Tivoli Gröna Lund

Laat ons even terugkeren in de tijd. Naar 21 december 2012 om precies te zijn. Deze anonieme vrijdag in een al even anonieme decembermaand doet nu misschien niet meteen een belletje rinkelen, maar was toen een van de meest gevreesde data in jaren. Als we de Maya’s mochten geloven, was het die dag immers over en uit. Kaboem. Weg Aarde, weg mensheid, weg alles! Ieder wezen met minstens één gezonde hersencel zag natuurlijk al van mijlenver aankomen dat er die dag nul komma nul zou veranderen, maar ach… we hebben de apocalyps toch maar mooi overleefd. Staat niet slecht op je cv en ’t is bovendien een geldige reden om in het daarop volgende jaar ‘ns goed zot te doen. Het tenenkrommende acroniem ‘Yolo’ was dus geboren en puberend België vond dit een geldig excuus om de promillegrens op regelmatige basis aanzienlijk te overschrijden. ‘Yolo’ is dus een van de meest gênante begrippen van de huidige tijd, maar eigenlijk ga ik niet vrijuit. M’n reizen in 2013 zijn namelijk opvallend uitbundiger en talrijker dan tijdens de voorgaande jaren. But… you only live once, right?

De meest iconische metropolen die 2013 me opleveren, zijn stuk voor stuk in het verre oosten te vinden. Zo ontdekte ik in april Hong Kong, Macau en het ietwat bizarre Tokyo, terwijl de komende herfstvakantie me naar het tropische Kuala Lumpur en Singapore zal brengen. Toch vergat ik Europa tijdens de afgelopen maanden niet en belandden ook wereldsteden als Londen, Rust en Stockholm op m’n agenda. Die laatstgenoemde is trouwens niets minder dan m’n favoriete Europese bestemming voor een citytrip. Dus gordels vast, want ik neem je mee naar een zomers Zweden!

Stockholm is een stad van eindeloze schoonheid. Dat besef komt er wanneer je de pittoreske gevels van de oude stadskern, het indrukwekkende oorlogsschip ‘Vasa’ en de surrealistische locatie aan het water bewondert, maar evenzeer wanneer je ongegeneerd naar de mensen kijkt. Locals lijken hier immers regelrecht van de catwalk geplukt, wat op een warme middag voor wel erg mooie taferelen zorgt. Deze zomers gebronsde goden en overwegend blonde, welgevormde godinnen lijken in de namiddag trouwens massaal op een boot te stappen. We doen niet moeilijk, volgen de horde potentiële Hollisterboys en -girls en belanden zo op de ‘Djurgårdsfärjan’, een ferry die me voor een verdomd lastige keuze plaatste. Staar ik liever naar m’n buitengewoon aantrekkelijke medepassagiers, of richt ik m’n focus op de in het water weerspiegelende wirwar van achtbaanrails? Beiden sexy, verleidelijk en bovenal Zweedser dan Zweeds.

Niet veel later meerde de ferry aan op het eiland ‘Djurgården’, dat naast de groene long ook een toeristisch paradepaardje van Stockholm is. Het principe is eenvoudig: creëer midden in de drukke Zweedse hoofdstad een eiland waar vrije tijd en natuur centraal staan. Toeristen smullen ervan en zetten het op de agenda om het You-don’t-want-to-miss-this ‘Vasa Museum’ en het historische openluchtmuseum ‘Skansen’ aan te vinken. Locals zoeken hier dan weer een groene chill- en sportoase, een gedroomde concertlocatie of de kick van een rollercoaster. Die sensatiezoekers krijgen overigens meteen een geslaagde opwarmer bij hun aankomst. De ferry meert namelijk zo dicht tegen het achtbaangeweld aan dat je de angstkreten hoort, je ziet hoe moederlief geamuseerd toekijkt – met eveneens een wakend oogje over de rugzakken uiteraard – en je de emoties quasi van de gezichten kan aflezen. Ook de bedrijvigheid op een gezellige boardwalk, die parallel loopt aan een vinnig op en neer scheurende woodie, geeft je terecht zin in de uren die gaan komen. Voorpret die ik alleen maar kan bevestigen dankzij de fijne middag waar het park me in 2010 reeds op trakteerde.

De knappe skyline, de groep modelwaardige medebezoekers en het mooie weer leveren dus een aankomst om U tegen te zeggen. Wanneer ik aan de ticketbooths door een al minstens even aantrekkelijke kassierster wordt voortgeholpen, maak ik er dus al lang geen probleem meer van dat het piepkleine pretparkje een slordige 47,00 euro uit m’n portefeuille vist. Een geldsom die naar Scandinavische gewoonte wordt opgesplitst in een toegangs- en een attractieprijs. Dit park betreden doe je voor een spotprijsje, maar als overtuigd pretparkliefhebber link je hier bij voorkeur een zogenaamde ‘Ride Pass’ aan. Het voordeel van zo’n papieren armband: je hebt ongelimiteerde toegang tot (bijna) alle rides die het park rijk is. Het nadeel is echter dat de ‘åkband’ – ik hou van Zweeds – er met haar 35,00 euro opeens een verrassend prijzig uitje van maakt. Je betaalt deze som echter voor een ervaring die haar prijs tot de laatste cent verantwoordt. Welkom in een van ’s werelds meest unieke pretparken. Välkommen till ‘Tivoli Gröna Lund’!

Scandinavische parken zijn qua sfeer en concept zelfs niet minimaal vergelijkbaar met de exemplaren in onze regio. Voor wie reeds naar ‘Liseberg’, ‘Bakken’ of ‘Tivoli Gardens’ ging, voelt ‘Gröna Lund’ wellicht vertrouwd, maar zonder deze ervaring vraag je jezelf misschien af waarom deze noordelijke parken doorgaans zo bejubeld worden. Het recept is nochtans niet buitengewoon complex. Creëer gewoon een netwerk van door en rakelings langs elkaar verlopende attracties, beperk je thema tot een simpele bordkartonnen plaat en laat je hoogbejaarde rides gerust in dit allegaartje meedraaien. Werk het geheel ten slotte af met tientallen bonte betaalspelletjes waar je de winnaars beloont met meterslange chocoladerepen. Klinkt dit allemaal best crappy? Wees gerust: dat is het ook. Maar hey, het wérkt! Geen seconde erger ik me aan de afwezigheid van diepgaand thema of aan de lange rijen (alweer bloedmooie) personeelsleden die je aanmanen hun rad van fortuin of het ballengooispel uit te proberen. Het toegangspleintje achter de ‘Tyrol Entrance’ – gevuld met eetstalletjes, luidruchtige bumper cars en schreeuwerige gamekramen – geeft ondanks haar visueel bedenkelijke verschijning bijvoorbeeld meteen een warm gevoel. Een gevoel dat de begrippen cosy, crappy en cute verenigt tot één verrassend geheel.

‘Gröna Lund’ is gelukkig meer dan een schattige opeenvolging van chaotische pleintjes; de Zweden coasteren immers ook graag. Niet minder dan zeven credits kan je hier rapen, al vallen er twee af wanneer je zonder schaamte wil scoren. Na het in mindering brengen van deze beide kiddiecoasters, blijven vijf achtbanen van gemiddelde tot grootse proporties en een al even uiteenlopende intensiteitsgraad over. Wij starten onze avond in ‘Gröna Lund’ met de opa uit het assortiment en dat is Jetline. Vergis je trouwens niet: ondanks z’n leeftijd is dit niet de stoffige rollercoaster die op een gemiddeld vuilnisbelt beter tot z’n recht zou komen dan in een hedendaags pretpark. Integendeel zelfs: dit is een coole opa! Een opa die in tijden van wingriders, hybrides en stratacoasters razend populair blijft in al z’n eenvoud. Want geef toe: een doorsnee moderne achtbaan wordt vaak te geforceerd vol geperst met fancy elementen en nutteloze gimmicks. Best leuk om een keertje gedaan te hebben, maar echt noodzakelijk vind ik het allemaal niet. Bovendien schuilt er in al die snufjes een nogal complexe techniek, waardoor ik me afvraag hoe een dergelijke ride na een kwarteeuw voor de dag komt. ‘Jetline’ ondervindt daarentegen geen enkel negatief gevolg van z’n vijfentwintig operationele jaren en blijft verrassend soepel en vinnig door een spaghetti van hemelsblauwe (en paarse) rails scheuren. Na de eerste remsectie bewijst deze opa door middel van een zo goed als verticale helix overigens dat ie een pittige uithaal niet schuwt. Tijdens die onvergetelijke 800 meter kan ik bijgevolg alleen maar concluderen dat Schwarzkopf, Zierer en Werner Stengel hier een dijk van een coaster neergepoot hebben. Een coaster in z’n meest pure vorm, zonder overdreven poespas én zonder absurd lange wachttijd. Want hoewel de meandering tot het laatste hekje gevuld is, hoeven we nog geen kwartier te slalommen. Well done, opa ‘Jetline’, je hoeft in mijn ogen nog lang niet op pensioen!

Van het traditionele naar het hypermoderne uiterste en van een kalme reisgezel naar een die doodsangsten beleeft; het kan in ‘Gröna Lund’ op nauwelijks enkele ogenblikken en Insane helpt je graag. Eerst en vooral kan ik alvast verklappen dat deze coaster haar naam niet uit het ijle gegrepen heeft. Je hoeft namelijk nog maar met een half oog naar dit ding te kijken om te beseffen dat een gestoord Intamin-ingenieur weer ‘ns te diep in het glas gekeken had. De Zwitsers kunnen blijkbaar niet enkel heel hard lanceren of bochten/inversies ontwerpen die nadien veel te intens blijken voor het menselijk lichaam, maar ze slagen er ook in om ‘4th dimension’-voertuigen op een ‘screaming squirrel’ te plaatsen. Het resultaat daarvan is een thrill die buitengewone g-krachten en ongebruikelijke manoevres combineert tot een rit om nooit meer te vergeten. Dat dit rit zich exclusief lifthill beperkt tot een schamele halve minuut vergeet je overigens vlug wanneer je voelt wat deze ride met z’n inzittenden doet. Naar mijn gevoel is het eerder een thrillride dan een achtbaan, maar dat neemt gelukkig niet weg dat ’t een toppertje is. ‘Insane’ heeft immers een sterke identiteit en is zowel visueel als ervaringsgewijs een bijzonder krachtig ding. De bedroevende capaciteit moet je erbij nemen, al wordt dit deels gecompenseerd door de hoge instapdrempel. Met een wachttijd van zowat twintig minuten is er alvast geen reden tot klagen. Voor een herhalingsrit later op de avond zouden we echter passen, want we besluiten collectief dat één rondje op dit geschifte ding stiekem meer dan voldoende is.

Achtbanen zijn leuk en achtbanen zijn fijn, maar achtbanen gaan helaas ook vervelen. Als park creëer je dus maar beter een mix van de meest uiteenlopende attractietypes om je bezoekers zo lang mogelijk te verbazen. ‘Gröna Lund’ voldoet zelfs ondanks haar minieme oppervlakte best sterk aan deze voorwaarde. Tussen de warboel van felkleurige coastertracks nestelde zich immers een collectie flatrides die ik aanvankelijk niet verwachtte. Onder het motto ‘Creatief met ruimte’ moet je er echter soms een beetje naar zoeken. Het vliegende tapijt, de lokale zweefmolen en de octopus zijn nog vrij prominent dankzij hun locatie langs of op een piertje aan het water. De andere rides in het lijstje ‘draaien en zwaaien’ verstopten zich beter. Rupsmolen ‘Rock-Jet’ werd bijvoorbeeld op het dak van een reeks spelletjeskramen gedropt en de ‘Break Dance’ staat zelfs in een half verduisterd halletje. Mis deze Pop Expressen echter niet. ’t Is een plezier om te ontdekken hoe men deze standaard, relatief oude kermisattractie wist te upgraden naar een publieksmagneet. ‘Gröna Lund’ moest hiervoor trouwens niet eens een monsterbudget opzij zetten. Plaats een simpele kermismolen, hang wat tweedehands discobelichting en laat de operator vervolgens fungeren als DJ van dienst. Het resultaat bevestigt dat less wel degelijk more is. Zowel de passagiers als de lange rij wachtenden deinen immers zwoel mee wanneer men Avicii en will.i.am door de speakers laat knallen met hun recente succesnummers. De party wordt netjes vervolledigd door het ritprogramma, dat naar pretparknormen behoorlijk pittig uit de hoek komt. ‘Pop Expressen’ is dus ‘Gröna Lund’ op z’n best: crappy en absurd simpel, maar tegelijk ook cool en honderd procent sfeervol. Laat op de avond is dit dan ook de enige attractie waar zich nog een wachtrij van enige betekenis vormt.

Minder intens, doch even desoriënterend als de ‘Break Dance’ is het zogenaamde Lustiga Huset. Dit antieke funhouse is in de jaren tachtig herbouwd naar het model van een honderd jaar eerder geopende variant. Deze historische waarde kan duidelijk nog steeds op een trouw publiek rekenen want ‘Lustiga Huset’ is razend populair. Honderd procent terecht trouwens, want deze attractie legt concurrentie moeiteloos het zwijgen op dankzij haar omvang. Dit immense doolhof vol krappe kamers en zintuiglijke illusies is dan ook een onbetwiste must-do tijdens een bezoek aan ‘Gröna Lund’.

Ik haalde eerder al aan dat de meeste Scandinavische parken een erg typerende aanpak hanteren. Thematisch gezien zijn het doorgaans geen topparken en de rides moeten het dus eerder van de ervaring dan van hun entourage hebben. Logischerwijs zijn darkrides bijgevolg schaars in het hoge noorden. Ook ‘Gröna Lund’ heeft naast haar extra te betalen doorloopspookhuis slechts één darkride van acceptabele omvang. Stevig ingeklemd tussen de supports en track van maar liefst drie achtbanen ligt namelijk Blå Tåget, wat vrij te vertalen valt naar ‘De Blauwe Trein’. Hoewel die naam doet vermoeden dat deze darkride gethematiseerd werd naar vertragingen, afschaffingen en urenlange wachttijden, is het eigenlijk gewoon een klassieke spooktrein. Een spooktrein die in al haar eenvoud het typische rommelsfeertje van ‘Gröna Lund’ doortrekt, maar dat wel in stijl doet. Laat je dus vooral niet misleiden door het exterieur, dat voornamelijk gekenmerkt wordt door tweedimensionale kartonplaten en schraal uitgevallen monsters. Binnenin doet ‘Blå Tåget’ me namelijk denken aan een veel kleinere, doch niet minder geslaagde versie van de knappe ‘Transdémonium’. In deze Zweedse variant tref je dezelfde sfeer vol ouderwetse scènes en kermisachtige animatronics aan. Bovendien is het voertuig niet louter een transportmiddel, maar draagt het verrassend genoeg bij aan de schrikmomenten. Je houdt ervan of je haat ‘t, maar in mijn ogen is ‘Blå Tåget’ dus best een fijne darkride die haar plaats in dit park meer dan waard is.

Het ouderwets griezelige sfeertje van ‘Blå Tåget’ brengt ons naadloos bij overbuurman Kvasten, een naar heksen gethematiseerde inverted coaster. In een park waar zeven achtbanen van zeven verschillende constructeurs staan, is het opmerkelijk dat deze Vekoma als soepelste uit de bus komt. Er is bovendien nog meer positief nieuws te melden, want dit is een van de meest perfect ontworpen familieachtbanen die ik reeds deed. ‘Kvasten’ heeft namelijk een afwisselende lay-out, voelbare g-krachten, comfortabele zitjes en een dito beugelsysteem. Zowel jonge kinderen, tieners als volwassenen genieten dan ook met volle teugen van dit felrode stuk staal uit Nederland. En daar zit exact het enige nadeel van ‘Kvasten’: de populariteit is allesbehalve in verhouding met de capaciteit. Slechts één trein met twintig zitjes is nu eenmaal niet voldoende voor een dergelijke baan en daar kunnen de vlotte operations – typerend voor ‘Gröna Lund’ – helaas weinig aan veranderen. De traag vorderende wachrij is dus een noodzakelijk kwaad voor wie deze portie Vekoma-goodness wil beleven. ’t Is trouwens best jammer dat men de wachtruimte niet mee integreerde in het stationsgebouw, dat dankzij haar knappe architectuur en catchy soundtrack een stuk stijlvoller voor de dag komt dan bij de zes collega’s. ‘Kvasten’ is op thematisch vlak alleszins een eenzaam buitenbeentje in ‘Gröna Lund’, maar wel een buitenbeentje dat in geen enkel park zou misstaan. Een extra remsectie en de daarbij horende tweede trein lijken me echter geen overbodige luxe.

‘Kvasten’ is een vrij recente toevoeging, net zoals de meeste andere coasters in ‘Gröna Lund’ trouwens. Van de zeven operationele banen werden er immers vijf tijdens het afgelopen decennium gepresenteerd. Een van de meest ingenieuze projecten werd voltooid in 2003: Vilda Musen. Hoewel de letterlijke vertaling en een summiere inkleding het tegendeel beweren, heeft deze Gerstlauer weinig tot niets gemeen met een klassieke ‘Wild Mouse’. De typerende haarspeldbochten werden tot een minimum herleid en de baan telt zelfs enkele stevig gebankte passages. Het meest unieke aspect van ‘Vilda Musen’ zit ‘m echter in de locatie. Nuja… de onbestaande locatie om precies te zijn. Het krappe station en de al even opgepropte wachtruimte werden bovenop reeds bestaande gebouwen geïnstalleerd en een groot deel van de lay-out slingert door de structuur van ‘Jetline’, een sowieso reeds erg compacte constructie. Elke beschikbare millimeter die ‘Gröna Lund’ in ‘Jetline’ kon opsporen, moest er aan geloven. ‘Vilda Musen’ is bijgevolg een relatief uitgestrekte baan die zich in de meest bizarre kronkels wringt om toch maar netjes te kunnen passen. Die kronkels leveren trouwens een onvoorspelbaar pittige rit die tot het allerlaatste moment blijft verbazen. Niet alleen omwille van de ongelooflijke souplesse of de bizar vlugge rit, maar ook dankzij de interactie met de treinen van ‘Opa Jetline’ en de gemillimeterde near-miss bij de lifthill van ‘Twister’. Engineering van de bovenste plank dus. En op die plank vind je eveneens de ritervaring van ‘Vilda Musen’. ’t Is een verademing om te zien dat Gerstlauer zich niet beperkt tot het bouwen van pijnlijke ‘Euro-Fighters’ en oncomfortabele lanceerbanen. Klassebakken behoren eveneens tot de mogelijkheden!

Coasterliefhebbende fotografen kicken erop om verschillende attracties in volle actie op de gevoelige plaat te zetten. Wie probeert er immers niet om de treintjes van ‘Wodan’ en ‘Blue Fire’ perfect op één foto vast te leggen of om ‘Dragon Khan’ en ‘Shambhala’ synchroon van de first drop te zien glijden? Wat in vele parken een moment van puur fotografisch geluk vormt, is in ‘Gröna Lund’ eerder regel dan uitzondering. Het hart van dit park is namelijk een levendige, uiterst complexe structuur waarin maar liefst vier coasters met elkaar verbonden zijn. Welk ander park slaagt er in om een conventionele stalen coaster, een inverted, een woodie én een wilde muis te combineren tot één kilometerslange Spaßmachine? Deze imposante berg van hout en staal is dan ook coasterporno van de hoogste graad. Toch gaat dit meesterwerkje verder dan louter visueel entertainment en biedt het ook honderd procent genietbare fun à la ‘Kvasten’ en ‘Jetline’. De even soepele en familiaal getinte, doch een stuk minder brave ‘Vilda Musen’ sluit het stalen coasteraanbod alvast in stijl af. Wat overblijft, is de gloednieuwe houten achtbaan Twister. En die woodie is voor mij persoonlijk dé coasterontdekking van 2013.

‘Twister’ scoort misschien zo sterk omdat je er gewoonweg niet veel van verwacht. Met z’n hoogte van vijftien meter en een tracklengte van nog geen halve kilometer is hij immers even kleinschalig als Eftelings ‘Pegasus’, een coaster die inmiddels – terecht! – doorverwezen werd naar de achtbaanhemel. Ook de constructeur van ‘Twister’ doet bij de gemiddelde Europeaan niet meteen een belletje rinkelen. ‘The Gravity Group’ bouwde wereldwijd nog maar een tiental achtbanen, waarvan ‘Twister’ bovendien de enige Europese referentie is. Kortom: weinig spannende vooruitzichten, maar schattig is het allemaal wel. ‘Twister’ glooit schilderachtig langs de waterlijn, omzoomd door een gezellige pier en kermisachtige lampjes. Ook de ingang – een retro ogende toegangspoort onder de spierwitte constructie – benadrukt het Amerikaanse boardwalk-sfeertje op geloofwaardige wijze. Tussen de supports (die overigens niet van hout, maar van staal vervaardigd blijken) zigzaggen we vervolgens zowat een halfuur vooraleer we in het piepkleine stationnetje backseat plaatsnemen. En hoewel de voertuigen best comfortabel zitten, moet ik toch effe kwijt dat ze onverantwoord lelijk zijn. Niet gewoon lelijk of best wel lelijk, maar echt afschuwelijk lelijk.
Deze esthetische misbaksels doen gelukkig geen afbreuk aan de track waar ze overheen scheuren, want die is ronduit subliem. ’t Begint al met de eerste afdaling, die ondanks haar lachwekkende hoogte meer airtime levert dan een uit de kluiten gewassen hypercoaster. Na deze first drop van wereldniveau stopt de madness trouwens niet. ‘Twister’ blijft zich tot de laatste meter in bruuske richtingswissels en plotse afdalingen gooien. Rustmomenten zijn er niet, spanningsverhogende elementen des te meer. ‘Gröna Lund’s plaatsgebrek dwong ‘Twister’ namelijk om haar collega-coasters meermaals op surrealistische wijze te kruisen en ook de eigen structuur is zo krap mogelijk ontworpen. ‘Gröna Lund’ raadt bezoekers dan ook af hun handen in de lucht te steken; een ritje maakt meteen duidelijk waarom.

Reken ‘Twister’ dus vooral niet af op z’n omvang, maar laat je verbazen door de kracht die men in deze underdog wist te stoppen. Kort voor elf uur ’s avonds zouden we dit toppertje nogmaals bezoeken en zo concluderen dat de duisternis nog enkele intense pluspunten oplevert. Oh what a ride!

Flatrides zijn dankzij hun doorgaans beperkte grondoppervlak een dankbare investering voor het naar ruimte hunkerende ‘Gröna Lund’. En wanneer je niet in de breedte kan bouwen, ga je toch gewoon de hoogte in? The Swedish Sky is the Limit en ‘Gröna Lund’ heeft bijgevolg niet minder dan drie torenattracties in haar assortiment. Zowel de lanceer- als de geschifte vrijevaltoren laten we netjes aan ons voorbij gaan, maar de nieuwste aanwinst hoor je logischerwijs wèl uit te proberen. Die nieuwigheid is Eclipse, de ride die geadverteerd wordt als ’s werelds hoogste ‘Star Flyer’. In het vorige decennium leek het er even op dat dit attractietype in zowat elk park neergepoot zou worden. De hype was echter relatief snel voorbij en echt uitgemolken is het concept bijgevolg nooit geraakt. Ik ben er nochtans een groot fan van; ‘Star Flyers’ zoeken de perfecte middenweg tussen thrill-, familiaal en panoramisch plezier. De wachttijd van zowat veertig minuten – de langste die we vandaag aantreffen – bewijst dat ik er niet alleen zo over denk. Als beloning worden we in de donkere avondhemel naar de top van een 120 meter hoge toren getild, van waar het uitzicht over Stockholm en de knipperende pretparklampjes werkelijk adembenemend is. Opmerking één: vanop grote hoogte zien ‘Twister’ en ‘Jetline’ er met hun opgepropte lay-outs nog ziekelijker uit. Opmerking twee: zelfs na een zomerse dag is het best frisjes op een dergelijke attracties, dus een ritduur van nauwelijks twee minuten is eigenlijk al ruim voldoende. Alleszins genoeg om te beseffen dat ‘Gröna Lund’ alweer een extra toppertje op het parkplan heeft mogen tekenen.

Weet je, ‘k vind het moeilijk om m’n ervaring met ‘Gröna Lund’ op een correcte manier om te zetten naar geschreven tekst. Ik kan de verschillende rides weliswaar positief quoteren en erop hameren dat de compact verweven coasters echt wel een meerwaarde vormen, maar de unieke parksfeer laat zich niet op papier uitdrukken. Als een liefhebber van sterk in thema gezette parken zou ik ‘Gröna Lund’ logischerwijs diep de Zweedse grond in moeten boren. Thematische hoogstandjes zijn er al even schaars als onaantrekkelijke Zweden en vele rides moeten het dus stellen met hun ietwat kermisachtige standaardsetting. Een permanente kermis kan gelukkig uiterst sfeervol zijn en daarvan leveren ‘Gröna Lund’ en z’n cliënteel het ultieme bewijs. In het land van köttbullar en Loreen is een pretpark immers meer dan een pure verzameling rides; het is een totaalpakket. Zweden gaan er niet enkel voor een coasterkick heen, maar ze wagen tevens een gokje aan het spelkraam, slurpen hun öl op een zonnig terrasje en genieten van een concert op het grootste podium nabij ‘Eclipse’. Die concerten zijn trouwens typerend voor ‘Gröna Lund’ en tijdens de zomermaanden kan je hier regelmatig internationale sterren aan het werk zien. Op concertavonden wordt het park dan ook druk bezocht door muziekliefhebbende locals. Geen topentertainment op dinsdag zes augustus, maar ter compensatie stierf de middagrush vlug uit wanneer het in Stockholm begon te schemeren. Bye bye lange wachttijden, hey hey tweede rondje op ‘Pop Expressen’, ‘Jetline’ en ‘Twister’. Want ook dat is ‘Gröna Lund’: attractie- en coasterplezier op het hoogst mogelijke niveau. Het gaat daarbij niet over recordbrekers of wereldwijd ongeziene nieuwigheden, maar wel om sterke ritervaringen en een nauwelijks te vatten bouwstijl. In 2010 achtte ik het bijvoorbeeld onmogelijk dat ‘Gröna Lund’ op haar huidige lap grond nog zou kunnen uitbreiden, maar kijk… Drie jaar later draait een van Europa’s beste wooden coasters haar rondjes alsof het nooit anders geweest is. Dit park blijft ondanks haar beperkingen dus innovatief, creatief en ronduit verrassend uit de hoek komen. Op een dergelijk overtuigende manier zelfs dat ik ‘Gröna Lund’ moeiteloos naar de Europese pretparktop katapulteer. Sweden twelve points… La Suède douze points!

Wanneer we kort na elf uur opnieuw in de hotelkamer arriveren, zien we van op ons terras hoe de fonkelende zee van gekleurde lampjes stilaan verandert in een statisch, slapend pretpark. Duizenden mensen hebben alweer een topdag beleefd in ‘Gröna Lund’ en wij horen bij die trotse happy few. Ik ben dus blij dat de Maya’s ongelijk hadden, zodat ik dit charmante stadsparkje nogmaals mocht aanvinken. Het bezoek zou alleszins nog een hele tijd nazinderen. Maar of ik die nacht droom van een collectie topachtbanen of van een groep sexy Zweden… dat laat ik netjes in ’t midden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s