Asian Discovery – Tokyo Disneyland

<Play>

Wie een halfuur moet wachten op parkopening, heeft uitgebreid tijd om de omgeving te observeren. Zo kwam ik tot de volgende – best uiteenlopende – conclusies. Eén: de honderd kilometer verderop gelegen Mount Fuji was op deze stralende lentedag perfect zichtbaar vanuit ‘Tokyo Disney Resort’. Twee: de rijen voor de ingang van ‘Tokyo Disneyland’ waren sowieso al lang, maar verdubbelden moeiteloos in lengte tijdens die dertig minuten. Drie: hoe enthousiast de menigte van door Disney bezeten Japanners ook was, niet één individu probeerde een shortcut richting toegangspoort te nemen. Zelfs wanneer de ellenlange rijen om klokslag negen uur stilaan in beweging kwamen, werd deze ijzeren discipline gehandhaafd. Tijdelijk dan toch, want van zodra een Japanner de kaartjescontrole gepasseerd is, verandert ie blijkbaar instant in een knettergekke machine die slechts één doel heeft: Disney beleven. Een overgrote meerderheid doet dit door naar de talrijk aanwezige characters te rennen. Het ruime (maar visueel helaas niet zo aantrekkelijke) inkompleinwas ’s ochtends dan ook een krioelende massa van gillende schoolmeisjes, flitsende camera’s en absurd lange rijen wachtenden. Meer dan de helft van onze medebezoekers waren we dus al kwijt toen we door de poort van ‘World Bazaar’ wandelden.

‘World Bazaar’ klinkt erg exotisch, maar is eigenlijk niet meer dan het Japanse antwoord op ‘Main Street USA’ uit de andere Disney-resorts. De architectuur en het straatbeeld zijn quasi identiek, inclusief Victoriaanse geveltjes en het imposante Cinderella Castle op ’t uiteinde. Het uitzicht wordt echter niet door die huisjes of dat overproportionele kasteel gedomineerd, maar wel door het glazen dak dat boven ‘World Bazaar’ zweeft. Op regenachtige dagen vormt dit wellicht een welgekomen tussendoortje om zonder paraplu te kunnen lunchen of shoppen, maar tijdens onze lenteachtige vierdaagse was het helaas eerder een stoorzender. Het komt de akoestiek immers niet ten goede en visueel vond ik de dakconstructie al even bedenkelijk als het betonachtige plein aan de ingang. ‘Central Plaza’ komt gelukkig beter uit de verf: dit centrale plein bezorgt haar tegenhangers in andere Disneyparken het schaamrood op de wangen dankzij haar grootsheid. Dit soort uitgestrekte pleinen en brede wandelpaden komen overigens in heel ‘Tokyo Disneyland’ voor, geen overbodige luxe voor een van ’s werelds drukst bezochte themaparken.

Over drukte gesproken: ‘Tokyo Disney Resort’ staat algemeen bekend omwille van haar absurde mensenmassa’s, urenlange wachttijden en sold-out dates. Weinig bemoedigende vooruitzichten om naar Tokyo te vertrekken, maar we mochten uiteindelijk beslist niet klagen. De Belgische paasvakantie viel immers in het Japanse laagseizoen en de drukte hield zich tijdens ons verblijf dus binnen erg aanvaardbare grenzen. Slechts één dag vreesden we voor het ergste: maandag 15 april. ‘Tokyo Disney Resort’ bestond die dag namelijk exact dertig jaar en opende officieel haar event ‘The Happiness Year’. De drukte voor de poorten was die ochtend niet te overzien en ook ‘World Bazaar’ was één krioelende zee van mensen. M’n kippenvel maakte echter alles goed: de hoofdstraat was omzoomd met wuivende, lachende en gewoonweg überschattige Cast Members uit elke mogelijke uithoek van het park. De redenen waarom er die dag tienduizenden Japanse Disneyliefhebbers aanwezig waren: een speciale ceremonie om halftien ’s ochtends en de première van de ‘Happiness on High Parade’ om drie uur ’s middags. Bizar feitje: de uren tussen deze twee highlights brachten de Japanners geduldig door op hun matje langs de paraderoute. Ruim vier uur voor aanvang zat men al vijf à zes rijen dik op de parade te wachten, met als gevolg dat de attracties eigenlijk nauwelijks bezocht werden. En om het nog een beetje extremer te maken: van zodra ‘Happiness on High’ afgelopen was, stroomde het park zo goed als leeg. Wij focusten op de rides en hebben ook op die feestelijke dag dus eigenlijk nergens lang moeten aanschuiven. Top!

Maandag 8 april…

Maandag 15 april…

Korte samenvatting van deze lang uitgevallen intro: het was maandag 8 april, iets over negen uur ’s ochtends en er was alweer een nieuwe dag aangebroken in ‘Tokyo Disneyland’. Zowat zestig procent van de bezoekers stond foto’s te maken met characters en de rest betrad ‘World Bazaar’. Daar raakten we trouwens nog ‘ns dertig procent kwijt aan de souvenirshops. U leest het goed: Japanners gaan uren op voorhand voor de ingang kamperen om als eerste in de souvenirwinkel (!) te arriveren. Deze boetieks werden trouwens voornamelijk volgestouwd met Duffy-gerelateerde rommel en ontelbare koekjesdozen in alle vormen en maten. Er is één gouden regel: hoe nuttelozer het product, hoe sneller het uitverkocht geraakt in Tokyo.

In ieder geval: slechts een minderheid van de aanwezige bezoekers (waaronder wij en opvallend veel Amerikaanse gezinnetjes) stroomde meteen door naar het attractie-arsenaal van ‘Tokyo Disneyland’. Iedereen hanteerde hierbij trouwens een gelijkaardige strategie: een Fastpass scoren en vervolgens naar een andere E-ticket. Onze keuzes: een Fastpass voor het relatief nieuwe ‘Monsters Inc. Ride & Go Seek’ ophalen (een attractie die je dankzij een handige zijgang van ‘World Bazaar’ trouwens supersnel kan bereiken) en vervolgens in sneltempo naar ‘Fantasyland’.

‘Tokyo Disneyland’ was het vijfde – en voorlopig dus laatst mogelijke – Magic Kingdom dat ik bezocht en het is bijgevolg één groot feest van herkenning. Het is geen verrassing om ‘Fantasyland’ achter het kasteel aan te treffen en vervolgens te zien dat molens en darkrides er de scepter zwaaien. Wèl verrassend, maar helaas in negatieve zin, is het uiterlijk van deze zone. Tokyo’s ‘Fantasyland’ doet immers fel terugdenken aan de oorspronkelijke versie van Florida. Kortom: de Japanners moeten het doen met plastieken kantelen, veel grijs, schreeuwerige tentjes in minstens even schreeuwerige kleuren en veel beton. Een doodse versie van ‘It’s a Small World’ – inclusief afschuwelijke stationshal – en ’s werelds minst mooie Dumbo-molen leveren helaas geen pluspunten op.

Over de aanwezige darkrides van Sneeuwwitje, Pinocchio en Peter Pan kan ik net iets positiever zijn. Akkoord: echt vernieuwend voelt het allemaal niet meer aan, maar stuk voor stuk ogen deze attracties verzorgd. Het bedenkelijke exterieur had m’n verwachtingen voor de eigenlijke rides misschien verlaagd, waardoor de binnenzijde een meevaller was. Ze moeten alleszins niet onderdoen voor hun tien jaar jongere tegenhangers in Parijs. ‘Peter Pan’s Flight’ lijkt qua rit zelfs een stuk uitgebreider, terwijl de absurd lange wachttijden van de Franse versie achterwege blijven. Fijn!

Wanneer ik je vertel dat een van Tokyo’s Fantasyland-darkrides een regelrecht prijsbeest is, heb ik het echter niet over ‘Peter Pan’s Flight’, ‘Pinocchio’ of die kleine wereld met die veel te catchy soundtrack. Neen, dan gaat het over Pooh’s Hunny Hunt. Je vindt ‘m een beetje verscholen in een groene uithoek van Fantasyland, alsof hij zichzelf wil distantiëren van de andere darkrides. Je vergeeft ‘Pooh’s Hunny Hunt’ dit snobisme trouwens probleemloos na één ritje, want dit is gewoonweg een darkride op het hoogst mogelijke niveau. Het begon nochtans braafjes: de bescheiden façade en relatief eenvoudige wachtruimte verraadden niet dat we nauwelijks tien minuten later een wereldattractie zouden beleven. Ook het station oogt niet noodzakelijk beter dan dat van de Pooh-attracties in Orlando of Hong Kong. Pas na het plaatsnemen in je persoonlijke honingpot wordt duidelijk dat ‘Pooh’s Hunny Hunt’ heel wat meer betekent dan haar broertjes. De opbouw en de verhaallijn zijn nochtans quasi identiek, al illustreert Tokyo met haar grootsere scènes en sterkere effecten perfect het verschil tussen een invulattractie en een E-ticket. Maar het goeie nieuws stopt niet bij de proporties. Integendeel zelfs: dé grote sterkte zit ‘m namelijk in het geniale trackless ritsysteem. Er is momenteel veel te doen om ‘trackless’ aangezien ‘Mystic Manor’ en (vermoedelijk) ook de nieuwe darkride voor ‘Walt Disney Studios’ met dit systeem uitgerust worden, maar in Tokyo kan het dus al dertien jaar. De interactie met andere voertuigen geeft ‘Hunny Hunt’ een zekere speelsheid en dat komt vooral in de laatste – wellicht door drugsverslaafde Imagineers ontworpen – scène fantastisch tot z’n recht. In die finalescène glijden immers tien (!) voertuigen tegelijkertijd door een gigantische hal waarin heel wat special effects verwerkt werden. Een desoriënterend, uiterst doeltreffend slot van een attractie die zonder enige twijfel naar m’n wereldwijde top tien doorstootte. ‘Tokyo Disney Resort’ zou die top tien trouwens nog een aantal keren grondig overhoop halen, maar daar kom ik uiteraard nog uitgebreid op terug.

Een directe buur van Winnie The Pooh is Mickey Mouse en z’n ‘Toontown’. Deze cartooneske themazone werd geopend in 1996 en is een gespiegelde, maar verder nagenoeg identieke kopie van ‘Mickey’s Toontown’ in Anaheim. Het verschil zit ‘m echter in de locatie. In Amerika vind je ‘Toontown’ ietwat verscholen in een uithoek, gecamoufleerd door het daarvoor liggende treinspoor en veel groen. Het stoort bijgevolg nauwelijks dat dit gebied met haar speelse bouwstijl en opvallende kleuren eigenlijk helemaal niet thuishoort in een ‘Magic Kingdom’. In ‘Tokyo Disneyland’ ontbreken zowel het spoor als de hoge bomen, waardoor ‘Toontown’ een stuk prominenter aanwezig is. Helaas oogt het geheel daardoor ook ietwat kaal en lijkt ‘Toontown’ een beetje verloren te liggen tussen ‘Fantasy-‘ en ‘Tomorrowland’. ’t Oogt niet noodzakelijk slecht, maar deze ruimtelijkheid gaat ten koste van het knusse, gezellige sfeertje dat in andere Disneyparken vaak beter tot z’n recht komt.

Qua attracties scoort ‘Toontown’ gelukkig beter. ‘Gadget’s Go Coaster’ is een standaard, doch fijn in thema gezette kiddiecoaster en deze zone is ook ideaal om regelmatig characters te spotten. Om de Japanse Disney-obsessie nogmaals te illustreren: het in ‘Toontown’ gelegen ‘Meet Mickey’ stond steeds garant voor wachttijden van zowat twee uur, terwijl de meeste E-tickets zelden boven de 30 à 40 minuten gingen. Dit ruilden we dus met plezier in voor een extra ritje op Roger Rabbit’s Car Toon Spin. De Japanners leken hun weg niet echt te vinden naar deze darkride en da’s bijzonder jammer. Want hoewel ik de onbestaande wachttijd uiteraard best kon appreciëren, verdient deze verrassende attractie gewoonweg beter. Het hoofddoel van ‘Roger Rabbit’s Car Toon Spin’: de inzittenden misleiden en desoriënteren. Na een doolhofachtige – fantastisch mooie – wachtruimte begin je immers aan een rit vol chaotische scènes, onverwachte wendingen en een indrukwekkende collectie aan visuele trucs. Wie dit alles nog steeds te braaf vindt, kan door middel van het ingebouwde draaiwieltje bovendien stevig aan het tollen gaan. M’n niet-bestaande affectie met Roger Rabbit verhinderde me alleszins niet om ten volle van deze ondergewaardeerde topper te genieten.

Het lijstje ‘Vermakelijk, maar geen lust voor het oog’ blijft niet bij ‘World Bazaar’, ‘Fantasyland’ en ‘Toontown’ alleen, maar wordt vervolledigd door ‘Tomorrowland’. Behalve de recent gebouwde versie in Hong Kong lijdt zowat elk ‘Tomorrowland’ trouwens aan dezelfde hardnekkige kwaaltjes: te weinig kleurvariatie versus te veel kale, betonnen vlaktes. M’n grootste probleem met ‘Tomorrowland’ is echter steeds het conflict tussen gedateerde en hypermoderne sciencefiction. Dat is in Tokyo helaas niet anders: de blauw-grijze loodsen van het oorspronkelijke ‘Tomorrowland’ kan ik immers in geen geval rijmen met de gigantische ruimtebasis van ‘Star Tours’ of het modern-industriële sfeertje van ‘Monsters Inc’. Gooi hier nog een afzichtelijke witte tent – alias theaterzaal – en een kaal racecircuit bovenop en je krijgt een realistisch beeld van Tokyo’s ‘Tomorrowland’. En geloof het of niet: Disney komt ermee weg. Pas nu – wanneer ik m’n eigen foto’s opnieuw bekijk – komt het besef dat ‘Tomorrowland’ een aartslelijke zone is. Ter plaatse stoorde het me nauwelijks, al lag dat wellicht grotendeels aan het gelukzalige ‘Ik-ben-in-Tokyo-Disney-gevoel’.

Als we één uitzondering voorlopig even buiten beschouwing laten, zorgde ‘Tomorrowland’ qua attracties voor weinig verrassingen. ‘Buzz Lightyear’s Astro Blasters’ scoort meer aandacht dan een dergelijk simpele shooter verdient, terwijl overbuur ‘Captain EO’ dan weer smeekt om een handvol bezoekers. ‘Star Tours’ bleef – omwille van de bekende 3D-update – tijdens ons bezoek gesloten. Het standaardaanbod wordt afgerond door een afschuwelijke versie van ‘Autopia’, een retro-draaimolen met Amerikaanse ruimtescheepjes en de witte koepel van Space Mountain. Deze wereldberoemde indoor coaster verraste vooral dankzij haar indrukwekkende station (inclusief gigantisch ruimteschip en fancy lichteffecten) en de pittige lay-out. De rit voelt dankzij haar soepel lopende treintjes en plotse bochten identiek als de versies van Anaheim en Hong Kong, maar de totaalbeleving onderging helaas een downgrade. Het ontbreken van onboard audio zorgt immers voor een veel killer sfeertje dan bij de soortgenoten het geval is. Hier in Tokyo viel me dus pas op hoe waardevol en sfeerversterkend de soundtrack van Michael Giacchino eigenlijk is. Die zorgt er immers voor dat ‘Space Mountain’ in Anaheim en Hong Kong een ijzersterke ervaring is, terwijl hij in Tokyo niet verder komt dan gewoon een goeie coaster.

Fastpass-tijd! Tussen ‘Star Tours’ en een zij-ingang van ‘World Bazaar ligt namelijk Monster Inc. Ride & Go Seek, waar we inmiddels welkom waren met ons voorkruippasje. De locatie doet de attractie helaas weinig eer aan. Het gebouw – gethematiseerd naar de beroemde fabriek uit de film – oogt in ’t echt sowieso minder indrukwekkend dan op foto, maar de immense hangar van ‘Star Tours’ doet het al helemaal op een poppenhuis lijken. Verder staat ‘Monsters Inc’ in een thematisch niemandsland tussen antieke Amerikaanse gevels en de uitlopers van een ruimtebasis. Echt veelbelovend is de eerste indruk dus niet, maar de Japanners maken daar duidelijk geen probleem van. Sinds de opening in 2009 behoort deze wereldwijd unieke darkride immers tot de absolute publieksfavorieten. En hoewel de astronomische wachttijden uit de beginperiode inmiddels wellicht tot het verleden behoren, zag ik het tellertje overdag nooit onder de veertig minuten zakken.
Volledig terecht trouwens, want we weten ondertussen wel dat Disney als geen ander darkrides kan bouwen. Het opzet van ‘Monsters Inc’: je rijdt in een ietwat bizar voertuig door Monstropolis en hoort daar met je ingebouwde zaklantaarn de aanwezige monsters tevoorschijn te toveren. Dat klinkt kinderlijk en eerlijk gezegd… dat is het ook. Je moet namelijk al héél slecht mikken om de doelen, gemarkeerd door het bekende Monsters-logo, niet te raken. Maar hoe laagdrempelig het interactieve aspect ook is, doeltreffend is het wel. ‘Monsters Inc’ verwent je – in tegenstelling tot bijvoorbeeld ‘Buzz Lightyear’s Astro Blasters’ – immers met knap uitgewerkte scènes vol komische details en uiterst geloofwaardige animatronics. Tijdens één ritje heb ik de zaklantaarn zelfs bewust in z’n houder gelaten en m’n aandacht volledig gewijd aan het decor, waar trouwens verrassend veel leuke gimmicks in verstopt werden. Ik bekijk ‘Ride & Go Seek’ alleszins als een deluxe-versie van de ‘Monsters Inc’-darkride in Californië, die sowieso al honderd procent genieten is. Mis dit toppertje dus in geen geval!

Het was inmiddels middag en logischerwijs ga je op zo’n moment op zoek naar een restaurant voor de lunch. Mijn typerende gevoel bij pretparkmaaltijden: het is een noodzakelijk kwaad. Je moet er namelijk vaak lang op wachten en de kwaliteit laat doorgaans te wensen over. ‘Tokyo Disney Resort’ bleek echter het ‘Europa-Park’ van Azië te zijn, want lunchen en dineren is hier een waar plezier! Zowel in ‘Tokyo Disneyland’ als ‘Tokyo DisneySea’ vermeden we de piekuren niet (als je honger hebt, moet je nu eenmaal eten), maar nergens dienden we langer dan vijf minuten aan te schuiven. En wanneer die schattige Mickey-burger of die lekkere portie rijst met zoetzure scampi’s je aangereikt wordt met een gemeende Japanse glimlach, smaakt ’t dubbel zo lekker. Een dikke tien op tien voor horeca dus.

Die score was trouwens ook van toepassing op de weersomstandigheden. Na een mistige en kletsnatte vijfdaagse in Hong Kong, voelde Tokyo haast paradijselijk aan met haar 25 graden, de strakblauwe hemel en het verkoelende briesje. Onder de stralende lentezon staken we ‘Central Plaza’ over en belandden zo in het gigantische kasteel van Assepoester. Verrassend: we ontdekten hierin een attractie die voor ons beiden nieuws was: ‘Cinderella’s Fairy Tale Hall’. Veel meer dan een walktrough (waar je overigens wel stijlvol met een lift afgezet wordt) bleek dit echter niet te zijn. Leuk voor tussendoor, maar in mijn ogen geen regelrechte must.

Wèl een must is Haunted Mansion, een attractie die je in Tokyo – u leest het goed – in ‘Fantasyland’ vindt. Wat deze bespookte villa precies te zoeken heeft tussen Dumbo en Peter Pan is me een raadsel, maar de bedenkelijke locatie doet gelukkig geen afbreuk aan de eigenlijke rit. En die is gewoonweg sterk. ‘Haunted Mansion’ doet sterk denken aan haar tegenhanger in Orlando en voelt een stuk duisterder aan dan onze referentie in Parijs. Het achterliggende verhaal van de Franse versie bestaat hier niet en ‘Haunted Mansion’ is dus een vrij klassiek spookhuis met thema van de hoogste plank. Minpunten zijn er voor het weinig sfeervolle station en de slechte coördinatie tussen lift- en doombuggiecapaciteit. De liften verwerkten immers zo veel volk dat de brede gang voor het perron vol mensen geperst werd. Zelfs voor gedisciplineerde Japanners is het op zo’n moment moeilijk om een correcte rij te vormen. Verder echter niets dan lof voor een darkride die dertig jaar na opening nog steeds piekfijn voor de dag komt.

We lieten ‘Fantasyland’ achter ons en betraden de linkerhelft van ‘Tokyo Disneyland’. Dit deel doet het visueel opvallend beter dan de zijde van ‘Fantasyland’, ‘Toontown’ en ‘Tomorrowland’. Niet alleen werden de thema’s er beter uitgevoerd; ze vormen eveneens een coherenter, minder chaotisch geheel. De hoofdreden moet niet ver gezocht worden: de afgelopen decennia werd hier relatief weinig toegevoegd, waardoor de oorspronkelijk bedoelde sfeer nagenoeg intact bleef. Voor de laatste grote nieuwigheid moeten we namelijk al ruim twintig jaar terug in de tijd en met die ride kreeg ‘Tokyo Disneyland’ er zelfs een gloednieuwe themazone bij. Ik heb het over ‘Critter Country’, het speelse broertje van ‘Frontierland’. Het decor wordt gedomineerd door rijkelijk groen, surrealistische huisjes en de typerende heuvel van Splash Mountain. Ik noem het al jaren een schande dat het naar een E-ticket snakkende ‘Disneyland Paris’ geen kopietje van deze topper mag ontvangen, want dit is Disney op z’n best. ‘Splash Mountain’ is immers het ultieme bewijs dat storytelling, thrill en sterk thema gerust hand in hand kunnen gaan. Tot zover hetgene dat ik al wist vanuit Anaheim en Orlando, maar de Japanse versie voelde voor mij nóg een beetje perfecter aan. De benauwde wachtruimte en het openluchtstation uit Amerika werden hier namelijk ingeruild voor een imposant onderaards grottenstelsel vol fijne doorkijkjes en leuke details. De ervaring start echter niet alleen beter, maar ook de darkridegedeelten ogen gewoonweg knusser. De knappe omgeving, indrukwekkende ritduur en de tientallen animatronics maken van ‘Splash Mountain’ dus ongetwijfeld ’s werelds beste boomstammenbaan. De Japanse versie van ‘Zip-a-Dee-Doo-Dah’ krijg je ‘r trouwens gratis bij.

Na het verfrissende ritje ‘Splash Mountain’ (hij leek me vreemd genoeg natter dan in Anaheim en Orlando) maakten we ons stilaan klaar voor de parade. Voor vele westerlingen is dit gewoon een leuk extraatje, maar Japanners zien dit als het absolute hoogtepunt van hun dagje Disney. Ze spreiden al lang op voorhand hun speciale matje uit en wachten – vaak gewapend met zonnescherm en smartphone – geduldig tot het drie uur ’s middags is. Wij arriveerden zowat een halfuur voor aanvang en hadden een comfortabele zitplaats op de vierde rij. Er volgde trouwens een erg aangename verrassing: één week voor de officiële première presenteerde ‘Tokyo Disneyland’ al een avant-première van Happiness is Here aan haar bezoekers. De Japanners gingen massaal uit hun dak en wij deden vrolijk mee, want ‘Happiness is Here’ bleek ronduit fantastisch. Er lijkt maar geen einde te komen aan de grootse reeks praalwagens, de energieke danspasjes en het heerlijk catchy themanummer. Entertainment van de hoogste plank dat we met plezier een tweede keer wilden meemaken. Dat zou een week later – op die bewuste vijftiende april – ook gaan gebeuren, maar dan van op een geschatte twintigste (!) rij. Bij deze ben je gewaarschuwd: wees goed op tijd als je de parade wil zien, of geniet gewoon van de doodse stilte die op er dat moment wellicht bij de attracties heerst.

De parade zinderde nog na (lees: de paraderoute was één grote georganiseerde chaos vol vrolijk kakelende Japanners) en wij zetten koers naar ‘Westernland’. ‘Frontierland’ moet het in Tokyo weliswaar met een andere naam doen, maar verder bleef het recept quasi ongewijzigd. Twintig minuten rust zoek je op de ‘Mark Twain’, twintig minuten avontuur vind je op ‘Tom Sawyer Island’, twintig minuten slaap haal je in bij het oersaaie ‘Country Bear Theater’ en twintig minuten wachttijd trotseer je voor de plaatselijke blikvanger: Big Thunder Mountain. We zijn als Europeanen door en door verwend als het gaat om deze familycoaster der familycoasters. ‘Disneyland Paris’ schonk ons namelijk een oogverblindend mooie en qua rit ijzersterke ‘Big Thunder Mountain’. Wat ze in Parijs echter niet lijken te beseffen, is dat dit attractietype ook perfect zonder absurde wachttijden (steek één) en constante storingen (steek twee) zou kunnen opereren. Tokyo haalt uit haar versie alleszins een optimale capaciteit, waardoor de wachtrij met momenten zelfs aan ‘Eurosat’ deed denken. Er is helaas ook minder goed nieuws: in ruil voor die korte wachttijd krijg je namelijk de tamste versie uit het ‘Big Thunder’-gamma. Onverwachte wendingen en een stevige finale werden genadeloos weggefilterd en maakten plaats voor een softe, voorspelbare coaster. Leuk om een keer gedaan te hebben en qua thema valt er al helemaal niks op aan te merken, maar als Disney-liefhebber weet je nu eenmaal dat ’t beter kan.

Met ‘Adventureland’ maakten we ons cirkeltje door ‘Tokyo Disneyland’ compleet. En om dat te vieren, liet Disney hier een aantal regelrechte klassiekers op ons los. ‘Swiss Family Tree House’ en de legendarische Enchanted Tiki Room beten de spits af. Die laatste leverde trouwens een aangename verrassing op. Deze versie werd geüpgraded met een Stitch-animatronic plus opgefriste verhaallijn en dat viel best mee. Hoewel ik Stitch een vreselijk irritant figuurtje vind, kwam deze ‘Tiki Room: Mission 2′ alleszins beter tot z’n recht dan in Orlando, waar Iago en Zazu het geheel weinig meerwaarde opleverden. Ook leuk: we kregen hier een handig draagbaar schermpje toegestopt waarop Engelstalige ondertitels verschenen. Een mooie geste!

Die ondertiteling zou trouwens ook welkom geweest zijn bij Jungle Cruise, zowat dé klassieker onder de Disney-rides. Onze hyperkinetische vrouwelijke skipper was namelijk zo ontzettend enthousiast dat ik met veel plezier haar commentaar op de diepe Japanse jungle gevolg had. Van het thema moet deze attractie het alleszins al jaren niet meer hebben. Net als bij de Amerikaanse versies is het decor immers al ver over z’n houdbaarheidsdatum heen en verwacht je van Disney gewoonweg beter. Een dikke pluim voor het schattige meisje dat ons met hart en ziel op deze vaart begeleidde, maar het concept ‘Jungle Cruise’ doet me – met uitzondering van de moderne variant in Hong Kong – helaas helemaal niks meer.

Het koloniale gebouw van waaruit ‘Jungle Cruise’ haar (bedenkelijke) expedities start, is tevens het vertrekpunt van Western River Railroad. Deze treinrondrit is uniek voor ‘Tokyo Disney Resort’ en vervangt de traditionele ‘Disneyland Railroad’, die er in haar klassieke vorm niet mocht komen omwille van Japanse wetgeving. Dit alternatief brengt je dus niet door het ganse park, maar beperkt zich tot ‘Adventureland’, ‘Critter Country’ en ‘Westernland’. De eerste helft – waarin we weinig meer dan eindeloos bos te zien kregen – is helaas saai. De tweede helft loopt echter dwars door het park en zorgt bijgevolg voor knappe panorama’s op onder andere ‘Big Thunder Mountain’ en ‘Rivers of the Far West’. Vooral in de duisternis meer dan de moeite en ik vond ‘Western River Railroad’ dan ook een aangenaam tussendoortje om even uit te blazen.

Net als in ‘Disneyland Anaheim’ weerspiegelt een parkgedeelte in Tokyo de zwoele sfeer van steegjes in New Orleans. Hier in Azië wordt dat – in tegenstelling tot de Amerikaanse versie – echter niet als een aparte zone gerekend. Verder is het geheel bijna identiek aan ‘New Orleans Square’, inclusief Pirates of the Caribbean en het typerende ‘Blue Bayou’ dat aan de oevers van de eerste scène ligt. Dineren deden we hier niet; het betere restaurantwerk bewaarden we immers voor ons bezoek aan ‘DisneySea’. Een ritje op de aanpalende attractie kon daarentegen niet ontbreken en zou onze fictieve ‘Pirates of the Caribbean’-counter vervolledigen. De drie voorvangers varieerden in m’n ranking van ‘steengoed’ (Parijs) en ‘meer dan vermakelijk’ (Anaheim) tot ‘ronduit teleurstellend’ (Orlando). De Japanse versie haalde haar inspiratie duidelijk in Californië: het exterieur, het station en de rit lopen namelijk grotendeels gelijk. De recent toegevoegde animatronics en muziek uit de gelijknamige filmtrilogie bezorgden de rit enkele knappe extra eyecatchers, al is de meerwaarde ten opzichte van onze Europese variant verwaarloosbaar. Zowel de buitenzijde, de wachtruimte als de eigenlijke rit blijven in Parijs dan ook duidelijk een trapje hoger staan. Laat Captain Jack Sparrow dus maar netjes in Amerika en Azië; ik mis ‘m hoegenaamd niet.

De relatieve rust zorgde ervoor dat we alle must-do’s makkelijk op een dag konden aanvinken, onze geliefde ‘Pooh’ en ‘Monsters Inc’ zelfs meer dan één enkele keer. Toch moet ‘Tokyo Disneyland’ het niet uitsluitend van haar rijkelijke attractieaanbod hebben. Ook qua sfeer en entertainment speelt dit park namelijk op een bijzonder hoog niveau. Die optimale sfeer dankten we deels aan het zomerse weertje, al was het eveneens opvallend dat er àltijd wel iets te zien of te beleven was. Naast de grote parade spotten we bijvoorbeeld ook een kleine optocht ter ere van het dertigjarige bestaan, een piratenbandje, buitengewoon veel meet & greets met de Disneyfiguren en een fanfare die beroemde Disneytunes door ‘World Bazaar’ liet klinken. Ook de vele extra fotolocaties en uitbundige decoratie die men voor ‘The Happiness Year’ optrok, maakten me duidelijk dat ‘Tokyo Disneyland’ er alles aan doet om haar bezoekers een on-ver-getelijke dag te bezorgen.

Om dat ’s avonds nog een keertje extra in de verf te zetten, presenteerde het park om halfacht Tokyo Disneyland Electrical Parade Dreamlights. Toegegeven: echt lekker bekt dat niet, maar daarmee is meteen het enige minpunt van deze duizelingwekkende avondparade aangehaald. Vergeet het kleinschalige ‘Fantillusion’ en de patriottistische ‘Main Street Electrical Parade’; dit is het échte werk. Ruim twintig minuten lang schoven fantastische floats aan onze voorbij, begeleid door het wereldberoemde ‘Electrical Parade’-deuntje. Het leuke is dat ‘Dreamlights’ zich niet beperkte tot de Disney-Classics, maar tevens inspiratie haalde bij de moderne Pixar-generatie. Hou je ogen overigens goed open bij de wagen van Genie, die zich door middel van knappe technologie omtovert in tientallen kleurrijke Disneyfiguren. Pretty amazing stuff!
Ohja, twee kleine randopmerkingen. Eén: sla ‘Dreamlights’ gerust over wanneer je niet van een flinke portie kitsch houdt. Twee: wees er op tijd bij als je die kitsch wèl kan appreciëren. Het mag inmiddels duidelijk zijn dat de locals dol zijn op dit soort entertainment en ook hiervoor worden de beste plaatsen dus al lang op voorhand ingenomen. Onze zitplek – op een laag muurtje voor ‘Peter Pan’s Flight’ – mag je trouwens best noteren als een prime location. Maar ssssst…!

Hoewel ‘Tokyo Disneyland’ dagelijks tot tien uur geopend bleef, leek quasi iedereen het na ‘Dreamlights’ voor bekeken te houden. Zelfs het vuurwerk ‘Happiness on High’ slaagde er niet in om de bezoekers in het park te houden. Volledig terecht trouwens: na het regelrechte topentertainment dat ‘Tokyo Disney Resort’ reeds op ons had losgelaten, kon de teleurstelling nauwelijks groter zijn. De pijlen worden allemaal vanaf één punt gelanceerd en knallen vervolgens zonder verhaal of gesynchroniseerde muziek de hemel in. Deze bedroevend slechte vuurwerkshow konden we gelukkig vrijwel meteen uit ons geheugen bannen met de compleet wachttijdloze ‘Pooh’s Hunny Hunt’, ‘Monsters Inc’, ‘Space Mountain’ en ‘Splash Mountain’. We bleven dus vrolijk doorgaan, raakten eindelijk gewend aan de eindeloze veiligheidsvoorschriften die de Cast Members (onverstaanbaar en met een brede glimlach) steeds afratelen en beleefden tot klokslag tien uur zoveel mogelijk facetten van dit fantastische park.

En ‘fantastisch’ is wel degelijk het juiste woord. Ondanks de minder positieve punten die ik in dit verslag aanhaalde, is ‘Tokyo Disneyland’ immers niets minder dan een themapark comme il faut. Akkoord: de hele rechterhelft is toe aan een grondige opfrissing en sommige rides scoren minder hoog dan de Europese of Amerikaanse varianten, maar je voelt overduidelijk dat er een hart in dit park zit. En dat hart voelde ik niet alleen tijdens het zoveelste bisnummertje op ‘Hunny Hunt’, maar ook – en vooral – wanneer ik in contact kwam met de buitengewone crew achter dit park. De Cast Members in ‘Tokyo Disney Resort’ zijn namelijk de liefste, schattigste en meest toegewijde mensen die ik ooit aan het werk gezien heb. Ze lijken een ideale mix tussen efficiëntie, klantgerichtheid en snelheid gevonden te hebben en combineren dit alles met een oogverblindende (doch gemeende) smile. Bijzonder veel respect van mijn kant dus; hier kunnen andere resorts – en helaas vooral het Europese – nog heel wat van leren. Datzelfde lof heb ik trouwens ook voor de Japanse medebezoekers. In Orlando, Anaheim, Hong Kong en Parijs kunnen we immers alleen maar dromen van dergelijk correcte gasten. Indien je het reeds vermoedde: ik ben inderdaad op slag verliefd geworden op Japan en haar fantastische volkje.

Dit report neerschrijven, bezorgde me weer net zo veel kippenvel als m’n eerste stappen in ‘Tokyo Disneyland’. Kippenvel dat amper één dag later overigens al ruimschoots overtroffen zou worden door een nog gelukzaliger gevoel. Op 9 april 2013 zou mijn grootste aan deze hobby gerelateerde droom namelijk werkelijkheid worden. Jarenlang had ik naar dat éne bewuste moment verlangd en plots was het daar dan: een bezoek aan het monumentale ‘Tokyo DisneySea’. Ik hoef het je wellicht niet meer te vertellen: ook die volgende ochtend kostte het niet de minste moeite om uit bed te komen. ‘Euphoria’ zou me niet alleen uit m’n slaap wekken, maar was eveneens een goeie beschrijving voor de dag die aangebroken was. Op naar Tokyo DisneySea… en op naar het volgende report! Tot snel!

<Pause>

Een gedachte over “Asian Discovery – Tokyo Disneyland

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s