Asian Discovery – Tokyo DisneySea

<Play>

Zoals reeds voorspeld aan het einde van m’n vorige report: vroeg opstaan voelde voor Nick en mij nog nooit zo pijnloos als op 9 april 2013. Loreen ging akkoord, schreeuwde onze euforie (weliswaar een heel stuk minder vals) mee uit en zo begon een dag om nooit meer te vergeten. Deze dinsdag zou ons immers op een plek gaan brengen die ons beiden al jaren fascineerde. Een plek waarvan de onbereikbaarheid helaas al even immens leek als de sterrenstatus. Maar kijk… op een dag sta je voor ’t raam van een hotelkamer en bepaalt een machtige ‘Mount Prometheus’ de skyline. Dat was de dag waar ik al jaren naar verlangde en de dag die trouwens op haar eentje aan de basis lag van onze Aziatische reis. En zo werd een anonieme lentedag in april een van de mooiste momenten uit m’n jonge leventje. Een eer die ik volledig te danken heb aan Tokyo DisneySea.

Alleen al de naam zou een kippenvelmomentje moeten opleveren voor een zichzelf respecterend pretparkliefhebber. ‘Tokyo DisneySea’ wordt immers door elke mogelijke bron bejubeld en het beeldmateriaal uit Urayasu spreekt voor zich. Men deed er overigens niet lang over om dat imposante aanzien uit te bouwen, want het park is amper twaalf jaar oud. ‘Tokyo DisneySea’ dateert uit de beginjaren van het nieuwe millennium, toen Disney al haar toenmalige resorts uitbouwde tot meerdaagse bestemmingen. Op zulke momenten wordt pijnlijk duidelijk hoe oneerlijk de wereld in elkaar zit. Terwijl men in Japan dit thematische wondertje neerpootte, kreeg Anaheim de matige eerste versie van ‘California Adventure’ en moest Europa zich tevreden stellen met een groots aangekondigd, doch ronduit schaamtelijk project als ‘Walt Disney Studios’. ‘The Oriental Land Company’ – eigenaar van ‘Tokyo Disney Resort’ – heeft echter een schijnbaar onuitputbare geldreserve (die gretig aangevuld wordt door de aan Disney en merchandise verslaafde Japanners) en kon zich deze uitspatting dus best veroorloven. Meer zelfs: ook na de officiële opening in september 2001 bleef men onafgebroken investeren, waardoor het huidige ‘Tokyo DisneySea’ bij de meest complete en drukst bezochte themaparken van de planeet hoort. Kortom: een mooie laatste credit om m’n Disneyparken-teller eindelijk te vervolledigen.

Het ochtendritueel dat we één dag eerder hadden getest tijdens ons bezoek aan ‘Tokyo Disneyland’ had z’n nut bewezen en vandaag pakten we het bijgevolg identiek aan. Dat wil zeggen: vroeg opstaan, een ontbijtpakketje scoren bij de hotelbakkerij, de monorail nemen richting park en daar constateren dat honderden Japanners nóg vroeger gearriveerd waren. Het halfuur dat ons scheidde van parkopening werd vervolgens gebruikt om onze verse chocoladebroodjes te nuttigen en op te merken dat bezoekers van ‘Tokyo DisneySea’ al net zo’n Disneygeeks zijn als de meute die door ‘Tokyo Disneyland’ liep. We hadden van hen bijgevolg exact dezelfde gewoonten verwacht: uren voor openingstijd kamperen voor de poort, om vervolgens een souvenirshop of de talrijk aanwezige Disneyfiguren te overrompelen. Maar Japanners weten – helaas voor ons – wel beter.

Quasi iedereen kent het wel: de beruchte ‘Silver Star Run’ in ‘Europa-Park’ of de bestorming van ‘Crush’s Coaster’ vlak na de opening van ‘Walt Disney Studios’. Wel… vergeet dit; Europeanen zijn watjes. Want waar er in Europa slechts een handvol bezoekers het op een snelwandelen zet, doet in Japan werkelijk iedereen mee. Hele gezinnen duwen hun tweejarige peuter aan recordsnelheid vooruit in z’n wandelwagen terwijl oma aangemaand wordt om het tempo nog ietwat op te voeren. Men gooit de talrijk aanwezige Duffy-knuffels op de grond om een blokkade te vormen voor de andere bezoekers en opa’s wandelstok is bovendien ideaal om te tackelen. Zelfs tien minuten na de officiële opening van het park – het moment waarop wij de lange rij eindelijk overwonnen hadden – zette nog elke arriverende gast de spurt in. Ik hoef je dus wellicht niet meer te vertellen dat ‘Tokyo DisneySea’ ’s ochtends een gigantisch gekkenhuis is. Toch probeerde ik de op hol geslagen massa subtiel te negeren, want plots is het daar dan: het moment waarop je onder de bogen van ‘Hotel Miracosta’ wandelt en de iconische ‘Mount Prometheus’ opdoemt. Mijn tip: sta hier een uurtje stil en probeer te beseffen dat je ein-de-lijk in ‘Tokyo DisneySea’ bent. De tip die een gemiddelde Japanner je geeft: ‘Blokkeer de weg niet en spurt de longen uit je lijf, slak!’

Waar die Japanners allemaal heen rennen? Helaas naar de attractie die wij eveneens voor ogen hadden om de dag mee te starten: ‘Toy Story Mania’. Deze ride zorgt in Californië en Florida al voor aanzienlijke wachttijden, maar dat blijkt allemaal nog braafjes wanneer je in Tokyo geweest bent. De hele hoofdstraat van themazone ‘American Waterfront’ stond immers vol bezoekers die geduldig een Fastpass probeerden te bemachtigen, terwijl ook de standby wachttijd al vlug de kaap van honderd minuten overschreed. De tientallen aanwezige Cast Members leidden het geheel bijzonder professioneel in goede banen en bewezen zo dat dit geschifte tafereel wellicht dagelijkse kost is. Respect voor hen, maar deze gekte was niet voor ons weggelegd.

‘Toy Story Mania’ werd het dus niet, directe buurman ‘Tower of Terror’ evenmin. Analoog met onze werkwijze in ‘Tokyo Disneyland’ zouden we hier echter wel een Fastpass scoren (en stiekem al helemaal ondersteboven zijn door het majestueuze gebouw) om vervolgens een andere E-ticket aan te vinken. Omdat een geschatte negentig procent van de aanwezigen zich ondertussen in en rond ‘American Waterfront’ bevond, lieten we deze bloedmooie zone tijdelijk achter ons. Dit ten voordele van ‘Mysterious Island’, het meest centrale gebied dat zich in het immense rotsmassief van ‘Mount Prometheus’ nestelde. Deze unieke themazone is Jules Verne op z’n best: antiek-industriële werktuigen, primitief verlichte grotten, mysterieus borrelende waterpoelen en het constante gebrom van de vulkaan creëren er een onbeschrijflijke sfeer. Maar ‘Mysterious Island’ is meer dan een portie visueel genot; je vindt er ook twee darkrides. En eentje daarvan is mede verantwoordelijk voor de internationale roem die ‘Tokyo DisneySea’ vandaag geniet.

Journey to the Center of the Earth… qua naamgeving kan dat best tellen voor een flagship attraction. De naam is echter slechts één aspect van de grootse verwachtingen die Disney rondom deze ride creëert. Deze wereldberoemde ‘Journey’ werd namelijk ingebouwd in de imposante ‘Mount Prometheus’ en de ingang bereik je langs een in rotsen uitgehouwen gallerij. De wachtruimte – geïntegreerd in een grillig gevormde grot – zet het thematische feestje onverminderd verder en laat je door middel van schetsen alvast proeven van de expeditie die je te wachten staat. Die expeditie start overigens met een enkele rit in een van de zogenaamde ‘Terravators’, liften die je in ware Verne-stijl kilometers onder het aardoppervlak laten zakken. De illusie is compleet wanneer je even later in een mysterieuze grot vol stomende kraters en bizar realistische boor- en graafmachines gedropt wordt, wachtend op je persoonlijke expeditievoertuig. Ik zou ‘Journey to the Center of the Earth’ graag een prijs geven voor ’s werelds meest indrukwekkende opstapperron bij een attractie, maar ik kan dat helaas niet over m’n hart krijgen. Dit is namelijk géén perron, dit is een grot die zich mijlenver onder de grond bevindt. Geen mens die zich hier nog in een pretpark waant of beseft dat dit vijftien jaar geleden nog een grote betonnen bouwput was.

Nog voor het plaatsnemen was er al heel wat moois de revue gepasseerd, waardoor de verwachtingen inmiddels op een astronomisch niveau lagen. ‘Journey to the Center of the Earth’ zou echter niet onder die enorme druk gaan lijden, want dit is een belevenis zoals enkel Disney ze kan afleveren. De opbouw van de rit is daarbij even geniaal als voorspelbaar: na twee lieflijke scènes vol haast buitenaardse fauna en flora rijdt het voertuig – je raadt het al – een verkeerde gang in, waardoor de sfeer in een mum van tijd omslaat. De route wordt hobbeliger, de tunnels duisterder en een dromerige versie van de sublieme soundtrack ruilt zich in voor een dreigende variant.

Het slechte nieuws: op dat punt ben je eigenlijk al zo goed als halfweg. Het goede nieuws: de ervaring wordt met de seconde sterker. De verrassingen volgen elkaar tijdens het tweede deel immers in sneltempo op: van een realistische blikseminslag en open vuur (waar je bizar dicht aan voorbij rijdt) tot een badass onderaards monster… je komt ogen te kort om alles te vatten. Dat je vervolgens met een stevige portie airtime uit een stomende krater gespuwd wordt, is een joekel van een kers op een sowieso al veel te lekkere taart. De relatief beperkte ritduur weerhoudt ‘Journey to the Center of the Earth’ er alleszins niet van om haar bezoekers te verbluffen met indrukwekkend thema, ongeziene opbouw en een finale die met U dient aangesproken te worden. Als opener van de dag kon het alleszins tellen. En het leukste weetje: de wachttijd bedroeg nog geen vijf minuten!

Voor nog meer door Jules Verne geïnspireerd darkride-plezier (zonder enige wachttijd) hoefden we maar een paar meter te stappen. In de lagune van ‘Mysterious Island’ bevindt zich namelijk de basis van 20.000 Leagues Under the Sea, een attractie die qua originaliteit niet moet onderdoen voor de grote broer van daarnet. De uniciteit is voornamelijk te danken aan het transportsysteem: onder een rail zwevende duikboten waar telkens zes passagiers in plaatsnemen. Een erg leuk en thematisch honderd procent geslaagd idee, maar echt comfortabel zijn de benauwde onderzeeërs niet. Probeer bovendien zeker een zitje aan de ‘voorzijde’ te bemachtigen. Het gevoel is daar minder claustrofobisch, het observatieraam groter en het uitzicht bijgevolg tienmaal beter dan aan de beide zijkanten. Goed voor diegenen die het weten – de supervriendelijke Cast Members gunnen je met veel plezier die ereplaats – maar ’t is best jammer dat vier van de zes passagiers het met een inferieur uitzicht moeten stellen.

De rit zelf wist me helaas evenmin te imponeren. ‘20.000 Leagues Under the Sea’ mist ondanks haar knap doorgevoerde thema immers een duidelijk hoogtepunt en de tweede helft komt zelfs eerder fout dan mysterieus over. De Imagineers hadden namelijk het lumineuze idee om daar een blik aliens open te trekken. En hoewel deze marsmannetjes een welgekomen afwisseling vormen in de verder vrij eentonige onderwaterwereld, mis ik gewoonweg elke vorm van logica. Ondanks het fijne concept, de integratie van een vernieuwend transportsysteem en de geslaagde duistere setting, voelde ‘20.000 Leagues Under the Sea’ dus een beetje misplaatst tussen al de perfectie waar ‘Tokyo DisneySea’ voor staat.

Van ‘20.000 Leagues Under the Sea’ naar gewoon ‘Under the Sea’; het kostte ons in ‘Tokyo DisneySea’ slechts enkele stappen. Een indrukwekkende passage door steile kliffen bracht ons immers in ‘Mermaid Lagoon’, een zone die volledig gewijd is aan de meest sexy prinses uit het Disney-assortiment (hoera!). Qua contrast kan dit trouwens tellen: de dreigende duisternis van ‘Mysterious Island’ leek opeens heel ver weg. In ruil daarvoor kregen we een speels zandstrand, exotische vegetatie en een fantasievol onderwaterpaleis als blikvangers. Dat paleis vormt overigens de toegang tot ‘Triton’s Kingdom’, een wondermooie indoorzone die een viertal kleine rides verenigde tot een kleurrijk kinderparadijs. Noem het dus gerust ‘Plopsa Indoor’ met een Disneysausje, want het thematische niveau ligt weerom immens hoog. ‘Triton’s Kingdom’ is bovendien meer dan een Zamperla-cataloog in onderwaterthema; het vormt eveneens de toegang tot Mermaid Lagoon Theater. Deze ronde showarena is eens per halfuur het decor van de musical ‘Under the Sea’, die logischerwijs het bekende verhaal van Ariel en haar liefde voor Prins Eric vertelt. Met het piepkleine podium in ons achterhoofd verwachtten we ons aanvankelijk aan weinig spectaculairs, maar we vergisten ons enorm. De techniek achter deze productie doet immers menig musical op Broadway of in West End verbleken. ‘Under the Sea’ was voor mij alleszins één langgerekte opeenvolging van ooh’s en aah’s. Nuja… ‘langgerekt’ mag je misschien met een korreltje zout nemen. De speelduur van nauwelijks vijftien minuten vormt namelijk een domper op de muzikale feestvreugde en het verhaal wordt bovendien behoorlijk abrupt afgeknipt. Ariel – die al jàren droomt van een leven op het land – lijkt na één strofe van titelnummer ‘Under the Sea’ immers al overtuigd dat de oceaanbodem echt wel een betere plek is. Prins Eric krijgt dus de spreekwoordelijke middelvinger en Ariel leeft gelukkig verder als eeuwige single. Zo simpel gaat dat.

In ieder geval: een theaterproductie van pakweg veertig minuten zou het geheel wellicht nog wat imposanter maken, maar dankzij de complexe techniek maakt ook de huidige show al een onvergetelijke indruk. Een schaars geklede Ariel levert bovendien enkele visuele pluspunten, terwijl een draagbaar vertaalschermpje ervoor zorgde dat wij als westerlingen geen woord moesten missen. Well done, Disney!

Het outdoorgedeelte van ‘Mermaid Lagoon’ bleek relatief oninteressant voor ons. Na een kermismolen en een nogal matig gethematiseerde kiddiecoaster ben je namelijk helemaal rond. Toch hield het familiaal georiënteerde plezier hier niet op; ook het vlakbij gelegen ‘Arabian Coast’ richt zich vooral op de jongere bezoekers. Een deel van dit themagebied weerspiegelt met haar grootse witte gevels en indrukwekkende minaretten een oosterse paleistuin, maar het kwam er op zich nogal doods over. Schuldige van dienst was ‘The Magic Lamp Theater’, een 3D-show die helaas net z’n jaarlijkse onderhoud onderging. De enige geopende attractie – een erg imposant vormgegeven draaimolen – kon ondanks haar giganteske uiterlijk maar moeilijk bezoekers lokken.

Meer leven en meer sfeer in een ander gedeelte van ‘Arabian Coast’, dat met haar nauwe stegen en kleinschalige huisjes sterk doet terugdenken aan Agrabah uit de Aladdin-films. Het tropische groen en de op strandjes aangemeerde schepen maken deze zone tot een ware eyecatcher. En dat is overigens een quote die op heel ‘Tokyo DisneySea’ van toepassing is: waar je ook kijkt of waar je ook staat… dit park klòpt. Je betrapt ‘DisneySea’ niet op onlogische samenhang of visuele missers, maar je wordt met elk zintuig naar de plaats gebracht die men in de desbetreffende zone uitbeeldt. Op dat moment wandelden we dus door een eeuwenoude oosterse stadskern waar characters garant stonden voor de langste wachttijden. En met ‘lang’ bedoel ik ook echt làng, want Japanners bleken ook in ‘Tokyo DisneySea’ massaal op figuurtjesjacht te gaan. Goed nieuws voor ons, want bij de attracties was er nagenoeg niemand te bekennen. Zo konden we quasi onmiddellijk boarden voor een ritje op ‘Jasmine’s Flying Carpets’ – een molen die hier ondanks haar ietwat plasticachtige uiterlijk een stuk beter tot z’n recht komt dan in Parijs – en Sinbad’s Storybook Voyage. Over deze darkride had ik in het verleden al iets opgevangen dat mijn verwachtingen deed evolueren naar ‘It’s a Small Arabian World’ after all. Meer dan een catchy soundtrack en enkele cartooneske decors heeft het echter niet gemeen met die legendarische Disneyride. Neen, bij ‘Sinbad’ gaan de verhaallijn en het themaniveau een heel eind verder. Combineer die kwalitatieve afwerking met een verrassend lange ritduur en een uitgebreide collectie prachtige animatronics om het plaatje te vervolledigen. Et voilà: een van ’s werelds meest geslaagde familyrides zonder overdreven poespas. Dit is gewoon een honderd procent genietbare darkride met een (in mijn ogen) sterke herhalingswaarde. Top!

We lieten de oase van ‘Arabian Coast’ voor wat ’t was en arriveerden in de Centraal-Amerikaanse jungle van ‘Lost River Delta’. Dit dichtbeboste gebied wordt gedomineerd door een reusachtig tempelcomplex waarin twee blikvangers hun thuishaven vonden. Numero uno is Raging Spirits, een in 2005 geopende coaster die identiek is aan ‘Indiana Jones et le Temple du Péril’ in ‘Disneyland Paris’. Qua rit dan toch, want voor de thematische inkleding trok men duidelijk een andere kaart. De baan is opvallend soepeler, maar dat maakt de Japanse versie niet noodzakelijk beter dan bij ons. Want hoewel ik de duistere tempelfaçade met z’n vuur- en watereffecten op zich mooier vind dan de levenloze setting in Parijs, blijft het een erg matige coaster achter een leuk geveltje. Een gevel die overigens niet kan camoufleren dat de staalconstructie te prominent aanwezig is en men voor het station wat budget te kort kwam. Budget dat mogelijkerwijs opgeslokt werd door de wachtruimte, die voor een dergelijk simpele ride dan weer indrukwekkend knap is.

Kortom: hoewel dit ‘Tokyo Disney Resorts’ enige mogelijkheid is om een inversie te beleven, levert de baan weinig tot geen meerwaarde. De Japanse bezoekers smullen ervan – we troffen hier onze eerste noemenswaardige wachtrij aan – maar ‘Tokyo DisneySea’ zou zonder ‘Raging Spirits’ niet minder compleet zijn.

‘Cape Cod’ is gezellig, ‘Cape Cod’ is cute en ‘Cape Cod’ is pure eyecandy. Maar in ‘Cape Cod’ is er nu ‘ns echt niks te beleven. Geen schattige draaimolen of kleinschalige darkride en al helemaal geen topper van formaat. Toch wordt deze themazone druk bezocht en de schuldige daarvoor is… Duffy. Voor wie het fenomeen nog niet kent: Duffy is het troetelbeertje van Mickey Mouse en wordt met gematigd succes geïntroduceerd in de Disneyresorts. In Parijs wil er vaak geen mens op de foto met het quasi onbekende figuurtje, maar in Japan is Duffy een hype van jewelste. Urenlang staat men in de rij voor een foto en de gekte rond vriendinnetje ShellieMay is zo mogelijk nog buitensporiger. Het rustige havendorpje ‘Cape Cod’ werd recent gebombardeerd tot de woonplaats van het koppeltje. Resultaat: een souvenirshop waar de rekken nauwelijks bijgevuld raken en een overbevolkte meet ‘n’ greet.

‘American Waterfront’ is een van de grootste en meest prominente gebieden in ‘Tokyo DisneySea’ en ‘Cape Cod’ is eigenlijk niet meer dan een rustieke uitloper daarvan. Het echte werk vindt plaats in de straten van New York City, die gedomineerd worden door de meer dan imposante Tower of Terror. Deze wereldberoemde thrillride doet het in Japan zonder verhaallijn rond ‘The Twilight Zone’ en ook de bouwstijl is in geen geval te rijmen met de versies in Orlando, Anaheim of Parijs. Da’s overigens allesbehalve negatief, want nergens maakt het exterieur zo’n gedetailleerde en grootse indruk als hier. M’n verwachtingen waren alvast hooggespannen!

Tokyo’s ‘Tower of Terror’ vertelt het verhaal van de steenrijke hotelmagnaat Harrison Hightower die een passie had voor verre reizen. So far, so good. Maar eigenlijk was Mr. Hightower helemaal niet zo’n good boy, want hij had er een gewoonte van gemaakt om van overal heilige souvenirtjes mee te nemen. Een van die artefacten kwam op Oudjaar 1899 tot leven en zou het hotel en z’n eigenaar voorgoed vervloeken. Dat bewuste figuurtje – de stiekem best schattige ‘Shiriki Utundu’ – zou dus een hel gaan betekenen voor Harrison Hightower, maar bezorgt ons de hemel op aarde. Want de Japanse ‘Tower of Terror’ is euhm… pretty awesome.

Sinds die bewuste avond was het ‘Hightower Hotel’ in verval geraakt en even dreigde men zelfs met de totale sloop ervan. De ‘New York City Preservation Society’ stak daar gelukkig een stokje voor en geeft vandaag de dag rondleidingen aan nietsvermoedende toeristen (dat zijn wij en een horde uitzinnige Japanners!). De Cast Members in ‘Tower of Terror’ zijn hier dus geen stoffige bell boys, maar wel museumbeambten. Voordeel één: die lieve Japanse meisjes hoeven geen geforceerd creepy gezicht op te zetten. Voordeel twee: de verhaallijn is een stuk geloofwaardiger en vormt een meer coherent geheel dan in Europa of de Verenigde Staten. Nog meer goed nieuws in verband met de voorshow: geen saaie video, wel een visueel spektakel dat ook voor anderstaligen duidelijk te volgen is. Let trouwens goed op het beeldje van ‘Shiriki Utundu’, want daarmee creëert men een van de sterkste illusies in pretparkland. Wie denkt dat preshows in de regel saai horen te zijn, mag hier dus gerust ‘ns het tegendeel komen bekijken.

De lijst met verschillen blijft ook na de voorshow aardig aandikken. We belandden hier namelijk niet in de zogenaamde ‘Boiler Room’, maar wel in een opslagruimte die uitpuilt van de uitheemse kunstwerken. Een ware streling voor het oog, met een Egyptische farao en een Aziatisch duivelsmasker als regelrechte blikvangers. Knap detail: in de mond van dat duivelsbeeld zagen we regelmatig de groene oogjes van ‘Shiriki Utundu’ oplichten. En zo zit deze gigantische ruimte trouwens nokvol met subtiele details en verbluffend thema. De spanning steeg alvast zienderogen en de rit bleek even later niet teleur te stellen. Beide visuele scènes (voor de start van de valsequentie) leiden perfect tot een ultiem hoogtepunt, waarna ‘Shiriki Utundu’ zich helemaal laat gaan met de liftkooi. De rit begint anders dan de Parijse versie – je wordt na de tweede scène eerst naar boven gehesen – maar vervolgt zich quasi identiek. De magistrale soundtrack begeleidt deze attractie overigens heel wat beter dan het monotone ‘Twilight Zone’-geluidje en klinkt eveneens in volle pracht door de passage richting uitgang. Daar besefte ik dat ‘Tower of Terror’ misschien niet dé topthrill is, maar dat deze attractie wel grenzen opzoekt qua sfeerschepping, concept en totaalbeleving. Zonder twijfel een wereldtopper!

‘Tower of Terror’ mag misschien wel het hoogste bouwsel in ‘American Waterfront’ zijn, maar z’n iconische status moet hij delen. Minstens even indrukwekkend is immers de fictieve havenbuurt met de aangemeerde S.S. Columbia, een imposant passagiersschip. ’t Is sowieso al compleet over the top om een levensgrote ‘Titanic’-achtige boot in een pretpark te droppen, maar Disney doet er uiteraard nog een schepje bovenop. ‘S.S. Columbia’ is immers niet louter een thema-object; het is ook quasi volledig toegankelijk. Het voorsteven garandeert je bijvoorbeeld enkele knappe uitzichten over ‘Tokyo DisneySea’ terwijl je in ‘The Teddy Roosevelt Lounge’ in stijl aan een cocktail kunt nippen. Om te vieren dat we na maanden ongeduldig aftellen ein-de-lijk in ‘Tokyo DisneySea’ waren, begaven wij ons echter naar de hoogste verdieping en haar ‘S.S. Columbia Dining Room’. Dit restaurant hoort bij de fine dining gelegenheden van het park en overtuigde ons al bij voorbaat dankzij de knappe locatie. Daarmee hield het goede nieuws echter niet op: ik at heerlijke scampi’s, zalige kreeftenstaart en lekkere coquilles voor een prijs waar de meeste Europese restaurants niet aan kunnen tippen. Maar dé grote sterkte van ‘S.S. Columbia Dining Room’ zit ‘m in de service, die zelfs ondanks de wederzijdse taalbarrière van uitmuntend niveau was. In andere Disneyresorts lijden table service restaurants regelmatig onder hun ongemotiveerde personeel, maar in Tokyo kan men het duidelijk wel. Wat mij betreft dus een absolute aanrader voor wie het net iets meer mag zijn, maar één tip wil ik je meegeven. Probeer niet te teren op enkel een hoofdgerecht, want de portionering is beduidend kleiner dan bij ons of in Amerika.

‘American Waterfront’ teert niet enkel op een sublieme thrillride en een stijlvol restaurant, maar werd in 2012 vervolledigd met Toy Story Mania. Indien je al vanaf het begin meeleest, hoef ik je niet meer te vertellen dat dit ding hyperpopulair is. Ook na het normaliseren van de chaotische ochtendrush bleven wachttijden van ruim anderhalf uur bijgevolg eerder regel dan uitzondering. Tenzij we echt heel lang in de rij wilden staan (nee) of al uren op voorhand voor de parkingang wilden kamperen (heel erg nee), leek het ons dan ook een onbegonnen zaak om ‘Toy Story Mania’ in Tokyo aan te vinken. Tenzij… je beseft dat Japanners best voorspelbaar zijn. Een dag eerder hadden we in ‘Tokyo Disneyland’ immers gemerkt dat men massaal de nachtparade afwacht, om daarna even talrijk naar huis te vertrekken. En ja hoor, in ‘Tokyo DisneySea’ bleek het scenario identiek. Na het avondentertainment – een moderne variant op de Amerikaanse ‘Fantasmic!’ – werden de meeste attracties namelijk walk-on. Kort voor sluitingstijd konden we ‘Toy Story Mania’ dus beleven met een comfortabele wachttijd van zowat twintig minuten. Bingo!

‘Toy Story Mania’ vraagt wellicht geen uitgebreide beschrijving meer aangezien velen deze ride reeds aandeden in Anaheim of Orlando. De uitvoering verschilt nauwelijks. We roteerden door een kale hal, stopten voor grote schermen en trokken onze rechterarm helemaal suf om die schermen te bekogelen met pijltjes, ballen en ringen. Een haast te simpel concept dat Nintendo decennia geleden al bij je thuis kon creëren, maar het wèrkt. ‘Toy Story Mania’ is pure fun en bevat een bepaalde dynamiek die conventionele shooters missen. Maar hoe fijn deze ride ook is; verspil hier alsjeblieft niet te veel tijd aan. Spaar je Fastpass op voor een andere (betere) attractie en gebruik de waardevolle ochtenduren om toppers als ‘Tower of Terror’, ‘Indiana Jones Adventure’ of ‘Journey to the Center of the Earth’ zonder lange rij te beleven. Doe ‘Toy Story Mania’ bij voorkeur laat op de avond of wacht tot je nog ‘ns in een Amerikaans resort bent. Want hoe cool de buitenzijde hier in Tokyo ook is – het exterieur oogt tien keer mooier dan bij de broertjes – de binnenkant verschilt niet.

‘Tokyo Disney Resort’ denkt werkelijk over alles tien keer na. ‘Toy Story Mania’ werd bijvoorbeeld niet zomaar naast het grootse Broadway Music Theatre gebouwd. De tientallen meters extra wachtruimte die men ’s ochtends voorziet voor Woody en Buzz, doen vanaf de middag immers dienst als buffer voor de showverslaafde Japanners die ‘Big Band Beat’ willen meemaken. Deze populaire voorstelling werkt normaal gezien met een reservatiesysteem à la ‘Raveleijn’, maar draaide tijdens deze relatief rustige lentedagen op een ‘first come, first serve’-basis. Gevolg: locals gingen al lang op voorhand kamperen op hun strandmatje voor de beste plaatsen. De B-seats die onze Europese mentaliteit opleverden, gaven echter eveneens een goed zicht op deze vermakelijke theaterproductie. Verrassend: de focus ligt eerder op aanstekelijke livemuziek dan op Disneyfiguren en de songs zijn bovendien Engelstalig. Nick’s mening: ‘Zzzz…’ Glenn’s mening: ‘Meer van dat!’
De andere theatershow op ons palmares deed me echter ook wat verloren slaap inhalen. ‘Mystic Rhytmns’ leek namelijk een beetje op een indianenshow in ‘Bobbejaanland’, zij het dan met niet-tweedehandskostuums en een decor dat niet door de lokale klusjesman in elkaar getimmerd werd.

Tijd voor een klein geheimpje. Een van de gezelligste stukjes ‘Tokyo DisneySea’ ligt goed verborgen tussen de hoofdstraat van New York City en een zijvleugel van ‘Hotel Miracosta’. Deze hoek vormt met haar typerende gevels en idyllische kanaaltje zowat de mooiste reproductie van Venetië buiten Italië. Je vindt hier vooral rust, want de enige aanwezige attractie is een groot deel van de tijd buiten gebruik. De Venetiaanse gondels blijven bij het minste zuchtje wind immers aan de kade en varen ook niet uit tijdens shows op het centrale meer. En wanneer wandel je bij voorkeur door ‘Mediterranean Harbor’? Juist ja, wanneer er een show plaatsvindt.

Die shows zijn trouwens best indrukwekkend. Overdag vormt ‘Mediterranean Lagoon’ bijvoorbeeld het decor voor The Legend of Mythica, DisneySea’s antwoord op een klassieke parade. En dat is ook exact wat ik ervan verwachtte: een stoet bootjes met wuivende Disneyfiguren. Ik had me echter danig vergist, want ‘The Legend of Mythica’ gaat zoveel verder dan dat. Niet alleen pakten de floats een heel stuk imposanter uit dan gedacht, het spektakel bleek ook daadwerkelijk een verhaal te vertellen. Een verhaal dat relatief vaag blijft wanneer je de taal niet machtig bent, maar het visuele spektakel en de muzikale begeleiding zijn indrukwekkend genoeg om dat te maskeren. ‘The Legend of Mythica’ vervoert je naar een wereld vol sprookjesachtige wezens die bijzonder imposant uitgebeeld worden op de verscheidene vaartuigen. Die floats meren op een gegeven moment zelfs aan, waarna tientallen dansers aan land komen. Deze interactie leverde nog een extra puntje op, maar ‘The Legend of Mythica’ had dankzij haar uniciteit en grootse aanpak sowieso m’n hart al gestolen. Dit is een meer dan volwaardig alternatief voor de standaard parade die we van Disney gewend zijn.

We wilden naar themazone ‘Port Discovery’ en dat is perfect te voet haalbaar. Maar ach… onze selectieve luiheid verkoos een andere oplossing: de DisneySea Electric Railway. Deze antieke trammetjes houden halt in ‘American Waterfront’ en brengen je van daaruit rechtstreeks naar ‘Port Discovery’. Dat gebied kan je best aanzien als een nautische variant op ons Europese ‘Discoveryland’. In dit semi-futuristische gedeelte liggen vreemde vaartuigen voor anker en wordt de aandacht quasi meteen getrokken door een lekkende sluiswand, een van de meest geniale details die het park rijk is.

Een van de meest in het oog springende gebouwen in ‘Port Discovery’ is dat van ‘The Center for Weather Control’. StormRider – de attractie die hierin gevestigd is – is helaas minder indrukwekkend dan het gebouw zelf. ’t Is zo’n typische ride die bij opening in 2001 misschien nog net voldoende scoorde, maar anno 2013 gewoonweg passé is. ‘StormRider’ begint in een laboratorium (Been…) met een langdradige preshow (… there…) en wordt nadien een simulator (… done…) die je meeneemt naar een zware storm (… that!). Het best fijn uitgewerkte thema en de vermakelijke special effects verraden dat het een Disneyride is, maar kunnen de tijdsgevoeligheid helaas niet goedmaken.

Hoe matig ik de ervaring van ‘StormRider’ ook vond; er waren een duidelijke verhaallijn en logica aanwezig. Overbuurman Aquatopia doet het omgekeerd. Verwacht je niet aan een verhaal en zoek vooral geen logica in deze ride, maar geniet met volle teugen van ’s werelds meest doelloze attractie. Het principe is even absurd als geniaal: zet tientallen bootjes in een ondiepe waterbak, stel de meest bizarre wendingen in en laat verder de GPS z’n werk doen. It doesn’t make sense at all, but it’s fun! Zeker in ’t donker was het verslavend om zoveel mogelijk routes af te strepen, want stiekem ging ‘Aquatopia’ me niet vervelen. En zo zie je maar: een trackless ritsysteem hoeft niet noodzakelijk geassocieerd te worden met ’s werelds meest perfecte darkrides.

Over ’s werelds meest perfecte darkrides gesproken… Wie goed opgelet heeft, weet dat er nog één topper op ons palmares ontbrak en dat we daar toevallig nog een Fastpass voor op zak hadden. Tijd voor Indiana Jones Adventure: Temple of The Crystal Skull. Da’s inderdaad een hele mond vol voor één enkele attractie, maar laat dat gerust symbool staan voor de awesomeness ervan. Ik hoor het je al denken: ‘Die is toch identiek aan de versie die ik al deed in Anaheim?!’ Maar helaas! Hoewel ‘Disneyland’ met zijn ‘Temple of the Forbidden Eye’ een regelrechte klassebak in huis heeft, hebben de Japanners de laatste puntjes op de i gezet in hun variant. Alleen al het exterieur neemt een groot deel van de prestige voor z’n rekening. Want geef toe: het tempeltje in Anaheim is nauwelijks te spotten en wordt haast overschaduwd door het stationnetje van de nabijgelegen ‘Jungle Cruise’. ‘Me want BIG temple!’ schreeuwden de Japanners richting Imagineering et voilà… een majestueuze Aztekenpiramide verrees in de jungle van ‘Lost River Delta’. De wachtruimte vertoont hetzelfde verschil in grootsheid. Toegegeven: in Anaheim werken de nauwe gangen vol booby traps best angstaanjagend, maar ook dit wordt ruimschoots overklast door de rijkelijk beschilderde, haast surrealistische tempelhal in Tokyo. De sfeer is namelijk onbeschrijflijk wanneer je over een krakende houten brug loopt en de bodem daaronder bezaaid is met tientallen skeletten.

Je moet al aardig je best doen om niet in het beklijvende sfeertje van deze tempel te geloven en de suspense is bijgevolg al aardig opgevoerd wanneer je plaatsneemt in een van de levensechte terreinwagens. De eigenlijke tocht brengt aanvankelijk weinig nieuws wanneer je de Californische versie kent. Op een paar subtiele details na, zijn de scènes immers gelijkaardig. ’t Is ook hier met volle teugen genieten van de simpele, doch sublieme insectenscène en de daarop volgende wankele hangbrug. Rechts van die hangbrug creëerde men overigens een bijzonder knap tornado-effect in een blauwgroene gloed: ‘The Fountain of Youth’. Dat is echter niet het enige extraatje dat Tokyo te bieden heeft. Heb je ’t in Anaheim nooit jammer gevonden dat er kort voor het einde een verbazend lang donker gedeelte is? Wel, Tokyo heeft die duisternis vervangen door een scène om duimen en vingers bij af te likken. Ik was alvast danig onder de indruk van de zogenaamde ‘Face Room’ (of dat is alleszins de naam die Wikipedia eraan geeft) en vind het doodjammer dat Anaheim deze highlight moet missen. De grote finale is bij beide versies dan weer identiek en blijft keer op keer verbazen. Oh-what-a-ride!

M’n verslag heeft er niet om gelogen: ik heb op één dag wel vaker het idee gehad ’s werelds beste attractie ontdekt te hebben. ‘Journey to the Center of the Earth’ leek aanvankelijk de absolute ereplaats op te eisen, maar kreeg niet veel later al stevige concurrentie van de mysterieuze ‘Shiriki Utundu’ en z’n vervloekte hotel. Maar hoezeer deze beide rides de perfectie ook benaderen, niets kan evenaren wat ‘Indiana Jones Adventure’ met me doet. Dat gevoel had ik in Anaheim al, maar de jongere Japanse versie kwam voor mij nóg beter uit de verf. ‘The Temple of the Crystal Skull’ is bijgevolg een attractie waar ik werkelijk niet één negatief woord over kwijt wil. De combinatie van ultiem thema, een geloofwaardig ritsysteem, perfect gesynchroniseerde effecten en tonnen sfeer gaven me steeds weer een onbeschrijflijk wow-gevoel. Met enige trots en een bepaalde zekerheid mag ik dus zeggen dat de beste ride van deze planeet sinds 9 april 2013 op m’n curriculum staat. Yay!

Tja, daar sta je dan. Een danig versleten superlatievenwoordenboek in de ene hand, een camera met leeggelopen batterij in de andere. De indruk die ‘Tokyo DisneySea’ op me gemaakt had, was sowieso al verpletterend: het park had op z’n eentje immers ruim zestig parken één plaats laten zakken op m’n persoonlijke ranglijst. Toen de avond viel, bevestigde ‘Tokyo DisneySea’ bovendien meteen dat het die status niet toevallig verdiend had. Wanneer het donker wordt, wordt het park nog buitengewoner. Want of je het nu over een romantisch havenstadje, een dromerige onderwaterwereld, een klassieke Amerikaanse kermis, een dreigend vulkanisch landschap of een vervloekte hoteltoren hebt, de verbazingwekkende schoonheid is nauwelijks in woorden te vervatten. Ik hoop dat het beeldmateriaal m’n statement kracht kan bijzetten. Dit is geen themapark, dit is een andere wereld.

Voor een stevige portie visueel genot moet je dus gewoon een avondwandeling door ‘Tokyo DisneySea’ maken. Pluspunt: tijdens dat kwijlrondje kan je een heel aantal topattracties quasi wachttijdloos (her)ontdekken. Een geschatte tachtig procent van de aanwezige bezoekers verzekert zich immers ruim voor acht uur al van een waardevolle staanplaats langs de oever in ‘Mediterranean Harbor’. Om acht uur klinken immers de eerste tonen van Fantasmic, het avondspektakel dat hier op ’t centrale meer plaatsvindt. ‘Fantasmic!’ is sinds 2011 de vervanger van het wereldwijd geroemde ‘BraviSEAmo!’. Fans reageerden eerder gematigd toen bleek dat het unieke ‘BraviSEAmo!’ z’n koffers moest pakken ten voordele van een show die uit de Amerikaanse resorts geïmporteerd werd. Ook ik had graag die voormalige symfonie van water en vuur in real-life gezien, maar wil daarmee beslist geen afbreuk doen aan de prestatie die ‘Fantasmic!’ neerzet. ’t Is bovendien een show waar characterminnend Japan heel wat voldoening uit haalt. Zowat elk populair figuurtje passeert immers de revue.

Dit doen ze trouwens in een spektakel dat qua verhaallijn vergelijkbaar is met de Amerikaanse variant, maar qua uitwerking heel anders uitpakt. Deze hypermoderne ‘Fantasmic!’ gooide een aantal vaste waarden overboord. Bye bye eiland uit Anaheim, vaarwel rotsformatie uit Orlando en ook de raderboot vol Disneyfiguurtjes is een opvallende afwezige. In ruil daarvoor wordt de aandacht getrokken door een reusachtige Mickey-tovenaarshoed. Rond dit centrale punt cirkelen enkele kleinere pontons vol dansers en characters. Ondanks deze gewijzigde hardware bleven de hoofdingrediënten gelijk: tientallen vrolijke figuren, herkenbare melodietjes en een indrukwekkende collectie aan vuur-, licht- en geluidseffecten. ‘Tokyo DisneySea’ gaat hier zelfs bijzonder ver in. De hoeveelheid vuur(werk) leunt tegen het absurde aan en ook de iconische ‘Mount Prometheus’ barst tijdens ‘Fantasmic!’ met plezier een keertje extra uit. Pretty amazing stuff, maar meer dan een aanloop is het allemaal niet. Net als bij de originele versies is het namelijk wachten op de draak die tijdens een ijzingwekkende climax de show komt stelen. Dit boosaardig creatuurtje krijgt in Tokyo trouwens het gezelschap van een minstens even imposante spiegel die de Villains-scène een zo mogelijk nog krachtiger imago geeft. Japanse Mickey maakt echter al vlug een einde aan het tijdperk van de slechteriken, waarna het vrolijke ‘Fantasmic!’-deuntje de kleurrijke finaleact inluidt. En daarmee lopen vijfentwintig minuten eyecandy helaas op z’n einde.

Vijfentwintig minuten die me één dag later echter alweer hetzelfde kippenvel zouden opleveren en waar ik ook nu met veel bewondering aan terugdenk. Want hoewel de pracht en praal van het Californische ‘World of Color’ in mijn ranglijst net een trapje hoger blijft staan, verdient Tokyo’s ‘Fantasmic!’ zonder twijfel de zilveren medaille. Dat is grotendeels te danken aan de kwalitatief ijzersterke voorstelling, al krijgt de ongelooflijke setting ook een eervolle vermelding. ‘Mediterranean Harbor’ is immers een ruime, comfortabele showlocatie met ‘Mount Prometheus’ als niet te overtreffen backdrop.

Wanneer de laatste vuurpijlen uitgedoofd waren, begonnen tientallen Cast Members hysterisch met rode lichtkegels te zwaaien. Hun doel: ons zo snel mogelijk richting uitgang begeleiden. Hun beklijvende glimlach en de eindeloze tekst die ze (in een voor ons onverstaanbare taal) afratelden, maakte het best een vertederend tafereel. Een blik op m’n horloge leerde ons echter dat ‘Tokyo DisneySea’ nog anderhalf uur open zou blijven. We liepen dus lekker tegendraads de andere kant op. ‘Shiriki Utundu’, ‘Indy’, het vreselijke monster uit de onderwereld en Woody waren dus nog niet van ons verlost. En hoewel de vermoeidheid stilaan z’n tol begon te eisen – ‘Tokyo DisneySea’ trakteerde ons respectievelijk op een tweede en derde dag van ruim dertien uur pretparkplezier – bleef deze plaats me elke minuut opnieuw boeien en verbazen. Dus please please please… laat ’t nog geen tien uur ’s avonds zijn.

Hoe zeer je ook tegen dat sluitingsuur op kijkt, op een gegeven moment was het toch echt tijd om afscheid te nemen. Afscheid van een magische plaats. Afscheid van een sensationele collectie attracties. Afscheid van een niet te overtreffen decor. Afscheid van het legendarische ‘Tokyo DisneySea’. Ik had deze brok tekst graag een meer genuanceerde ondertoon gegeven met enkele kritische noten en een subtiele ironische kwinkslag, maar ik vond er gewoonweg geen geschikte stof voor. Je moet in dit park immers al bewust op zoek naar verbeterpuntjes. En wanneer je die uiteindelijk zou vinden, besef je waarschijnlijk dat je over te verwaarlozen details struikelt. In ieder geval: de 6460 woorden waar je momenteel doorheen scrollt, beslaan wellicht nog geen fractie van de eindeloze perfectie die ‘Tokyo DisneySea’ belichaamt. Een tekst kan immers nooit omschrijven wat deze plaats met me deed. En hoewel ik diep vanbinnen best besef dat dit maar een themapark is en dat er achter die waanzinnige coulissen een weinig glamoureuze wereld schuilt, ervoer ik het als een absoluut voorrecht om hier te mogen zijn. Om hier te mogen rondkuieren, te zitten, te kijken, te glimlachen en te beseffen: dit is ‘Tokyo DisneySea’. Dit is perfectie. Dit is mijn favoriete plekje op deze planeet.

Een gedachte over “Asian Discovery – Tokyo DisneySea

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s