Tropisch Azië – Kuala Lumpur

Het is vroeg wanneer de wekker me op maandag 28 oktober van m’n slaap berooft. Heel vroeg zelfs. Om vijf uur springt de radio aan en vraagt een nieuwslezer me om vandaag alsjeblieft binnen te blijven. Het stormt namelijk in Europa en nog geen klein beetje ook. De wind blaast over ons landje met een snelheid van ruim honderd kilometer per uur en het aantal omgewaaide bomen is nauwelijks nog te tellen. Ieder logisch denkend persoon negeert op zulke momenten de wekker, slaapt nog enkele uurtjes en maakt er een dag met dekentjes, films en warme chocolademelk. Maar helaas… ik denk niet logisch na.

10.240 kilometer. Tienduizend tweehonderdveertig kilometer! Best een eindje he? En dat is het al helemaal wanneer de weerman zelfs een bezoekje aan de supermarkt categoriseert als een riskante onderneming. Toch is die 10.240 kilometer de afstand van thuis tot aan m’n volgende bed. Wie er moeilijk in slaagt om dit eindje te visualiseren, kan er onze gemeenschappelijke hobby bij betrekken. Om 10.240 kilometer te evenaren, moet je bijvoorbeeld 6.320 rondjes ‘Silver Star’ maken, 4.515 keer ‘The Ultimate’ doen of – deze is voor de echte volhouders – 170.666 keer blijven zitten op de Waverse ‘Coccinelle’. Als het op vervoersmiddelen aan komt, pas ik echter vriendelijk voor ruim zesduizend rondjes ‘Silver Star’ en net iets minder vriendelijk voor een eindeloze ERT op ‘The Ultimate’. M’n meer comfortabele alternatief is een indrukwekkende Boeing 777 uit de vloot van Singapore Airlines. De weerman krijgt dus een subtiele, doch gemeende middelvinger; ik ga naar Azië! Of, zoals de Efteling het zou uitdrukken… Storm of geen storm, 28 oktober of geen 28 oktober, als is het tot in de eeuwigheid. Ik zal vliegen!

DSC07177

De ‘eeuwigheid’ reduceren we naar een beter houdbare zestien uur, maar dat is ruim voldoende om de storm achter ons te laten. Ook besef ik tijdens die reis dat we een juiste keuze gemaakt hebben. ‘Silver Star’ of ‘The Ultimate’ verwennen je immers niet met schattige, piekfijn uitgedoste stewardessen, ongelimiteerde cocktails en snacks op bij weg te dromen. Bovendien sta je na een ritje ‘Ultimate’ nog steeds in het gure Engeland en brengt ook ‘Silver Star’ je van punt A naar punt A. Nogmaals hoera voor Singapore Airlines; zij ruilen het grijze wolkendek boven Schiphol namelijk in voor een zonnige ochtend aan ‘KLIA’, de internationale luchthaven van Kuala Lumpur. Na een korte tussenstop in Singapore is dit immers het einddoel van onze heenreis. We draaien de horloges zeven uur vooruit, beseffen dat we vlotjes een nacht overgeslagen hebben en leggen de resterende tachtig kilometer in een comfortabele sneltrein af. Een eindeloze zee van exotische vegetatie suist aan het raampje voorbij en probeert ons iets duidelijk te maken. Wie heel goed luistert, hoort immers hoe de palmbomen fluisteren: ‘Bye bye herfstachtig Europa, hallo jetlag, hallo Maleisië, hallo Kuala Lumpur.’

Maleisië… wat gaat ie dààr nu weer zoeken?! Je gedachten zijn terecht, want ’t is geen voor de hand liggende keuze. Een halfjaar geleden kende ik het land zelfs nauwelijks. Ik wist vooral dat het ontzettend ver weg is en dat er in de exotisch klinkende hoofdstad twee megatorens rechtstreeks de hemel in reiken. Dat staaltje architectuur is bijzonder imposant, maar zou er nooit in slagen me ruim tienduizend kilometer te laten reizen. Het geldige excuus om Kuala Lumpur te ontdekken, ligt echter enkele honderden kilometers verder. Daar – op het meest zuidelijke puntje van continentaal Azië – ligt namelijk Singapore. Dit minilandje en z’n gelijknamige hoofdstad worden soms liefkozend ‘het oosterse Manhattan’ genoemd, wat me altijd een goeie reden leek om het in vette drukletters op m’n wishlist te noteren. We reizen dus voornamelijk naar Zuidoost-Azië voor het hypermoderne Singapore, maar vinden acht dagen ruim voldoende om een extra bestemming aan te vinken. Die bestemming is Kuala Lumpur, waar we grofweg achttien uur na vertrek in België de lobby van ons hotel betreden. Kapot, doodmoe en geradbraakt, maar tegelijkertijd met ontzettend veel zin in wat er ons te wachten staat.

DSC07225

Van een auto, vliegtuig en shuttletram naar een tweede vliegtuig, een sneltrein en een taxi… ’t Is geen sinecure om in Kuala Lumpur te geraken. Wie al deze hindernissen overwint, maakt ’t dus maar beter de moeite waard. Met een kamertje in een heel leuk hotel bijvoorbeeld. Wij opteren voor het beroemde ‘Traders’, wat zich volgens verschillende bronnen tot de tophotels in de stad mag rekenen. Zoek de reden hiervoor niet enkel bij fancy suites of een unieke cocktailbar, maar denk ook – en vooral – aan de drie L’en van de hotelbranche: location, location, location. ‘Traders’ vestigde zich immers in de hypermoderne wijk ‘Kuala Lumpur City Centre’ en torent hoog boven het gelijknamige park uit. Wie een kamer aan de noordzijde van het gebouw bemachtigt (een stevige toeslag helpt je hierbij) geniet dus van adembenemende panorama’s op het levendige ‘KLCC Park’ en de daaraan grenzende ‘Petronas Twin Towers’. Om de ervaring helemaal compleet te maken, checken we trouwens in op de ‘Club Floor’. Dat levert niet alleen een grotere, net iets luxueuzere accommodatie op, maar ’t maakt de views ook nog een beetje indrukwekkender. En oh ja… de daarbij inbegrepen avondcocktail zorgt al helemaal voor pluspunten. Tussen vijf en zeven worden gasten van de ‘Traders Club’ namelijk in de lounge verwacht voor gratis cocktails en een rijkelijk buffet met warme, koude, hartige en zoete hapjes. ‘Traders Hotel’ en ‘Traders Club’ zijn dus honderd procent awesome!

Toeristen zijn pussies. Al onze voorgangers waarschuwden voor de extreme hitte en de nauwelijks te harden vochtigheid die Kuala Lumpur in hun greep houden. Vlaamse zever en Hollandse larie, want ik merk er helemaal niks van. Van de luchthaven en trein tot de taxi en het hotel… er lijkt hier een aangename twintig graden te heersen. Aan de ene kant van het vensterglas dan toch. De kant waar een hightech airconditioning op tweehonderd procent van z’n eigenlijke vermogen draait, wanhopig trachtend de Maleisische thermometer te slim af te zijn. Van zodra we ons twee seconden aan de andere zijde van het glas begeven, parelen de eerste zweetdruppels echter al op m’n voorhoofd. Als een plasje gesmolten Glenn sta/lig ik voor de eerste uitdaging van de trip: een klim van 276 treden. Juist ja, in de buitenlucht. Zonder lift. Zonder airco. Welkom in de ‘Batu Caves’.

DSC07199

De Batugrotten zijn een toeristische highlight en liggen een dikke tien kilometer ten noorden van Kuala Lumpur. Je bereikt deze religieuze site per metro of – zoals wij – met een taxi. Vanuit de wagen zien we de exotisch begroeide kliffen reeds van ver opdoemen. Ook verschijnt er aan de horizon een reusachtig gouden standbeeld dat met een venijnige grijns lijkt te denken ‘Ik ben met m’n tweeënveertig meter best hoog, maar jij gaat zo dadelijk nog hoger klimmen!’. We staan er gelukkig niet alleen voor: honderden duiven en een uitgebreide makakenkolonie houden de (overwegend westerse) toeristen graag gezelschap. Of dat gezelschap gewenst is, laat ik echter in het midden. Terwijl wij zo snel mogelijk daarboven in de grot willen arriveren, lijkt de agressieve apenfamilie zich voornamelijk op mogelijke snacks, sieraden en camera’s te focussen. Schrik er dus vooral niet van wanneer een makaak tientallen meters mee omhoog klautert via de wel erg steile trap. Opvallend: van zodra we de eigenlijke grot betreden, houdt de beestenboel het voor bekeken, wellicht afgeschrikt door de vreemde gezangen die voortdurend door de ruimte galmen. ‘Batu Caves’ is immers meer dan louter toeristenplezier; het is eveneens (en vooral) een hindoeïstische hotspot. Hindoes komen er dus om te bidden, wij beperken ons tot het verplichte beeldmateriaal. Want eerlijk gezegd: in onze Belgische Ardennen kan je beslist mooiere grotten zien zonder daarvoor liters zweet te moeten verliezen. We zijn dus blij dat we onze taxichauffeur enkele ringgit extra toegestopt hebben, waardoor hij en z’n goddelijke airco nog steeds netjes op ons staan te wachten aan de ingang van het complex. ‘Could you drive us to Berjaya Times Square please?’

DSC07208

DSC07229

Neen, ‘Berjaya Times Square’ is geen plein en ligt al helemaal niet in New York City. Toch zal deze naam bij sommigen wellicht een belletje laten rinkelen. Er zijn op deze planeet nu eenmaal niet veel shoppingcentra met een notering op RCDB, maar ‘Berjaya Times Square’ is een van de weinige gelukkigen. Het heeft deze eer te danken aan ‘Supersonic Odyssey’, wat niet eens een kleine invulattractie is. Integendeel: met 800 meter knaloranje track, een hoogte van 38 meter en drie inversies is dit een meer dan respectabele shoppingcenterachtbaan. Als dat woord al mocht bestaan, uiteraard. Een ritje leert ons dat de coaster verrassend soepel loopt, maar dat het aanwezige potentieel helaas niet geheel benut wordt. De hoge snelheid waarmee je de remsectie bereikt, maakt immers duidelijk dat ‘Supersonic Odyssey’ gerust nog een extra inversie of helix aan kan. Dit neemt gelukkig niet weg dat het sowieso een knappe prestatie is om een dergelijk grootse coaster indoor te bouwen.

DSC07239

‘Supersonic Odyssey’ is meer dan zomaar een achtbaan voor shop-a-holics. Het is ’t middelpunt van een heus overdekt pretpark. ‘Berjaya Times Square Theme Park’ (‘Mama, gaan we nog eens naar ‘Berjaya Times Square Theme Park’? Nee jongen, we zijn dit jaar al in ‘Berjaya Times Square Theme Park’ geweest, maar volgend jaar gaan we beslist terug naar ‘Berjaya Times Square Theme Park’!’. Oh wat bekt ‘Efteling’ of ‘Walibi’ toch makkelijk) staat volledig los van het winkelgedeelte en opereert ook zoals een gemiddeld pretpark. Je betaalt dus een vaste toegangsprijs, waarna alle rides onbeperkt inbegrepen zijn. Positief voor gezinnetjes, want met een prijs van 48,00 Maleisische ringgit (een kleine elf euro) biedt ’t park veel waar voor relatief weinig geld. Europese coasterfans die op een vrij unieke credit jagen, zijn echter minder goedkoop af. De overige attracties – waaronder enkele standaard flatrides en heel wat kleurrijk kinderentertainment – kunnen me namelijk niet overtuigen tot een ritje.

DSC07237

’t Leven van een cultuurbarbaar is niet zo lastig. Ik reis naar Azië, ben niet geheel ondersteboven van de plaatselijke hindoegrotten, bezoek dan maar een bizar groot winkelcentrum en opteer daar voor een typisch Amerikaanse lunch. En hoewel de roots van fastfoodketen ‘Wendy’s’ zowat vijftien tijdzones verder liggen, kan ik alleen maar concluderen dat het ook in Kuala Lumpur garant staat voor goddelijke burgers. Goddelijkheid die ‘Berjaya Times Square’ hard nodig heeft om onze kritische quotering te doorstaan. Want hoewel het exterieur en de inkomhal pure grandeur en luxe uitstralen, puilt de binnenzijde uit van crappy shops met kwaliteitsloze rommel. En dat op zowat tien etages.

DSC07231

Over winkelen gesproken… we zouden tijdens deze dubbele citytrip meer shoppingcentra dan coastercredits afstrepen en daar heeft Kuala Lumpur een aanzienlijk aandeel in. Op het coasterende winkelplezier van ‘Berjaya Times Square’ na, zijn de meeste winkelparadijzen trouwens netjes naast elkaar gelegen in de wijk ‘Bukit Bintang’. Dit drukke knooppunt van chaotische hoofdstraten vormt het kloppende hart van de uitgaans- en entertainmentbusiness. Bars en restaurants zijn er in overvloed, al dan niet geïntegreerd in shoppingtempels met klinkende namen als ‘Pavilion’, ‘Starhill Gallery’ of ‘Fahrenheit 88’, wat trouwens verwijst naar de gemiddelde temperatuur in de stad. Mis in die laatstgenoemde mall vooral de department store ‘Uniqlo’ niet en laat je verbazen door de typische kitschgadgets uit het knotsgekke Japan. Voor de beste shopping experience verwijs ik je dan weer door naar ‘Pavilion’, dat zich voornamelijk richt op de beroemde westerse concerns. Tijdens onze allereerste tropische onweersstorm blijkt het alvast een dankbare schuilplaats. En bizar genoeg gaat ’t leven in Kuala Lumpur gewoon rustig verder, terwijl de plaatselijke weersomstandigheden in België al snel een noodtoestand zouden uitlokken. En opeens besef je: damn, we zijn echt wel in de tropen.

Om dat te vieren – en stiekem ook om onze niet te stillen dorst naar alcohol te stillen, maar ssst… – duiken we ’s avonds de beroemde ‘Sky Bar’ van ons hotel in. Wereldwijd zijn er tientallen cocktailbars die zichzelf deze naam aanmeten en een originaliteitsprijs deel ik hier dus niet uit. Maar als er één exemplaar zich terecht ‘Sky Bar’ mag noemen, is het wel deze versie in Kuala Lumpur. Het uitzicht op ‘KLCC Park’ en de beroemde tweelingtorens is immers ongeëvenaard wanneer je op de drieëndertigste verdieping aan een ‘Singapore Sling’ slurpt. Opgepast trouwens na cocktail nummer twee of drie, want centraal in deze fancy bar ligt een zwembad. En hoewel de wagenwijd geopende ramen zelfs laat op de avond nog steeds een zwoele dertig graden naar binnen laten, is dit zwembad ’s avonds een louter visueel object. We houden ons bijgevolg bezig met geestrijkere vloeistoffen en vinden ‘Sky Bar’ helemaal te gek. We krijgen immers een felbegeerde cabana naast het zwembad te pakken, laten al het lekkers gewoon op de kamerrekening boeken en hoeven nadien slechts enkele verdiepingen te dalen richting hotelkamer. Licht in het hoofd (ik leg de schuld uiteraard bij m’n jetlag) eindigt een dag van een slordige veertig uur. Tijd om de dag af… te… sl… zzzzz.

DSC07356

DSC07357

DSC07264

Dag twee. De dag waarop ‘Malaysia Truly Asia’ onze nieuwe slagzin wordt, klaar om op gepaste en minder gepaste momenten gescandeerd te worden. Maleisië benut de slogan alvast om toeristen van heinde en ver te lokken en dat is exact wat wij vandaag gaan doen: de toerist uithangen. Als je het woordje ‘cultuurbarbaar’ onthouden hebt, weet je wellicht dat ik daarmee niet doel op diepgaande museumbezoeken of audiotours langs eeuwenoude hoopjes stenen. Neen, wij gaan voor een simpele wandel- en fotoroute langs de meest prominente highlights van Kuala Lumpur. Nummer één – zowel op onze agenda als in eender welke toeristische gids – is ‘Petronas’, het bouwwerk dat Kuala Lumpur in z’n eentje tot een wereldberoemde metropool omtoverde. De iconische twin towers moeten nauwelijks onderdoen voor landmarks à la ‘Big Ben’, ‘Hollywood Sign’ en ‘Statue of Liberty’. Met reden trouwens: de gigantische hoogte van 452 meter stond een tijdje garant voor het absolute wereldrecord. Voor ’s werelds hoogste gebouw moet je inmiddels naar Dubai, maar ‘Petronas’ verloor haar legendarische status niet tezamen met het record. De twee spitse torens prijken nog steeds op sleutelhangers, t-shirts en andere prullaria die variëren van lelijk tot afschuwelijk. We zijn ons toeristenstatuut helaas slechts deels waard. We kopen geen string of toiletrolhouder met de contouren van ‘Petronas’ en ook de typerende glazen hangbrug tussen beide torens krijgt ons niet over de vloer. Want (en hou je nu klaar voor een diepzinnig staaltje Glenn-logica) wat heb je aan een panorama over Kuala Lumpur als je óp het icoon van de stad staat en je dat icoon dus niet eens kan bewonderen?

DSC07288

DSC07196

Kuala Lumpur heeft werkelijk aan alles gedacht, zelfs aan veeleisende Vlamingen en moeilijke Antwerpenaren. Voelt meneertje zich te goed om in de ‘Petronas Towers’ van het uitzicht te genieten? Geen probleem! We hebben nog een andere toren – quasi even hoog en prominent, doch een beetje minder fotogeniek – om aan je verlangens te voldoen. Betaal een stevige toegangsprijs, stap in een pijlsnelle lift, haal je camera boven et voilà… Foto’s van Kuala Lumpurs chaotische stratenplan, inclusief een leuk zijaanzicht van de daar bovenuit torenende landmark numero uno. Nu tevreden? Niet echt eigenlijk, want de zogenaamde ‘Menara KL’ bezorgt me eveneens een emotionele rollercoaster. Eén: de lens van m’n fototoestel begint het stilaan helemaal te begeven en ik vrees even voor alle plaatjes die ik in de komende week nog wil schieten. Twee: we ontmoeten in de toren een uiterst charmante stagiaire geneeskunde uit Nederland, maar vergeten in onze ‘Truly Asia’-roes helaas contactgegevens uit te wisselen. De donkere wolken boven Kuala Lumpur hebben dus ook figuurlijk een zekere betekenis, maar ach… het uitzicht is mooi.

DSC07347

Maleisië weet wat een licht depressieve Glenn nodig heeft: awesomeness. Awesomeness is er in vele vormen en maten. Een monorail die hoog boven drukke straten door de stad sjeest, is echter een ultiem voorbeeld. Elke vezel in m’n lijf denkt onmiddellijk aan de monorail-episode van ‘The Simpsons’ en ik neurie uiteraard ook iets te luid de daarbij horende ‘Candyman’-adaptatie. Ja, het is toch wel erg cool. En hoewel dit niet de futuristische versie is die je door imaginaire metropolen ziet zweven, is ’t een zaligheid om deze vorm van openbaar vervoer te benutten. De niet zo futuristische, doch erg coole monorail brengt ons bovendien in no-time naar het andere uiteinde van de stad. Oh yes, the monorail can!

DSC07327

DSC07321

Als ik over één onderdeel van ons bezoek weinig boeiends te melden heb, is het de sightseeing in het westelijke deel van de stad. We kuieren door het verloederde ‘Petaling Street’ (een ghetto die symbool staat voor het plaatselijke ‘China Town’), betreden de kleinschalige ‘Sri Mahamariamman Temple’ (een hindoeïstische antischoenentempel) en ontdekken ‘Merdeka Square’, het beroemde plein waar de Maleisische onafhankelijkheid in 1957 uitgeroepen werd. En hoe blij ik ook ben dat de Britten hier inmiddels al jaren verdwenen zijn; met de ganse historische achtergrond wil ik jullie noch mezelf vervelen. De fotograaf in mij is gelukkig al even fanatiek als de cultuurbarbaar, dus aan beeldmateriaal ontbreekt het dan weer niet. Ook zonder geschiedenisles is Malaysia dus wel degelijk Truly Asia. Zo, en nu opnieuw naar de coole monorail!

DSC07309

DSC07316

DSC07328

Eindig in schoonheid. Eindig in stijl. Kortom: eindig met een hoogtepunt. Of in ons geval: herbeleef een hoogtepunt. De hoogte van dat punt bedraagt ruim honderd meter, het uitzicht is er fantastisch en de drankjes zijn zonder enige twijfel nog beter. ‘Sky Bar’ is het laatste hoofdstuk van ons Maleisische avontuur en laat me terugblikken op een geslaagd blitzbezoek. Kuala Lumpur wint weliswaar geen prijzen als ’s werelds netste, modernste of aangenaamste stad, maar ’t is fijn om de tropische metropool af te vinken op m’n citycounter. Die drie awards zouden we trouwens nog hard nodig hebben tijdens het volgende deel van de reis. Om dat tweede gedeelte te bereiken, stappen we laat in de avond op een internationale trein richting het zuiden. Acht uur, een slapeloze nacht en ruim 130 ritjes ‘The Ultimate’ – inclusief vergelijkbaar comfort – later hobbelen we ‘Malaysia’ uit. Bye bye ‘Truly Asia’, goedemorgen Aziatisch Manhattan. En plots overvalt me weer dat gevoel van een in de verte opdoemende ‘Mount Prometheus’, een eerste fonteinshow aan het ‘Bellagio’-meer of een nachtelijk ritje over de ‘Golden Gate Bridge’. Met fonkelende ogen druppelt het besef langzaam naar binnen… ‘Hey, ik ben in Singapore!’

DSC07354

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s