie & Fitch’ die letterlijk onder het hotel gevestigd is. Zoals elders in de wereld deint het bekende parfum van de keten uit tot in de wijde omgeving. Deze regelrechte aanslag op je reukzin wordt gelukkig ruimschoots gecompenseerd door de personeelsleden die (tevens naar goeie gewoonte) allesbehalve een straf zijn om naar te kijken. Maar ook naast dit fijne, locatiegebonden extraatje laat ons hotel niets te wensen over. We zitten op een drukke straathoek, centraal tussen de beroemdste malls en twee metrostations. Het opvallende exterieur – bestaande uit stalen balken en een gigantisch ledscherm – is een regelrechte eyecatcher, net als de openluchtbar ‘Bar Canary’ aan het zwembad. We tellen hier voor een cocktail weliswaar een klein fortuin neer, maar slapen nadien dubbel zo goed in onze moderne standaardkamer. ’t Is bovendien fijn om te weten dat er ’s nachts iemand over je waakt. In dit geval is dat de blonde juffrouw die zich boven m’n bed gevestigd heeft. Ze wenst ons eveneens een welverdiende siësta toe wanneer we in de vroege namiddag duidelijk beginnen te lijden onder de voorafgaande slapeloze nacht. Van de hevige onweersstorm die op dat ogenblik over Singapore trekt, krijgen we dus maar weinig mee. Ja, ook de weersomstandigheden contrasteren enorm in deze stad.

DSC07418

DSC07420

Als een goed toerist hoor je te doen wat een goed toerist doorgaans doet. Dat houdt in dat je domme beslissingen neemt, veel te veel geld uitgeeft aan matige bezienswaardigheden en – liefst zelfs – die beide combineert. Het domme idee van de dag: denken dat we de afstand tussen ons hotel en het nieuwe stadscentrum wel effe te voet aan kunnen. Voor dat nieuwe centrum, de moderne zone rond Marina Bay, moeten we namelijk gewoon Orchard Road gedurende drieënhalve kilometer volgen. Fluitje van een cent, zou je zo denken. Maar de vochtige hitte is moordend en we komen uiteindelijk totaal geradbraakt aan op onze bestemming. En die bestemming is, net zoals het hoort, nogal toeristisch georiënteerd.

‘Singapore Flyer’. Je hoopt misschien dat ik het nu heb over een stuk B&M-staal dat na het instappen in een vliegpositie gekanteld wordt. Maar helaas: ‘Singapore Flyer’ heeft niets met Zwitsere coastertrack of pretzel loops te maken. Met een Flying Coaster kan je immers maar moeilijk naar een hoogte van 165 meter gaan, maar een reuzenrad is daarvoor wel geschikt. Dankzij die 165 meter mag ‘Singapore Flyer’ zichzelf (op het moment van ons bezoek) ’s werelds hoogste observatierad noemen. Ter vergelijking: het sowieso al zeer imposante ‘London Eye’ doet het met dertig meter minder, al heeft de Britse tegenhanger z’n uitstraling wel beter voor mekaar. ‘Singapore Flyer’ staat ietwat verloren in een hoek die gedomineerd wordt door drukke autowegen en de daarbij horende betonnen kilheid. Ook het heuse shoppingcomplex dat zich onder het rad uitstrekt, kan me maar matig bekoren. De winkeltjes zijn er gesloten of marginaal, de uitstraling is grijs en van enige gezelligheid is er nauwelijks sprake. Kortom: hoewel het een recente nieuwigheid is – dit project werd in 2008 opgeleverd – lijkt ‘Singapore Flyer’ op het eerste zicht haast vergane glorie.

DSC07377

Tot zover het slechte nieuws over ‘Singapore Flyer’. Pluspunten zijn er onder andere voor de kostprijs, die met nog geen twintig euro opvallend betaalbaarder is dan een ritje op ‘London Eye’. Voor deze prijs krijg je trouwens best een fijne ervaring terug. De lange, doch volledig lege wachtruimte neemt ons alvast mee naar de historiek en bouw van het rad, waarna we plaatsnemen in één van de achtentwintig gondels. Met een capaciteit van ruim dertig personen zijn de capsules pretty huge, maar we kunnen er op deze kalme donderdagmiddag met nauwelijks twee andere inzittenden van genieten. Er is dus voldoende ruimte om door de glazen cilinder te kuieren en plaatjes te schieten. Plaatjes van enorme woonwijken, indrukwekkende hoogbouw en een reusachtig sportstadion in aanbouw, maar ook van de tientallen containerschepen en olietankers die rond Singapore voor anker liggen. Die zaken springen tijdens de vijftien minuten durende klim alleszins ’t meeste in het oog. Daarna – tijdens de daling – wordt het echter nog interessanter, want dan zijn de blikken gericht op Marina Bay. Deze watermassa zorgt voor enkele van de meest beroemde views in Singapore, grotendeels te danken aan de architectuur rond de oever. De wolkenkrabbers van het financiële centrum, het statige ‘Merlion’-standbeeld en een wereldberoemd (uiterst speciaal) voetbalstadion zijn maar enkele van de highlights aan de horizon. Mijn aandacht gaat echter voornamelijk naar de stalen ‘Supertrees’ in het moderne ‘Gardens by the Bay’ (hierover lees je meer in een volgende report) en het unieke design van hotel en casino ‘Marina Bay Sands’. Ook hierover lees je meer in een later verslag, want we brengen onze laatste twee Singaporese nachten door in dit indrukwekkende bouwwerk. Het zijaanzicht dat ‘Singapore Flyer’ ons op ‘Marina Bay Sands’ gunt, wakkert de goesting al aardig aan. Onze torenhoge verwachtingen zullen enkele dagen later overigens ingelost en overtroffen worden.

DSC07393

DSC07402

We zullen nog maar ‘ns met een leuk contrastje gooien: van een hoog in de lucht zwevende cabine naar een onder de grond gelegen tunnelnetwerk. Voor de terugrit naar het hotel nemen we immers de ‘Mass Rapid Transit’, vaak afgekort tot MRT. Dit metrosysteem bespaart ons het zweterige uurtje wandelen en reduceert dat naar enkele minuten ondergronds sjezen voor een lachwekkend lage prijs. Ja, deze Singaporese variant hoeft met haar hedendaagse, ruime en heerlijke koele stations en treinstellen beslist niet onder te doen voor het comfort van mijn andere favoriete metro; die in Hong Kong. We zullen de MRT tijdens de komende vijf dagen dus nog uitgebreid benutten. Haltes ‘Somerset’ en ‘Orchard’ – beiden gelegen in/onder een grootse shopping mall – zijn daarvoor onze uitvalsbasis en liggen op amper vijf minuten lopen van de ‘Abercrombie & Fitch’, a.k.a. ons hotel.

De eerste avond in Singapore. Mijn ergste nachtmerrie wordt werkelijkheid: ik neem deel aan een groepsreis. Je kent het wel… zo’n bus vol toeristen met een bedenkelijk IQ die naar een al even bedenkelijke bestemming rijdt. Het soort tripjes die ik in mijn hotelverleden probeerde aan te smeren bij achterlijke toeristen, terwijl ik diep vanbinnen hoopte dat ze m’n aanbod zouden weigeren. De conciërge van ons hotel moet wellicht eenzelfde gevoel gehad hebben toen hij ons het ‘Night Safari Package’ verkocht. Argumenten als ‘U wordt voor het hotel opgepikt’ en ‘Wij regelen alles voor u’ hadden me moeten wakkerschudden, maar helaas. Terwijl het donker wordt, zitten we immers in een bus vol idioten, plakken we een ‘Night Safari’-sticker op ons T-shirt en beseffen we dat dit écht niet ons ding is.

DSC07438

Tot overmaat van ramp vergeet ik dat het ergste aspect van de hele avond nog moet komen: de reisleidster. Een reisleider is de persoon die jouw uitstapje tot een tenenkrommend schouwspel omtovert, vaak met een ietwat arrogante en bemoederende ondertoon. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ons persoonlijke exemplaar heel weinig van dat eerste in zich had, maar dat ruimschoots compenseerde met het tweede. De busrit duurt in normale omstandigheden zowat een uur en tijdens die zestig minuten laat mevrouw de gids haar microfoon geen seconde ongemoeid. Nog voor we één stap in de nachtelijke dierentuin gezet hebben, hebben we reeds elk mogelijk Wikipediaweetje over elke mogelijke diersoort achter de kiezen. In drievoud trouwens, want mevrouw herhaalt elke passage minstens twee keer om zich ervan te verzekeren dat zelfs de domste toerist op deze planeet het begrepen heeft. Het bescheiden feestje wordt pas helemaal compleet wanneer de Singaporese wegen muurvast blijken te staan. We staan immers aan de vooravond van een verlengd weekend, waardoor de hele stad leeg lijkt te lopen richting Maleisische stranden. Gevolg: ruim veertig minuten extra quality time met de gids. Mijn lachspieren krijgen het zwaar te verduren, m’n schaamtegevoel gaat zo mogelijk nog verder. Nadat we gearriveerd zijn, houdt het kinderlijke schouwspel trouwens niet op. Ik kan thuis steeds smakelijk lachen om groepjes toeristen die door Antwerpen gegidst worden, maar hol op dit eigenste moment zelf achter zo’n statig in de lucht geheven paraplu met een daaraan bevestigd knipperlampje. En net wanneer het schaamrood me te veel dreigt te worden, komen de verlossende woorden. ‘You’re free to enjoy the park now. We’ll meet again here at…’

Ja ja ja, om kwart voor elf. Je hebt het in de bus nog maar zes keer gezegd, dus hartelijk bedankt voor deze broodnodige bevestiging. Anyway: we verlaten snel de groep en duiken de beroemde ‘Night Safari’ in. Deze vrij unieke zoo maakt deel uit van een heus complex waarin nog twee andere dierenparken gevestigd zijn. Dat zijn respectievelijk de in 1973 geopende ‘Singapore Zoo’ en de ‘River Safari’ die nauwelijks één jaar oud is. De uit 1994 daterende ‘Night Safari’ wordt echter het felst gehypet onder toeristen en dankt die status aan haar unieke concept. De poorten gaan pas open om halfacht ’s avonds, waarna je tot middernacht kan ronddwalen in een duister regenwoud vol beestjes in hun natuurlijke habitat. Klinkt zeer veelbelovend, maar dat brengt ons meteen bij het grootste minpunt voor potentiële dierenspotters. Beestjes kruipen sowieso graag weg in tropisch groen en worden in de duisternis al helemaal onzichtbaar voor het blote oog. Het nagebootste maanlicht biedt weliswaar enige houvast, maar toch zie je in vele verblijven amper beweging. Vergeet dus je eventuele bril en een aanzienlijke portie geduld niet, want je zal ze hard nodig hebben tijdens deze nachtelijke safari.

Pretparkliefhebbers opgelet: op het eerste zicht doet ‘Night Safari’ fel denken aan een sfeervol themapark. De inkomzone is in een mysterieuze Polynesische stijl opgetrokken, compleet met fakkels en junglehutjes. Een gestrand vliegtuig en een vastgereden terreinwagen verraden dat er een expeditie plaatsvindt in het gebied. Die expeditieleden – wij dus – hoeven zich echter niet onnodig moe te maken. Van zodra je de kaartjescontrole passeert, word je namelijk in een gigantische meandering geleid. M’n pretparkgevoel wordt nogmaals aangewakkerd, want dit is de wachtruimte voor de ‘Tram Safari Experience’. Deze attractie is een soort ‘Studio Tram Tour meets Kilimanjaro Safaris’ en vormt de makkelijkste manier om het park op een heerlijke luie manier te verkennen. Na een onbestaande wachttijd (het regenseizoen heeft zo z’n voordelen) leunen we heerlijk achterover en vergapen we ons gedurende veertig minuten aan de voorbij schuivende dierverblijven. Een gids laat haar stem luidkeels door de speakers van het trammetje knallen, maar komt jammer genoeg niet veel verder dan ‘No flash photography please. Excuse me, NO flash please! People in the third carriage, this is your final warning. No flash!’. Kortom: heel vaak spreekt de gids niet over de beestjes waar we aan voorbij glijden, maar die informatie hebben we gelukkig tijdens de busreis hierheen al gekregen. Ook zonder allerlei weetjes is de ‘Tram Safari’ echter een handige manier om het park te ontdekken. Daarom zeg ik: relax tijdens de ‘Tram Safari’ en ga daarna voor het sfeervolle showaanbod rond de toegangszone. Wij opteren er na de tramrit echter voor om het ganse park nog ‘ns te voet te verkennen. En hoewel we hierdoor enkele nieuwe dieren spotten, is de toegevoegde waarde in mijn ogen niet bijster groot. Het vergt immers een aanzienlijke inspanning om het sterk glooiende wandelpad te overwinnen in deze tropische vochtigheid. Terug naar de bus, terug naar de airco!

DSC07442

’t Leven van een groepsreisjestoerist is toch makkelijk. Je gaat gewoon op zoek naar de paraplu met het knipperlichtje en vindt daaronder je lieftallige reisleidster. Vervolgens wordt de groep zes keer geteld en voor je ’t goed en wel beseft, zit je weer op een autocar richting stadscentrum. Handig toch? Het minder goede nieuws: je zou verwachten dat mevrouwtje tijdens de terugreis niets meer te zeggen heeft, maar niets is minder waar. Een uur lang wordt ons duidelijk gemaakt op welke bus we moeten overstappen om veilig opnieuw in het hotel te arriveren. Een uur lang! Please, dit kan toch ook op vijf minuutjes? Gelukkig bereikt m’n slaperige roes stilaan een dermate hoog niveau dat ik het eerder als lachwekkend dan irritant ervaar. Ondanks die vermoeidheid, wijken we echter niet van onze gewoonte af om ’s avonds een kleinigheidje te consumeren in de hotelbar. We nemen dus plaats in de loungezetels naast het zwembad en vieren Halloweenavond met een gin-tonic. Ongelooflijk toch? ’t Is 31 oktober, kort voor middernacht en ik zit met cocktails op een terrasje onder de sterrenhemel met zowat dertig graden op de huid. Zaligheid in het kwadraat. Singapore heeft me op één dag reeds helemaal ingepalmd en ik ben helemaal klaar voor alles wat nog komen gaat. Morgen gaan we bijvoorbeeld naar Sentosa, het exotische vrijetijdseiland waar Singapore z’n fun in the sun beleeft. Heel veel moois waar ik al ettelijke maanden naar verlang, maar op dit moment verlang ik nog het meest naar m’n bed. Welterusten en tot morgen!

2 gedachtes over “Tropisch Azië – Singapore (deel 1)

  1. Singapore, het klinkt op basis van je verhaal en ziet er op basis van je foto’s soms een beetje uit als een wat onbegrijpelijke hypermoderne sci-fi speelgoedstad 🙂 Ik kan me voorstellen dat het bijzonder moet zijn om er rond te dwalen!

    Like

    1. Het is inderdaad niet de meest ideale bestemming wanneer je op zoek bent naar pittoreske historische steegjes. Maar ik hou wel van het hypermoderne uiterlijk en er is zo ontzettend veel te beleven dat Singapore op slag een van m’n favoriete steden werd 🙂

      Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s