Asian Discovery – Fuji-Q Highland

Hallo. Mijn naam is Glenn en ik had nog nooit gehoord van ‘Outside raven turn’, ‘fly to lie’ of ‘banana roll’. Ik gokte dan ook op een raaf die in de buitenlucht bochten maakt, een raaf die goed kan liegen of een bladerdeegkoekje met bananenvulling. De meest doorwinterde coasterfans weten echter maar al te goed waar ik het over heb. Ze krijgen het spontaan enkele graden warmer wanneer ze aan deze elementen denken, maar voor mij was het onbekend terrein. Gelukkig ben ik zelfs tijdens mijn vakantieperiode bereid om bij te leren. Zowat twee jaar na het behalen van z’n diploma ging Glenneke dus opnieuw naar de schoolbanken en leerde hij de betekenis van een ‘banana roll’ en heel wat andere exotisch klinkende termen. Op z’n Japans!

Mooie liedjes duren meestal niet lang en dat geldt eveneens voor de Aziatische hitparade. De vijfdaagse in Hong Kong lag reeds ver achter ons en ook het verblijf in Japan naderde langzaam maar zeker z’n einde. We zouden het slotweekend echter tot de laatste minuut benutten. Op zaterdag en zondag ontdekten we enkele spraakmakende wijken in de metropool Tokyo en maakten we tevens kennis met twee kleine stadspretparken, waarna we op maandag het officiële dertigste verjaardagsfeestje van ‘Tokyo Disneyland’ bijwoonden tijdens een ruim veertien uur durend parkbezoek. En om er zeker van te zijn dat we deze laatste dagen bewust zouden meemaken, lieten we ons op vrijdag alvast wakker schudden, rammelen en beuken in een van ’s werelds meest legendarische coasterparken. Met hartelijke dank aan Fuji-Q Highland.

Contradictie van de dag: om wakkergeschud te worden, dien je vroeg op te staan. Het woordje vroeg is dan weer het understatement van de dag, want onze ‘Tomei Highway Bus’ vertrok al om halfzeven ’s ochtends aan ‘Tokyo Station’. Nadeel: dit centrale treinstation lag niet meteen naast de deur van ons hotel en ’t was dus nog geen vijf uur toen Loreen haar ‘Euphoria’ die ochtend op ons los liet. Voordeel: we waren één dag eerder op prospectie gegaan, hadden onze tickets voor bus en park reeds op zak en de tweeënhalf uur durende busreis was bovendien ideaal voor een welverdiend dutje. Toch raad ik je aan om regelmatig het landschap te checken. Op weg naar Fujiyoshida ruilt de hoogbouw van het chaotische Tokyo zich immers in voor het door Mount Fuji gedomineerde natuurschoon en de rustieke dorpjes van het Japanse binnenland. Wanneer de skyline kort voor negen uur vervolledigd werd door enkele tonnen glimmend staal, was het visuele feestje pas echt compleet.

We hadden in ‘Tokyo Disney Resort’ reeds ondervonden dat Japanners vroege vogels zijn. Echt verrassend was het dus niet om enkele minuten voor openingstijd een lange rij medebezoekers aan te treffen tussen de pilaren van hypercoaster ‘Fujiyama’. Wel verrassend was het feit dat deze rij zich niet vormde voor de toegangspoort, maar voor de ingang van een supermarkt alias souvenirshop. ‘Fuji-Q’ perst haar gasten namelijk eerst door die winkel – je zou om negen uur ’s ochtends maar eens nood hebben aan een fles geïmporteerde wijn of een diepvriespizza – en pas daarachter bouwde men de parkingang. Of althans: daar is men volop aan bezig. In de bouwwerf die de inkomzone tijdens ons bezoek was, vormden containers en een goedkope partytent immers de respectievelijke kassa en ingang.
Bij een bedenkelijke ingang hoort uiteraard een bedenkelijke policy. Met onze tickets van de ‘Tomei Express Bus’ dienden we bijvoorbeeld alsnog aan te sluiten in de traag vorderende rij voor de containerkassa’s. Daar ontvingen we een entreeticket en een voucher voor onze ‘Free Pass’, de kaart die je onbeperkte toegang tot de attracties verleent. Die voucher moesten we vervolgens in een cheap fotohokje (onder die goedkope partytent) omzetten naar een gepersonaliseerd kaartje met foto en datum. Geen superhandig systeem, maar de ‘Free Pass’ is wel een aanrader. Wanneer je een toegangskaart en een ritje op de vier toppers individueel betaalt, kom je immers al duurder uit.

Een ‘Free Pass’ moet renderen en daarom opteerden we meteen voor een van die vier topattracties: Eejanaika. De reden waarom deze felrode gigant aan de achterzijde van het park onze eerste halte werd, is eenvoudig: ‘X²’. Deze Californische coaster is immers berucht voor z’n lage capaciteit en de absurd lange wachttijden die er zelfs op kalme dagen ontstaan. Wie ’s ochtends geen spurtje trekt, is dan ook genoodzaakt om urenlang aan te schuiven of een klein fortuin neer te leggen voor een gereserveerd zitje. We verwachtten bij deze Japanse 4th dimension coaster een gelijkaardig tafereel en hoopten dus een goede zaak te doen. Met resultaat trouwens, want we hoefden slechts twee treintjes te wachten.

Twee treintjes aanschuiven voor een achtbaan, ’t kost je in de meeste parken slechts enkele minuten. Je vloekt al danig wanneer een Amerikaanse ‘Six Flags’ haar coasters op minimumcapaciteit laat draaien en je de volle tien minuten moet wachten. Vergeet dit echter niet: het kan altijd erger. Onder het motto ‘Erg, erger, Fuji-Q’ duurde het namelijk zowat veertig minuten vooraleer we eindelijk het station uitreden. Ik heb al veel verschrikkelijke operations gezien in een pretpark, maar ‘Eejanaika’ sloeg werkelijk alles. Het gevolg hiervan was ongeveer één dispatch per twintig minuten.

‘Drie treinen per uur… Why?’ hoor ik je denken. En dat is een terechte vraag die ik me ook stelde. Een gebrek aan personeel ligt beslist niet aan de basis: met zes operators (twee aan elke zijde van de track plus twee in de controlekamer) was de ride allesbehalve onderbemand. Schuldige van dienst is echter het begrip ‘veiligheid’, waaraan ‘Fuji-Q’ maniakaal veel belang aan hecht. Nadat je het station betreden hebt, moet je je persoonlijke bezittingen (net als bij ‘X²’) in een kluisje droppen. Dit gaat best ver: naast de gebruikelijke camera’s, sleutels en brillen, wordt je bij ‘Eejanaika’ ook verplicht je schoenen, portefeuille en horloge achter te laten. Bizar genoeg is dat uurwerk een groot taboe, maar moet je het sleuteltje van de locker wel verplicht rond je arm hangen; een jaszak met ritssluiting bleek verboden terrein om de sleutel op te bergen. Maar so far, so good. Na het toewijzen van je zitplaatsen, wordt elke passagier individueel gevraagd of men toch écht alles in de locker gestopt heeft. Indien er twijfel bestaat, word je door de operator gefouilleerd en moet je dat parkplannetje (uit de eerder genoemde jaszak met ritssluiting) in je kluisje stoppen. Vooraleer men de poortjes opent, volgt er een mondelinge briefing over het sluiten van de S&S-beugels. Daarna zou het razendsnel kunnen gaan, tenzij de beide personeelsleden natuurlijk een dubbele safety check van het treintje uitvoeren. Na vier (!) beugelcontroles en een hele resem onverstaanbare veiligheidsinstructies gebeurde dan het ondenkbare: de ‘Eejanaika’-trein kwam in beweging! Wanneer deze drie minuten later weer arriveerde, kleedden de twintig inzittenden zich opnieuw aan met de spullen uit hun volgestouwde locker. Pas wanneer het perron volledig ontruimd was, werd de volgende groep systematisch binnengelaten en begon het ganse circus helemaal van het begin, maar dan twintig minuten later.

Is ‘Eejanaika’ dit hele gebeuren eigenlijk waard? Wel: ik moet toegeven dat de baan me wel degelijk van m’n sokken blies (best logisch wanneer je geen schoenen aan mag). De Amerikaanse ‘X²’ bezorgde me in 2008 en 2012 reeds een van ’s werelds meest indrukwekkende coasterervaringen. Geen enkele andere ride had me ooit zo’n out-of-control gevoel gegeven en het was bij momenten moeilijk om boven, onder, horizontaal en verticaal te onderscheiden. ‘Eejanaika’ doet wat een grote broer hoort te doen en voelt nog een stukje heftiger aan. Het allermooiste moment delen beide versies met elkaar en dat is de first drop. ’t Blijft ongelooflijk om verticaal de diepte in te donderen met je gezicht naar beneden en je benen vrijwel los. Wanneer een intense draaiing je vlak boven grondniveau opnieuw richting hemel richt, begint een surrealistische opeenvolging van unieke coasterelementen (waaronder die beruchte ‘fly to lie’ en de ‘outside raven turn’). ‘Eejanaika’ moet tijdens deze rit niet onderdoen voor het brute coastergeweld van ‘X²’ en zal wellicht nooit een prijs voor soepelheid in de wacht slepen, maar kwam op mij comfortabeler over dan de versie in ‘Six Flags Magic Mountain’. Een mooi extraatje volgde later op de middag: de capaciteit was inmiddels danig opgevoerd (er vertrok al één trein per kwartier!) en de doodse kalmte liet ons toe een tweede ritje te maken. Een tweede rondje dat met glans bevestigde dat ‘Eejanaika’ een van ’s werelds meest intense rides moet zijn. Adrenalinejunkies: hier moet je heen!

Net zoals de voorgaande dagen kregen we regelmatig een stralend lentezonnetje te zien in ‘Fuji-Q’, maar de bijhorende voorjaarswarmte waren we helaas kwijt. Nabij de besneeuwde vulkaan bleven de temperaturen helaas te laag om waterattracties uit te proberen. De plaatselijke splash ‘Great Zaboom’ en de opvallende raftride in typisch Aziatisch thema lieten we dus links liggen. Geen onterechte keuze, zo bleek wanneer de locals er ondanks hun aangekochte poncho’s totaal doorweekt uit kwamen. Meer plezier (en minder water) vonden we bij The Great Fluffy Sky Adventure. Deze coaster verraadt dankzij haar fancy naam al dat hij de intensiteit van ‘Eejanaika’ in een mum van tijd overklast. Dit is dan ook niet zomaar een suspended coaster; je vliegt hier in schattige wolkjes en wordt begeleid door al minstens even schattige Japanse tekenfilmfiguurtjes. Kortom: een ride om van te smullen. Dat smulfestijn beleef je echter vanuit een weinig comfortabele positie. De voertuigen leken me sowieso krap voor twee Aziatische tienermeisjes, waardoor je als westerling al helemaal moet proppen. Leuk voor de counter en goed voor de lachspieren, maar voor rug en nek helaas een regelrechte kwelling. Ohja: het wondermooie – kuch – station krijg je er gratis bij.

We moeten niet rond de pot draaien: thematisch gezien is ‘Fuji-Q Highland’ waardeloze rommel. Gebouwen ogen cheap, vervallen of verlaten, de groendienst lijkt al jaren in staking en de lokale betonleverancier doet betere zaken dan die van Lichtaart. De weinige aanwezige thema-objecten lijken bovendien random gedropt in een troosteloos ghettolandschap. Het enige lichtpuntje in dit zielloze allegaartje doet het echter meer dan behoorlijk: Thomas Land. De tekenfilmreeks rond locomotief Thomas is in België nooit echt van de grond gekomen, maar vormt in verschillende pretparken wereldwijd inmiddels de rode draad voor een kinderzone. En terecht: ‘Thomas Land’ oogt cute, is gezellig en zorgde voor heel wat blije gezichtjes. De attracties die wij hier uittestten (ja, ik geef het toe) varieerden van een homemade darkride tot een volwaardige credit om de ‘Fuji-Q’ coasterbingo binnen te halen. Topper van dienst is echter de treinrondrit ‘Waku Waku Ride’. De leuke theming is mooi meegenomen, maar deze ride is vooral de moeite dankzij haar heerlijke naam. Spreek het tien keer na elkaar uit en je begrijpt me wellicht volledig.

Beste lezer, ik begrijp je frustratie. Glenneke had de kans om naar ‘Fuji-Q’ te gaan en focust zich daar op ‘Fluffy Sky Adventure’, de kinderzone en ‘Waku Waku’. Tijd voor actie, denk je nu wellicht. En dat treft, want dat dachten Nick en ik ook na ons rondje ‘Thomas Land’. Actie die we zochten en vonden bij Dodonpa, het tweede S&S paradepaardje dat ‘Fuji-Q Highland’ rijk is. Deze spierwitte ‘Thrust Air Coaster’ opende in december 2001 en werd toen de snelste coaster op de planeet. Intamin zou anderhalf jaar later opnieuw het record binnenhalen met hun ‘Top Thrill Dragster’, maar men zou er niet in slagen om een meer krachtige acceleratie te creëren. ‘Dodonpa’ blijft dus een unieke baan die de legendarische status dankt aan haar power. Tussen het moment waarop je stil staat – angstig wachtend op de lancering – en het moment waarop je aan 172 km/h over de track scheurt, zitten immers nog geen twee seconden. Twee seconden die ik slechts vaag meemaakte, maar die ik hoogstwaarschijnlijk nooit meer zal vergeten.

Zonder overdrijven: de knikkende knieën bij ‘Dodonpa’ had ik nog nergens anders ervaren. Tijdens de tergend trage bocht tussen station en lanceerstrook gooi je jezelf de goorste verwijten tegemoet en stel je elk nut en plezier van deze hobby in vraag. De schijnbaar minutenlange pauze die de trein na deze bocht houdt, maakte m’n humeur niet beter. Een veel te vrolijke stem bracht echter schot in de zaak door middel van het duidelijke ‘Launch time! 3… 2… 1… Dodonpa!’. Twee seconden daarna voelt het alsof je gedachten nog op het lanceerplatform staan, terwijl je lijf door een ‘Dodonpa’-treintje over de track gestuwd wordt. Die gedachten komen echter pijnlijk snel terug en dat mag je helaas zeer letterlijk nemen. Na de nauwelijks te vatten launch begon ‘Dodonpa’ immers aan vijftig van de meest pijnlijke seconden uit m’n leven. Tijdens een enorme, wild stuiterende bocht wenste ik dat de eindremmen nabij waren. Maar tevergeefs: tussen de remsectie en mij lag nog de vreemd gevormde tophat die ‘Dodonpa’ typeert. Ook dit gedeelte van de rit bleek klaar voor de schroothoop. Op enkele ogenblikken trakteert dit vijftig meter hoge onding je op veel te botte negatieve g-krachten, brute slagen en airtime van de meest pijnlijke categorie. ‘Dodonpa’ is in mijn ogen dus een vreselijke coaster met quasi onbestaand comfort en een al even lage herhalingswaarde. De veiligheidsvoorschriften moesten bovendien niet onderdoen voor ‘Eejanaika’ waardoor we ondanks de verwaarloosbare rij alsnog drie kwartier moesten aanschuiven.
Anyway: ‘Dodonpa’ is een credit waar ik best trots op ben en de lancering leverde me de meest intense kick ooit op. Maar nooit zal ik er een seconde om treuren dat dit stuk staal op zowat 9.400 kilometer van m’n voordeur staat.

‘Bij een troosteloze coaster hoort een troosteloze omgeving,’ dachten de ontwerpers van ‘Fuji-Q’ wellicht toen ze het park uittekenden. ‘Dodonpa’ staat immers in een door asfalt en stalen bunkers gedomineerde hoek waarnaast zelfs een industriegebied best gezellig oogt. Themazone ‘Fukushima’ wordt bovendien passend vervolledigd door Takabisha, de Gerstlauer Euro-Fighter uit 2011. Toegegeven: als ik het weinig flatterende station wegdenk, was de eerste indruk best oké. ‘Takabisha’ is een visueel spektakel en oogt een stuk imposanter dan de soortgenoten waar Gerstlauer Europa mee opzadelde. Hier geen voorspelbare lay-out die constant onderbroken wordt door remsecties, maar een ingewikkelde wirwar van bizarre inversies. ’t Is dus een plezier om gewoon naar de voorbijrazende treintjes te kijken, maar dat kost je wel een flinke portie geduld. Dit is immers hoofdstuk drie van het dikke ’50 Shades of Bad Operations’. Er stonden nochtans drie treintjes op de baan, wat voor een dergelijke rustige dag ruim voldoende was. Jammer genoeg zoog het ‘Eejanaika’-draaiboek hier eveneens elke kans op een aanvaardbare capaciteit weg. Ook hier gelden immers een nultolerantie qua bagage, een oneindige waslijst regeltjes en er komt geen mens op het perron tot de drie voertuigen leeg achter elkaar verzameld zijn. Met een geschatte honderd mensen voor ons stonden we zowat een uur op onze beurt te wachten. Het zout dat ‘Fuji-Q’ met haar enerverende attractiesoundtrack een uur lang in de wonde strooide, bevestigde het beeld van ‘meest frustrerende pretpark ter wereld’ pijnlijk hard.

Het enthousiaste personeel – dat je bij vertrek aanmaant om luid ‘Ta-ka-bi-sha’ te scanderen – maakte het lange wachten gelukkig al deels goed. De coaster zelf is op zich niet slecht, maar schitteren doet ie evenmin. En dat komt exact overeen met mijn mening over de Europese Euro-Fighters. ‘Takabisha’ heeft namelijk dezelfde ruwe ondertoon, baant zich een weg door dezelfde onnatuurlijk aanvoelende elementen en deelt eveneens de weinig comfortabele treintjes waarin de beugels een veel te prominente rol opeisen. Toch is de lay-out best verrassend, met een ijzersterke intro als blikvanger. Je start immers in de complete duisternis, waar een kleine afdaling en een trage inversie meteen voor de nodige actie zorgen. Daarna stuwt een pittige launch je de buitenlucht in, waar de zes volgende inversies en het recordhoudende elementje van ‘Takabisha’ wachten. Die recordhouder is niet de lekkere ‘Banana Roll’, maar wel de pijnlijke meer-dan-verticale afdaling die Gerstlauer inmiddels al veel te vaak neerpootte. ‘Fuji-Q Highland’ wilde echter graag de steilste drop ter wereld en dan is dit een dankbaar coastertype. Vergis je echter niet: de 121 graden levert nog geen fractie van de fun die B&M met haar Dive Machines creëert en voor het esthetische aspect moet je ’t al helemaal niet doen. Sterker nog: zonder deze heuvel zou ik ‘Takabisha’ een fijn ding vinden, maar nu komt ie in het lijstje ‘Goed geprobeerd, matig geapprecieerd’…

Wie de matige van de slechte pretparken wil scheiden, kijkt naar het attractieaanbod. Wie de goeie van de matige parken wil scheiden, kijkt naar al de rest. Dat is ongeveer mijn theorie om parken te rangschikken van steengoed naar barslecht. Het zal je wellicht niet verbazen dat ‘Fuji-Q’ in mijn ogen nog maar nauwelijks in de gemiddelde categorie geraakt was, al moet ik toegeven dat ’t park me op twee punten aangenaam verraste. Ten eerste vond ik het personeel – zoals trouwens overal in Japan – ontzettend lief. Ze kreunen weliswaar onder de druk van tienduizenden veiligheidsregels en instructies die het management hen oplegt, maar er is wel degelijk een glimlach. En hoewel dit niet de brede Colgate-smile van ‘Tokyo Disney Resort’ is, komen de medewerkers gewoonweg vlot en ongedwongen over. Ten tweede konden we genieten van een uitgebreid, gevarieerd en bovenal kwalitatief horeca-aanbod. Zowel voor onze fastfoodlunch als voor het kleine vieruurtje werden we immers snel en vriendelijk voorzien van een lekkere snack. Ook wanneer we het systeem niet onmiddellijk beet hadden (’t is in Japan vrij gebruikelijk om je bestelling aan een prehistorische automaat in te geven, waarna je met een tegoedbon naar de uitgiftebalie gaat), kwam er snel een helpende hand. Deze menselijke sfeer gaf het park – dat voor de rest een wel erg kille uitstraling heeft – alleszins een verdiend pluspuntje.

Van een lekkere maaltijd naar een lekkere achtbaan… Daarmee doel ik niet op nummer vier in de ‘Big 4’ van ‘Fuji-Q Highland’, maar wel op de vrij kleinschalige Mad Mouse. Ja, dat lees je goed. Als ik over één coaster positief ben, gaat het over de lokale wilde muis. Nochtans weten we allemaal dat dit coastertype doorgaans niet verder komt dan het anonieme opvulaanbod van een doorsnee pretpark. Slechts enkelingen doen het beter. Ik denk daarmee bijvoorbeeld aan de versies in ‘Mirabilandia’ en ‘California’s Great America’, die me beiden een pittiger ritje opleverden dan een standaardmodel uit de cataloog van Mack of Maurer. Dé muis der muizen vind je echter in ‘Blackpool Pleasure Beach’, waar het ding zo maar even tot de absolute toppers behoort. ‘Fuji-Q’ presenteert een lightversie van die legendarische baan aan de Engelse westkust. Je raast hier helaas niet door een berg rot hout, zit beter vast en de allerlompste airtime werd weggefilterd, maar verder is de Japanse variant al net zo ziekelijk. Dat de karretjes minstens even krap zijn als de typerende haarspeldbochten nam ik alvast voor lief, net als de collectie blauwe plekken die ‘Mad Mouse’ je bij wijze van souvenir meegeeft. Ik ben fan!

Na een kijkje in ‘Evangelion World’ – een suffe walkthrough langs scènes van een tekenfilmserie die me niet bekend is – zochten we de hogere sferen van het reuzenrad Shining Flower op. En hoewel deze klassieker duidelijk betere tijden gekend heeft, was het bijzonder aangenaam om een rustige blik te werpen op de vele stalen screammachines die ‘Fuji-Q’ rijk is. Vergis je echter niet: dit park is meer dan een platte thrillbestemming. Naast de eerder genoemde familycoasters, het grootse ‘Thomas Land’, de saaie walkthrough en het reuzenrad, wordt het familiale aanbod immers passend afgerond door de klassieke zweefmolen, een schommelschip, de carrousel en de theekopjesmolen. Een welgekomen afwisseling tussen al het heftige geweld.
Ook in de categorie ‘thrills’ teert het park niet louter op haar achtbanen. Een mooie collectie flatrides vervolledigt het totaalplaatje, al bleven de liefhebbers daarvan een beetje op hun honger zitten. Giant Frisbee ‘Tondemina’ en de plaatselijke ‘Star Flyer’ lagen helaas half gedemonteerd buiten strijd en ‘Red Tower’ lanceerde haar eerste passagiers pas laat in de middag naar hogere sferen. Als thrillseek(st)er kon je dus maar beter focussen op de knappe Fabbri-ride ‘Panic Clock’ of je zocht – zoals wij – je plezier op coastertracks.

Wat dacht je bijvoorbeeld van een coastertrack die ruim twee kilometer lang is en tachtig meter hoog reikt? Deze meer dan indrukwekkende prestatie wordt neergezet door Fujiyama, wat niet geheel toevallig vertaald wordt als de achtbaankoning. Deze titel kan je vandaag de dag bediscussiëren: van de vier wereldrecords die ‘Fujiyama’ brak bij haar opening in 1996 blijft er immers geen enkele meer overeind. Toch blijft dit een constructie van indrukwekkende proporties die een gemiddeld coasterfan terecht laat watertanden. Deze voorpret probeerde ik echter vrijwel meteen te temperen met twee bedenkingen. Eén: de drie nieuwere achtbaangiganten in ‘Fuji-Q’ scoorden qua comfort beslist geen tien op tien. Twee: ‘Fujiyama’ werd neergepoot door Togo, het Japanse horrorbedrijfje dat zelfs de meest simpele achtbaan tot een regelrechte marteling omtovert. De veertig minuten durende wachttijd – waarin uiteraard slechts drie treintjes vertrokken – bouwde dus al een aardige spanning op voor m’n pijndrempel. En die drempel zou geheel volgens verwachting alweer aardig overschreden worden…

Nochtans begint ‘Fujiyama’ best sterk aan haar parcours. Een trage lifthill bouwt de suspense mooi op, waarna de kolossale trein in een uiterst genietbare first drop duikt. Noch de 130 km/h, noch de langgerekte (erg trage) bocht daarna leverden me enige onaangename trilling op. ‘Fujiyama’ was dus goed bezig en maakte me zowaar euforisch wanneer we iets later over een heerlijke airtime-heuvel scheurden. Helaas is die airtime meteen ook het laatste greintje plezier dat ‘Fujiyama’ te bieden heeft. Vanaf dat punt eindigt namelijk het rijk van de lange rechte trackdelen en neemt een bochtige lay-out het over.
Het slechte nieuws: je bent op dit punt nog niet eens halfweg. Wie ‘bochten’ en ‘Togo’ in één zin wil combineren, kan dat namelijk alleen door hier het woordje ‘Auw’ aan te linken. ‘Fujiyama’ is beslist geen uitzondering op die regel. Er is trouwens niet alleen slecht nieuws, maar ook heel slecht nieuws: ‘Fujiyama’ spaart ’t meest ruwe gooi-, duw- en smijtwerk voor haar eindfase. De laatste sprint richting remsectie is immers een onbegrijpelijke, bottenbrekende opeenvolging van s-bochten. Dit moet zonder twijfel een van ’s werelds meest fout ontworpen stukjes coastertrack zijn. Dus please please please… make it stop! We hadden medelijden met de achtentwintig passagiers die ons even later vervingen, maar waren vooral blij dat ‘Fujiyama’ ons levend liet gaan. Ondanks haar attractieve uiterlijk en een geslaagde start is ‘Fujiyama’ namelijk een regelrechte kwelling. Zou het toeval zijn dat de vier topcoasters hun eindletter delen met het woord ‘hernia’…?

Een blik op het horloge leerde ons dat ’t nauwelijks twee uur ’s middags was. ‘Hoera,’ zou je dan denken: ‘de coasterbingo is binnen en we kunnen de leukste exemplaren nog eens doen’. Dat is een mooie regel die ik ook in ‘Fuji-Q Highland’ met veel plezier zou toepassen, al was er één probleem… wààr vind ik die leuke exemplaren? ‘Eejanaika’ en de fijne ‘Mad Mouse’ konden ons overtuigen, maar daarna bleef het pijnlijk stil. We hadden er namelijk geen nood aan om de knikken van een Gerstlauer of de schaamte van een kiddiecoaster opnieuw te voelen, om over de moordlustige ‘Dodonpa’ en ‘Fujiyama’ nog te zwijgen. Nee, het aftellen naar vijf uur – het tijdstip waarop onze gereserveerde bus opnieuw richting ‘Tokyo Station’ zou bollen – duurde helaas pijnlijk lang.

Ik vind het vreselijk om dit te moeten toegeven, maar het schandalige beleid kwam ons op deze doodse dag relatief goed uit. De wachttijden waren allesbehalve in verhouding met het aantal bezoekers, al zorgde dit ervoor dat we niet op een uurtje rond waren. Wie ‘Fuji-Q Highland’ op een druk moment bezoekt, zal echter zonder twijfel een rotdag beleven. Zelfs de betalende Fastpass – met haar kostprijs van ¥1.000 (een kleine acht euro) trouwens een regelrecht koopje – biedt op zulke momenten wellicht geen soelaas. In het coasteraanbod lijkt ‘Fujiyama’ me immers de enige coaster die meer dan honderd bezoekers per uur kan verwerken. De operations zijn hier dus ronduit verschrikkelijk en vormen een onbeschrijflijke wereld van verschil met de perfect geoliede machine van ‘Tokyo Disney Resort’, waar we twee dagen eerder te gast waren. Ik begrijp intussen dus perfect de kritiek die ‘Fuji-Q’ op verschillende sites krijgt. Het vaak terugkerende ‘This is actually worse than Six Flags’ is in mijn ogen zelfs eerder zacht uitgedrukt. Want hoewel ‘Six Flags Magic Mountain’ – dat andere thrillparadijs met een berg – ook geen toonbeeld van pretparkperfectie is, haalt men er doorgaans een aanvaardbare capaciteit. Hierdoor deden we in april 2012 wereldtoppers als ‘Tatsu’, ‘Apocalypse’ en ‘Goliath’ zonder enige wachttijd. In ‘Fuji-Q’ was het zo mogelijk nog rustiger, maar mochten we voor de eyecatchers wel veertig, vijftig of zelfs zestig minuten aanschuiven. En ironisch genoeg leverde die lange wachttijd niet eens een fijne coasterervaring op. ‘Takabisha’, ‘Dodonpa’ en de andere parkiconen konden me hun sterrenstatus alleszins niet met succes bevestigen…

Vrijdag 12 april had me misschien geen nieuw toppark opgeleverd, maar ik moet toegeven dat ‘Fuji-Q’ best een mooie credit is. ’t Is zo’n typische bestemming à la ‘Cedar Point’ en ‘Six Flags Magic Mountain’ waar je altijd bewonderend naar opkijkt, al besef je tegelijk dat je ‘r wellicht nooit zal geraken. Maar kijk: op een mooie lentedag sta je dan aan de voet van Mount Fuji en vult de horizon zich met wereldberoemde achtbaancontouren. Een mooi moment dat me beslist het nodige kippenvel opleverde, al kwam de bedenkelijke nasmaak niet geheel onverwacht. Sinds enkele jaren doe je me immers meer plezier met één steengoede darkride dan met tien wereldwijd geroemde achtbanen. Na deze ene kennismaking is de kans dus miniem dat ik ‘Fuji-Q’ ooit nog in realiteit zal aanschouwen.

Wat geldt voor ‘Fuji-Q Highland’, geldt gelukkig niet voor Japan en Tokyo. Want hoewel het laatste verslag uit deze achtdelige reeks misschien een wrang gevoel geeft, sluit het een erg indrukwekkende reis af. Een reis langs exotische plaatsen, chaotische steden, imposante skylines, wondermooie themaparken en (bovenal) fantastische mensen en culturen. Kortom: de eerste ontmoeting met Azië smaakte naar meer en eind oktober vlieg ik bijgevolg alweer oostwaarts. Hopelijk zijn m’n lezers er ook opnieuw bij? Tot dan!

Een gedachte over “Asian Discovery – Fuji-Q Highland

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s