Asian Discovery – Hong Kong & Macau

Er moeten me twee dingen van het hart: ik ben een pretparkfan en ik ben een horecaboy. I know, op zich is daar niks wereldschokkends aan en ik zal vast niet de enige persoon ter wereld zijn die deze twee eigenschappen combineert. Maar helaas: echt voordelig is het niet. Meerdaagse weekendtrips met een pretparkclub zijn onmogelijk in te plannen en ook een grote zomerreis is uit den boze. Maar er zijn twee lichtpuntjes: mijn vrije weekdagen leveren vaak uiterst rustige pretparkbezoekjes op en tijdens de paasvakantie mag ik elk jaar genieten van twee weken pure vrijheid. April is dus het grote orgelpunt in mijn jaar en ik begin dan ook vroeg aan de voorbereidingen. Wat er dit jaar voor te bereiden viel? Dat kom je in volgende verslagenreeks uitgebreid te weten.

Zomer 2012. Ik stuur Nick – m’n vaste reisgenoot – een foto van Mount Prometheus met het onderschrift ‘Ik heb weer een crazy idee. Are you in?’. Het antwoord kwam zo snel en positief als ik het verwacht had. De keuze was dus semi-officieel en 2013 zou me eindelijk in dat themapark gaan brengen dat al jàren een eenzame eerste plaats op m’n to-do-list bekleedde: Tokyo DisneySea. We zouden twee weken in het verre Japan gaan toeren met een vier- of vijfdaags bezoek aan Tokyo Disney Resort als hoogtepunt. De hoofdlijnen van onze trip leken dus klaar, tot ik een volgend crazy idee op SMS zette: ‘Als we Hong Kong mee op de reisplanning zetten, hebben we alle Disneyresorts ter wereld op onze teller’. En al even snel verscheen er een even positief antwoord op het scherm van m’n gsm. Vier dagen Hong Kong, één dag Macau en negen dagen Tokyo zullen het worden! Op twee augustus boekten we vervolgens onze vliegtuigtickets en werd alles opeens heel concreet. We kozen voor Finnair, de maatschappij die er via Helsinki ongeveer veertien uur over doet om je van Brussel naar Hong Kong te brengen. Voor de terugvlucht – die vanuit Tokyo plaatsvindt – moeten we nog een uurtje extra rekenen, al zorgt het negatieve tijdsverschil ervoor dat alles een stuk sneller lijkt te gaan. De vlucht tussen Hong Kong en Tokyo wordt verzorgd door Delta Airlines en kost ons zowat vier uur (plus één uur positief tijdsverschil).

Velen onder jullie zullen wellicht al ‘ns een reis naar de Verenigde Staten gepland hebben en op zich is er niet zoveel verschil met een Azië-trip. Voor Hong Kong, Macau en Japan voldoet je internationale paspoort en zijn inentingen geen must. Je dient op voorhand geen ESTA-aanvraag te doen en je vult de benodigde documenten gewoon op het vliegtuig in. De plaatselijke douanecontroles bestaan in Hong Kong en Macau simpelweg uit een snelle check van je paspoort. In Japan gaat de controle een stuk verder: hier worden persoonlijke vragen over de duur en het doel van je reis gesteld en moet je mogelijk de koffers openmaken voor een grondige inspectie. Wie ervaring heeft met de Amerikaanse douane, komt alleszins voor weinig verrassingen te staan als ie Japan wil betreden. Alhoewel… wat in de USA onmogelijk lijkt, is hier eerder regel dan uitzondering: een glimlach. Douanebeambten helpen je op uiterst vriendelijke en correcte wijze verder en da ’s uiteraard meteen een mooie binnenkomer.

Een wezenlijk verschil met een USA-reis vind je echter in de verplaatsingen die ter plaatse gemaakt worden. Een huurwagen is in de Verenigde Staten een must, maar zowat elke website en ieder boek raadt af om in Azië met de auto te rijden. In Hong Kong ligt dat voornamelijk aan de agressieve rijstijl van andere bestuurders, in Japan aan de (voor ons onleesbare) wegaanduidingen en de hoge kost om een voertuig te huren. Gelukkig kan je in Hong Kong en Japan op een ijzersterk en uiterst betaalbaar openbaar vervoersnetwerk rekenen. Zelfs voor grote verplaatsingen opteer je in Japan blijkbaar best voor een trein, al heb ik hier zelf geen ervaring mee. Kortom: hoewel Azië een meer exotisch sfeertje oproept dan Amerika, vraagt de reisvoorbereiding in mijn ogen geen grotere inspanning. Hotelboekingen maakten we – zoals gewoonlijk – online en na het ophalen van een startkapitaal in Hong Kong Dollar en Japanse Yen waren we dan ook ready to go!

Twee april 2013. Na een tien uur durende vlucht vanuit Helsinki landen we op Chek Lap Kok, de internationale luchthaven van Hong Kong. De turbulente landing toont meteen hoe we Hong Kong de komende dagen zullen ontdekken: met laaghangende bewolking, beperkte zichtbaarheid en veel regen. Dit minder goede nieuws wordt gelukkig goedgemaakt van zodra we onze eerste stappen in de Aziatische buitenlucht zetten. Ondanks de striemende regen voelt het heerlijk om na een lange Belgische winter nog ‘ns 23 graden op de huid te voelen. De trui gaat uit, de bagage verdwijnt in een veel te kleine kofferbak en iets later brengt een rode taxi ons door een tropisch onweer richting hotel. Deze taxirit maakt al meteen duidelijk dat Europa ver achter ons ligt. De chauffeur manoeuvreert bruusk tussen alle andere voertuigen terwijl ie vier telefoontjes tegelijk schijnt te beantwoorden. Onze blik is echter voornamelijk naar buiten gericht, waar een landschap vol tropisch begroeide heuvels zich langzaam inruilt voor een skyline met steeds hoger en moderner ogende wolkenkrabbers. Ook de haven – met haar immense containerschepen, inclusief de hoog daar bovenuit torenende hijskranen – bepalen het eerste beeld dat je van Hong Kong krijgt. Een beeld dat, wellicht mede door de hardnekkige mist, helaas bedroevend kil en industrieel lijkt.

Gelukkig was die conclusie net iets te vroeg getrokken. Van zodra je de Cross-Harbour Tunnel verlaat, word je namelijk midden in het bruisende stadsleven van Hong Kong Island gedropt. Wanneer de taxi zich vervolgens in smalle, door kruidenierszaken en exotische restaurants omzoomde steegjes begeeft, is het visuele feest pas helemaal compleet. Voor het eerst zie ik de fantastische mengelmoes van Aziatische jongeren met mondmaskers, keurige heren in maatpak en hoogbejaarden die op straat hun waren aan de man brengen. Midden in de wijk Soho, bekend om haar antiekwinkels en de tientallen uitgaans- en eetgelegenheden, treffen we niet veel later ons hotel aan: ‘Holiday Inn Express Hong Kong Soho’. En hoewel het spreekwoordelijke hamertje na ruwweg twintig uur reizen gevaarlijk dichtbij lijkt, haalt dat gelukzalige we-zijn-er-gevoel het met ruime voorsprong van de vermoeidheid. Na een kwartiertje rust en een kwartiertje opfrissing blijkt de avond gelukkig nog jong. Hong Kong, here we come!

Op reis ben ik vaak een planner; iemand die tot in de puntjes weet waar hij op welk moment wil zijn. Voor deze trip had die planner het echter wat losser aangepakt: hoewel er per dag de nodige ideeën op papier staan, zijn er nog een aantal vraagtekens en is er eveneens ruimte voor improvisatie. Voor de eerste avond is er zelfs helemaal geen plan, waardoor we op goed geluk het stadsleven in duiken. We ontdekken daar onder andere dat een complex netwerk van voetgangersbruggen je een streepje voor geven op het chaotische verkeer in de binnenstad, dat een winkelstraat in Hong Kong grotendeels op dezelfde merken teert als in andere werelddelen en dat ‘Abercrombie & Fitch’ ook aan de andere kant van de wereld een waar feest voor je zintuigen is. De wandeling door Queen’s Road – die bewuste shoppingstraat – brengt ons in een meer zakelijk gerichte wijk. En ondanks de meer dan imposante hoogbouw is daar ’s avonds helaas niet bijster veel te beleven. Nick’s iPhone-applicatie weet gelukkig wel raad met ons en-wat-nu-gevoel en stuurt ons naar de overkant van het water.

Daar aan de overzijde ligt Kowloon, het stadsdeel dat tezamen met Hong Kong Island hét wereldberoemde plaatje van Hong Kong bepaalt. Voor de verplaatsing onder Victoria Harbour gebruikten we de lokale Mass Transit Railway (kortweg MTR) die naast spotgoedkoop ook nog ‘ns supergebruiksvriendelijk is. Hoe overvol de stations ook lijken; er is dankzij de ruime treinstellen quasi steeds voldoende ruimte voor extra passagiers. En heb je ‘m net gemist? Dan kan je hooguit vijf minuten later al op de volgende trein stappen. Ik hou niet van de verouderde Londense Tube en voel me in de Parijse metro relatief onveilig, maar de versie in Hong Kong heeft meteen m’n hart gestolen.

Op het eerste zicht is Kowloon min of meer vergelijkbaar met Hong Kong Island. Ook hier beland je in een ingewikkeld netwerk van smalle straatjes vol neonverlichte, onleesbare tekens. Midden in die vrolijke chaos vol uitheemse geuren en kleurrijke huisjes vind je Temple Street, waar de beroemde ‘Temple Street Night Market’ plaatsvindt. Deze avondmarkt vol primitief ogende kraampjes trekt beduidend meer toeristen dan locals, maar voelt toch erg authentiek aan. Voor het koopwaar – dat in negentig procent van de aanwezige tentjes gelijk is – moet je ’t niet doen: veel meer dan nutteloze souvenirs, felgekleurde USB-sticks en volwassenenspeelgoed vind je hier immers niet. Neem echter beslist een kijkje bij de lokale eetgelegenheden, die hun eetwaren grotendeels in de zwoele avondstraten tentoon stellen. Je vangt hier je eigen visje of duidt een beestje aan, dat vervolgens vakkundig in de pan gezwierd wordt. Het restaurant waar je dat uitgekozen stukje vlees of vis verorbert, is een lange rij houten banken en tafels die met een tentzeil afgeschermd worden van de dreigende hemel. Ga ten slotte ook ‘ns kuieren in de straten àchter Temple Street, waar hoogbejaarde locals je op ’n gratis concert trakteren en tientallen waarzeggers je toekomst voorspellen in klamme partytentjes. De ‘Temple Street Night Market’ is dus een never-in-Europe-experience die bij de must-do’s van elke toerist hoort te belanden.

De rest van onze avond in Kowloon bestaat voornamelijk uit het kuieren door typische straatjes en het bewonderen van de enorme bamboeconstructies die Aziaten gebruiken om de gebruikelijke stalen stellingen te vervangen (tot tientallen verdiepingen hoog!). Ook ontdekken we Canton Road, een brede boulevard waar exclusieve luxeboetieks en vijfsterrenhotels het straatbeeld bepalen. Deze drukke straat komt uit op de Star Ferry Pier, eveneens een toeristische trekpleister. Niet alleen vind je hier de beroemde ‘Tsim Sha Tsui Clock Tower’ en het aanpalende cultuurcentrum, maar ook het panoramische uitzicht over Hong Kong Island is vanaf dit punt ongeëvenaard. Deze wereldberoemde skyline baadde trouwens in een mysterieus sfeertje aangezien lage bewolking de spits van de hoogste wolkenkrabbers opslorpte.

Op nauwelijks enkele uren hadden we al heel wat facetten van Hong Kong mogen ontdekken. De dertig uren zonder bed en de vele kilometers die we inmiddels te voet door de metropool hadden afgelegd, beginnen dan ook stilaan hun tol te eisen. De gezonde helft van m’n verstand smeekt me alvast om eindelijk neer te ploffen in het za-li-ge bed van Holiday Inn. M’n andere hersenhelft herinnert me er echter aan dat er een fancy cocktailbar op enkele stappen van het hotel te vinden is. Het resultaat van die strijd mag duidelijk zijn: hallo lekkere Cosmopolitan en goedenavond gin-tonic, tot straks bedje!

De volgende ochtend. Na een welgekomen nachtrust en een licht ontbijtje voelen we niet het minste gevolg van een mogelijke jetlag. Mooi, want ook vandaag zullen we opnieuw heel wat kilometers gaan afleggen. De eerste zeventig daarvan mogen we gelukkig achterover leunen in een comfortabel zitje op de ‘Cotai WaterJet’, een ferry die in iets meer dan een uur naar Macau vaart. De meeste veerboten naar Macau vertrekken aan het Shun Tak Centre, een winkelcentrum op nauwelijks vijf wandelminuten van ons hotel. Het traject Hong Kong – Macau wordt door verschillende maatschappijen aangeboden en je wordt in dat winkelcomplex dan ook langs alle kanten bestookt met goedkope ferrytickets. De meeste van deze boten varen naar de grote ferryterminal van Macau, die dicht bij het stadscentrum te vinden is. Wij moeten echter naar de (veel minder drukke) Taipa Ferry Terminal, die zich in de nabijheid van ons hotel voor komende nacht bevindt. We opteren daarom voor de ‘Cotai WaterJet’, waar een enkele reis naar Macau 160 HKD (ongeveer 16 euro) kost.

Ik hoor het je al denken: ‘Allemaal heel leuk, maar wat is er eigenlijk in Macau te beleven?’. Wel, eigenlijk biedt Macau de ervaring van drie continenten in één stad. Je beleeft uiteraard Azië: de eerder beschreven typische steegjes van Hong Kong zijn hier eveneens sterk vertegenwoordigd. Maar ook Europa heeft een stevige stempel op Macau weten te drukken aangezien het tot 1999 door Portugal bestuurd werd. Houd je ten slotte klaar voor een flinke portie Amerikaanse kitsch, want deze stad is eveneens gevuld met uit de kluiten gewassen goktempels in ware Vegas-style. Er ontstond recent zelfs een lokale ‘Strip’, waar de grootste casinoresorts te vinden zijn. Eén van die resorts is ‘Galaxy Macau’, meteen ook de thuishaven voor ons Macau-avontuur.

Om helemaal precies te zijn, ligt ‘Galaxy’ niet òp de Cotai Strip, maar er vlak naast. Net zoals in Las Vegas is de omvang zo enorm dat die ‘vlak ernaast’ garant staat voor een kwartier stevig doorstappen. Maar daar komt het grote voordeel van Macau aan ’t licht: zowat elke uithoek van de stad is makkelijk te bereiken met gratis shuttlebussen. De grote casino’s willen het zo eenvoudig mogelijk maken om je centen bij hen te vergokken en zorgen dus voor perfecte bereikbaarheid. Alleen al ‘Galaxy’ heeft een tiental verschillende buslijnen en andere resorts moeten daar beslist niet voor onderdoen. Na de douaneformaliteiten doorlopen te hebben aan de ferryhaven, stappen we dan ook op een Galaxy-busje en laten we ons meevoeren naar het witte paleis met de gouden daakjes.

De televisieschermen in de shuttle liegen er niet om: ‘Here, You are Royalty’. De hoge verwachtingen worden trouwens niet getemperd wanneer het imposante gebouw van ‘Galaxy’ in het vizier komt. Een oprechte ‘Good day, welcome to Galaxy Macau’ en de haast surrealistische lobby maken vervolgens duidelijk dat de gekozen slogan niet uit het ijle gegrepen is. Wie dit resort via de hoofdingang betreedt, staat oog in oog met een fantastische fontein waarin de zogenaamde ‘Fortune Diamond’ regelmatig voor het nodige spektakel zorgt. Dit spectaculaire klank- en lichtspel is trouwens nog maar een begin, want het exclusieve feestje gaat onverminderd voort bij elke stap die je zet. ‘Galaxy’ kan – ondanks haar iets beperktere omvang – dan ook perfect concurreren met de grote namen op Las Vegas Boulevard. Sterker nog: de excellente service en niet-artificiële vriendelijkheid tillen dit resort in mijn ogen nog een trapje hoger. Je vrije momenten en overtollige Hong Kong Dollars kan je kwijt in een van de vele restaurants, exclusieve bars, cinemazalen, (luxe)boetieks of natuurlijk in het immense casino. Dat casino is bij ‘Galaxy’ – en eigenlijk overal in Macau – afgeschermd van het shopgedeelte en de hotelreceptie. In tegenstelling tot Las Vegas, waar toeristen met hun kinderen en koffers door de gokzalen gestuurd worden, geldt hier namelijk een strikte 21+ policy voor de casinogedeelten. Dat resulteert in een minder bedrijvig sfeertje, al is het ontbreken van nietsvermoedende passanten wellicht comfortabeler voor de daadwerkelijke gokkers.

Na het droppen van onze spullen, trekken we de (helaas met mist bedekte) stad in. Een Galaxy-shuttle rijdt ons binnen no time naar het stadscentrum van Macau. Daar houden we ons – net als tijdens een gemiddelde reis naar Vegas – grotendeels bezig met het bezoeken van hotels. Het zijn ronkende namen als ‘Wynn’, ‘Encore’, ‘MGM’ en het indrukwekkende ‘Grand Lisboa’ die hier de skyline bepalen. Verwacht van deze vestigingen echter niet hetzelfde als van hun broers in Nevada. De MGM- en Wynn-resorts spelen qua verfijning ongetwijfeld in dezelfde klasse als hun evenknie, maar zijn binnenin niet het gigantische labyrint dat je in Amerika aantreft. Mis in ‘Wynn Macau’ trouwens het ‘Rotunda Atrium’ niet. In deze ronde zaal speelt zich om de zoveel tijd een gratis show af die al het moois van een led-scherm, een majestueuze kroonluchter en een met bladgoud beklede geluksboom combineert tot één fantastisch geheel. Een onverwachte topattractie voor ons.

Wie niet van absurd grote goktempels en ongeëvenaarde kitsch houdt, verveelt zich in Las Vegas wellicht vanaf de eerste seconde. Macau boeit gelukkig een breder publiek dankzij haar combinatie van casino’s met een oude stadskern. Het koloniale verleden van Macau zorgt daar bovendien voor een opmerkelijk tafereel: de meeste straatnamen zijn Portugees en een gedeelte van de stad werd zelfs opgetrokken in mediterrane bouwstijl. Hoewel het weer ons niet helpt, waan je jezelf immers meteen in Lissabon wanneer je over Largo de Senado flaneert. Zo mogelijk nog beroemder zijn de ruïnes van de São Paolo kathedraal, die op een heuvel midden in de stad te vinden zijn. Noem me gerust een cultuurbarbaar, maar mij doet die ene rechtopstaande gevel eigenlijk niets. Interessanter vind ik het fort dat er onmiddellijk naast te vinden is. Indien je bereid bent een aanzienlijk aantal trappen te nemen én indien je van een heldere hemel kan genieten, heb je hier namelijk een wijds panorama over de stad. Een beeld waarin de voorgrond bepaald wordt door een ingewikkelde structuur van straatjes en stegen en de achtergrond gedomineerd wordt door de hoogbouw van het moderne Macau.

In de late namiddag nemen we de shuttleservice vanuit ‘MGM’ naar ‘City of Dreams’, een van de grote namen op de Cotai Strip. ‘City of Dreams’ lijkt dankzij haar drie hoteltorens, het gigantische casino en de duizelingwekkende decors zo uit Nevada geïmporteerd. Neem bijvoorbeeld zeker een kijkje in de prachtige lobby van het geïntegreerde ‘Hyatt’-hotel en laat je verbazen door hét paradepaardje van dit resort: ‘The House of Dancing Water’. Deze show is het Aziatische antwoord op Cirque du Soleils ‘O’ in ‘Bellagio’. En zoals ‘O’ gezien wordt als een van de meest prestigieuze voorstellingen op Las Vegas Boulevard, is ‘The House of Dancing Water’ zowat het summum van entertainment in Macau. Het aanzienlijke prijskaartje en onze beperkte tijd zorgden er echter voor dat deze show in de loop der maanden uit de agenda geschrapt werd. Dineren doen we wèl in ‘City of Dreams’ en meer bepaald in het ‘Hard Rock Hotel’. Het legendarische ‘Hard Rock Café’ staat namelijk ook in Macau garant voor gigantische burgers en een meer dan indrukwekkende cocktailkaart.

Na het oversteken van de Cotai Strip – en het subtiel ontwijken van de daarbij horende schaars geklede dames die je héél véél plezier beloven – belanden we in ‘The Venetian Macau’. Dit in 2007 geopende resort is grotendeels gebaseerd op het acht jaar eerder ingehuldigde origineel in Las Vegas. ‘The Venetian Macau’ was het eerste megacasino aan de Cotai Strip en stond dus aanvankelijk ietwat verloren in een grote lege vlakte. Anderzijds: de vele beschikbare ruimte heeft dit hotel goed gedaan. Waar de Amerikaanse versie ietwat opgepropt en chaotisch oogt tussen de andere hoogbouw, komt ‘The Venetian Macau’ een stuk statiger en ruimtelijker over. Maar niet enkel het exterieur is een plaatje; ook binnenin schotelt men je heel wat eyecandy voor. Toch is er voor ex-Vegasbezoekers weinig nieuws te ontdekken: de inkomhal is quasi identiek, het shopgedeelte minstens even desoriënterend en het casino even bombastisch als in de Verenigde Staten. Ondanks de meer geslaagde buitenzijde word ik dus niet helemaal warm van wat er binnenin te beleven valt. Dan komen ‘City of Dreams’ en ‘Galaxy’ alleszins een stuk frisser voor de dag. Die laatstgenoemde is overigens meteen onze laatste bestemming vandaag. Zij het dan voor een goeie nachtrust. Welterusten!

In een slapende Glenn is uiteraard niemand geïnteresseerd en daarom gaan we fast-forwarden naar de volgende middag. Eén heerlijke nachtrust, één laatste blik op het fantastische ‘Galaxy’, één ferry-overtocht en één metrorit later staan we in Tung Chung. Deze wijk wordt gekenmerkt door hoge flatgebouwen, een drukke mall en het levendige eindstation van de gelijknamige metrolijn. Wij zijn hier echter voor ‘Ngong Ping 360’, een recente toevoeging in het (erg uitgebreide) lijstje van toeristische toppers in Hong Kong. ‘Ngong Ping 360’ wordt ook wel ‘Ngong Ping Cable Car’ genoemd en we hebben het dus over een kabelbaan. I know, dat klinkt niet uiterst spectaculair en op zich is deze cable car ook vrij standaard met gewone gondels en een gewone kabel. De proporties tonen echter aan dat dit meer dan een goedkope stoeltjeslift is: tijdens een 25 minuten durende enkele reis leg je bijna 6 kilometer af over de dichtbeboste heuvels van Lantau Island. Pittig detail: de langste afstand tussen twee steunpilaren bedraagt een slordige anderhalve kilometer boven Tung Chung Bay. Boven die watermassa krijgt de wind natuurlijk vrij spel, waardoor sensatie gegarandeerd is. En al helemaal wanneer je de cabine verrassend genoeg met twee Nederlandse dames deelt! Kortom: hoewel je deze cable car voornamelijk hoort te nemen voor de bestemming, is de rit op zich ook al een heuse attractie. Schitterende panorama’s over Lantau Island, Tung Chung Bay en de nabijgelegen luchthaven zijn gegarandeerd.

‘Ngong Ping 360’ brengt haar inzittenden naar – je voelt ‘m al komen – ‘Ngong Ping Village’, een afgelegen dorpje in de bergen. Het feit dat er een gigantische kabellift heen loopt, verraadt al dat het toeristische gehalte hoog ligt. ‘Ngong Ping’ wordt dan ook op zowat elke website en in iedere toeristengids aangeprezen als een must-see. Een tip die ik toekomstige bezoekers wil meegeven: laat je niet onnodig teleurstellen door de eerste indruk. Wie het kabelbaanstation verlaat, belandt immers in een veel te commerciële ‘Main Street’ met nauwelijks geloofwaardige Aziatische architectuur. Het is normaal dat de lokale horeca en de plaatselijke souvenirshops hun graantje willen meepikken, maar ’t oogt allemaal best geforceerd. We bijten door en ontdekken dat er achter dit tenenkrommende straatje gelukkig mooiere dingen te vinden zijn.

Highlight nummer één is het ‘Po Lin’-klooster en haar met wierook gevulde omgeving. Jammer genoeg wordt het grootste deel van deze tempel momenteel bedekt door bamboestellingen en is er voor kijklustigen dus een stuk minder te beleven. Dan maar naar highlight nummer twee, die overigens wél in volle glorie en onder onze eerste Aziatische zonnestralen te bewonderen valt: de ‘Tian Tan Buddha’. Dit bronzen beeld zit hoog op een heuvel en de klim kost ons 268 trappen in de tropische warmte van Hong Kong. Maar het moet gezegd: het uitzicht op de boeddha en de nabije omgeving zijn die klim dubbel en dik waard. Je begrijpt trouwens ook meteen waar men de nickname ‘Big Buddha’ vandaan haalde, want dit ding is werkelijk enorm! Een statisch beeld vraagt echter niet om urenlange observaties en meer dan een kwartier brengen we er bijgevolg ook niet door.

Met de verplichte foto’s op zak, zweven we even later opnieuw richting Tung Chung. Mijn persoonlijke conclusie: ‘Ngong Ping’ is best fijn om ’n keer bezocht te hebben, maar zal tijdens een volgend bezoek wellicht niet meer op de agenda verschijnen. In Hong Kong City zijn er alleszins genoeg andere dingen te zien die minder van je kostbare tijd opslorpen. We zijn gelukkig niet uitsluitend voor ‘Ngong Ping’ naar Lantau Island gereisd. Vanuit Tung Chung reis je namelijk in no-time naar het ‘Hong Kong Disneyland Resort’, waar we de dag logischerwijs afsluiten. Uitgebreid verslag hiervan – en van ‘Ocean Park’, dat andere grote themapark in Hong Kong – volgt uiteraard binnenkort. Ik kan echter al een tipje van de sluier lichten door te zeggen dat beide parken me meer dan aangenaam verrassen. Stay tuned!

‘Hong Kong Disneyland’ luidt dus een nieuw hoofdstuk van onze trip in: dat van pretparkbezoeken. Na onze (verregende) dag in ‘Ocean Park’ proberen we trouwens dé toeristenattractie van Hong Kong nog aan te stippen, maar we zijn duidelijk niet de enigen met dat idee. Voor een ritje op de ‘Peak Tram’ – die je naar het spreekwoordelijke dak van de stad brengt – bedraagt de wachttijd namelijk ruim anderhalf uur. Bovendien zijn de wolkenkrabbers alweer stevig ingepakt door een grijs wolkendek, waardoor we sowieso voor een quasi onbestaand uitzicht vrezen. We laten ‘The Peak’ en haar legendarische trammetje dus voor wat ze zijn. In ruil daarvoor vertrekken we onmiddellijk naar ‘Marriott Hong Kong SkyCity’, waar de laatste twee nachten doorgebracht worden. Dit fàntastische vijfsterrenhotel ligt direct naast de luchthaven en is de ideale uitvalsbasis voor een bezoek aan ‘Hong Kong Disneyland’ en onze vroege vlucht op zondag.

Na deze 4.000 woorden hoop ik dat het stilaan duidelijk wordt: boek die vliegtuigtickets, reserveer een cool hotel en ga zo snel mogelijk naar Hong Kong! Deze Aziatische wereldstad werd dankzij subtiele westerse invloeden een unieke combinatie van uitersten. Bijgevolg is er voor ieder wat wils. Zelfs wij – twee nuchtere jongens die nauwelijks interesse hebben in geschiedenislessen en de eindeloze historiek achter ’n hoop stenen – konden ons perfect vermaken in Hong Kong. Van de exotische ‘Temple Street Night Market’ tot de hypermoderne skyline van Hong Kong Island en van het traditionele ‘Ngong Ping’ tot onze gebruikelijke cocktail in de classy ‘Zoo Bar’… het zijn uiteenlopende facetten die van Hong Kong een fantastische plaats maken. De ontdekking van Macau geeft Hong Kong trouwens nog enkele bonuspunten. Las Vegas heeft al sinds de eerste kennismaking m’n hart gestolen en het is dan ook boeiend om een light-versie te beleven aan de andere kant van de wereld. Opvallend feit: hoewel ik me op ruim 9.000 kilometer van huis bevond, voelde ik me in beide steden meteen thuis. De uiterst vriendelijke locals zijn duidelijk gewend aan westerse toeristen en verwachten dus niet dat we al hun plaatselijke gebruiken kennen en hanteren. Integendeel zelfs: zij proberen òns gerust te stellen en bieden vaak spontaan hulp aan. Een eigenschap die we later ook bij de Japanners zouden ontdekken, zij het dan in een nog extremere vorm. Kortom: Hong Kong is zonder twijfel een van ’s werelds meest fantastische steden en zou op eenieders to-do list horen te staan. En na één bezoek heb je de microbe wellicht stevig te pakken… Ik spreek uit ervaring!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s