Casino’s, Canyons & Coasters – Las Vegas, Zion National Park & Bryce Canyon

Het was vier uur ’s nachts in België. Zowat het hele land sliep. Een enkeling probeerde zichzelf met moeite uit bed te hijsen voor een nieuwe werkdag, of men kroop nu pas in bed na een lang uitgevallen avondje stappen. Ik niet: ik stond zowat negenduizend kilometer verder op een luchthaven om me heen te staren. De felgekleurde neon en de kakofonie aan blitse jingles drongen maar moeilijk tot me door, want het was al bijna vierentwintig uur geleden dat ik nog een bed gezien had. Maar beetje bij beetje begon tot me door te dringen wat er aan het gebeuren was. Wanneer je nauwelijks enkele stappen op de begane grond moet zetten om tientallen gokkasten te zien opdoemen, is het trouwens niet al te moeilijk om te raden waar je aangekomen bent. This is Las Vegas! En het leukste van de hele zaak: in Nevada mocht ik m’n horloge negen uur terugdraaien. Vier uur wordt zeven uur, vroege ochtend wordt vooravond. De deuren van de hipste Vegas-adresjes waren dus zelfs nog niet geopend!

Bagage ophalen? Check. Huurwagen ophalen? Check. Een leuke upgrade krijgen als welkomstcadeautje in de USA? Check! Nick en ik waren dus volledig klaar om twee weken in stijl door Nevada, Arizona, Utah en Californië te reizen. Maar wat is dé ultieme plaats om te pronken met je gloednieuwe wagen? Juist: Las Vegas Boulevard, de wereldberoemde straat die ook wel bekend staat als ‘The Strip’. Zoals verwacht keek er (uiteraard) niemand om naar een standaard Nissan Altima, maar dat maakte ons helemaal niet uit. Wanneer je tussen honderden wuivende palmbomen voorbij rijdt aan ronkende namen als ‘MGM Grand’, ‘Bellagio’ en ‘The Cosmopolitan’, voel je je immers sowieso de koning te rijk.

 

Voor m’n reisgezelschap was dit de allereerste ontmoeting met Las Vegas; voor mij was het een blij weerzien met een oude bekende. In september 2008 bezocht ik deze stad namelijk al met Rollercoaster Friends’ West Coast Adventure, een reis ter ere van het tienjarige bestaan van de club. We verbleven toen in ‘The Orleans’, een hotel dat rijkelijk gethematiseerd werd naar het carnaval in New Orleans. De afmetingen en het aantal aanwezige faciliteiten zijn er zoals het hoort bij een resort in Las Vegas: extreem. Slechts één ding viel me een beetje tegen aan dit hotel en da’s de ligging. Je verblijft er namelijk ver van The Strip en bent volledig afhankelijk van een shuttlebusje om deze droomstraat te bereiken. En dat busje hield er iets na twaalven onherroepelijk mee op. Geen probleem voor het achttienjarige jongetje van toen, want de meest interessante deuren in Vegas bleven voor mij hoe dan ook gesloten. Vier jaar later mag ik me echter ook in Amerika volwassen noemen en dus kon ik eindelijk van het echte Las Vegas proeven. Reden genoeg om een hotelkamer dichter bij de actie te zoeken. Of beter nog: midden in de actie…

Wie vanuit zuidelijke richting in Vegas arriveert, zal onmiddellijk kennis maken met het beroemde welkomstbord om iets later aan het eerste megaresort voorbij te rijden. Dat resort is ‘Mandalay Bay’, dat met haar gouden torens meteen een ware eyecatcher vormt. Het hoofdgebouw van dit hotel en casino zag het levenslicht in 1999 en zo’n vier jaar later werd hier een tweede toren aan toegevoegd. Dit tweede gebouw gaat door het leven als ‘THEhotel at Mandalay Bay’ en mocht zich meteen onze uitvalsbasis voor de volgende twee nachten noemen. Waarom we voor ‘THEhotel’ geopteerd hadden? Ten eerste kan je in dit hotel genieten van duizelingwekkende suites met een oppervlakte van bijna 70 vierkante meter (inclusief drie televisies, twee kingsize bedden, een ruim salon en balzaalachtige badkamer). Ten tweede is ‘THEhotel’ een non-gambling area, waardoor je eenvoudig even kan ontsnappen uit de beklemmende drukte van de casino’s. Ten derde is ‘Mandalay Bay’ voor mij sowieso een van de meest tot de verbeelding sprekende resorts van Las Vegas. Met haar glimmend gouden façade en de imposante exotische voortuin weet je gewoon dat ‘Mandalay Bay’ voor pure luxe staat. En of dat zo is…!

Je bezoekt Las Vegas echter niet om uitsluitend in je eigen hotel te blijven, tenzij je de weg naar buiten niet meteen vindt (zoals het ons even dreigde te gebeuren). Er zijn immers zoveel hotspots in deze stad dat je meerdere weken nodig hebt om alles te kunnen bezoeken. Gelukkig had onze vermoeidheid inmiddels plaatsgemaakt voor een gezonde dosis spanning, waardoor er op deze eerste avond al meteen een bescheiden feestje kon losbarsten. Helaas niet in de gigantische nachtclub ‘The Marquee’ (“Too many guys inside the club, you need to bring girls.”), maar wel in de meer alternatieve (gay)club ‘Krave’, die achter het hoekje van ‘Planet Hollywood’ te vinden is. Op deze maandagavond geraakte deze keet uiteraard niet tot de nok gevuld, maar de DJ en het uitgelaten publiek leverden toch een bijzonder fijn welkomstfeestje op. Ook leuk om weten: élke bestelling kostte ons drie dollar. Ja, dat lees je wel degelijk goed. Of we nu één flesje frisdrank of twee alcoholische mixdrankjes bestelden, de prijs bleef drie dollar. Zelfs ondanks het feit dat je de barman bij voorkeur een aanzienlijke tip geeft, werd dit dus meteen een van de meest voordelige avondjes uit!

De volgende ochtend. De (financiële) kater bleef uit, de hemel was strakblauw en de zon scheen fel boven Las Vegas. We lieten de toerist in ons helemaal naar boven komen met een zomers t-shirt, een zonnebril en enkele druppeltjes sunblock. Gedurende die dag zouden we verdwalen in het gigantische doolhof dat zichzelf ‘MGM Grand’ noemt, stijlvol shoppen bij ‘Caesars Palace’, gondeltjes kijken in ‘The Venetian’ en kuieren door de fake-flair van ‘Paris Las Vegas’. Ook deden we – zoals het een goede pretparkliefhebber betaamt – ‘New York New York’ aan. Uitzonderlijk knap of boeiend is dit in 1997 geopende resort niet, maar de op het dak geplaatste achtbaan spreekt hoe dan ook tot de verbeelding. Maar daar blijft het helaas bij: deze ‘Rollercoaster’ (die vroeger veel fijner bekte als ‘Manhattan Express’) voelt aan als puur sadomasochisme. Het enige fijne moment is dus letterlijk het bereiken van het uitstapstation, waar men ironisch genoeg een re-ride aanprijst voor slechts acht dollar. Nee dankje, veertien dollar voor een enkele reis naar de hel was al voldoende.
Bestaat er nog een hel in Las Vegas? Ja hoor, en deze gaat door het leven als ‘Circus Circus’. Wie houdt van een verouderd hotel, een claustrofobisch casino of een overdekt roze attractiepark, zal zich hier echter meteen op z’n plaats voelen. Wij waren deze chaotische wereld vol jengelende kinderen echter binnen het kwartier beu en ontvluchtten dit vreselijke oord dus zo snel mogelijk. Meer dan vijftien minuten heb je gelukkig niet nodig om een credit te scoren in het aangesloten pretpark ‘Adventure Dome’. En ik moet er eerlijk in zijn: deze bijna exacte kopie van Efteling’s ‘Python’ draaide best vinnig en vlot haar rondjes.

Van het ene uiterste naar het andere. We ruilen het foute ‘Circus Circus’ in voor de onberispelijke exclusiviteit van ‘Wynn’ en ‘Encore’. Het in 2005 geopende ‘Wynn Las Vegas’ mag zich met een kostprijs van zowat twee miljard dollar ’s werelds duurste gebouw noemen, maar hier krijg je dan ook heel wat voor terug. ‘Wynn’ beschikt over een gigantische tuin, een trendy nachtclub met bijhorende beach club, een privaat golfterrein en tientallen bars en restaurants. Eind 2008 werd de tweede toren ‘Encore’ geopend, waar het exclusieve feestje onverminderd verder duurt. ‘Encore’ is onder meer de thuishaven van de beroemde ‘Encore Beach Club’ en ‘XS’, wat volgens insiders de beste discotheek ter wereld moet zijn. Ronkende namen als Calvin Harris en Avicii zouden hier achter de draaitafels staan tijdens ons verblijf, maar binnen geraken leek ons helaas al bij voorbaat een verloren zaak. Om teleurstelling te vermijden, hielden we het dan maar bij een leuke cocktailbar op het ‘Wynn’-terrein. Ik had echter nooit durven verwachten dat cocktailbar ‘Parasol Down’ meteen een van m’n persoonlijke Vegas-hoogtepunten zou worden. Met een heerlijke White Cosmopolitan in de hand, genoot ik hier van het prachtige uitzicht op Wynn’s Lake of Dreams en zag ik de schemering langzaam omslaan in duisternis. Bovendien wordt de ervaring pas helemaal compleet wanneer men het meer en de waterval als showlocatie gaat gebruiken. Vanaf zes uur ’s avonds is hier immers elk uur iets speciaals te beleven. Het zou flauw zijn om te veel te verklappen over deze toplocatie, maar de (dure) cocktails zijn het visuele spektakel in ieder geval meer dan waard!

Over visueel spektakel gesproken… Vegas is in feite één lange opeenvolging van eyecandy. Ik denk hierbij maar aan de Fremont Experience in Downtown Las Vegas en het ongelooflijke thematische niveau waarmee een aantal megaresorts de betere themaparken doen verbleken. Bovendien kan je in Vegas tientallen shows van wereldniveau bewonderen. Tenzij je een betere illusionist, een wereldster of Cirque du Soleil wil zien, hoef je hier bovendien niet noodzakelijk honderd dollar voor neer te tellen. Met ‘Fountains of Bellagio’, ‘The Volcano’ en ‘Sirens of TI’ heb je immers al drie must-do’s die je geen cent kosten. De wereldberoemde fonteinen aan het legendarische ‘Bellagio’ zijn zonder twijfel dé highlight van dit trio, maar ook de uitbarstende vulkaan zorgt voor tien minuutjes visueel entertainment. ‘Sirens of TI’ is de beroemde nachtshow van ‘Treasure Island’ waarbij twee piratenschepen elkaar onder vuur nemen. Een schare aan vuur- en vuurwerkeffecten maakt deze voorstelling op z’n minst vermakelijk, maar vergeet niet dat je in Amerika bent. De zeemeerminnen met bimbo-allures en de Chippendale-piraten moet je er namelijk bij nemen, net als het zinkende schip dat na amper twee seconden alweer rechtop komt en achteruit naar z’n startpositie vaart. Dankzij een aantal opzwepende popsongs en sexy dancemoves geraakt de show na verloop van tijd helemaal het noorden kwijt, maar ach… het is en blijft gratis entertainment. En we bevinden ons nog steeds in Sin City, waar ‘braaf’ uiteraard geen optie is.

 

Hoe later op de avond, hoe drukker het wordt op The Strip en hoe netter de mensen doorgaans gekleed gaan. Las Vegas is duidelijk een stad die ’s avonds leeft en waar je bij voorkeur tot in de vroege uurtjes doorgaat. Dinsdagavond kropen we echter vroeg onder de wol omdat we de volgende ochtend reeds vroeg uit de veren zouden moeten. Een avondwandeling door een gekleurde zee van knipperende lampjes was dus voorlopig onze laatste ervaring met Las Vegas. Inderdaad: ‘voorlopig’. Nauwelijks twee dagen later zouden we namelijk al opnieuw inchecken bij een megaresort op The Strip, maar woensdag en donderdag brachten we 300 mijl oostelijker door. In de staat Utah stonden namelijk twee nationale parken op het programma. Nadat ik in 2008 mocht genieten van de gigantische Grand Canyon, zochten we ditmaal de natuurpracht van ‘Zion National Park’ en ‘Bryce Canyon’ op. De autorit op zich is al een visueel snoepje, maar de echte fun begint natuurlijk pas wanneer je terplekke bent. In ‘Zion National Park’ opteerden we voor de trail ‘Angels Landing’, die je naar de top van de gelijknamige berg brengt. Tijdens deze wandeling leg je zo’n vier kilometer af en bedraagt het hoogteverschil ongeveer 350 meter. ‘Angels Landing’ is een van de populairste trails binnen het park, maar wordt meteen ook bij de zwaardere exemplaren gerekend. Je krijgt tijdens de klim namelijk te maken met dreigende dieptes en stevige offroad-gedeelten. Op de heenweg ervoer ik vooral de steiltegraad als een uitdaging, terwijl de afdaling vooral sensationeel is dankzij de diepe kliffen op nauwelijks enkele centimeters van de wandel- en klimroute. Toch blijft ‘Angels Landing’ honderd procent haalbaar en zag ik ook kinderen en senioren de top bereiken. Diegenen die het tijdens de klim toch lastig hebben, zijn die pijn overigens meteen vergeten bij het bereiken van de top: het uitzicht over Zion Valley is gewoonweg fenomenaal. Mocht je – net als wij – relatief weinig tijd hebben in ‘Zion National Park’, kan ik deze trail dus ten zeerste aanraden. Nauwelijks vier uur na ons vertrek stonden we alweer bij het toeristische centrum aan de ingang van het park, maar die vier uur hadden ons wel heel wat mooie plaatjes en een knaller van een middag opgeleverd. Honderd procent goedgekeurd!

Diezelfde middag reden we nog door naar het plaatsje Tropic, twee uur oostelijker. Wat is er in dit piepkleine dorpje te beleven? Eerlijk is eerlijk: geen *censuur*. Nauwelijks tien kilometer verder zouden we de volgende dag echter een van de mooiste plaatsen op Aarde ontdekken: ‘Bryce Canyon National Park’. Woorden en foto’s kunnen helaas niet of nauwelijks vatten wat je hier te zien krijgt. We combineerden de ‘Navajo Trail’ met de ‘Queens Garden Trail’ en genoten zo van de meest grillige rotsformaties en prachtige kleuren. De ijzige wind vormde een gigantisch contrast tegen de hoogzomerse temperaturen in ‘Zion’, maar de unieke identiteit van ‘Bryce Canyon’ maakte de koude haast onvoelbaar. Dit indrukwekkende park is niet te vergelijken met eender welk andere plaats die ik ooit bezocht, dus probeer het sowieso in te plannen wanneer je naar de Amerikaanse westkust reist. Vanuit Vegas kost een enkele reis je zo’n vijf uur, wat vergelijkbaar is met een bezoek aan de ‘Grand Canyon’. De grootsheid van die laatste kan het in mijn ogen echter niet halen bij de buitenaardse natuurpracht die ‘Bryce Canyon’ je zintuigen voorschotelt. Don’t miss this!

 

Van wondermooi natuurschoon naar de meest artificiële stad ter wereld. Opnieuw vertrekken vanuit ‘Bryce Canyon’ is niet plezierig, tenzij je jezelf trakteert op een leuke troostprijs natuurlijk. Die troostprijs heet ‘Bellagio’ en was onze thuishaven voor de volgende twee nachten. Dit wereldberoemde resort en casino is sinds 1998 een van de landmarks van Las Vegas Boulevard en speelde reeds mee in tientallen films en series. ‘Bellagio’ dankt haar bekendheid grotendeels aan de indrukwekkende fonteinen die voor de deur geïnstalleerd werden. In een geïmproviseerd Comomeer spuiten sommige fonteinen tot 140 meter hoog, volledig synchroon met een aantal beroemde muziekstukken. Duizenden toeristen verdringen zich dan ook dagelijks om een glimp op te vangen van deze show.

Niet enkel de ‘Fountains of Bellagio’ liggen aan de basis van de sterrenstatus die ‘Bellagio’ draagt. Ook het gigantische casino, de aanwezige restaurants, bars en het zwembad stralen pure luxe uit. Om ten volle van dit alles te genieten, zorg je dus maar beter voor een limietloze kredietkaart. Wij hielden het echter braaf: m’n casino-limiet was vastgesteld op vijftien dollar (die er exact tien minuten over deden om in het niets te verdwijnen) en ook voor de exclusieve nachtclub hoefden we niet diep in de buidel te tasten. Terwijl andere toeristen en locals lang in de rij moesten staan en tientallen dollars moesten betalen om binnen te komen, konden wij als hotelgasten via een aparte rij en gratis naar binnen. ‘The Bank’ overtrof meteen elke Europese club die ik ooit bezocht dankzij een uiterst sterk draaiende DJ en eersteklas belichting. Topavondje dus, al ben je makkelijk ruim twintig dollar kwijt voor één drankje. Gelukkig smaakt een drankje dubbel zo lekker wanneer je per slok beseft dat er alweer een dollar in je lijf stroomt…


‘Bellagio’ en de fonteinen zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. De fonteinshow kan niet zonder ‘Bellagio’ en omgekeerd. Met dit gegeven in het achterhoofd moesten en zouden we een hotelkamer met meerzicht boeken. De dollars die je daarvoor extra moet neertellen, voorkomen immers dat je genoegen moet nemen met uitzicht op een autosnelweg of de lokale parkeergarage. Dat zou namelijk zonde zijn wanneer je in een van dé hotels in Vegas verblijft. Derek – de ongelooflijk toegewijde receptionist – wees ons bovendien een kamer op de vierentwintigste verdieping toe, waardoor het uitzicht al nauwelijks beter kon. Dat hij ons nadien nog uitgebreid wegwijs maakte binnen het uitgaansleven van Las Vegas en z’n favoriete adresjes en shows op papier zette, bewees helemaal dat dit hotel z’n vijfsterrenstatus meer dan waard is (nuja, misschien deed hij dit enkel voor ‘de familie’, maar kom…). Aangekomen in kamer 24064 volgde dan het moment waarop ik al een tijdje gewacht had: de gordijnen openen (automatisch uiteraard) en uitzicht hebben op… een leeg meer. Want ja hoor, ook in de perfecte wereld van ‘Bellagio’ bestaat teleurstelling. Wegens de strakke windstoten zou er op donderdagavond geen enkele fonteinshow doorgaan. Balen dus, al was de wind zo vriendelijk om zich op vrijdag gedeisd te houden. De schade werd achteraf dus ruimschoots ingehaald!


Vrijdag bestond dus grotendeels uit het volkwijlen van ons Bellagio-raam, al bracht deze laatste dag ons op nog meer interessante plekjes. Zo bezochten we Downtown Las Vegas, waar casino’s vol felgekleurde neon ons doen terugdenken aan oude Hollywoodfilms. Even later zouden we met ‘X-Scream’ al over het randje van ‘Stratosphere Tower’ hangen. Deze bekende attractie viel me overigens een beetje tegen. Frontseat kan ik me voorstellen dat het best een leuk ding moet zijn, maar van op ons tweede rijtje was er eigenlijk weinig spectaculair aan. Bovendien staat ‘Stratosphere’ relatief ver van de beroemdste hotels op The Strip, waardoor het uitzicht niet buitengewoon boeiend is. Extra pijnlijk wordt het wanneer je het verlaten ‘Sahara Casino & Resort’ aan de overzijde van de straat ziet. Dit hotel was de thuishaven van ‘Speed The Ride’ – zonder twijfel Vegas’ beste thrillride – maar is recent veranderd in een spookstadje. De stilstaande ‘Speed’ heeft volgens de geruchten een nieuwe thuis gevonden in het complex tegenover ‘Mandalay Bay’ waar op dit moment ook een gigantisch reuzenrad verrijst. Maar da’s helaas nauwelijks een troost wanneer je deze meesterlijke staalconstructie nu levenloos moet bewonderen…


De tijd in Las Vegas lijkt dubbel zo snel voorbij te vliegen dan bij ons en al vlug was het zaterdagochtend. Dat betekent: koffers pakken. Afscheid nemen van Vegas en ‘Bellagio’ doen we met nog een spelletje aan het ‘Wheel of Fortune’, een veel te dure panini en de gebruikelijke chocolate chip cookies als ontbijt. Wanneer de fonteinen iets later de hoogte in spuiten op de tonen van Andrea Bocelli’s toepasselijke ‘Time to Say Goodbye’, nemen we in stijl afscheid van Nevada. Een leuk moment was dit beslist niet, aangezien Las Vegas opnieuw bevestigd heeft waarom het me in 2008 zo fel wist te boeien. Wie – net als ik – houdt van lichtjes, sterk uitgewerkte thema’s en ongelooflijke sfeer zal in Las Vegas een eersteklas reisbestemming vinden. Ook liefhebbers van het betere nachtleven, een lekkere cocktail of een spectaculaire avondshow zullen zich als een vis in het water voelen tijdens hun vakantie hier. Laat deze stad echter links liggen wanneer je cultuur en musea verkiest boven een wereld vol decadentie en gefakete pracht en praal. Mij maakt het persoonlijk weinig uit dat een Amerikaan met een vreselijk accent Italiaanse liedjes zingt op een gondel in ‘The Venetian’, maar ik kan best begrijpen dat dit voor sommige cultuurliefhebbers een tenenkrommend schouwspel moet zijn. En ohja: denk vooral niet dat Las Vegas een pretparkvakantie is. Wie speciaal naar deze stad afreist om de coasters te doen, is – zelfs wanneer ‘Speed’ open zou zijn – immers helemaal verkeerd bezig. De achtbanen vormen een leuk extraatje, maar Las Vegas hoor je toch vooral te bezoeken om een aantal buitengewone hotels en casino’s te zien. Voor mij blijft Vegas alleszins een van dé mooiste reisbestemmingen totnogtoe, met de verblijven in tophotels ‘THEhotel’ en ‘Bellagio’ als mooie hoogtepunten. Vertrekken deden we gelukkig niet met pijn in het hart, want later die dag zouden we al inchecken bij Hilton Anaheim. En die plaatsnaam zal bij de meesten wellicht een belletje doen rinkelen…

 

4 gedachtes over “Casino’s, Canyons & Coasters – Las Vegas, Zion National Park & Bryce Canyon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s